Al vele jaren ben ik van mening dat er echt drastische maatregelen moeten worden genomen om vrouwen echt serieus mee te laten doen in de Nederlandse Politiek (net zoals in het bedrijfsleven, maar da's een andere discussie).
Cosmetisch gaat het de goede kant op met het aantal vrouwen in de volksvertegenwoordiging, maar wezenlijk is deze trend niet. M.i. hebben vrouwen, en zeker jonge, intelligente vertegenwoordigsters van de meerderheid van het Nederlandse Volk, nauwelijks echt iets in de melk te brokkelen. Komt het er dan, bij hoge uitzondering, dan toch eens van; dan wordt er meestal snel en rücksichtslos met die bewuste vrouw afgerekend. Voorbeelden? Els Borst, Winnie Sorgdrager en Agnes Kant, om slechts enkele voorbeelden te noemen, maar de rij is bij grondige analyse vast vele malen langer.
Al jaren geleden bedacht ik een oplossing voor dit probleem, een paardenmiddel, ik geef het direct toe, maar m.i. wel fraaier dan een simpel quotum dat dwingend wordt opgelegd. Mijn oplossing: voor een bepaalde periode mogen vrouwelijke stemmers alleen maar op vrouwen stemmen. Mannen zouden wat mij betreft zelf mogen kiezen of ze op een man, dan wel een vrouw willen stemmen, maar als men daar problemen mee heeft is het ook goed mannen dan maar ook te beperken tot mannen. Ik schat dat een jaar of 10 genoeg moet zijn om de bordjes structureel in evenwicht te krijgen. Wat gaat er dan namelijk gebeuren? Iedere partij, behalve de SGP (die dan gehalveerd wordt tot 1 zetel; een goede zaak!), valt dan direct uiteen in twee vleugels; de mannen en de vrouwen. Vrouwen hoeven niet langer naar de pijpen te dansen van de mannen die in de meeste partijen toch de dienst uitmaken, of ze nu hoog op de lijst staan of niet. Daardoor zal een ander soort vrouwen omhoog bubbelen; geen excuustruzen meer, geen manwijven (verkapte mannen), en ook geen gezellige tantes meer...al die types worden 'echt', of ze vallen buiten de boot en worden vervangen door vrouwen die het niet primair goed doen onder hun mannelijke 'collega's', maar vrouwen die zichzelf in een onderlinge strijd juist voor vrouwen de beste zullen moeten betonen! Dat is mijn simpele oplossing; ik ben ervan overtuigd dat Nederland na een jaar of 10 onherkenbaar veranderd zal zijn!
In het onderstaande artikel, een coverstory van de Groene Amsterdammer, wordt nog eens aangetoond hoe nodig zo'n drastische ingreep wel niet is.
De helft van de wereld is van mij! Vrouwen ontbreken in de top
Is er toch een quotum nodig om te komen tot een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen in de top? Een rondgang langs vijf vrouwen uit de hoogste regionen. 'Show your balls man, geen slappe knieën.'
ANNEKE GROEN
'EEN QUOTUM is een paardenmiddel. Maar er is geen andere oplossing.' Dat is de conclusie van vier vrouwen, allen al dan niet vrijwillig opgestapt uit de top van een multinational. En ook: 'Het laatste stuk ligt bij onszelf. We moeten leren vechten. Leren om eerlijk tegen onszelf te zeggen: ik wil op die plek komen en wat betekent dat dan.'
Volgens de Female Board Index van de Erasmus Universiteit hebben slechts 39 van de 99 beursgenoteerde bedrijven in Nederland een vrouw in de top. Het grootste deel van hen heeft een buitenlandse nationaliteit. Onder de 749 bestuurders en commissarissen zijn 61 vrouwen, 8,1 procent. In 2010 gingen bijna alle nieuwe benoemingen naar een man. Wie als vrouw wél de top bereikt, is meestal ook snel weer weg.
Het debat is de vraag voorbij of diversiteit aan de top wenselijk is; aan de meerwaarde van vrouwen wordt niet getwijfeld. Er zijn -voldoende vrouwen, maar er gebeurt de -laatste vijf jaar niets meer. 'Ik heb gekozen voor -kwaliteit en ervaring', was het antwoord van premier Rutte op de verontwaardigde reacties op het aantal van drie vrouwen in zijn kabinet. Een -staatssecretaris voor Emancipatiezaken is er al lang niet meer, laat staan een minister. Het onderwerp is van de politieke agenda -verdwenen. Het zou wel loslopen, het gaat goed met de positie van vrouwen. Niets is minder waar.
Judith G. (53) zat hoog in het management van een beursgenoteerde onderneming en stapte op omdat ze de strijd met haar baas beu was. Na een jaar van bezinning is ze nu heel tevreden als consultant in een klein bedrijf. 'Ik werk net zo hard als vroeger', vertelt ze, 'maar ik bepaal hier mijn eigen cultuur.' Haar visie op zichzelf en het onderwerp vat ze kort samen: 'Dit is het laatste hoofdstuk. Het ligt bij ons.'
Ze is niet gekomen waar ze wilde komen, maar ze voelt zich nu opgelucht. 'Ik ben heel blij dat ik er niet meer zit', zegt ze. 'Dat kan ik nu zeggen, maar mijn aspiraties waren anders. Ik was ook erg bekend en in the picture, dat is allemaal weggevallen, alleen je heel nabije kring blijft over. Nooit had ik tijd voor vrienden en familie, maar gelukkig zijn ze altijd bij me gebleven. Die tachtig uur per week moet je anders leren invullen. Als je echt zeilt op het feit dat je iemand was binnen een organisatie heb je het moeilijk als dat weg is. Dat geldt ook voor mannen. Maar ik wil niet meer terug naar die brij om me heen, waar iedereen een mening over je heeft, onder je en boven je, heel benauwend.'
Na haar studie economie begon ze bij het bedrijf, 28 jaar geleden. Alleen maar mannen om zich heen, die niet gewend waren aan vrouwelijke collega's. Haar laatste opdracht was het opzetten van een dochterbedrijf. 'Ik heb drie jaar onder een baas gehangen waar ik voortdurend strijd mee voerde. En ik ben niet van de strijd. Ik leverde heel veel in, ook op mijn gezondheid. De essentie is een simpele: hij zat er voor zichzelf, om te blijven zitten en politiek te kijken hoe hij zich zo zeker mogelijk kon neerzetten en ik zat er om een organisatie van de grond te krijgen en dat op een goede manier met mijn mensen te doen.
Ik dacht dat het hele bedrijf dat wilde. Ik moest risico's nemen en hij vroeg zich voortdurend af of hij daar wel verantwoordelijkheid voor kon nemen. Een leuke vent, maar ik vond hem disloyaal. Je kiest geen strijd, zei ik hem, je bukt. En je staat niet achter me. Uiteindelijk moest ik weg en hij zit er nog. En steun van mijn collega's kreeg ik niet, want die moesten verder met hun baas.'
Ze zegt het zonder bitterheid, ze vindt achteraf dat ze er veel van heeft geleerd: 'Als ik nu ergens mee zit, denk ik eerst rustig na en kijk wat mijn speelveld is. Wie zit er naast me, boven me, onder me. Waarom lukt dit niet? Waar liggen de verschillende belangen? Wie moet ik van tevoren even bellen om mee te krijgen? Ik vraag me nu af wat goed is voor het bedrijf, maar ook wat goed is voor mij en probeer dan toch mijn zin door te drijven. Mannen hebben dat extra instinct van nature. Het is ook niet zo dat vrouwen per se een andere kijk op zaken hebben. Maar mannen hebben een ander vervolg in hun hoofd.'
Doordenderen, dat doen de meeste vrouwen, zegt ze. 'We leveren goed werk af, vaak beter en serieuzer dan mannen, we gaan veel -dieper. Maar dat is niet het spel dat door -mannen gespeeld wordt. Op het moment dat ik een stap hoger wilde, had ik mijn gedrag -moeten -veranderen. Ik heb altijd doorgezet, maar had nog nooit hoeven vechten in een kleine groep mannen die allemaal dezelfde functie wilden als ik. We doen dit samen, dacht ik. Nee, dat is niet zo. Hoe kan ik loyaliteit verwachten van iemand die dezelfde baan wil als ik? Een man vertelde mij het volgende: er zijn twee banen te -vergeven voor tien mensen. We zitten met elkaar om tafel. Er zitten twee vrouwen bij. Eerst met z'n achten tegen die twee: die zijn zo van tafel, want vrouwen kunnen niet -vechten. Er zitten ook drie nerds bij. Die willen alleen maar hun werk doen en zitten niet in het hoofd van de bazen. En dan begint het gevecht. Niet omdat we die mensen niet mogen, het is gewoon elimineren en je eigen kansen -verhogen. Vrouwen hebben dat voorbeeld nog niet gehad. Wij zijn bezig geweest ons neer te zetten in een mannenwereld met het kunstje dat wij geleerd hebben en dat in onze genen zit: goed werk afleveren, people manager zijn, we worden erom geroemd. Maar wij moeten ook iets van mannen overnemen. We moeten snappen hoe dat gevecht werkt. De vrouwen die het tot nu toe hebben gered hebben daarover nagedacht.'
In eerste instantie wilde Judith G. weer een fulltime baan en raadpleegde een -headhunter. Die gaf haar inzicht in een ander gebrek. -'Vrouwen kunnen niet opscheppen en niet liegen over zichzelf. Vertellen wel dat ze directeur zijn, maar niet hoeveel mensen ze onder zich hebben. Laat staan over hoeveel geld ze gaan.' Lachend: 'Ik had miljarden onder me hangen. Vond dat totaal niet interessant. Onder zijn invloed vertelde ik dat bij sollicitaties. Dan zie je hoe zo'n gesprek kantelt. Opeens werd ik voor vol aangezien.'
CATY ASSCHER (64, getrouwd, drie kinderen) traint de top van bedrijven en organisaties. Volgens haar zijn loyaliteit aan het team en loyaliteit aan de voorzitter van de raad van bestuur de belangrijkste elementen in de top. 'Als daar iets misgaat, raakt dat zijn reputatie en die van het bedrijf. Als het écht gaat om de top, gaan er mechanieken spelen in de mannengroep die vrouwen onvoldoende en vaak te laat in de gaten hebben.
Wat die mechanieken zijn? Vrouwen vertelden me dat ze op het moment van fusie of verandering veel te netjes waren gebleven. In de formele circuits vond uitstekend overleg plaats, maar van tevoren informeel peilen, overleggen en stutten voor hun eigen positie deden zij niet. In de top gaat het erom of je wordt opgenomen in de netwerken - dat geldt ook voor mannen - en of je erin slaagt loyaliteit op te bouwen. Zeker in tijden van economische crisis valt men weer terug op het vertrouwde patroon. Iets anders is dat het altijd in de mannelijke soort heeft gezeten om naar buiten toe te vechten, met het risico dat je mensen verliest. Dat is vrouwen niet eigen.'
