Posts tonen met het label Vernieuwing Democratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vernieuwing Democratie. Alle posts tonen

dinsdag 11 april 2017

Opkomstplicht is zo gek nog niet

Opkomstplicht is zo gek nog niet

HOME
Anton Jumelet 
In de Maand van de Filosofie schrijven Groningse studenten over vrijheid. Vandaag: Nederland kent al veertig jaar geen opkomstplicht meer bij verkiezingen. Anton Jumelet betoogt dat zo’n plicht noodzakelijk is voor het behoud van de democratie.
De opkomst bij de Nederlandse verkiezingen van de afgelopen drie jaar was weinig hoopgevend: bij de gemeenteraadsverkiezingen 54 procent, bij de verkiezingen voor het Europese Parlement 37 procent, en bij de waterschapsverkiezingen slechts 24 procent.
Dan België! Voor Europese, landelijke of regionale verkiezingen ligt de opkomst bij onze zuiderburen doorgaans boven de 90 procent.
De belangrijkste verklaring voor dit contrast is dat er in België een opkomstplicht geldt. Een opkomstplicht is niet hetzelfde als een stemplicht. In België word je geacht je op een stembureau te melden. Maar er wordt niet gecontroleerd of je een geldige en niet-blanco stem uitbrengt. Je hoeft het biljet niet eens in de stembus te gooien.
Ik wil verdedigen dat de invoering van de opkomstplicht in Nederland een grote stimulans voor onze democratie zou zijn.
Centraal in de parlementaire democratie staat het idee van evenredige vertegenwoordiging. In de politiek dient elke maatschappelijke groep naar verhouding gerepresenteerd te worden. Besluiten worden bij meerderheid genomen, maar elke minderheid moet ten minste een stem kunnen hebben.
Als een aanzienlijk deel van de bevolking zich niet laat representeren, kan dat leiden tot een structurele benadeling en vrijheidsbeperking van bepaalde minderheden. In Nederland zijn dit bijvoorbeeld jongeren, minderbedeelden en lageropgeleiden. Als minder dan 50 procent van de stemgerechtigden komt opdagen, dreigen de meerderheidsbesluiten hun legitimiteit al helemaal te verliezen.
Een democratie is er dus bij gebaat dat politici namens zoveel mogelijk mensen en groepen spreken. Daarom moeten de burgers niet alleen de mogelijkheid hebben om te komen stemmen, maar moeten er ook daadwerkelijk zoveel mogelijk stemmen worden uitgebracht. Diverse wetenschappelijke studies laten zien dat een opkomstplicht hier fors aan bijdraagt.
Een vaak gehoord bezwaar tegen de opkomstplicht is dat een democratie haar burgers ook de vrijheid hoort te geven om niet te stemmen. De opkomstplicht zou een schandalige schending van deze vrijheid zijn, zo beweert men.
Dit vrijheidsargument lijkt aantrekkelijk, maar er zitten enkele haken en ogen aan.
Ten eerste blijft het recht om niet te stemmen behouden, want de
kiezer heeft slechts de plicht zich
te melden bij een stembureau,
niet om daadwerkelijk een stem
uit te brengen. In België zijn ongeldige of blanco stemmen dan ook talrijker dan in Nederland, al staat dat aantal in geen verhouding tot het aantal absente kiezers in ons land.
Ten tweede valt te betwijfelen of
we alle verantwoordelijkheid om
al dan niet naar de stembus te
gaan wel bij de burger zelf moeten leggen. Zij hebben namelijk goede redenen om het stembureau links te laten liggen. Hoe groot is nu de kans dat net jouw stem doorslaggevend is? Eén stem maakt praktisch geen verschil voor de einduitslag. Voor elke individuele burger is
wegblijven dus een nuttige besparing van tijd, energie en geld. Maar door de opkomstplicht in te voeren geeft de overheid elk individu alsnog een stimulans om te gaan stemmen. Wegblijvers krijgen een kleine boete.
Ten derde kent een democratie sowieso weinig absolute vrijheden. Een overheid kan besluiten de vrijheid van haar burgers in meer of mindere mate te beperken. Als hier goede redenen voor zijn, is dit ook volledig terecht. Denk aan verkeersregels, verplichte geboorteregistratie of leerplicht.
Het tegengaan van de leegloop van onze democratie is precies een reden om een kleine vrijheidsbeperking in te voeren. Zeker omdat het juist de democratische staatsvorm is die zijn burgers veel rechten en vrijheden verschaft. Het inleveren van een klein beetje vrijheid omwille van het behoud van meer vrijheden en kansen is dan niet onredelijk.
De opkomstplicht zal onze vrijheid beperken, net zoals verkeersregels dat doen. Maar net zoals verkeersregels hebben we die beperking hard nodig. Al is ze natuurlijk geen haarlemmerolie die alle gebreken van de huidige politiek laat verdwijnen, een impuls voor onze democratie zal de opkomstplicht zeker zijn. En het enige wat daarvoor nodig is, is wat eenvoudige Haagse bluf.

