vrijdag 25 november 2016

De Kafkabrigade & Kijk op Democratie en Overheid in 20161124

C:\Users\gebruiker\Documents\1OPB\Politiek_De Kafkabrigade

EN

1Vandaag enquete over de Democratie

Er dreigt opstand, misschien zelfs revolutie. De politiek heeft nauwelijks nog gezag. Grote delen van de Overheid -zeker op bepaalde dossiers- wekt alleen nog frustratie en afkeer op. De kiezers vanveel meer dan 80 vd 150 zetels bij de vorige verkiezingen wilde of Rutte niet, of Samsom niet; dus kregen we ze alle twee. Dat wekt frustratie en woede. Je moet dus als kiezer niet alleen kunnen kiezen voor een partij en een programma, maar ook voor een coalitie. Daarnaast lopen heel veel zaken vast door dat de politieke macht, nu dus VVDenPvdA, maar eigenlijk ook CDA, D66, uit veelal opportunistische, electorale overwegingen gedrag vertonen dat schandalig is, min of meer corrupt, maar iig onder het kopje spelletjes gevat kan worden. De zorg gaat voor een deel naar de kloten, het onderwijs, de politie, en de rechtsstaat werkt al in een behoorlijk % van de gevallen niet goed meer; er worden grote fouten gemaakt, maar ook bijvoorbeeld het verkeersboetebeleid van de overheis is verworden tot een gigantische, ongeacht wat er gebeurt, doormalende geld genererende machine; dat is fataal voor het rechtsgevoel, er gaat gigantisch veel geld, tijd, energie in zitten, en levert nauwelijks meer een bijdrage aan de verkeersveiligheid en de orde, maar ondermijnt alles, en is zuurstof voor het vuur dat Wilders heet.


Vertrouwen in politici:


Er zijn teveel populisten, er wordt poppenkast gespeeld, electorale overwegingen gaan meestal boven principes, en BELOFTEN MAKEN GEEN SCHULD! En dan hoef je maar 1x 'Sorry' te zeggen, en denk je 'GEWOON' weer door te kunnen.


‘Politici weten goed wat er leeft onder de mensen in het land.'

Deze en de vorige vraag zijn te algemeen; ik ben van de SP, en ik vind dat die partij wel veel doet om contact met de burger te maken; top-down, maar vooral ook bottom-up. Die partij weet zeker wat er leeft onder de burgers, maar wordt uit angst door de andere partijen buitengesloten... Maar Rutte? Echt NIET! Samsom? Als hij het weet, en dat zegt hij doorlopend, weet hij het, als het erom gaat goed te verbergen. Buma? Dacht het niet! Pechtold? Misschien deels -boek Henk en Ingrid-, maar dan wekt het toch de schijn van doekje voor het bloeden; zijn doel is duidelijk: Pechtold for President! Etc.



Waarom bent u teleurgesteld of ontevreden of is dit niet van toepassing? Hier kunt u uw antwoord toelichten.
Als u niets wilt invullen, kunt u dit tekstvak leeg laten.


Ik ben een WAO'er,
wilde dan maar als vrijwilliger bijdragen aan de samenleving; iets terug doen voor mijn uitkering,
maar de overheid is dermate onbetrouwbaar, soms zelfs aantoonbaar corrupt,
en de politiek verzint iedere keer zoveel onuitvoerbare shit,
dat je een steeds groter deel van je tijd bezig bent met het je verdedigen tegen die overheid, het voldoen aan belachelijke eisen waaraan je moet voldoen,
of tegen onoplosbare problemen aanloopt, en als je dan 'de Overheid'  wil bellen, loop je tegen hermetische muren van callcenters aan.




Het gaat slecht met NLD?

We waren een fantastisch land -maar dat was ook 'vroeger' al- deels op naïviteit gebaseerd; Nederland was bijvoorbeeld een stuk corrupter dan ik toen dacht, en dat geldt ook voor racisme en discriminatie, ongelijke kansen. Maar het echte punt -net als in de USA- is dat het voor grote groepen slechter ipv beter wordt, en dat de Democratie verzandt. Ik denk bijvoorbeeld dat een meerderheid van de mensen echt wel ziet dat Europa in ons belang is, maar niet als onze mp naar Europa gaat, er in veel meehuilt met de EU-wolven, en dan thuis de indruk wil wekken dat hij er alles aan gedaan heeft om Nederlandse belangen te verdedigen, en 'het ook niet eens te zijn' met de dingen waar hij net voor heeft gestemd. Hypocrisie, huichelachtigheid, en liegen, liegen, en spinnen, Spinnen, SPINNEN! Dat is Rutte...