In de laag nét onder de top signaleert Asscher vaak voorbeelden van totale miscommunicatie: 'Een voorzitter van een raad van bestuur organiseerde lunchbijeenkomsten om zijn strategie toe te lichten. Een vrouw die hij met veel vertrouwen op een hoge positie had neergezet vroeg hem en plein public of hij rekening had gehouden met de negatieve consequenties van zijn strategische keuzes. Hij was daar zeer door geraakt. Daarover wilde hij best met haar praten, maar níet en plein public. Zij vond: het is een open dialoog en hield geen rekening met zijn status en het beïnvloedende aspect van haar eigen positie. Hij verwachtte van haar dat zij ter plekke mee zou helpen en enthousiasmeren. Dit kom ik heel vaak tegen, op alle plekken in de maatschappij. Als je zoiets doet en die laatste stap wil maken word je niet gekozen.'
JACQUELINE RIJSDIJK (54, getrouwd, drie dochters) zit na een leven hard werken ineens thuis, zelf opgestapt, na een jaar, als lid van de hoofddirectie van verzekeringsgroep ASR Nederland. Er was, na 28 jaar De Nederlandsche Bank, waar ze eindigde als divisiedirecteur betalingsverkeer, aan haar getrokken om bij asr te komen en een veranderingsstrategie in te zetten. Achteraf haalt ze de uitspraak van een goede vriend aan: als je wordt binnen-gehaald om te veranderen is dat het enige wat je niet moet doen. Dat kunnen ze blijkbaar niet zelf en daar halen ze dan iemand van buiten bij. Ze oogt nu zeer ontspannen en uitgerust. 'Ik geniet met volle teugen van deze fase', vertelt ze. 'Maar ik ben ook wel boos geweest. Ik had kunnen blijven, welke functie ik ook maar wilde hebben, maar ik heb dat niet gedaan omdat ik teleurgesteld was in het tempo van verandering en het feit dat de daad niet bij het woord werd gevoegd.'
De raad van bestuur moest worden ingekrompen van zes naar vier personen. Jacqueline Rijsdijk verwachtte dat zij daar bij zou zijn: 'Ik heb niet op tijd ingezien dat ik zachter moest lopen. In een toespraak tot het middenkader, waarin ik aankondigde dat we over twee weken echt zouden beginnen, zag ik de ene helft enthousiast naar voren buigen; de andere helft leunde achterover en dacht: we zullen wel eens zien of dat gebeurt...'
Ze vindt het een ongelooflijk ingewikkeld onderwerp, het verschil tussen mannen en vrouwen. 'Alles wat erover gezegd wordt, is waar. Over het algemeen zijn vrouwen meer controlfreak, meer op de inhoud, we benoemen dingen die mannen niet willen benoemen. We zijn directer, vinden de relatie belangrijk en we zijn niet one of the boys. En als ze dat niet gewend zijn is het erg moeilijk voor mannen om er een vrouw bij te halen. Nog een punt: ze vergelijken je met hun eigen vrouw, wat niet te vergelijken is. Ik kan goed met mannen opschieten en heb me altijd zeer gewaardeerd gevoeld, één met de groep, dacht dat we -maatjes waren. Maar toen puntje bij paaltje kwam, telde dat voor de voorzitter niet. We waren met vijf voor drie plekken. Hij koos voor drie mannen. Met als argument dat hij toch iemand wilde die het verzekeringswezen beter kende. Omgekeerd zou ik het nooit gedaan hebben. Ik had die verandering doorgezet. Show your balls man, geen slappe knieën. Niet vier dezelfde mannen. Tegenspraak organiseren.
Als je een positie wil, moet je dat niet te duidelijk zeggen. Dan denkt iemand dat je op zijn stoel uit bent. Ik heb achteraf ook wel gehoord dat ik te duidelijk in mijn standpunt ben geweest en langer m'n mond had moeten houden. Dat zal ik de volgende keer anders doen. Of dit een man met hetzelfde gedrag ook was gebeurd, weet ik niet. Misschien is het moeilijker te accepteren voor mannen dat een vrouw dit gedrag vertoont. Toch was het een schok toen ik wegging. Vooral de vrouwen vonden het verschrikkelijk.'
Rijsdijk weet nog niet wat ze gaat doen. Ze heeft talloze nevenfuncties en vermaakt zich uitstekend. En de strijd geeft ze niet op. 'Wij moeten doorgaan. Voor onze dochters. Die hebben het nog niet door. Die denken dat ze er met hard werken wel komen.'
PAMELA BOUMEESTER (52, getrouwd, vier kinderen) is in de Volkskrant-top-tweehonderd van de invloedrijkste Nederlanders gestegen van 166 naar 52 en wordt geclassificeerd als multicommissaris. Een jaar geleden besloot ze op te stappen bij NS Poort, waar ze directeur was. Hoewel haar inkomen flink is gedaald verdient ze met al haar verschillende functies en commissariaten genoeg om een 'aangenaam, gevarieerd en leuk leven te leiden'. Bij NS Poort had ze in drie jaar tijd twee bedrijven geïntegreerd; daarna wilde ze 'een stap zetten op de verticale as, of een internationale klus'. Beide zaten er niet in, 'om redenen die je natuurlijk niet allemaal kent. Dan blijf ik niet. Ik wil iets doen waar ik waarde aan kan toevoegen.'
In het mannenbedrijf NS, waar ze sinds 1988 werkte, benoemde ze zo veel mogelijk vrouwen. 'Wie zoekt die vindt, van uitstekende kwaliteit', zegt ze. 'Vrouwen hebben gebrek aan rol-modellen. Nu wordt het jammer gevonden dat ik niet meer op een toonaangevende plek zit. Maar dat heb ik jaren gedaan, I paid my due.' Ze twijfelt ook over opnieuw een topfunctie: 'Ineens houdt het werk op. De eerste neiging is om weer over zo'n baan te denken. Banen genoeg. Maar kan ik echt verschil maken?'
Bij NS verrichtte ze baanbrekend werk door een andere stijl van leidinggeven. 'Van patriar-chaal naar gelijkwaardig. Dat was men niet gewend. Als je diversiteit insluit in je bestuursstijl creëer je rijkdom. Te eenvormige groepen vormen met elkaar een uitvergroting van stereo-typen. Het is ook een kwestie van identificatie en voorbeeld. Als een team bestaat uit min of meer hetzelfde type van hetzelfde geslacht geef je als bedrijf de boodschap af dat dat de eigenschappen zijn waarmee je in het leidinggevende team kunt komen.'
Haar belangrijkste boodschap is humor, openlijke zelfrelativering en eigen initiatief. 'Dat moet je leren', zegt ze. 'Niet zielig doen als iets niet lukt. Dan moet je iets anders bedenken. Dat mannen mij er niet buitenhouden, komt omdat ik zelf het initiatief neem. Ik ervaar dan geen weerstand. Nog even bellen: wat vind jij? Mannen doen dat onderling ook. Zullen we het anders doen? Het onderwerp op een andere manier op de agenda zetten? Het is ook een beetje de lol van het spel. Valse bescheidenheid, daar ben ik niet van. Maar zo worden vrouwen gemiddeld genomen niet gesocialiseerd.'
ALEXANDRA SCHAAPVELD (52) heeft een rouwproces doorgemaakt. Ze was 25 jaar Directeur Generaal bij ABN Amro; kwam na de verkoop in de top van de Royal Bank of Scotland en werd daar totaal onverwacht van de ene op de andere dag ontslagen. 'Ik weet nu wat het is om er uitgezet te worden. Als je vader van drie kinderen bent en je werk altijd goed gedaan hebt. Ik kom er met mijn capaciteiten en talloze goed betaalde nevenfuncties best doorheen, maar voor zo iemand ligt dat anders.'
Schaapveld heeft zelf vier kinderen. Ook toen ze directeur-generaal was, werd door bepaalde mannen steevast bezorgd gevraagd hoe het de kinderen ging. 'Op een dag was ik het zat. "Ze hebben me zoveel troubles gegeven dat ik ze weggegeven heb", zei ik. Nooit meer naar gevraagd. Aan de andere kant: bij een meerdaagse vergadering kondigde een man de avond tevoren aan dat hij eerder wegging. Later hoorde ik dat z'n dochter moest optreden met haar viool. Mijn eerste opmerking de volgende dag was: hoe was de uitvoering? Natuurlijk kun je het over je kinderen hebben. Maar niet in die veroordelende zin.'
'Diversiteit is nog steeds een probleem, omdat te weinig bestuurders begrijpen waarom het nodig is', zegt ze. 'Ze praten erover, tekenen een charter, maar doen vervolgens niets. De stijl verandert met meerdere vrouwen in een team. Het wordt menselijker. Capaciteiten die mannen ook hebben, maar minder makkelijk opbrengen als ze onder elkaar zijn.'
Ze heeft haar weg naar de top nooit als strijd, maar eerder als uitdaging ervaren: 'Je komt verder door loyaliteit en netwerken.' Ze is niet het type van Queen Bee (ik heb het gered, dus anderen moeten dat ook maar zelf doen), heeft vanuit haar managementspositie mannen gedwongen vrouwen te benoemen, maar is tegelijkertijd oog blijven houden voor de extra barrières voor vrouwen. 'Manage your own career - ik zie dat heel weinig vrouwen doen. Ze blijven lang voor een baas werken, is die ineens weg, blijkt dat niemand háár kent. Zorg dat je een keer per week iets buiten de deur doet dat niets met het bedrijf te maken heeft. Ik golf tegenwoordig. Ik ben verbaasd hoeveel mannen er met die tassen rondlopen. Deed ik zelf vroeger nooit!
En vrouwen zijn buitengewoon kritisch over elkaar. Ze fakkelen alle andere vrouwen af. Dat is absoluut dramatisch. Mannen doen dat al over vrouwen, dat moeten we niet ook nog eens over onszelf gaan doen. Je moet zeggen: ze zit er in ieder geval. Dat positivisme moeten we onder elkaar kweken en onderhouden. Het andere is: je komt soms in situaties die erg moeilijk zijn. Blijf zitten. Don't give up. Van buiten kun je niets veranderen, van binnen wel.'
Ze wordt veel benaderd voor topfuncties, maar aarzelt. 'Alleen als ik het leuk vind. Niet meer voor de bühne. En ook niet omdat het zo belangrijk is dat het een vrouw wordt.'
ALLE geïnterviewde vrouwen zijn zonder meer voor een wettelijk quotum van veertig procent en hebben daar weinig woorden voor nodig. Alexandra Schaapveld: 'Vijf jaar geleden dacht ik nog, het komt wel. Maar we staan al vijf jaar stil, er gebeurt niets, dus het moet verplicht worden.' Jacqueline Rijsdijk: 'Lang geaarzeld, maar ik ben vóór. Verandering bewerkstellig je pas met dertig, veertig procent.' Caty Asscher: 'Je hebt massa nodig, in je eentje kun je de strijd niet winnen. In onzekere tijden valt men terug op oude zekerheden, dus op mannen.' Pamela Boumeester: 'In weerwil van mezelf heb ik het quotummanifest getekend. Het doel heiligt de middelen. Dan maar een paardenmiddel, desnoods tijdelijk.' Judith G., fel: 'Wij zijn de helft van de populatie, de helft van de wereld is van mij! Waarom moet ik vertellen dat ik beter ben dan een man? Sodemieter op zeg, is het allemaal voor jullie dan? Mannen nemen alle beslissingen en sluiten de andere helft uit.'