vrijdag 25 november 2016

De Kafkabrigade & Kijk op Democratie en Overheid in 20161124

C:\Users\gebruiker\Documents\1OPB\Politiek_De Kafkabrigade

EN

1Vandaag enquete over de Democratie

Er dreigt opstand, misschien zelfs revolutie. De politiek heeft nauwelijks nog gezag. Grote delen van de Overheid -zeker op bepaalde dossiers- wekt alleen nog frustratie en afkeer op. De kiezers vanveel meer dan 80 vd 150 zetels bij de vorige verkiezingen wilde of Rutte niet, of Samsom niet; dus kregen we ze alle twee. Dat wekt frustratie en woede. Je moet dus als kiezer niet alleen kunnen kiezen voor een partij en een programma, maar ook voor een coalitie. Daarnaast lopen heel veel zaken vast door dat de politieke macht, nu dus VVDenPvdA, maar eigenlijk ook CDA, D66, uit veelal opportunistische, electorale overwegingen gedrag vertonen dat schandalig is, min of meer corrupt, maar iig onder het kopje spelletjes gevat kan worden. De zorg gaat voor een deel naar de kloten, het onderwijs, de politie, en de rechtsstaat werkt al in een behoorlijk % van de gevallen niet goed meer; er worden grote fouten gemaakt, maar ook bijvoorbeeld het verkeersboetebeleid van de overheis is verworden tot een gigantische, ongeacht wat er gebeurt, doormalende geld genererende machine; dat is fataal voor het rechtsgevoel, er gaat gigantisch veel geld, tijd, energie in zitten, en levert nauwelijks meer een bijdrage aan de verkeersveiligheid en de orde, maar ondermijnt alles, en is zuurstof voor het vuur dat Wilders heet.


Vertrouwen in politici:


Er zijn teveel populisten, er wordt poppenkast gespeeld, electorale overwegingen gaan meestal boven principes, en BELOFTEN MAKEN GEEN SCHULD! En dan hoef je maar 1x 'Sorry' te zeggen, en denk je 'GEWOON' weer door te kunnen.


‘Politici weten goed wat er leeft onder de mensen in het land.'

Deze en de vorige vraag zijn te algemeen; ik ben van de SP, en ik vind dat die partij wel veel doet om contact met de burger te maken; top-down, maar vooral ook bottom-up. Die partij weet zeker wat er leeft onder de burgers, maar wordt uit angst door de andere partijen buitengesloten... Maar Rutte? Echt NIET! Samsom? Als hij het weet, en dat zegt hij doorlopend, weet hij het, als het erom gaat goed te verbergen. Buma? Dacht het niet! Pechtold? Misschien deels -boek Henk en Ingrid-, maar dan wekt het toch de schijn van doekje voor het bloeden; zijn doel is duidelijk: Pechtold for President! Etc.



Waarom bent u teleurgesteld of ontevreden of is dit niet van toepassing? Hier kunt u uw antwoord toelichten.
Als u niets wilt invullen, kunt u dit tekstvak leeg laten.