Kinderen van nu in de toekomst slechter, gelijk of beter af?

Er is voor teveel mensen te weinig perspectief; alleen als je goed functioneert in de Ratrace...dan kan je juist er bovenuitsteken en zijn er gigantisch veel mogelijkheden

dinsdag 22 december 2015

DEMOCRATIE / SPANJE-NEDERLAND; Een Vergelijking 'Stroperigheid is een zegen voor Spanje', Ger Groot (Trouw.nl)

Stroperigheid is een zegen voor Spanje_Ger Groot − 21/12/15, 15:42 © afp. Pablo Iglesias (vooraan), partijleider van Podemos, viert de verkiezingsuitslagen. COLUMN De Spaanse protestpartij Podemos heeft het in de verkiezingen van afgelopen zondag beter gedaan dan verwacht. Met ruim 20 procent van de stemmen mag de partij zich de morele overwinnaar noemen. Maar dat betekent niet dat ze in Spanje de dienst gaat uitmaken, stelt Ger Groot. 'Versplinterd' kun je het politieke landschap niet noemen, maar de kaarten zijn wel radicaal anders geschud De Partido Popular is nog altijd de grootste politieke formatie, maar zal om te kunnen regeren een coalitie moeten sluiten met andere partijen. Of dat lukt, is zeer de vraag - en pas dan komt een linkse coalitie met Podemos weer in zicht. Of die er dan zal komen, is evenmin zeker. Of Podemos zich zal onthouden van capriolen die haar Griekse tegenhanger Syriza in het ongerede hebben gebracht, evenmin. Hervorming Toch zijn de voortekenen niet slecht. Hervorming van het Spaanse kiesstelsel is één van de prioriteiten waar Podemos haast mee wil maken, of de partij nu in de regering zit of niet. Dat is hoog tijd. Het huidige systeem bevoordeelt grote én plaatselijke partijen bovenmatig, en het platteland daar nog eens bovenop. Podemos kan daarover meepraten. Met maar anderhalve procentpunt verschil met de socialistische PSOE moest de partij zich tevreden stellen met 21 (van de 350) zetels minder. Grootste gedupeerde is Unidad popular, de Spaanse tegenhanger van Groen Links, die met ruim 3,5 procent van de stemmen niet meer dan 2 zetels binnenhaalde. Bij evenredige vertegenwoordiging zouden dat er 11 geweest zijn. Waar twee partijen afwisselend regeren, dreigt de politiek op den duur onvermijdelijk te ontsporen Spaanse puzzel Verstandige praat dus van Podemos, maar daarmee zou de Spaanse puzzel die zich momenteel aftekent niet zijn opgelost. 'Versplinterd' kun je het politieke landschap niet noemen, maar de kaarten zijn wel radicaal anders geschud. Vier in plaats van twee partijen zijn nu dominant. Voorlopig lijkt er een einde gekomen aan wat ten onrechte een 'tweepartijensysteem' genoemd wordt. Van een 'systeem' is - anders dan bij de bizarre omrekening van stemmen naar zetels - immers geen sprake. Eénpartijenstelsels bestaan hier en daar in de wereld nog, maar in geen enkele staat is vastgelegd dat politieke macht slechts aan twee partijen toekomt. Waar dat de facto het geval is, ligt dat niet aan het 'systeem' maar aan het kiezersgedrag. Spanje heeft laten zien hoe dat automatisme doorbroken kan worden. Dat is misschien wel het meest verheugende resultaat van deze verkiezingen. Waar twee partijen afwisselend regeren, dreigt de politiek op den duur onvermijdelijk te ontsporen. Het voordeel van de duidelijkheid wordt ruimschoots ondermijnd door het nadeel van de polarisatie - waaronder de Verenigde Staten zo langzamerhand een onbestuurbaar land geworden is. Spanje heeft de afgelopen decennia daarvoor de tol betaald van een verruwd politiek debat, met wederzijdse verkettering en belediging in plaats van argumenten en overtuigingskracht. Daardoor is de Spaanse politieke cultuur tot nu toe tamelijk onvolwassen gebleven, na de chaotische overgangsperiode van de jaren '70 en '80. Zo krijgt de uitdrukking 'verdeel en heers' een nieuwe betekenis, ontdaan van het cynisme waaraan ze is ontsprongen Gedwongen tot zakelijkheid Wie in zijn politieke tegenstanders altijd óók mogelijke coalitiepartners moet zien, matigt onvermijdelijk zijn toon en is gedwongen tot zakelijkheid. Maar een coalitie-'systeem' houdt ook de machtsbekleders op het rechte pad. Wie de zeggenschap moet delen met mensen van buiten de eigen kring, weet zich kritischer gevolgd en zal minder snel misbruik maken van zijn bevoegdheden. Hoe gemakkelijk politieke alleenheerschappij kan ontsporen, heeft de regerende Partido Popular de afgelopen jaren in Spanje tenenkrommend laten zien. Wie meent dat zoiets in Nederland niet voorkomt, juicht beter niet te vroeg. Ook de wantoestanden rond de 'Teeven-deal' hadden wellicht voorkomen kunnen worden wanneer het ministerie van justitie de afgelopen jaren niet in handen van één partij was geweest, zo schrijven de commentaren. Ook daar zou een scheiding der geesten goed zijn geweest voor een kritische blik. Verdeel en heers Zo krijgt de uitdrukking 'Verdeel en heers' een nieuwe betekenis, ontdaan van het cynisme waaraan ze is ontsprongen: over een verdeeld volk is gemakkelijk tirannie uit te oefenen. Maar wanneer het gezag zélf inwendig gespleten blijft, krijgt het zelfreinigend vermogen meer armslag en ligt bestuurlijke doordrijverij minder voor de hand. Daarvoor moet ongetwijfeld wel enige slagkracht worden ingeleverd. Over de Nederlandse politieke verdeeldheid, de eeuwige noodzaak van compromissen en de 'onbestuurbaarheid' van het land die sommigen al zien opdoemen, klinkt regelmatig een klaagzang op. Moet het aantal partijen in het parlement niet drastisch omlaag? - zo vraagt de één. Misschien wel tot twee partijen?- zo speculeert de ander nog driester. Laten we de zegeningen tellen van onze coalitie-cultuur. Een heilzamer politiek bestel is nauwelijks denkbaar, niet ondanks maar dankzij de zo vaak beschimpte Haagse stroperigheid. Spanje zal zich daarin nu goedschiks of kwaadschiks moeten bekwamen. Dat zal moeite kosten, zoals dat ook in Groot-Brittannië het geval was. Maar op den duur kan het de politieke rijpheid van het land alleen maar ten goede komen.