Quotum
Hoewel zestig procent van alle afgestudeerden in heel Europa vrouw is, heeft slechts één op de tien beursgenoteerde ondernemingen een vrouw in de raad van bestuur en is slechts drie procent voorzitter. In 2002 was het percentage vrouwelijke bestuurders in Noorwegen nog zeven. Ansgar Gabrielsen, toenmalig minister van -Economische Zaken, was het zat dat het old boys network de dienst bleef uitmaken en kondigde op eigen houtje een quotum aan. Een storm van kritiek volgde, maar in 2004 nam het parlement een wet aan die in 2008 tot een verplicht quotum van veertig procent vrouwelijke bestuurders bij beursgenoteerde bedrijven zou moeten leiden. IJsland nam een vergelijkbare wet aan, Frankrijk overweegt er een en Spanje heeft streefcijfers voor 2015. In Nederland nam de Tweede Kamer in 2009 een voorstel aan voor dertig procent -vrouwen in de top van grote bedrijven. Houden bedrijven zich hier niet aan, dan komt er een -quotum. Het wetsvoorstel ligt nog bij de Eerste Kamer.
Viviane Reding, vice-voorzitter van de Europese Commissie en commissaris Justitie, Grondrechten en Burgerschap, gaat in maart van dit jaar met alle ceo's van grote bedrijven aan tafel: als er geen vooruitgang komt, zullen we quota moeten opleggen, zegt ze. Haar doel is dertig procent in 2015 en veertig in 2020. 'Dat geeft ook een sterk signaal naar andere vrouwen om te laten zien dat ze het kunnen.'
Eurocommissaris Neelie Kroes noemde zichzelf in een uitzending over leiderschap een voorbeeld van een excuustruus: 'Barroso had publiekelijk gezegd dat hij dertig procent vrouwen wilde. Anders was ik er niet gekomen in 2004. Ik heb altijd gedacht: mouwen opstropen, dan kom je er wel. Maar zonder quotum redden we het niet. Mannen pikken het niet als een vrouw te hard optreedt, maar als ze te zacht is accepteren ze haar niet als leider. Vrouwen hebben minder behoefte hun ego uitgebreid te etaleren. Uiteindelijk duurt een vergadering in gemengd gezelschap korter en gaat méér over de inhoud.'
Diversiteit
Volgens Robert Swaak (50, getrouwd, vier kinderen) van PwC Nederland (accountants, belastingadviseurs en consultants) is men in Nederland nooit serieus met diversiteit bezig geweest: 'De schooltijden hier zijn archaïsch en de kinderopvang is provisorisch, uitzonderingen daargelaten.' In het buitenland was hij jarenlang gewend te werken met vrouwelijke klanten en collega's. Terug in Nederland en eenmaal bestuurlijk actief binnen PwC merkte hij dat hij bijna geen vrouwen om zich heen had. Hij vertelt: 'We zijn destijds een groot onderzoek gestart binnen PwC en kwamen er achter dat vrouwen onverhoopt en onverklaarbaar tussen vier en zes jaar afhaakten. Honderden vrouwen. Steeds weer: fantastische vrouw, maar ze wil weg. Verwarring en verbazing. Het bleek bijvoorbeeld dat vrouwen weer teruggezet werden op hun potential rating als ze terugkwamen van zwangerschapsverlof. De carrière van mannen liep sneller en bonussen waren vaker in hun voordeel. Ook hier hetzelfde verhaal. Als je een tijdje wegbent, kun je geen fulltime bonus krijgen. Hoezo niet?
Nog iets: een vrouw die na twaalf jaar een negatief beoordelingsgesprek krijgt met de boodschap dat ze over zes weken nog een tweede kans krijgt, trekt haar conclusies en is weg. Kom zeg, heb je over zes weken ineens een ander oordeel? Als ik hier al twaalf jaar werk weet je hoe ik ben. Een man pikt het signaal op en springt nog eens een keer door die hoepel.'
Het onderzoek mondde uit in een diversiteitsprogramma dat door de hele organisatie loopt. 'Het is een taai en langdurig proces', licht Swaak toe. 'Het begint bij de partners. Heb ik alle partners mee? Nee, ik denk het niet. Maar de organisatie wordt sindsdien ook beoordeeld op diversiteit. Cijfers waaruit blijkt dat vrouwen achterblijven, moeten worden uitgelegd en als ze het dan nog niet begrijpen werkt het door in de beoordeling. Mannen moeten het doen, want die zitten op de cruciale plekken. Een aantal bedoelt het goed, maar heeft geen affiniteit met het onderwerp. Dat heeft niets met leeftijd te maken. Mannen die hier al heel lang zitten, doen hun uiterste best en mannen die nog maar een jaar partner zijn, gedragen zich of ze nog nooit een vrouw gezien hebben. Daarom hebben we een bewustwordingsprogramma voor partners geïntroduceerd.
In het begin hebben we ook wel in allerlei gremia vrouwen neergezet en geïntroduceerd in het teken van diversiteit. De token woman. Dat werkte niet. Daar hoeven we niet mee te praten, want die zit er toch maar voor de diversiteit. Ook merkten we dat vrouwen nog harder naar elkaar zijn dan naar mannen. Ze maken elkaar soms af, al dan niet op het werk.
Het diversiteitsprogramma loopt nog maar kort, waardoor we nog relatief weinig midden-kader hebben. Nu drukken we soms een benoeming door. Positieve discriminatie? Die is al honderd jaar de andere kant uit gegaan, zeg ik dan. Een man slaat zichzelf op de borst met allerlei gemeenplaatsen. Een vrouw doet dat niet omdat ze het niet nodig vindt zichzelf nog eens te bewijzen. Betekent dat dan dat ze inherent minder is? Maar zodra ze vertelt dat ze een deal gemaakt heeft van een paar ton is iedereen aangesloten.
Er is nu een aantal vrouwelijke partners die businessunits leiden. En in twee van de drie boards zit een vrouw. Nog géén vrouw in de raad van bestuur. Langzamerhand begint de invloed in de organisatie groter te worden. Vrouwen zijn heel goed in staat processen te benoemen, zonder daar een waardeoordeel overheen te gooien. Mannen onderling zitten toch een beetje naar elkaar te kijken. Bij een complexe probleemstelling is de oplossing altijd beter als de groep heterogener is. Ook de besluitvorming. Dat is wetenschappelijk aangetoond.'
Swaak is faliekant tegen een quotum in zijn bedrijf. 'In Noorwegen werkte dat omdat vrouwen van meet af aan hebben meegedaan en er een laag vrouwelijke managers was die niet verder kwamen. Wij hadden hier helemaal geen vrouwen op dat niveau. Als er voldoende vrouwen zijn moet je dat op een gegeven moment actief gaan benoemen, dan worden vrouwen ook gedragen. Anders is het quotum een soundbite.'
maandag 24 januari 2011
maandag 10 januari 2011
Ikke, ikke, ikke, en de Rest kan st....! (klad)
"Ikke, ikke, ikke, en de Rest kan stikken!", dat lijkt het credo te zijn van onze nieuwe regering; vrijwel ieder bericht dat de leden van het kabinet uitzenden heeft die explicite boodschap, en anders is deze wel de ondertoon ervan.
de rechtse ziel
Klap op de vuurpijl: ontwikkelings-hulp en samenwerking: weg ermee! Alleen als we er zelf direct eigenbelang bij hebben wil staatssecretaris Knaben nog 'hulp' geven. Sorry, maar dat is geen hulp, dat is handel! Zelfs met de allerarmsten in de wereld zijn we niet solidair meer (hoort u het woord solidair uberhaupt nog wel eens? Ik kan het me niet heugen, het woord lijkt wel gewist uit de NLDse vocabulaire...
de ziekenhuizen: iedereen was het er de laatste jaren toch wel over eens dat al op korte termijn tekorten dreigen aan agenten, werkers in de zorg, en leraren en onderwijzers; een demografisch fenomeen.
Dus wat doet de coalitie/overheid:
-we ontslaan 3000 agenten en nemen ze vv, met dan ineens 1/6 van hen in de rol van animalcop, weer aan; we presenteren dat vv als 3000 man extra. Volgens mij betekent het: 3000 mensen die worden gekwetst (hoeveel verlies levert dat de samenleving op?), en effectief minimaal 500 man sterkte eraf...
-op de budgetten van de ziekenhuizen wordt zo gekort dat daar vele banen verloren gaan. Zelfde verschijnsel.
-in het onderwijs gaat het helemaal op vele fronten mis; een gevolg van idiote marktwerking (welke partijen hingen die ook alweer aan?), en schaalvergroting onder het mom van verhogen van de efficiency (idem...).
Cultuur is overbodige luxe,
idem voor natuur
de rechtse ziel
Klap op de vuurpijl: ontwikkelings-hulp en samenwerking: weg ermee! Alleen als we er zelf direct eigenbelang bij hebben wil staatssecretaris Knaben nog 'hulp' geven. Sorry, maar dat is geen hulp, dat is handel! Zelfs met de allerarmsten in de wereld zijn we niet solidair meer (hoort u het woord solidair uberhaupt nog wel eens? Ik kan het me niet heugen, het woord lijkt wel gewist uit de NLDse vocabulaire...
de ziekenhuizen: iedereen was het er de laatste jaren toch wel over eens dat al op korte termijn tekorten dreigen aan agenten, werkers in de zorg, en leraren en onderwijzers; een demografisch fenomeen.
Dus wat doet de coalitie/overheid:
-we ontslaan 3000 agenten en nemen ze vv, met dan ineens 1/6 van hen in de rol van animalcop, weer aan; we presenteren dat vv als 3000 man extra. Volgens mij betekent het: 3000 mensen die worden gekwetst (hoeveel verlies levert dat de samenleving op?), en effectief minimaal 500 man sterkte eraf...
-op de budgetten van de ziekenhuizen wordt zo gekort dat daar vele banen verloren gaan. Zelfde verschijnsel.
-in het onderwijs gaat het helemaal op vele fronten mis; een gevolg van idiote marktwerking (welke partijen hingen die ook alweer aan?), en schaalvergroting onder het mom van verhogen van de efficiency (idem...).
Cultuur is overbodige luxe,
idem voor natuur
vrijdag 4 juni 2010
Privacy in Gevaar
In een commentaar in de Groene Amsterdammer schrijft MARGREET FOGTELOO over weer een geval van oprekken van de wet door het kabinet Balkenende. Volgens de wet niet toegestaan, en nadat het uitkwam de neiging om dan de wet maar aan te passen, in tegenstelling tot het (juridisch) aanpakken van de verantwoordelijken voor deze wetsovertreding. We zitten op een hellend vlak en het gaat steeds verder.
DE POLITIEKORPSEN van Rotterdam-Rijnmond en IJsselland zijn tegen de lamp gelopen wegens een wetsovertreding. Uit een rapport van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), dat vorige week verscheen, bleek dat zij de kentekengegevens van álle automobilisten die rondom Rotterdam langs camera's rijden tien tot meer dagen bewaren. De data zijn voor de politie lekker handig om vanachter het bureau uit te vlooien of iemand strafbare feiten heeft begaan. Zo niet, dan moet ze de gegevens vernietigen. Dat gebeurt niet, en is dus onrechtmatig.
Het registreren van kentekengegevens is in heel Duitsland een paar jaar geleden op initiatief van burgers via de rechter tegengehouden, omdat dit volgsysteem op zich al de privacy van burgers aantast. In Nederland daarentegen ondervindt de overheid vanuit de samenleving weinig weerstand tegen het observeren van bewegingen in de publieke ruimte en het vastleggen van allerlei privacygevoelige gegevens. Is dat omdat we, anders dan onze buren, een groot vertrouwen in de overheid koesteren?