Ik ben een WAO'er,
wilde dan maar als vrijwilliger bijdragen aan de samenleving; iets terug doen voor mijn uitkering,
maar de overheid is dermate onbetrouwbaar, soms zelfs aantoonbaar corrupt,
en de politiek verzint iedere keer zoveel onuitvoerbare shit,
dat je een steeds groter deel van je tijd bezig bent met het je verdedigen tegen die overheid, het voldoen aan belachelijke eisen waaraan je moet voldoen,
of tegen onoplosbare problemen aanloopt, en als je dan 'de Overheid'  wil bellen, loop je tegen hermetische muren van callcenters aan.




Het gaat slecht met NLD?

We waren een fantastisch land -maar dat was ook 'vroeger' al- deels op naïviteit gebaseerd; Nederland was bijvoorbeeld een stuk corrupter dan ik toen dacht, en dat geldt ook voor racisme en discriminatie, ongelijke kansen. Maar het echte punt -net als in de USA- is dat het voor grote groepen slechter ipv beter wordt, en dat de Democratie verzandt. Ik denk bijvoorbeeld dat een meerderheid van de mensen echt wel ziet dat Europa in ons belang is, maar niet als onze mp naar Europa gaat, er in veel meehuilt met de EU-wolven, en dan thuis de indruk wil wekken dat hij er alles aan gedaan heeft om Nederlandse belangen te verdedigen, en 'het ook niet eens te zijn' met de dingen waar hij net voor heeft gestemd. Hypocrisie, huichelachtigheid, en liegen, liegen, en spinnen, Spinnen, SPINNEN! Dat is Rutte...


Kinderen van nu in de toekomst slechter, gelijk of beter af?

Er is voor teveel mensen te weinig perspectief; alleen als je goed functioneert in de Ratrace...dan kan je juist er bovenuitsteken en zijn er gigantisch veel mogelijkheden

dinsdag 22 december 2015

DEMOCRATIE / SPANJE-NEDERLAND; Een Vergelijking 'Stroperigheid is een zegen voor Spanje', Ger Groot (Trouw.nl)