donderdag 1 oktober 2015

VERNIEUWING DEMOCRATIE / VOORBEELD / INDONESIË: Twitter Zet Indonesische Democratie op zijn Kop

Jakarta twitterhoofdstad van de wereld WOUTER VAN CLEEF − 25/08/15, originele artikel van Trouw Sociale media kans voor nieuwe generatie Indonesische politici. Partijkader is niet langer zaligmakend. De edele kunst van het 'nongkrong' (hangen, kletsen, WvC) beheersen Indonesiërs als geen ander. Koken, beroemdheden, familierelaties en files: het zijn onderwerpen waarover eindeloos wordt gepraat en geroddeld, liefst onder het genot van een kopje thee. De laatste jaren speelt het 'nongkrong' zich steeds minder af op straat en steeds vaker op sociale media. Sterker, nergens wordt meer getwitterd dan in de Indonesische hoofdstad. Verschillende onderzoeksbureaus riepen Jakarta zelfs uit tot 'Twitterhoofdstad van de wereld'. Dat eindeloze getweet gaat niet alleen over koetjes en kafljes, ook serieuze onderwerpen komen aan bod. Politiek bijvoorbeeld. Een jaar geleden boekte president Joko 'Jokowi' Widodo een verkiezingsoverwinning die deels te danken was aan de aandacht die hij kreeg op sociale media, vertellen Kartika Djoemadi en Hari Adhi. Als vrijwilligers van Jokowi's campagneteam tweetten en facebookten zij zich een slag in de rondte over hun politieke idool. "Voor de campagne zeiden veel mensen dat sociale media onbelangrijk waren, maar we hebben laten zien dat het een goedkope manier is om aandacht te krijgen", zegt Hari Adhi (31), die in het dagelijks leven als grafisch ontwerper werkt. Fabrikanten van 'spanduk' (spandoeken) doen altijd goede zaken in verkiezingstijd, maar nu de president ruim 3 miljoen volgers heeft en zijn tegenstander van vorig jaar Prabowo Subianto bijna 2 miljoen, is Twitter een populair én voordelig campagnemiddel. Iets minder dan de helft van alle Indonesiërs is jonger dan 40 jaar, een interessante doelgroep voor politici. Vorig jaar maakte Twitter bekend dat zo'n 20 miljoen Indonesiërs een account hebben, de meeste van hen in de grote steden, vertellen Kartika en Hari. Daar hebben meer mensen geld om een smartphone aan te schaffen dan op het platteland. Waarom twitteren Indonesiërs eigenlijk zoveel? "Vooral in Jakarta staan mensen ontzettend lang in de file. Om de tijd te doden sturen ze berichten via hun smartphone", weet Kartika Djoemadi (35). Maar Twitter is meer dan een manier om de tijd te doden en een groot publiek te bereiken. Sociale media kunnen de politiek in het land helpen veranderen, denken de twee sociale media experts. Een van de opvallendste trends de laatste jaren is de opkomst van ambitieuze, hervormingsgezinde politici in de grote Javaanse steden. In Bandung en Surabaya, respectievelijk de tweede en derde stad van het land, werden burgemeesters gekozen die naam maakten om hun praktische en soms harde aanpak, terwijl ze minder sterk gebonden zijn aan oude partijkaders. Tot voor kort was het praktisch ondenkbaar dat deze belangrijke posten bezet konden worden door kandidaten die zich niet eerst jarenlang opwerkten in een partijapparaat. Voor politici die niet gebonden zijn aan het establishment kunnen sociale media een belangrijk hulpmiddel zijn. Burgemeester Ridwan Kamil (43) van Bandung won twee jaar geleden de lokale verkiezingen mede door zijn twitterschare van inmiddels 1,2 miljoen volgers. Hoewel hij zich later aansloot bij de oppositionele Gerindra-partij, liet Kamil zien dat een partijkader niet langer de sleutel is tot een verkiezingsoverwinning. Voor deze buitenstaanders zijn sociale media extra belangrijk, vertellen Kartika en Hari. Veel Indonesische media zijn immers gelieerd aan grote partijen of tycoons, wat het voor buitenstaanders moeilijker maakt in de schijnwerpers te komen. "In grote steden waar veel mensen op sociale media zitten kunnen sociale media de democratie versterken, maar het effect verschilt sterk per regio", zegt Kartika Djoemadi. Die grote diversiteit tussen verschillende groepen in het land is ook bepalend voor de manier waarop sociale media in campagnes worden ingezet, legt Hari Adhi uit. Hij stuurde regionale steuncomités voor Jokowi's campagne aan. Voor verschillende etnische groepen liet Adhi specifiek toegesneden boodschappen verspreiden. "In west-Sumatra (een tamelijk conservatief-islamitisch gebied, red) werd getwijfeld of Jokowi wel echt moslim was. Ons comité daar meldde dat hij inderdaad islamiet was. Op andere plekken tweetten we in de lokale taal, dat slaat aan bij kiezers." Liever goede hashtag dan de straat op Net als in de Arabische wereld gebruiken ook kritische Indonesiërs het internet om hun ongenoegen te uiten. Begin juli werden massaal foto's gedeeld van een dienstauto van een generaal die tijdens een autoloze zondag met politie-escorte door het centrum van Jakarta reed. De boze reacties op sociale media over de arrogantie van de onbekend gebleven legerleider waren niet van de lucht. De grootste protestactie op sociale media tot nog toe vond eerder dit jaar plaats toen er haast een oorlog ontbrandde tussen de anti-corruptie commissie (KPK) en de landelijke politie. De KPK beschuldigde de kandidaat-politiechef van corruptie. Niet veel later arresteerde de politie een van de topcorruptiebestrijders. Bezorgde burgers, die met lede ogen toezagen hoe de reputatie en slagkracht van de corruptiewaakhond ervan langs kregen, gingen niet als vroeger massaal de straat op, maar lieten vooral op twitter - met de hashtag #SaveKPK - van zich horen.

maandag 29 juni 2015

Burgerforum EU

'Volkssoevereiniteit noopt tot referendum'

OPINIE De 40.000 handtekeningen voor het Burgerforum EU zijn binnen. Een referendum zal zand strooien in de raderen van het Europese integratieproces, schrijven Geerten Waling en Coos Huijsen. Maar: 'Elke politicus die soevereiniteit wil overdragen van de natie naar een nieuwe macht, is het aan de democratische traditie verplicht stil te staan bij het oordeel van de bevolking.'
 