Dat vertrouwen blijkt anders wel moeiteloos al twee jaar door de politie te zijn geschonden. En erger nog, het 'vergrijp' wordt vervolgens zonder schroom gesteund door de ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Ter Horst (Binnenlandse Zaken). Zij stellen naar aanleiding van het rapport van het CBP in één adem voor om de wet dan maar aan te passen aan de prakrijk: ze kondigden een wetswijziging aan om de geregistreerde kentekengegevens tien dagen of veel langer door heel Nederland te kunnen bewaren. Niet de politie wordt op de vingers getikt, maar de ministers grijpen hun kans om wéér een digitaal systeem van burgerdata in te voeren.
De politie in Rotterdam motiveerde zichzelf naar aanleiding van het onderzoek schouderophalend met het argument dat 'het bewaren van alle kentekens leidt tot succes, zoals aanhoudingen in moordzaken'. Kunnen zij hun 'succes' inderdaad aantonen met arrestaties van moordenaars?
Dezelfde rechtvaardiging hanteert de overheid. Om grote vissen te vangen zet je een breed elektronisch sleepnet in. Alle burgers worden daarin meegesleept want het zou best kunnen dat blijkt 'dat iemand strafbare feiten heeft begaan'. Een gewelddadige crimineel, een politieke extremist, iemand met een openstaande boete of iemand met een onkreukbaar burgerbestaan zitten gelijkelijk in de netten gevangen.
Als je niks op je kerfstok hebt, merk je daar inderdaad niks van. Wat er met al die dossiers gebeurt, weet je ook niet. Maar wel wordt steeds duidelijker dat de eerder geopperde vrees voor databuilding terecht was. Het verzamelen en scannen van gegevens geldt niet alleen voor gerichte profielen op basis van risicoanalyses, zoals het invoeren van systemen altijd politiek wordt verkocht. Het treft iedereen en de vastlegging werkt bovendien door naar 'later', naar de toekomst. Iedereen is volgens de overheid in potentie verdacht - een attitude die niet getuigt van vertrouwen in de burgers. Criminelen weten overigens altijd de mazen van het net te vinden.
door MARGREET FOGTELOO
Uit de Groene Amsterdammer (4 februari 2010) -meer Groene-
-meer lezen over privacy-schending door de overheid?-
DE POLITIEKORPSEN van Rotterdam-Rijnmond en IJsselland zijn tegen de lamp gelopen wegens een wetsovertreding. Uit een rapport van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), dat vorige week verscheen, bleek dat zij de kentekengegevens van álle automobilisten die rondom Rotterdam langs camera's rijden tien tot meer dagen bewaren. De data zijn voor de politie lekker handig om vanachter het bureau uit te vlooien of iemand strafbare feiten heeft begaan. Zo niet, dan moet ze de gegevens vernietigen. Dat gebeurt niet, en is dus onrechtmatig.
Het registreren van kentekengegevens is in heel Duitsland een paar jaar geleden op initiatief van burgers via de rechter tegengehouden, omdat dit volgsysteem op zich al de privacy van burgers aantast. In Nederland daarentegen ondervindt de overheid vanuit de samenleving weinig weerstand tegen het observeren van bewegingen in de publieke ruimte en het vastleggen van allerlei privacygevoelige gegevens. Is dat omdat we, anders dan onze buren, een groot vertrouwen in de overheid koesteren?
Dat vertrouwen blijkt anders wel moeiteloos al twee jaar door de politie te zijn geschonden. En erger nog, het 'vergrijp' wordt vervolgens zonder schroom gesteund door de ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Ter Horst (Binnenlandse Zaken). Zij stellen naar aanleiding van het rapport van het CBP in één adem voor om de wet dan maar aan te passen aan de prakrijk: ze kondigden een wetswijziging aan om de geregistreerde kentekengegevens tien dagen of veel langer door heel Nederland te kunnen bewaren. Niet de politie wordt op de vingers getikt, maar de ministers grijpen hun kans om wéér een digitaal systeem van burgerdata in te voeren.
De politie in Rotterdam motiveerde zichzelf naar aanleiding van het onderzoek schouderophalend met het argument dat 'het bewaren van alle kentekens leidt tot succes, zoals aanhoudingen in moordzaken'. Kunnen zij hun 'succes' inderdaad aantonen met arrestaties van moordenaars?
Dezelfde rechtvaardiging hanteert de overheid. Om grote vissen te vangen zet je een breed elektronisch sleepnet in. Alle burgers worden daarin meegesleept want het zou best kunnen dat blijkt 'dat iemand strafbare feiten heeft begaan'. Een gewelddadige crimineel, een politieke extremist, iemand met een openstaande boete of iemand met een onkreukbaar burgerbestaan zitten gelijkelijk in de netten gevangen.
Als je niks op je kerfstok hebt, merk je daar inderdaad niks van. Wat er met al die dossiers gebeurt, weet je ook niet. Maar wel wordt steeds duidelijker dat de eerder geopperde vrees voor databuilding terecht was. Het verzamelen en scannen van gegevens geldt niet alleen voor gerichte profielen op basis van risicoanalyses, zoals het invoeren van systemen altijd politiek wordt verkocht. Het treft iedereen en de vastlegging werkt bovendien door naar 'later', naar de toekomst. Iedereen is volgens de overheid in potentie verdacht - een attitude die niet getuigt van vertrouwen in de burgers. Criminelen weten overigens altijd de mazen van het net te vinden.
door MARGREET FOGTELOO
Uit de Groene Amsterdammer (4 februari 2010) -meer Groene-
-meer lezen over privacy-schending door de overheid?-
Labels:
Ambtenaren,
Nederlandse Ziekte,
Overheid,
Politiek
woensdag 2 juni 2010
Zucht naar Efficiency; de Nederlandse Ziekte
Het is weer Verkiezingstijd, dus buitelen de politici weer over elkaar heen met hun, al dan niet gefundeerde, plannen en plannetjes. Deze keer zou er monstreus bezuinigd moeten gaan worden, althans dat wil een aanzienlijk deel van hen ons doen geloven. Dus is er een wedstrijd ver-pissen ontstaan over wie er het meest en het meest ingrijpend zou kunnen bezuinigen.
Met name rechts is daar natuurlijk kampioen in; zowel CDA als VVD beloven ons gigantische ingrepen, waar schijnlijk begrijpen nog maar weinigen van ons (ik ook niet hoor!) hoe diep hun plannen wel niet zullen snijden in allerlei essentiële zaken die ons allen aangaan.
Er is ook een type bezuiniging dat veel kiezers erg aanspreekt: bezuinigen op de overheid, dat betekent eigenlijk 'bezuinigen op AMBTENAREN!' Dat soort kretelogie doet het bij veel mensen erg goed, dus wordt het, bij wijze van remedie voor alles, eigenlijk iedere verkiezingscampagne wel weer opgedist door één of meerdere partijen. En vooral door 'daadkrachtige' partijen als VVD en CDA...
Nu ben ik de eerste om er mee in te stemmen dat het allemaal wel wat beter kan bij veel overheidsinstellingen. En beter betekent meestal ook goedkoper. Maar daarvoor is wel wat nodig: precies weten wat je wilt, dit vertalen in heldere richtlijnen, en goed management om het dan vervolgens allemaal in praktijk te brengen. En daar schort het, juist vooral bij CDA en VVD(!), nogal eens aan. Als dat niet het geval zou zijn was het allemaal allang gerealiseerd natuurlijk, want juist deze twee partijen zijn al meer dan een eeuw constant aan de macht.
Het is ze dus tot nu toe niet gelukt. Waarom? Omdat het vaak al in de fase van jholle verkiezingsrethoriek blijft steken: minder bestuurslagen, minder ministeries, met de kaasschaaf bezuinigen, en soms zelfs regelrecht tegenstrijdige opdrachten voor de uitvoerenden. Een mooi voorbeeld was VVD minister van Binnenlandse zaken die met de ene hand het aantal rijksambtenaren flink moest terugbrengen en de loonkosten per ambtenaar moest verlagen en aan de andere kant meer beleid moest realiseren. Dat bleek tegenstrijdig, en dus verklaarde hij, in een interview natuurlijk - en dus niet in de regering, danwel het parlement -, 'in een spagaat te zitten'. Dit is een eufimisme voor 'een onmogelijk taak'. Hij was tenminste nog ergens (even) eerlijk. Meestal wordt het probleem gewoon op het volgende bordje gelegd: door privatisering op de ToDo-lijstjes van de directies van (ineens) particuliere, of tenminste verzelfstandigde 'bedrijven' (die dat vaak natuurlijk helemaal nog niet zijn; je maakt van een overheidsorgaan niet zomaar een competatief markt-bedrijf). Of op het bord van (semi-)overheidsmanagers die ook vaak voor een onmogelijke taak worden gesteld. U snapt: tegenover zo'n klus dient natuurlijk compensatie te staan, die is vaak snel gevonden...veelal in absurd hoge salarissen. Dit soort situaties trekt dan natuurlijk ook nog eens niet het juiste slag mensen aan (n.l. de niet integere, dan wel opportunistische soort), en daarmee zijn dan weer veel schandalen van de afgelopen jaren in de kiem verklaard.
Efficiency is dus vaak het mooi woord voor een stoplap; er wordt wel over gepraat en mee geschermd, maar op zijn best is het windowdressing. Op zijn slechts betekent het dat de uitvoerenden op de werkvloer, en daarmee bedoel ik het onderste echalon, die het gelag betalen; namelijk door harder te moeten werken voor op z'n best hetzelfde, maar vaak zelfs voor minder geld.
De schoonmakers gaven met hun maandenlange staking recent al blijk van het feit dat zij bij die betreurenswaardige groep behoren. Ze 'wonnen'...nou ja, eigenlijk natuurlijk niet; want winnen is niet voor zwaar en vies werk, zonder reiskostenvergoeding, zegge en schrijve 2 dubbeltjes per uur meer gaan verdienen!
Een ander mooi voorbeeld is de post-branche. Ook deze moest, zo'n 25 jaar geleden in de vaart der (wereldwijde) markte te worden opgestuwd. En nu beginnen wij zo langzamerhand de echte daadwerkelijke realisatie daarvan te zien. Veel postbodes raken (op termijn) hun baan kwijt, of zien onder ogen dat ze hetzelfde werk misschien wel voor minder salaris zullen moeten gaan doen. Op z'n best houden ze hetzelfde salaris voor harder werken. Maar de echt betreurenswaardige werkers in die branche daarover hoor je weinig; dat zijn de mensen die, vaak voor karig stukloon, voor andere werkgevers dan TNT Post hun post in brievenbussen stoppen, of aan de deur aanbieden. Het zijn de werkers (ik schijf bewust niet werknemers!) van bedrijven als Postselect en Sand. Zij werken veelal zonder fatsoenlijk contract, en al helemaal niet met een minimum aan zekerheid, en niet zelden onder het wettelijk minimumloon. Maar dan is het tenminste wel efficient, zullen sommigen zeggen, dat soort mensen, in die omstandigheden, wil natuurlijk wel (zo) hard (mogelijk) werken!?