Stroperigheid is een zegen voor Spanje_Ger Groot − 21/12/15, 15:42 © afp. Pablo Iglesias (vooraan), partijleider van Podemos, viert de verkiezingsuitslagen. COLUMN De Spaanse protestpartij Podemos heeft het in de verkiezingen van afgelopen zondag beter gedaan dan verwacht. Met ruim 20 procent van de stemmen mag de partij zich de morele overwinnaar noemen. Maar dat betekent niet dat ze in Spanje de dienst gaat uitmaken, stelt Ger Groot. 'Versplinterd' kun je het politieke landschap niet noemen, maar de kaarten zijn wel radicaal anders geschud De Partido Popular is nog altijd de grootste politieke formatie, maar zal om te kunnen regeren een coalitie moeten sluiten met andere partijen. Of dat lukt, is zeer de vraag - en pas dan komt een linkse coalitie met Podemos weer in zicht. Of die er dan zal komen, is evenmin zeker. Of Podemos zich zal onthouden van capriolen die haar Griekse tegenhanger Syriza in het ongerede hebben gebracht, evenmin. Hervorming Toch zijn de voortekenen niet slecht. Hervorming van het Spaanse kiesstelsel is één van de prioriteiten waar Podemos haast mee wil maken, of de partij nu in de regering zit of niet. Dat is hoog tijd. Het huidige systeem bevoordeelt grote én plaatselijke partijen bovenmatig, en het platteland daar nog eens bovenop. Podemos kan daarover meepraten. Met maar anderhalve procentpunt verschil met de socialistische PSOE moest de partij zich tevreden stellen met 21 (van de 350) zetels minder. Grootste gedupeerde is Unidad popular, de Spaanse tegenhanger van Groen Links, die met ruim 3,5 procent van de stemmen niet meer dan 2 zetels binnenhaalde. Bij evenredige vertegenwoordiging zouden dat er 11 geweest zijn. Waar twee partijen afwisselend regeren, dreigt de politiek op den duur onvermijdelijk te ontsporen Spaanse puzzel Verstandige praat dus van Podemos, maar daarmee zou de Spaanse puzzel die zich momenteel aftekent niet zijn opgelost. 'Versplinterd' kun je het politieke landschap niet noemen, maar de kaarten zijn wel radicaal anders geschud. Vier in plaats van twee partijen zijn nu dominant. Voorlopig lijkt er een einde gekomen aan wat ten onrechte een 'tweepartijensysteem' genoemd wordt. Van een 'systeem' is - anders dan bij de bizarre omrekening van stemmen naar zetels - immers geen sprake. Eénpartijenstelsels bestaan hier en daar in de wereld nog, maar in geen enkele staat is vastgelegd dat politieke macht slechts aan twee partijen toekomt. Waar dat de facto het geval is, ligt dat niet aan het 'systeem' maar aan het kiezersgedrag. Spanje heeft laten zien hoe dat automatisme doorbroken kan worden. Dat is misschien wel het meest verheugende resultaat van deze verkiezingen. Waar twee partijen afwisselend regeren, dreigt de politiek op den duur onvermijdelijk te ontsporen. Het voordeel van de duidelijkheid wordt ruimschoots ondermijnd door het nadeel van de polarisatie - waaronder de Verenigde Staten zo langzamerhand een onbestuurbaar land geworden is. Spanje heeft de afgelopen decennia daarvoor de tol betaald van een verruwd politiek debat, met wederzijdse verkettering en belediging in plaats van argumenten en overtuigingskracht. Daardoor is de Spaanse politieke cultuur tot nu toe tamelijk onvolwassen gebleven, na de chaotische overgangsperiode van de jaren '70 en '80. Zo krijgt de uitdrukking 'verdeel en heers' een nieuwe betekenis, ontdaan van het cynisme waaraan ze is ontsprongen Gedwongen tot zakelijkheid Wie in zijn politieke tegenstanders altijd óók mogelijke coalitiepartners moet zien, matigt onvermijdelijk zijn toon en is gedwongen tot zakelijkheid. Maar een coalitie-'systeem' houdt ook de machtsbekleders op het rechte pad. Wie de zeggenschap moet delen met mensen van buiten de eigen kring, weet zich kritischer gevolgd en zal minder snel misbruik maken van zijn bevoegdheden. Hoe gemakkelijk politieke alleenheerschappij kan ontsporen, heeft de regerende Partido Popular de afgelopen jaren in Spanje tenenkrommend laten zien. Wie meent dat zoiets in Nederland niet voorkomt, juicht beter niet te vroeg. Ook de wantoestanden rond de 'Teeven-deal' hadden wellicht voorkomen kunnen worden wanneer het ministerie van justitie de afgelopen jaren niet in handen van één partij was geweest, zo schrijven de commentaren. Ook daar zou een scheiding der geesten goed zijn geweest voor een kritische blik. Verdeel en heers Zo krijgt de uitdrukking 'Verdeel en heers' een nieuwe betekenis, ontdaan van het cynisme waaraan ze is ontsprongen: over een verdeeld volk is gemakkelijk tirannie uit te oefenen. Maar wanneer het gezag zélf inwendig gespleten blijft, krijgt het zelfreinigend vermogen meer armslag en ligt bestuurlijke doordrijverij minder voor de hand. Daarvoor moet ongetwijfeld wel enige slagkracht worden ingeleverd. Over de Nederlandse politieke verdeeldheid, de eeuwige noodzaak van compromissen en de 'onbestuurbaarheid' van het land die sommigen al zien opdoemen, klinkt regelmatig een klaagzang op. Moet het aantal partijen in het parlement niet drastisch omlaag? - zo vraagt de één. Misschien wel tot twee partijen?- zo speculeert de ander nog driester. Laten we de zegeningen tellen van onze coalitie-cultuur. Een heilzamer politiek bestel is nauwelijks denkbaar, niet ondanks maar dankzij de zo vaak beschimpte Haagse stroperigheid. Spanje zal zich daarin nu goedschiks of kwaadschiks moeten bekwamen. Dat zal moeite kosten, zoals dat ook in Groot-Brittannië het geval was. Maar op den duur kan het de politieke rijpheid van het land alleen maar ten goede komen.