Zo’n saamhorigheidsgevoel is op Europese schaal nog ver te zoeken, en wordt alleen maar onwaarschijnlijker naarmate de crisisconjunctuur de verschillende economieën verder uit elkaar speelt
De 40.000 handtekeningen voor het Burgerforum EU waren in enkele weken tijd geregeld. Niet zo vreemd: 64 procent van de Nederlanders wil een referendum over de Europese integratie, peilde Maurice de Hond. 

Nu het burger­initiatief een feit is, is de Tweede Kamer wettelijk verplicht het EU-referendum op de agenda zetten. Maar dat betekent nog niet dat het er ook komt. Het parlement is schuchter, de Democraten uit '66 voorop. 

Ongemakken
Een referendum zal, wat ook de vraag precies wordt, zand strooien in de raderen van het Europese integratieproces. Met alle economische en politieke ongemakken van dien. Dat maakt de soevereiniteit van de nationale bevolking tot een ongemakkelijk politiek onderwerp. Maar laat die soevereiniteit zich ongestraft ontkennen?

Het belangrijkste politieke niveau is nog altijd dat van de natiestaat. Zoals Mark Rutte, de belangrijkste functionaris van die natiestaat, recent nog bevestigde bij Pauw&Witteman: 'Wij zijn soeverein en autonoom.' Toch wordt, onder druk van ingrijpende crisismaatregelen, soevereiniteit overgeheveld van het nationale niveau naar een supranationale constellatie in Brussel. 

In roerige tijden voldoet het niet om bij het uitstippelen van politiek beleid te kijken naar het roerige heden of de onzekere toekomst. We zouden meer beroep moeten doen op de lange geschiedenis van economisch en sociaal succes, en ons afvragen welke tradities en instituties nog een actuele waarde bezitten, of sterker nog: een verplichting in zich meedragen. Dat is het geval bij de natie. 

Saamhorigheidsgevoel
Want een natie, zo stelde de Franse historicus Ernest Renan in zijn beroemde lezing Wat is een natie? (1882), bestaat alleen bij gratie van de vrije wil van haar bevolking. Die mensen moeten bij elkaar willen horen. 'Een natie is een ziel, een geestelijk beginsel. Twee dingen vormen deze ziel, dit geestelijke beginsel. Het ene is het gemeenschappelijk bezit van een rijke erfenis aan herinneringen; het andere is het tegenwoordige saamhorigheidsgevoel, de wens om samen te leven, om opnieuw waarde te geven aan de erfenis die men samen ontvangen heeft.'

Zo'n saamhorigheidsgevoel is op Europese schaal nog ver te zoeken, en wordt alleen maar onwaarschijnlijker naarmate de crisisconjunctuur de verschillende economieën verder uit  elkaar speelt. Op nationale schaal is zo'n gevoel sterker aanwezig en vormt het een prominent onderdeel van het diverse palet aan identiteiten waarover wij kunnen beschikken. 

Nu is een natie beslist niet heilig of eeuwig. Grensoverschrijdende problemen als milieu, bankentoezicht en migratie kunnen alleen door een sterk bondgenootschap worden aangepakt. Al die kleine en middelgrote Europese landen kunnen niet zonder elkaar, op een wereldtoneel dat steeds diffuser wordt. En ze hoeven ook niet zonder elkaar: al een halve eeuw lang is bewezen dat er voor intensieve samenwerking op het continent genoeg solidariteit bestaat.

Soevereiniteitsoverdracht
Maar dit neemt niet weg dat de vorm waarin de democratische rechtstaat zich sinds 1848 het best handhaaft nog altijd de natie is. Daarom moet bij verregaande soevereiniteitsoverdracht met twee factoren rekening worden gehouden: met de tastbare politieke kwestie van democratische legitimiteit; en met het emotionele aspect dat kleeft aan een natie. In Renans woorden: 'Aan nationaliteit zit een gevoelskant; zij is tegelijk ziel en lichaam; een Zollverein is geen vaderland.' 