Welnee, dat is het eerste wat duidelijk is: HET IS HELEMAAL NIET EFFICIENT! Want wat is de uitkomst? Dat er drie of meer dagen per week, op de meeste plaatsen, twee of drie(!) postbodes langs de deuren gaan, dat de post in drie verschillende batches wordt verwerkt en bezorgd...
Niemaand maakt mij wijs dat dat efficienter is dan wanneer het (Staatsbedrijf der Ptt), wat betreft post verwerking al vele jaren de witte raaf der wereldwijde postbedrijven wat betreft efficiency, de post had blijven bezorgen onder een (beperkt) monopolie dit minder efficient zou zijn geweest dan wat zich nu dag in , dag uit afspeelt op de nederlandse starten en pleinen.
post
Met name rechts is daar natuurlijk kampioen in; zowel CDA als VVD beloven ons gigantische ingrepen, waar schijnlijk begrijpen nog maar weinigen van ons (ik ook niet hoor!) hoe diep hun plannen wel niet zullen snijden in allerlei essentiële zaken die ons allen aangaan.
Er is ook een type bezuiniging dat veel kiezers erg aanspreekt: bezuinigen op de overheid, dat betekent eigenlijk 'bezuinigen op AMBTENAREN!' Dat soort kretelogie doet het bij veel mensen erg goed, dus wordt het, bij wijze van remedie voor alles, eigenlijk iedere verkiezingscampagne wel weer opgedist door één of meerdere partijen. En vooral door 'daadkrachtige' partijen als VVD en CDA...
Nu ben ik de eerste om er mee in te stemmen dat het allemaal wel wat beter kan bij veel overheidsinstellingen. En beter betekent meestal ook goedkoper. Maar daarvoor is wel wat nodig: precies weten wat je wilt, dit vertalen in heldere richtlijnen, en goed management om het dan vervolgens allemaal in praktijk te brengen. En daar schort het, juist vooral bij CDA en VVD(!), nogal eens aan. Als dat niet het geval zou zijn was het allemaal allang gerealiseerd natuurlijk, want juist deze twee partijen zijn al meer dan een eeuw constant aan de macht.
Het is ze dus tot nu toe niet gelukt. Waarom? Omdat het vaak al in de fase van jholle verkiezingsrethoriek blijft steken: minder bestuurslagen, minder ministeries, met de kaasschaaf bezuinigen, en soms zelfs regelrecht tegenstrijdige opdrachten voor de uitvoerenden. Een mooi voorbeeld was VVD minister van Binnenlandse zaken die met de ene hand het aantal rijksambtenaren flink moest terugbrengen en de loonkosten per ambtenaar moest verlagen en aan de andere kant meer beleid moest realiseren. Dat bleek tegenstrijdig, en dus verklaarde hij, in een interview natuurlijk - en dus niet in de regering, danwel het parlement -, 'in een spagaat te zitten'. Dit is een eufimisme voor 'een onmogelijk taak'. Hij was tenminste nog ergens (even) eerlijk. Meestal wordt het probleem gewoon op het volgende bordje gelegd: door privatisering op de ToDo-lijstjes van de directies van (ineens) particuliere, of tenminste verzelfstandigde 'bedrijven' (die dat vaak natuurlijk helemaal nog niet zijn; je maakt van een overheidsorgaan niet zomaar een competatief markt-bedrijf). Of op het bord van (semi-)overheidsmanagers die ook vaak voor een onmogelijke taak worden gesteld. U snapt: tegenover zo'n klus dient natuurlijk compensatie te staan, die is vaak snel gevonden...veelal in absurd hoge salarissen. Dit soort situaties trekt dan natuurlijk ook nog eens niet het juiste slag mensen aan (n.l. de niet integere, dan wel opportunistische soort), en daarmee zijn dan weer veel schandalen van de afgelopen jaren in de kiem verklaard.
Efficiency is dus vaak het mooi woord voor een stoplap; er wordt wel over gepraat en mee geschermd, maar op zijn best is het windowdressing. Op zijn slechts betekent het dat de uitvoerenden op de werkvloer, en daarmee bedoel ik het onderste echalon, die het gelag betalen; namelijk door harder te moeten werken voor op z'n best hetzelfde, maar vaak zelfs voor minder geld.
De schoonmakers gaven met hun maandenlange staking recent al blijk van het feit dat zij bij die betreurenswaardige groep behoren. Ze 'wonnen'...nou ja, eigenlijk natuurlijk niet; want winnen is niet voor zwaar en vies werk, zonder reiskostenvergoeding, zegge en schrijve 2 dubbeltjes per uur meer gaan verdienen!
Een ander mooi voorbeeld is de post-branche. Ook deze moest, zo'n 25 jaar geleden in de vaart der (wereldwijde) markte te worden opgestuwd. En nu beginnen wij zo langzamerhand de echte daadwerkelijke realisatie daarvan te zien. Veel postbodes raken (op termijn) hun baan kwijt, of zien onder ogen dat ze hetzelfde werk misschien wel voor minder salaris zullen moeten gaan doen. Op z'n best houden ze hetzelfde salaris voor harder werken. Maar de echt betreurenswaardige werkers in die branche daarover hoor je weinig; dat zijn de mensen die, vaak voor karig stukloon, voor andere werkgevers dan TNT Post hun post in brievenbussen stoppen, of aan de deur aanbieden. Het zijn de werkers (ik schijf bewust niet werknemers!) van bedrijven als Postselect en Sand. Zij werken veelal zonder fatsoenlijk contract, en al helemaal niet met een minimum aan zekerheid, en niet zelden onder het wettelijk minimumloon. Maar dan is het tenminste wel efficient, zullen sommigen zeggen, dat soort mensen, in die omstandigheden, wil natuurlijk wel (zo) hard (mogelijk) werken!?
Welnee, dat is het eerste wat duidelijk is: HET IS HELEMAAL NIET EFFICIENT! Want wat is de uitkomst? Dat er drie of meer dagen per week, op de meeste plaatsen, twee of drie(!) postbodes langs de deuren gaan, dat de post in drie verschillende batches wordt verwerkt en bezorgd...
Niemaand maakt mij wijs dat dat efficienter is dan wanneer het (Staatsbedrijf der Ptt), wat betreft post verwerking al vele jaren de witte raaf der wereldwijde postbedrijven wat betreft efficiency, de post had blijven bezorgen onder een (beperkt) monopolie dit minder efficient zou zijn geweest dan wat zich nu dag in , dag uit afspeelt op de nederlandse starten en pleinen.
post
Labels:
Ambtenaren,
Efficiency,
Marktwerking,
Nederlandse Ziekte,
Overheid,
Post
zondag 25 april 2010
Uit Trouw (3-4-2010): Waar is de solidariteit?
Toch niet de eerste, meest linkse, krant waar het gaat om sociaal beleid, zeg maar 'tegen CDA en VVD'; ik heb het over dagblad Trouw. Maar op 3-4-2010 stonden er onderstaande vier verhalen in die allemaal vallen onder de vlag 'Waar is de solidariteit?'. Goede vraag, vandaag de dag! Want de solidariteit is ver te zoeken, steeds verder dus; bijna buiten Nederland heb je nog een kansje zou ik zeggen...
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen sociale, solidaire mensen meer zijn in ons land; die zijn er volgens mij nog steeds genoeg, alleen hoor je weinig van en over hen. In deze verhalen klinkt 'de solidaire toon' nog wèl door!
De vier verhalen gaan o.a. over solidariteit met: wao'ers, kwetsbare leerlingen in het onderwijs, en over zorg. Verder een stuk over de zin/onzin was draconische bezuinigingen.
3-4-2010
Waar is de solidariteit?
Wie betaalt de prijs voor de miljardenbezuinigingen? En blijft de solidariteit in de samenleving overeind? Drie deskundigen over de voorstellen die de Haagse ambtenaren donderdag deden. De zwakkere leerlingen krijgen klappen, stelt de onderwijskundige. De gezondheidseconoom is tevreden. „Meebetalen aan je huisarts schaadt de solidariteit volstrekt niet.”
Jeroen den Blijker
Gezondheidszorg is nu eenmaal niet gratis
Fijn dat we in Nederland zo’n goed ambtenarenapparaat hebben, zegt gezondheidseconoom Marcel Canoy. „De werkgroep heeft goed doordachte adviezen uitgebracht over de zorg.” Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie aan de universiteit van Tilburg en werkzaam bij adviesbureau Ecorys, kan zich daarom niet vinden in de kritiek op het plan om bijvoorbeeld het eigen risico in de zorgverzekering voor volwassenen van 165 naar 775 euro op te krikken. Of voor ieder bezoek aan de huisarts een eigen bijdrage in rekening te brengen van 5 euro Canoy: „Zo wordt de consument geprikkeld om erbij stil te staan dat zorg niet gratis is. Dat is nu wel het idee omdat de verzekeraar toch wel betaalt.”
Dat deze maatregelen vooral een drempel zijn, gelooft hij niet. „Het eigen risico is in Nederland heel laag; in de Oeso-landen ligt het gemiddeld op vijfhonderd euro. In andere Europese landen kreperen de mensen toch ook niet op straat?” De helft van de mensen die naar de huisarts gaat mankteer bovendien niets, citeert Canoy een onderzoek van zijn Rotterdamse collega Johan Mackenbach. „En vijf euro is echt geen probleem, ook niet voor de lage inkomens”, meent Canoy. „In België is het heel normaal dat je direct afrekent bij de huisarts. Waarom zou dat hier niet kunnen?”
Ook de hervormingsvoorstellen voor de AWBZ juicht Canoy toe. „De AWBZ is al lang niet meer waarvoor zij ooit bedoeld was, namelijk langdurige, onverzekerde zorg die niet gericht is op genezing.”
De AWBZ kent eigenlijk dezelfde handicap als ooit de WAO, meent de econoom. „Te breed gedefinieerd en te zwak getoetst. Dan lopen de kosten almaar op.” Zo kwamen onder de AWBZ onbedoeld allerlei kostbare voorzieningen, bijvoorbeeld op terrein van welzijn en huisvesting. Minder recht en meer eigen bijdragen, voor bijvoorbeeld wonen in een verzorgingshuis, is dan onvermijdelijk. De commissie wil verder de AWBZ-zorg van de sterk groeiende groep mensen met een laag IQ beperken. Het vereiste IQ zou naar beneden moeten, van 85 naar het internationaal aanvaarde 70. Een deel van deze mensen zou dan moeten aankloppen bij jeugdzorg, sociale werkvoorziening of speciaal onderwijs. Canoy: „Dat lijkt op het verschuiven van posten, maar is het niet. Deze instellingen zijn in de regel beter toegerust om hier kostenefficiënt mee om te gaan.” Hij betwijfelt wel of het politiek haalbaar is verzekeraars en gemeenten meer AWBZ-taken voor hun rekening te laten nemen, zoals gesuggereerd.
Dat de ambtenaren de solidariteit om zeep helpen, vindt Canoy onzin. „Een hoger eigen risico en eigen bijdragen staan helemaal niet op gespannen voet met solidariteit. Ik zeg altijd maar zo – in overdrachtelijke zin: „Ik ben liever solidair met mijn rechterbuurvrouw die chronisch ziek is dan met mijn linkerbuurman die geld verspilt omdat hij twee keer in de week onnodig naar de arts gaat.” En voor kwetsbare groepen zoals chronisch zieken is altijd wel een regeling te treffen, meent Canoy. „Al moet je dan accepteren dat de besparing lager is. Uiteindelijk is de keuze aan de politiek.”