donderdag 1 oktober 2015

VERNIEUWING DEMOCRATIE / VOORBEELD / INDONESIË: Twitter Zet Indonesische Democratie op zijn Kop

Jakarta twitterhoofdstad van de wereld WOUTER VAN CLEEF − 25/08/15, originele artikel van Trouw Sociale media kans voor nieuwe generatie Indonesische politici. Partijkader is niet langer zaligmakend. De edele kunst van het 'nongkrong' (hangen, kletsen, WvC) beheersen Indonesiërs als geen ander. Koken, beroemdheden, familierelaties en files: het zijn onderwerpen waarover eindeloos wordt gepraat en geroddeld, liefst onder het genot van een kopje thee. De laatste jaren speelt het 'nongkrong' zich steeds minder af op straat en steeds vaker op sociale media. Sterker, nergens wordt meer getwitterd dan in de Indonesische hoofdstad. Verschillende onderzoeksbureaus riepen Jakarta zelfs uit tot 'Twitterhoofdstad van de wereld'. Dat eindeloze getweet gaat niet alleen over koetjes en kafljes, ook serieuze onderwerpen komen aan bod. Politiek bijvoorbeeld. Een jaar geleden boekte president Joko 'Jokowi' Widodo een verkiezingsoverwinning die deels te danken was aan de aandacht die hij kreeg op sociale media, vertellen Kartika Djoemadi en Hari Adhi. Als vrijwilligers van Jokowi's campagneteam tweetten en facebookten zij zich een slag in de rondte over hun politieke idool. "Voor de campagne zeiden veel mensen dat sociale media onbelangrijk waren, maar we hebben laten zien dat het een goedkope manier is om aandacht te krijgen", zegt Hari Adhi (31), die in het dagelijks leven als grafisch ontwerper werkt. Fabrikanten van 'spanduk' (spandoeken) doen altijd goede zaken in verkiezingstijd, maar nu de president ruim 3 miljoen volgers heeft en zijn tegenstander van vorig jaar Prabowo Subianto bijna 2 miljoen, is Twitter een populair én voordelig campagnemiddel. Iets minder dan de helft van alle Indonesiërs is jonger dan 40 jaar, een interessante doelgroep voor politici. Vorig jaar maakte Twitter bekend dat zo'n 20 miljoen Indonesiërs een account hebben, de meeste van hen in de grote steden, vertellen Kartika en Hari. Daar hebben meer mensen geld om een smartphone aan te schaffen dan op het platteland. Waarom twitteren Indonesiërs eigenlijk zoveel? "Vooral in Jakarta staan mensen ontzettend lang in de file. Om de tijd te doden sturen ze berichten via hun smartphone", weet Kartika Djoemadi (35). Maar Twitter is meer dan een manier om de tijd te doden en een groot publiek te bereiken. Sociale media kunnen de politiek in het land helpen veranderen, denken de twee sociale media experts. Een van de opvallendste trends de laatste jaren is de opkomst van ambitieuze, hervormingsgezinde politici in de grote Javaanse steden. In Bandung en Surabaya, respectievelijk de tweede en derde stad van het land, werden burgemeesters gekozen die naam maakten om hun praktische en soms harde aanpak, terwijl ze minder sterk gebonden zijn aan oude partijkaders. Tot voor kort was het praktisch ondenkbaar dat deze belangrijke posten bezet konden worden door kandidaten die zich niet eerst jarenlang opwerkten in een partijapparaat. Voor politici die niet gebonden zijn aan het establishment kunnen sociale media een belangrijk hulpmiddel zijn. Burgemeester Ridwan Kamil (43) van Bandung won twee jaar geleden de lokale verkiezingen mede door zijn twitterschare van inmiddels 1,2 miljoen volgers. Hoewel hij zich later aansloot bij de oppositionele Gerindra-partij, liet Kamil zien dat een partijkader niet langer de sleutel is tot een verkiezingsoverwinning. Voor deze buitenstaanders zijn sociale media extra belangrijk, vertellen Kartika en Hari. Veel Indonesische media zijn immers gelieerd aan grote partijen of tycoons, wat het voor buitenstaanders moeilijker maakt in de schijnwerpers te komen. "In grote steden waar veel mensen op sociale media zitten kunnen sociale media de democratie versterken, maar het effect verschilt sterk per regio", zegt Kartika Djoemadi. Die grote diversiteit tussen verschillende groepen in het land is ook bepalend voor de manier waarop sociale media in campagnes worden ingezet, legt Hari Adhi uit. Hij stuurde regionale steuncomités voor Jokowi's campagne aan. Voor verschillende etnische groepen liet Adhi specifiek toegesneden boodschappen verspreiden. "In west-Sumatra (een tamelijk conservatief-islamitisch gebied, red) werd getwijfeld of Jokowi wel echt moslim was. Ons comité daar meldde dat hij inderdaad islamiet was. Op andere plekken tweetten we in de lokale taal, dat slaat aan bij kiezers." Liever goede hashtag dan de straat op Net als in de Arabische wereld gebruiken ook kritische Indonesiërs het internet om hun ongenoegen te uiten. Begin juli werden massaal foto's gedeeld van een dienstauto van een generaal die tijdens een autoloze zondag met politie-escorte door het centrum van Jakarta reed. De boze reacties op sociale media over de arrogantie van de onbekend gebleven legerleider waren niet van de lucht. De grootste protestactie op sociale media tot nog toe vond eerder dit jaar plaats toen er haast een oorlog ontbrandde tussen de anti-corruptie commissie (KPK) en de landelijke politie. De KPK beschuldigde de kandidaat-politiechef van corruptie. Niet veel later arresteerde de politie een van de topcorruptiebestrijders. Bezorgde burgers, die met lede ogen toezagen hoe de reputatie en slagkracht van de corruptiewaakhond ervan langs kregen, gingen niet als vroeger massaal de straat op, maar lieten vooral op twitter - met de hashtag #SaveKPK - van zich horen.