Elke politicus die soevereiniteit wil overdragen van de natie naar een nieuwe macht, is het aan de democratische traditie verplicht stil te staan bij het oordeel van de bevolking aan wie de soevereiniteit wordt onttrokken. Daarom zou het, juist in de geest van Renan, wijs zijn een referendum te houden over de gevolgen van Europese integratie voor de natie: 'Als er twijfels opdoemen over haar grenzen, raadpleeg dan de bevolkingen in kwestie. Zij hebben als geen ander het recht daarover een mening te hebben.'

Coos Huijsen en Geerten Waling zijn historici. Van de auteurs verschijnt deze week een moderne vertaling van, en een inleiding en duiding bij de lezing Wat is een natie? van Ernest Renan (uitgeverij Elsevier). Naar aanleiding hiervan gaan Martin Bosma, René Cuperus en Yoeri Albrecht op dinsdag 12 maart (20.00 uur) met elkaar in debat in De Balie in Amsterdam.

donderdag 23 april 2015

Patrick van Schie: 'Een ware volksvertegenwoordiger vreest geen referendum' (trouw Opinie 14/04/14)

Met het referendum zou worden getornd aan de vertegenwoordigende democratie. Dit argument werd afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer weer eens van stal gehaald om het middel van een referendum te bestrijden. Politici van zogenaamde 'regeringspartijen' stemmen vaak hoe dan ook met alles in dat uit de koker van 'hun' kabinet komt Het werpt de vraag op wat de kern is van onze democratie: de representatie of het zeker stellen dat inzichten van de burgers doorwerken in het staatsbestuur? Die vraag stellen is hem beantwoorden. Een voorkeur voor een vertegenwoordigende democratie boven een directe democratie kan op twee soorten argumenten berusten: praktische en principiële. Een vaak gehanteerd praktisch bezwaar is 'het digitale karakter van het referendum'. De CDA-woordvoerster in de Eerste Kamer schoof dit bezwaar vorige week naar voren. Kiezers kunnen bij een referendum slechts 'ja' of 'nee' zeggen, zij kunnen niet meer aan verbetering van een wet werken. Merkwaardig argument Uit de mond van een Eerste Kamerlid klinkt dit argument nogal merkwaardig. Ook de Eerste Kamer heeft immers (formeel) geen recht van amendement en kan na een debat een wetsvoorstel slechts aannemen of verwerpen. Zelfs in de Tweede Kamer komt het bij een stemming uiteindelijk toch aan op voor of tegen. Wat is dán het verschil met een referendum? Een ander praktisch argument is dat van de arbeidsdeling. Het werd ruim een week geleden door hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging naar voren gebracht in het TV-programma 'Buitenhof'. De gemiddelde burger heeft niet de tijd, en meestal ook niet de belangstelling, die nodig is om alle wetsvoorstellen te bestuderen, te bediscussiëren en te beoordelen. Net zoals artsen zich specialiseren in medische zaken, zo specialiseren volksvertegenwoordigers zich in politieke zaken. Dit is een zeer legitiem argument om het leeuwendeel van de politieke kwesties door een parlement te laten behandelen, hoewel je het argument ook zou kunnen omdraaien: indien alle burgers zich telkens in de rijstebrij aan wetsvoorstellen zouden moeten verdiepen zet dat misschien een rem op de hoeveelheid wet- en regelgeving. In ieder