Hanne Obbink
Kwetsbaarste leerlingen betalen de prijs
„Het kan”, zegt Wim Meijnen, emeritus hoogleraar onderwijskunde, over veel bezuinigingsvoorstellen van de ambtelijke werkgroep. Een jaar korter in het middelbaar beroepsonderwijs, minder vakken op havo en vwo, minder uren les? „Het kan, zeker. Maar van veel maatregelen zijn de consequenties volstrekt niet te overzien.”
Wie betaalt de prijs? Bij een aantal maatregelen zijn dat vooral de kwetsbaarste groepen, vreest Meijnen. „De werkgroep vindt dat veel mbo-opleidingen wel een jaar korter kunnen. Maar met name op de lagere niveaus heb je te maken met jongeren die niet minder, maar juist méér onderwijstijd nodig hebben. Op die niveaus wordt nu veel aandacht besteed aan socialisatie, aan het leren zich staande te houden in de samenleving. Dat kost tijd. Van de werkgroep mag dat wel wat minder. Maar deze jongeren hebben die aandacht voor socialisatie wel nodig.”
Tegelijkertijd wil de werkgroep minder geld steken in het voorkomen van voortijdige schooluitval. „Daarvoor worden de scholen zelf verantwoordelijk, zegt ze. Maar hoe? Nu al is de vraag vaak: hoe houden we deze jongeren op school, hoe voorkom je dat ze op straat gaan rondhangen? Ik voorzie dat de problemen met dit soort jongeren enorm zullen toenemen,”
Iets soortgelijks geldt ook voor het voortgezet onderwijs. Daar hoeft van de werkgroep straks niet langer 1.000 uur les per jaar gegeven te worden, zoals nu, maar slechts 850. „Op havo en vwo kan dat misschien, daar kan je de leerlingen meer thuis laten werken. Maar in het vmbo kun je niet meer zelfwerkzaamheid van leerlingen vragen. Veel vmbo’ers leren alleen onder toezicht; huiswerk wordt gewoon niet gemaakt.”
Een andere maatregel waarvan heel duidelijk is wie daarvan te lijden heeft, is het sluiten van kleine basisscholen. „Er wordt gesproken van 1.200 kleine scholen, een zesde van het totaal. Dat betekent een geweldige kaalslag in dorpen op het platteland; buiten de Randstad zullen ouders hun kind van heinde en verre naar school moeten brengen.”
Er is eigenlijk maar één bezuinigingsmaatregel waarvoor Meijnen niet op voorhand beducht is: het terugdraaien van de klassenverkleining. Vanaf halverwege de jaren negentig heeft de overheid honderden miljoenen per jaar gestoken in het kleiner maken van de klassen op de basisschool. „Maar daarvan is nooit bewezen dat het onderwijs er beter van wordt.”
Toch heeft ook deze bezuiniging haar prijs. „Als er iets is waarop leerkrachten prijs stellen, zijn het kleinere klassen. Draai je die klassenverkleining terug, dan kun je dus veel verzet verwachten. De prestaties van leerlingen zullen er waarschijnlijk niet onder lijden, maar het heeft wel invloed op de arbeidsomstandigheden. Het aanzien van het beroep zal enorm dalen.”
Wybo Algra
Echt onzinnig: 29 miljard euro per jaar bezuinigen
Harrie Verbon zegt het gedecideerd: „Nee.” Nee, de Tilburgse econoom zag geen spat nieuws in al die mogelijkheden die al die ambtenaren aandroegen om financieel schoon schip te maken. „Hoger collegegeld in het hoger onderwijs, het minimumloon omlaag, daar hoef je toch geen half jaar over na te denken?”
Of neem die voorstellen om provincies en waterschappen te schrappen. „We hebben al heel vaak pogingen gedaan om het openbaar bestuur beter te organiseren. Het punt is dat we gewoon niet zo goed weten wat het beste is. Centraal, decentraal of iets er tussenin. Daar kijken we voortdurend anders tegenaan.”
Nee, vat hij nog maar eens samen, niets nieuws. Zo erg is dat trouwens niet. Want wat Verbon betreft, hoeven we het niet moeilijker te maken dan het is. Zo ziet hij persoonlijk helemaal niet de noodzaak om uiteindelijk 29 miljard euro per jaar te bezuinigen. ’Echt onzinnig’, noemt hij dat zelfs. „Het Centraal Planbureau gaat er dan bijvoorbeeld van uit dat de AOW mee stijgt met de inkomens. Maar dat is de afgelopen dertig jaar helemaal niet gebeurd.”
Niet dat er helemaal niets moet gebeuren. Zo lopen, als we niet oppassen, de zorgkosten gierend uit de hand. „Vroeger kregen de zorginstellingen een vast budget. We hadden toen wachtlijsten, maar financieel wisten we waar we aan toe waren. Nu hebben we marktwerking, maar dat hebben we niet consequent doorgevoerd. Zo krijgen zorgverzekeraars nog steeds geld van de overheid als ze meer uitgeven dan verwacht. Daar moeten we echt iets aan doen. De ambtenaren zoeken de oplossing voor de stijgende zorgkosten in een hoge eigen bijdrage, maar dat vind ik niet sterk. Volgens mij zijn doktoren ook vrij bepalend. Als alle specialisten in loondienst komen, is ook een deel van de kostenexplosie onder controle.”
Voor de zorg moet dus echt een oplossing komen, stelt Verbon. Zou het CPB daarnaast uitgaan van een geringere stijging van de AOW-uitkering, dan is wat hem betreft het probleem al voor een belangrijk deel opgelost: met per jaar een miljard of 15 bezuinigen zijn we er voorlopig dan wel. En die 15 miljard, daar is makkelijk aan te komen. Het hoeft bovendien niet op stel en sprong, als het maar structureel is.
Hij somt op: de hypotheekrenteaftrek. De ambtenaren dragen allerlei varianten aan, maar Verbon is niet voor halve maatregelen. We moeten er op termijn gewoon helemaal vanaf. Dat levert al 11 miljard per jaar op: nog 4 miljard te gaan. Vervolgens de vennootschapsbelasting: die kan makkelijk omhoog. Daarvoor boekt Verbon 2,5 miljard in. „We hebben de belasting op winst in Nederland sterk verlaagd om te kunnen concurreren met het buitenland”, verklaart hij. „Maar dat is doorgeschoten. We zijn een belastinghaven geworden, en dat moeten we niet willen.”
Dan het toptarief voor de inkomstenbelasting. Dat mag van Verbon ook omhoog: nog eens een half tot een heel miljard in de knip. En tenslotte verdere fiscalisering van de AOW, waardoor ouderen meer gaan meebetalen: nog eens ruim een miljard in de knip. „Dan zitten we al over die 15 miljard heen.”
Laura van Baars
Is een WAO'er wel een reddingsboei waard - per saldo reïntegratie
Alle hens aan dek, maar de werkloze arbeidsongeschikte mag onder in het scheepsruim blijven zitten. We komen niet meer bij hem kijken als het schip vergaat. Want die lanterfantende WAO’er, die hadden we stiekem toch al afgeschreven. Ook als we straks weer aanspoelen, hebben we er eigenlijk niets meer aan. Hem een reddingsboei toewerpen, is verspilde moeite. En vooral verspild geld.
Het is een beetje een kille redenering, om werkloze WAO’ers niet langer te helpen bij het vinden van een baan omdat het te weinig oplevert. Het rijk wil 127 miljoen euro bezuinigen op deze dienst van het UWV. Alleen WAO’ers die zelf komen aanzetten met een vacature waarop zij kans denken te maken, kunnen nog op hulp rekenen.
Nu moeten ze het op eigen kracht doen. Hoe erg is dat? Een aantal WAO’ers zal blij zijn niet langer in de nek gehijgd te worden door jobcoaches. Niet voor niets is vaak geklaagd over de onzorgvuldige manier waarop zij door UWV-artsen herkeurd werden. Ineens moesten zij op zoek naar een baan, terwijl zij zich daar niet altijd toe in staat voelden. Al te veel consideratie toonde het UWV niet: arbeidsongeschikten kregen vaker het stempel van profiteurs en zelfs fraudeurs. ’Werk, werk, werk’ en ’Alle hens aan dek’ (u kent ze wel, die politieke slogans) golden altijd ook voor hen. Met de toekomstige krapte op de arbeidsmarkt kon niemand daar gemist worden.
En het ging tot aan de crisis ook best goed met die bemiddeling van herkeurde WAO’ers. Van de mensen die dit in 2005 ondergingen, had 60 procent na drieënhalf jaar nog een baan. Van de groep uit 2006 was tweeënhalf jaar na de herkeuring nog 65 procent aan de slag. WAO’ers zijn dankzij hun eerder opgedane werkervaring soms beter inzetbaar dan mensen met een bijstandsuitkering. Toch krijgen de bijstandsklanten nu nog steeds hulp, en laten we de werkloze WAO’er in de kou staan. Wat de WAO’er overkomt, is iets dat wij in Nederland, waar al sinds Paars I in 1994 de ’meedoen’-gedachte rondwaart, asociaal zouden noemen. Reïntegratie-activiteiten geven ritme, en het gevoel dat er nog iemand op je zit te wachten. Zij geven structuur aan een mensenleven, en aan dat van zijn naasten. Wie zich verveelt en vereenzaamt, zal eerder verslaafd raken of schulden maken. Hij doet doorgaans een groter beroep op de gezondheidszorg. Ofwel, de sociale kosten op andere terreinen dan de reïntegratie nemen toe.
Behalve dat het afschrijven van mensen uiteindelijk nooit een succesvolle bezuiniging kan opleveren, stelt het ons ook voor praktische problemen in de toekomst. Want de babyboomers blijven natuurlijk wel gewoon met pensioen gaan. De krapte op de arbeidsmarkt zwelt verder aan, al lijkt die momenteel nog niet zo nijpend. Maar als we in onze reddingsboeien aanspoelen bij betere tijden, is het schip met werkloze WAO’ers wel vergaan.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen sociale, solidaire mensen meer zijn in ons land; die zijn er volgens mij nog steeds genoeg, alleen hoor je weinig van en over hen. In deze verhalen klinkt 'de solidaire toon' nog wèl door!
De vier verhalen gaan o.a. over solidariteit met: wao'ers, kwetsbare leerlingen in het onderwijs, en over zorg. Verder een stuk over de zin/onzin was draconische bezuinigingen.
3-4-2010
Waar is de solidariteit?
Wie betaalt de prijs voor de miljardenbezuinigingen? En blijft de solidariteit in de samenleving overeind? Drie deskundigen over de voorstellen die de Haagse ambtenaren donderdag deden. De zwakkere leerlingen krijgen klappen, stelt de onderwijskundige. De gezondheidseconoom is tevreden. „Meebetalen aan je huisarts schaadt de solidariteit volstrekt niet.”