geval heeft het gemiddelde Tweede Kamerlid minder levenservaring dan de doorsnee kiesgerechtigde burger Artsen en politici Maar ook als we met het argument meegaan, blijft de vraag of dit moet betekenen dat het parlement in álle kwesties het laatste woord en de kiezer het nakijken heeft. De vergelijking met artsen is daarbij interessant. Als we iets mankeren gaan we inderdaad naar een deskundige, de arts, en we vertrouwen op zijn of haar kennis. Maar wie is nog happy met een arts die autoritair een behandeling voorschrijft? Krijgt een arts van zijn patiënt een onbeperkt mandaat? Een goede arts zal met zijn patiënt overleggen en de cruciale keuzes inzake een behandeling aan de patiënt voorleggen. Met het argument van de arbeidsdeling hebben we stilletjes het principiële terrein al betreden. Omdat volksvertegenwoordigers zich full time op de politiek toeleggen zouden zij betere beslissingen nemen dan de burgers. Dit aloude argument wordt echter niet alleen ontkracht door het gemiddeld steeds hogere opleidingsniveau van de burgers en hun (in de veertig jaar dat het stelselmatig wordt gemeten) toegenomen belangstelling voor de politiek. Want aan de andere kant mag in het bijzonder ten aanzien van Tweede Kamerleden inmiddels de vraag worden gesteld of zij met hun gemiddeld steeds jongere leeftijd en hogere doorlooptijd - een Kamerlid met acht jaar ervaring wordt in menig partij al als 'oud' en dus afgeschreven weggekeken - nog wel over zoveel extra kennis beschikken. In ieder geval heeft het gemiddelde Tweede Kamerlid minder levenservaring dan de doorsnee kiesgerechtigde burger. De CDA-woordvoerster in de Eerste Kamer sprak de vrees uit dat kiezers in een referendum niet over het wetsvoorstel zelf zullen oordelen, maar 'feitelijk voor of tegen het gehele kabinetsbeleid' zouden gaan stemmen. Haar VVD-collega roemde het 'vertrouwen dat de gekozene zelf besluiten kan en durft te nemen'. Oneigenlijk stemgedrag Nu laten de leden van de Eerste Kamer zich gelukkig inderdaad nog geregeld leiden door hun zelfstandig oordeel, maar in de Tweede Kamer is daar door steeds strakkere fractiediscipline nog maar weinig van over. Politici van zogenaamde 'regeringspartijen' stemmen vaak hoe dan ook met alles in dat uit de koker van 'hun' kabinet komt en daartegenover verwerpen fractieleden van 'oppositiepartijen' dat allemaal, tenzij zij hun aanvoerder zich er na een koehandel aan heeft gecommitteerd. Oneigenlijk stemgedrag lijkt al met al een gevaar dat tegenwoordig meer van beroepspolitici dan van burgers is te duchten. Een overmaat aan referenda zou kiezers algauw referendum-moe maken. Dat zou de democratie geen goed doen. Maar als een middel om af en toe in meer fundamentele kwesties - waaronder bovenal grondwetswijzigingen en verdragen met constitutionele strekking - na te gaan of de 'volksvertegenwoordiging' het volk inderdaad goed heeft vertegenwoordigd, kan een correctief referendum ons stelsel democratischer maken. Indien volksvertegenwoordigers hun werk goed doen zouden zij het referendum niet hoeven te vrezen. Patrick van Schie is historicus en directeur van de Teldersstichting, het onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

woensdag 22 april 2015

Trouw - van Schie / Opinie: De Ware Politicus vreest geen Referendum


Een ware volksvertegenwoordiger vreest geen referendum


Patrick van Schie − 14/04/14, 14:30
© anp.
Met het referendum zou worden getornd aan de vertegenwoordigende democratie. Dit argument werd afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer weer eens van stal gehaald om het middel van een referendum te bestrijden.
  •  
    Politici van zogenaamde 'regeringspartijen' stemmen vaak hoe dan ook met alles in dat uit de koker van 'hun' kabinet komt
Het werpt de vraag op wat de kern is van onze democratie: de representatie of het zeker stellen dat inzichten van de burgers doorwerken in het staatsbestuur? Die vraag stellen is hem beantwoorden.

Een voorkeur voor een vertegenwoordigende democratie boven een directe democratie kan op twee soorten argumenten berusten: praktische en principiële. Een vaak gehanteerd praktisch bezwaar is 'het digitale karakter van het referendum'. De CDA-woordvoerster in de Eerste Kamer schoof dit bezwaar vorige week naar voren. Kiezers kunnen bij een referendum slechts 'ja' of 'nee' zeggen, zij kunnen niet meer aan verbetering van een wet werken.

Merkwaardig argument
Uit de mond van een Eerste Kamerlid klinkt dit argument nogal merkwaardig. Ook de Eerste Kamer heeft immers (formeel) geen recht van amendement en kan na een debat een wetsvoorstel slechts aannemen of verwerpen. Zelfs in de Tweede Kamer komt het bij een stemming uiteindelijk toch aan op voor of tegen. Wat is dán het verschil met een referendum?