Jeroen den Blijker
Gezondheidszorg is nu eenmaal niet gratis
Fijn dat we in Nederland zo’n goed ambtenarenapparaat hebben, zegt gezondheidseconoom Marcel Canoy. „De werkgroep heeft goed doordachte adviezen uitgebracht over de zorg.” Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie aan de universiteit van Tilburg en werkzaam bij adviesbureau Ecorys, kan zich daarom niet vinden in de kritiek op het plan om bijvoorbeeld het eigen risico in de zorgverzekering voor volwassenen van 165 naar 775 euro op te krikken. Of voor ieder bezoek aan de huisarts een eigen bijdrage in rekening te brengen van 5 euro Canoy: „Zo wordt de consument geprikkeld om erbij stil te staan dat zorg niet gratis is. Dat is nu wel het idee omdat de verzekeraar toch wel betaalt.”
Dat deze maatregelen vooral een drempel zijn, gelooft hij niet. „Het eigen risico is in Nederland heel laag; in de Oeso-landen ligt het gemiddeld op vijfhonderd euro. In andere Europese landen kreperen de mensen toch ook niet op straat?” De helft van de mensen die naar de huisarts gaat mankteer bovendien niets, citeert Canoy een onderzoek van zijn Rotterdamse collega Johan Mackenbach. „En vijf euro is echt geen probleem, ook niet voor de lage inkomens”, meent Canoy. „In België is het heel normaal dat je direct afrekent bij de huisarts. Waarom zou dat hier niet kunnen?”
Ook de hervormingsvoorstellen voor de AWBZ juicht Canoy toe. „De AWBZ is al lang niet meer waarvoor zij ooit bedoeld was, namelijk langdurige, onverzekerde zorg die niet gericht is op genezing.”
De AWBZ kent eigenlijk dezelfde handicap als ooit de WAO, meent de econoom. „Te breed gedefinieerd en te zwak getoetst. Dan lopen de kosten almaar op.” Zo kwamen onder de AWBZ onbedoeld allerlei kostbare voorzieningen, bijvoorbeeld op terrein van welzijn en huisvesting. Minder recht en meer eigen bijdragen, voor bijvoorbeeld wonen in een verzorgingshuis, is dan onvermijdelijk. De commissie wil verder de AWBZ-zorg van de sterk groeiende groep mensen met een laag IQ beperken. Het vereiste IQ zou naar beneden moeten, van 85 naar het internationaal aanvaarde 70. Een deel van deze mensen zou dan moeten aankloppen bij jeugdzorg, sociale werkvoorziening of speciaal onderwijs. Canoy: „Dat lijkt op het verschuiven van posten, maar is het niet. Deze instellingen zijn in de regel beter toegerust om hier kostenefficiënt mee om te gaan.” Hij betwijfelt wel of het politiek haalbaar is verzekeraars en gemeenten meer AWBZ-taken voor hun rekening te laten nemen, zoals gesuggereerd.
Dat de ambtenaren de solidariteit om zeep helpen, vindt Canoy onzin. „Een hoger eigen risico en eigen bijdragen staan helemaal niet op gespannen voet met solidariteit. Ik zeg altijd maar zo – in overdrachtelijke zin: „Ik ben liever solidair met mijn rechterbuurvrouw die chronisch ziek is dan met mijn linkerbuurman die geld verspilt omdat hij twee keer in de week onnodig naar de arts gaat.” En voor kwetsbare groepen zoals chronisch zieken is altijd wel een regeling te treffen, meent Canoy. „Al moet je dan accepteren dat de besparing lager is. Uiteindelijk is de keuze aan de politiek.”
Hanne Obbink
Kwetsbaarste leerlingen betalen de prijs
„Het kan”, zegt Wim Meijnen, emeritus hoogleraar onderwijskunde, over veel bezuinigingsvoorstellen van de ambtelijke werkgroep. Een jaar korter in het middelbaar beroepsonderwijs, minder vakken op havo en vwo, minder uren les? „Het kan, zeker. Maar van veel maatregelen zijn de consequenties volstrekt niet te overzien.”
Wie betaalt de prijs? Bij een aantal maatregelen zijn dat vooral de kwetsbaarste groepen, vreest Meijnen. „De werkgroep vindt dat veel mbo-opleidingen wel een jaar korter kunnen. Maar met name op de lagere niveaus heb je te maken met jongeren die niet minder, maar juist méér onderwijstijd nodig hebben. Op die niveaus wordt nu veel aandacht besteed aan socialisatie, aan het leren zich staande te houden in de samenleving. Dat kost tijd. Van de werkgroep mag dat wel wat minder. Maar deze jongeren hebben die aandacht voor socialisatie wel nodig.”
Tegelijkertijd wil de werkgroep minder geld steken in het voorkomen van voortijdige schooluitval. „Daarvoor worden de scholen zelf verantwoordelijk, zegt ze. Maar hoe? Nu al is de vraag vaak: hoe houden we deze jongeren op school, hoe voorkom je dat ze op straat gaan rondhangen? Ik voorzie dat de problemen met dit soort jongeren enorm zullen toenemen,”
Iets soortgelijks geldt ook voor het voortgezet onderwijs. Daar hoeft van de werkgroep straks niet langer 1.000 uur les per jaar gegeven te worden, zoals nu, maar slechts 850. „Op havo en vwo kan dat misschien, daar kan je de leerlingen meer thuis laten werken. Maar in het vmbo kun je niet meer zelfwerkzaamheid van leerlingen vragen. Veel vmbo’ers leren alleen onder toezicht; huiswerk wordt gewoon niet gemaakt.”
Een andere maatregel waarvan heel duidelijk is wie daarvan te lijden heeft, is het sluiten van kleine basisscholen. „Er wordt gesproken van 1.200 kleine scholen, een zesde van het totaal. Dat betekent een geweldige kaalslag in dorpen op het platteland; buiten de Randstad zullen ouders hun kind van heinde en verre naar school moeten brengen.”
Er is eigenlijk maar één bezuinigingsmaatregel waarvoor Meijnen niet op voorhand beducht is: het terugdraaien van de klassenverkleining. Vanaf halverwege de jaren negentig heeft de overheid honderden miljoenen per jaar gestoken in het kleiner maken van de klassen op de basisschool. „Maar daarvan is nooit bewezen dat het onderwijs er beter van wordt.”
Toch heeft ook deze bezuiniging haar prijs. „Als er iets is waarop leerkrachten prijs stellen, zijn het kleinere klassen. Draai je die klassenverkleining terug, dan kun je dus veel verzet verwachten. De prestaties van leerlingen zullen er waarschijnlijk niet onder lijden, maar het heeft wel invloed op de arbeidsomstandigheden. Het aanzien van het beroep zal enorm dalen.”
Wybo Algra
Echt onzinnig: 29 miljard euro per jaar bezuinigen
Harrie Verbon zegt het gedecideerd: „Nee.” Nee, de Tilburgse econoom zag geen spat nieuws in al die mogelijkheden die al die ambtenaren aandroegen om financieel schoon schip te maken. „Hoger collegegeld in het hoger onderwijs, het minimumloon omlaag, daar hoef je toch geen half jaar over na te denken?”
Of neem die voorstellen om provincies en waterschappen te schrappen. „We hebben al heel vaak pogingen gedaan om het openbaar bestuur beter te organiseren. Het punt is dat we gewoon niet zo goed weten wat het beste is. Centraal, decentraal of iets er tussenin. Daar kijken we voortdurend anders tegenaan.”
Nee, vat hij nog maar eens samen, niets nieuws. Zo erg is dat trouwens niet. Want wat Verbon betreft, hoeven we het niet moeilijker te maken dan het is. Zo ziet hij persoonlijk helemaal niet de noodzaak om uiteindelijk 29 miljard euro per jaar te bezuinigen. ’Echt onzinnig’, noemt hij dat zelfs. „Het Centraal Planbureau gaat er dan bijvoorbeeld van uit dat de AOW mee stijgt met de inkomens. Maar dat is de afgelopen dertig jaar helemaal niet gebeurd.”
Niet dat er helemaal niets moet gebeuren. Zo lopen, als we niet oppassen, de zorgkosten gierend uit de hand. „Vroeger kregen de zorginstellingen een vast budget. We hadden toen wachtlijsten, maar financieel wisten we waar we aan toe waren. Nu hebben we marktwerking, maar dat hebben we niet consequent doorgevoerd. Zo krijgen zorgverzekeraars nog steeds geld van de overheid als ze meer uitgeven dan verwacht. Daar moeten we echt iets aan doen. De ambtenaren zoeken de oplossing voor de stijgende zorgkosten in een hoge eigen bijdrage, maar dat vind ik niet sterk. Volgens mij zijn doktoren ook vrij bepalend. Als alle specialisten in loondienst komen, is ook een deel van de kostenexplosie onder controle.”
Voor de zorg moet dus echt een oplossing komen, stelt Verbon. Zou het CPB daarnaast uitgaan van een geringere stijging van de AOW-uitkering, dan is wat hem betreft het probleem al voor een belangrijk deel opgelost: met per jaar een miljard of 15 bezuinigen zijn we er voorlopig dan wel. En die 15 miljard, daar is makkelijk aan te komen. Het hoeft bovendien niet op stel en sprong, als het maar structureel is.
Hij somt op: de hypotheekrenteaftrek. De ambtenaren dragen allerlei varianten aan, maar Verbon is niet voor halve maatregelen. We moeten er op termijn gewoon helemaal vanaf. Dat levert al 11 miljard per jaar op: nog 4 miljard te gaan. Vervolgens de vennootschapsbelasting: die kan makkelijk omhoog. Daarvoor boekt Verbon 2,5 miljard in. „We hebben de belasting op winst in Nederland sterk verlaagd om te kunnen concurreren met het buitenland”, verklaart hij. „Maar dat is doorgeschoten. We zijn een belastinghaven geworden, en dat moeten we niet willen.”
Dan het toptarief voor de inkomstenbelasting. Dat mag van Verbon ook omhoog: nog eens een half tot een heel miljard in de knip. En tenslotte verdere fiscalisering van de AOW, waardoor ouderen meer gaan meebetalen: nog eens ruim een miljard in de knip. „Dan zitten we al over die 15 miljard heen.”
Laura van Baars
Is een WAO'er wel een reddingsboei waard - per saldo reïntegratie
Alle hens aan dek, maar de werkloze arbeidsongeschikte mag onder in het scheepsruim blijven zitten. We komen niet meer bij hem kijken als het schip vergaat. Want die lanterfantende WAO’er, die hadden we stiekem toch al afgeschreven. Ook als we straks weer aanspoelen, hebben we er eigenlijk niets meer aan. Hem een reddingsboei toewerpen, is verspilde moeite. En vooral verspild geld.
Het is een beetje een kille redenering, om werkloze WAO’ers niet langer te helpen bij het vinden van een baan omdat het te weinig oplevert. Het rijk wil 127 miljoen euro bezuinigen op deze dienst van het UWV. Alleen WAO’ers die zelf komen aanzetten met een vacature waarop zij kans denken te maken, kunnen nog op hulp rekenen.
Nu moeten ze het op eigen kracht doen. Hoe erg is dat? Een aantal WAO’ers zal blij zijn niet langer in de nek gehijgd te worden door jobcoaches. Niet voor niets is vaak geklaagd over de onzorgvuldige manier waarop zij door UWV-artsen herkeurd werden. Ineens moesten zij op zoek naar een baan, terwijl zij zich daar niet altijd toe in staat voelden. Al te veel consideratie toonde het UWV niet: arbeidsongeschikten kregen vaker het stempel van profiteurs en zelfs fraudeurs. ’Werk, werk, werk’ en ’Alle hens aan dek’ (u kent ze wel, die politieke slogans) golden altijd ook voor hen. Met de toekomstige krapte op de arbeidsmarkt kon niemand daar gemist worden.