Een ander praktisch argument is dat van de arbeidsdeling. Het werd ruim een week geleden door hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging naar voren gebracht in het TV-programma 'Buitenhof'. De gemiddelde burger heeft niet de tijd, en meestal ook niet de belangstelling, die nodig is om alle wetsvoorstellen te bestuderen, te bediscussiëren en te beoordelen. Net zoals artsen zich specialiseren in medische zaken, zo specialiseren volksvertegenwoordigers zich in politieke zaken.

Dit is een zeer legitiem argument om het leeuwendeel van de politieke kwesties door een parlement te laten behandelen, hoewel je het argument ook zou kunnen omdraaien: indien alle burgers zich telkens in de rijstebrij aan wetsvoorstellen zouden moeten verdiepen zet dat misschien een rem op de hoeveelheid wet- en regelgeving.
  •  
    In ieder geval heeft het gemiddelde Tweede Kamerlid minder levenservaring dan de doorsnee kiesgerechtigde burger
Artsen en politici
Maar ook als we met het argument meegaan, blijft de vraag of dit moet betekenen dat het parlement in álle kwesties het laatste woord en de kiezer het nakijken heeft. De vergelijking met artsen is daarbij interessant. Als we iets mankeren gaan we inderdaad naar een deskundige, de arts, en we vertrouwen op zijn of haar kennis. Maar wie is nog happy met een arts die autoritair een behandeling voorschrijft? Krijgt een arts van zijn patiënt een onbeperkt mandaat? Een goede arts zal met zijn patiënt overleggen en de cruciale keuzes inzake een behandeling aan de patiënt voorleggen.

Met het argument van de arbeidsdeling hebben we stilletjes het principiële terrein al betreden. Omdat volksvertegenwoordigers zich full time op de politiek toeleggen zouden zij betere beslissingen nemen dan de burgers.

Dit aloude argument wordt echter niet alleen ontkracht door het gemiddeld steeds hogere opleidingsniveau van de burgers en hun (in de veertig jaar dat het stelselmatig wordt gemeten) toegenomen belangstelling voor de politiek. Want aan de andere kant mag in het bijzonder ten aanzien van Tweede Kamerleden inmiddels de vraag worden gesteld of zij met hun gemiddeld steeds jongere leeftijd en hogere doorlooptijd - een Kamerlid met acht jaar ervaring wordt in menig partij al als 'oud' en dus afgeschreven weggekeken - nog wel over zoveel extra kennis beschikken. In ieder geval heeft het gemiddelde Tweede Kamerlid minder levenservaring dan de doorsnee kiesgerechtigde burger.

De CDA-woordvoerster in de Eerste Kamer sprak de vrees uit dat kiezers in een referendum niet over het wetsvoorstel zelf zullen oordelen, maar 'feitelijk voor of tegen het gehele kabinetsbeleid' zouden gaan stemmen. Haar VVD-collega roemde het 'vertrouwen dat de gekozene zelf besluiten kan en durft te nemen'.

Oneigenlijk stemgedrag
Nu laten de leden van de Eerste Kamer zich gelukkig inderdaad nog geregeld leiden door hun zelfstandig oordeel, maar in de Tweede Kamer is daar door steeds strakkere fractiediscipline nog maar weinig van over. Politici van zogenaamde 'regeringspartijen' stemmen vaak hoe dan ook met alles in dat uit de koker van 'hun' kabinet komt en daartegenover verwerpen fractieleden van 'oppositiepartijen' dat allemaal, tenzij zij hun aanvoerder zich er na een koehandel aan heeft gecommitteerd. Oneigenlijk stemgedrag lijkt al met al een gevaar dat tegenwoordig meer van beroepspolitici dan van burgers is te duchten.

Een overmaat aan referenda zou kiezers algauw referendum-moe maken. Dat zou de democratie geen goed doen. Maar als een middel om af en toe in meer fundamentele kwesties - waaronder bovenal grondwetswijzigingen en verdragen met constitutionele strekking - na te gaan of de 'volksvertegenwoordiging' het volk inderdaad goed heeft vertegenwoordigd, kan een correctief referendum ons stelsel democratischer maken. Indien volksvertegenwoordigers hun werk goed doen zouden zij het referendum niet hoeven te vrezen.  

Patrick van Schie is historicus en directeur van de Teldersstichting, het onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.