En het ging tot aan de crisis ook best goed met die bemiddeling van herkeurde WAO’ers. Van de mensen die dit in 2005 ondergingen, had 60 procent na drieënhalf jaar nog een baan. Van de groep uit 2006 was tweeënhalf jaar na de herkeuring nog 65 procent aan de slag. WAO’ers zijn dankzij hun eerder opgedane werkervaring soms beter inzetbaar dan mensen met een bijstandsuitkering. Toch krijgen de bijstandsklanten nu nog steeds hulp, en laten we de werkloze WAO’er in de kou staan. Wat de WAO’er overkomt, is iets dat wij in Nederland, waar al sinds Paars I in 1994 de ’meedoen’-gedachte rondwaart, asociaal zouden noemen. Reïntegratie-activiteiten geven ritme, en het gevoel dat er nog iemand op je zit te wachten. Zij geven structuur aan een mensenleven, en aan dat van zijn naasten. Wie zich verveelt en vereenzaamt, zal eerder verslaafd raken of schulden maken. Hij doet doorgaans een groter beroep op de gezondheidszorg. Ofwel, de sociale kosten op andere terreinen dan de reïntegratie nemen toe.
Behalve dat het afschrijven van mensen uiteindelijk nooit een succesvolle bezuiniging kan opleveren, stelt het ons ook voor praktische problemen in de toekomst. Want de babyboomers blijven natuurlijk wel gewoon met pensioen gaan. De krapte op de arbeidsmarkt zwelt verder aan, al lijkt die momenteel nog niet zo nijpend. Maar als we in onze reddingsboeien aanspoelen bij betere tijden, is het schip met werkloze WAO’ers wel vergaan.
Labels:
CDA,
Extremistisch-Markt-Denken,
Marktwerking,
Onderwijs,
Wao/Wia/Wajong,
Zorg
vrijdag 9 april 2010
Burger-Inspectie-Commissies
De Overheid (Bestuur, Volksvertegenwoordiging en Ambtenaren) zijn er voor de Samenleving en (dus) voor de Burgers; zo is het bedoeld, en echt niet andersom! Toch weet iedereen die zijn ogen en verstand een beetje de kost geeft dat het heel vaak wel lijkt alsof het andersom is...
Hoe zou je dat nu kunnen veranderen op een relatief snelle, eenvoudige manier?
Ik denk door het instellen van Burger-Inspectie-Commissies (BIC), die de mogelijkheid hebben om direct onderzoek te doen naar de werking van een Overheids-onderdeel. Vergelijk het met het Burger-Initiatief dat nu ook (tenminste op papier) al bestaat. Daar heb je een bepaald aantal hantekeningen nodig om iets te agenderen in de Tweede Kamer (en misschien ook in Europa?). Mijn idee is om een zelfde mechanisme te creëren om een groep burgers, geassisteerd door enkele professionals, een kort onderzoek te laten verrichten binnen een Overheids-Onderdeel/-Orgaan. Het moet dan gaan om een duidelijk omschreven probleem, bijvoorbeeld: "Waarom moet het zolang duren voordat handeling-X door de Overheid wordt afgehandeld?", of: "Waarom gaat actie-Y zo vaak mis?". Een BIC heeft het recht mensen binnen het betreffende Overheids-onderdeel te horen, zich voor te laten lichten over de processen, etc, etc. Als alle informatie (binnen een relatief beperkte periode) boven tafel is kan de BIC een aanbeveling schrijven aan het orgaan dan erover gaat, bijvoorbeeld de Tweede Kamer, de Regering, Provinciale Staten, etc. met aanbevelingen hoe e.e.a. kan worden verbeterd. Van deze aanbeveling dient dan verplicht werk te worden gemaakt. Het gaat hier dus niet om politieke keuzes, maar om de uitvoering van processen binnen de Overheid. Om fouten eruit te halen en nodeloze belemmeringen; opdat wij allen een Betere Overheid krijgen!
Hoe zou je dat nu kunnen veranderen op een relatief snelle, eenvoudige manier?
Ik denk door het instellen van Burger-Inspectie-Commissies (BIC), die de mogelijkheid hebben om direct onderzoek te doen naar de werking van een Overheids-onderdeel. Vergelijk het met het Burger-Initiatief dat nu ook (tenminste op papier) al bestaat. Daar heb je een bepaald aantal hantekeningen nodig om iets te agenderen in de Tweede Kamer (en misschien ook in Europa?). Mijn idee is om een zelfde mechanisme te creëren om een groep burgers, geassisteerd door enkele professionals, een kort onderzoek te laten verrichten binnen een Overheids-Onderdeel/-Orgaan. Het moet dan gaan om een duidelijk omschreven probleem, bijvoorbeeld: "Waarom moet het zolang duren voordat handeling-X door de Overheid wordt afgehandeld?", of: "Waarom gaat actie-Y zo vaak mis?". Een BIC heeft het recht mensen binnen het betreffende Overheids-onderdeel te horen, zich voor te laten lichten over de processen, etc, etc. Als alle informatie (binnen een relatief beperkte periode) boven tafel is kan de BIC een aanbeveling schrijven aan het orgaan dan erover gaat, bijvoorbeeld de Tweede Kamer, de Regering, Provinciale Staten, etc. met aanbevelingen hoe e.e.a. kan worden verbeterd. Van deze aanbeveling dient dan verplicht werk te worden gemaakt. Het gaat hier dus niet om politieke keuzes, maar om de uitvoering van processen binnen de Overheid. Om fouten eruit te halen en nodeloze belemmeringen; opdat wij allen een Betere Overheid krijgen!
Labels:
inleiding,
Politiek,
Vernieuwing Democratie
vrijdag 19 maart 2010
No More 'Four More Years'
Ik plaatste het net op mijn andere weblog, en ik kan 'het er niet meer mee eens zijn!'
De boodschap van Willem Breedveld van Trouw, aan Balkenende: het is een slechte zaak dat een MP denkt op te kunnen gaan voor een een succesvolle nieuwe termijn na al twee termijnen in duur (dus zo'n 8 jaar), en dus al helemaal als je in 7 jaar 4 1/2'e regering onder jouw signatuur doorheen hebt gejaagd...

Breedveld gaat nog verder een geeft voorbeelden van andere fatale (derde) termijnen teveel; bijvoorbeeld Blair en Lubbers.
Maar eigenlijk zou ik willen pleiten voor een nog verdergaande inperking van 'Regeringsleiders op herhaling', zelfs voor Amerika (waar dit (zie Breedveld) 'bij Grondwet is geregeld'), zou het een goede zaak zijn deze wet aan te scherpen...
Mijn voorstel is:
1) Regeringsleiders dienen gekozen te worden (dus: programma, coalitie en MP/President!), dit is in verschillende vorm in AMerika en Groot Brittanië al het geval!
2) Een Regeringsleider dient beperkt te worden in, de wellicht 'natuurlijke drang', aan te willen blijven in het hoogste ambt. Maximaal twee keer een regering van 'jouw signatuur', wellicht drie...
3) Maar so-wie-so NIET 'Back-to-Back'; er zal dus altijd een regering tussen moeten zitten die geleid wordt door iemand anders, al dan niet van andere textuur. Pas na minimaal één opvolger een regering heeft geleid, en met een minimaal tussenpoos van minimaal vier jaar kan je 'het nog een s proberen', en opgaan voor je 'Tweede, of Derde, Termijn'!
Ik zie het volgende voordeel: een regeringsleider kan niet vastroesten op het pluche, krijgt in een vervolg niet te maken met een 'al zittende' kring van 'naar de mond praters om hem heen. Alles wordt dus iedere keer opgeschud, en de 'Nieuwe Leider' zal moeten reflekteren op zichzelf, zichzelf opnieuw uit moeten vinden, enneiuwe mensen om zich heen moeten benoemen.
Het allerbelangerijkst: de kiezer heeft ook de tijd om te reflekteren! Na een periode waarin het stof neergedaald is wordt veel beter zichtbaar of iemand/een coalitie het goed heeft gedaan of misschien toch niet, er speelt geen dwang, drang of manipulatie onder tijdsdruk plaats. En er zullen altijd potentiële opvolgers van diverse snit in de coulisen klaar dienen te staan die maar beter goede plannen kunnen hebben, de contacten meet potentiële coalitiepartners moeten onderhouden worden, en dat lijkt mij juist voor onze situatie een uiterst goede zaak!
De boodschap van Willem Breedveld van Trouw, aan Balkenende: het is een slechte zaak dat een MP denkt op te kunnen gaan voor een een succesvolle nieuwe termijn na al twee termijnen in duur (dus zo'n 8 jaar), en dus al helemaal als je in 7 jaar 4 1/2'e regering onder jouw signatuur doorheen hebt gejaagd...

Breedveld gaat nog verder een geeft voorbeelden van andere fatale (derde) termijnen teveel; bijvoorbeeld Blair en Lubbers.
Maar eigenlijk zou ik willen pleiten voor een nog verdergaande inperking van 'Regeringsleiders op herhaling', zelfs voor Amerika (waar dit (zie Breedveld) 'bij Grondwet is geregeld'), zou het een goede zaak zijn deze wet aan te scherpen...
Mijn voorstel is:
1) Regeringsleiders dienen gekozen te worden (dus: programma, coalitie en MP/President!), dit is in verschillende vorm in AMerika en Groot Brittanië al het geval!
2) Een Regeringsleider dient beperkt te worden in, de wellicht 'natuurlijke drang', aan te willen blijven in het hoogste ambt. Maximaal twee keer een regering van 'jouw signatuur', wellicht drie...
3) Maar so-wie-so NIET 'Back-to-Back'; er zal dus altijd een regering tussen moeten zitten die geleid wordt door iemand anders, al dan niet van andere textuur. Pas na minimaal één opvolger een regering heeft geleid, en met een minimaal tussenpoos van minimaal vier jaar kan je 'het nog een s proberen', en opgaan voor je 'Tweede, of Derde, Termijn'!
Ik zie het volgende voordeel: een regeringsleider kan niet vastroesten op het pluche, krijgt in een vervolg niet te maken met een 'al zittende' kring van 'naar de mond praters om hem heen. Alles wordt dus iedere keer opgeschud, en de 'Nieuwe Leider' zal moeten reflekteren op zichzelf, zichzelf opnieuw uit moeten vinden, enneiuwe mensen om zich heen moeten benoemen.
Het allerbelangerijkst: de kiezer heeft ook de tijd om te reflekteren! Na een periode waarin het stof neergedaald is wordt veel beter zichtbaar of iemand/een coalitie het goed heeft gedaan of misschien toch niet, er speelt geen dwang, drang of manipulatie onder tijdsdruk plaats. En er zullen altijd potentiële opvolgers van diverse snit in de coulisen klaar dienen te staan die maar beter goede plannen kunnen hebben, de contacten meet potentiële coalitiepartners moeten onderhouden worden, en dat lijkt mij juist voor onze situatie een uiterst goede zaak!
Abonneren op:
Posts (Atom)