woensdag 22 april 2015

Trouw - van Schie / Opinie: De Ware Politicus vreest geen Referendum


Een ware volksvertegenwoordiger vreest geen referendum


Patrick van Schie − 14/04/14, 14:30
© anp.
Met het referendum zou worden getornd aan de vertegenwoordigende democratie. Dit argument werd afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer weer eens van stal gehaald om het middel van een referendum te bestrijden.
  •  
    Politici van zogenaamde 'regeringspartijen' stemmen vaak hoe dan ook met alles in dat uit de koker van 'hun' kabinet komt
Het werpt de vraag op wat de kern is van onze democratie: de representatie of het zeker stellen dat inzichten van de burgers doorwerken in het staatsbestuur? Die vraag stellen is hem beantwoorden.

Een voorkeur voor een vertegenwoordigende democratie boven een directe democratie kan op twee soorten argumenten berusten: praktische en principiële. Een vaak gehanteerd praktisch bezwaar is 'het digitale karakter van het referendum'. De CDA-woordvoerster in de Eerste Kamer schoof dit bezwaar vorige week naar voren. Kiezers kunnen bij een referendum slechts 'ja' of 'nee' zeggen, zij kunnen niet meer aan verbetering van een wet werken.

Merkwaardig argument
Uit de mond van een Eerste Kamerlid klinkt dit argument nogal merkwaardig. Ook de Eerste Kamer heeft immers (formeel) geen recht van amendement en kan na een debat een wetsvoorstel slechts aannemen of verwerpen. Zelfs in de Tweede Kamer komt het bij een stemming uiteindelijk toch aan op voor of tegen. Wat is dán het verschil met een referendum?

Een ander praktisch argument is dat van de arbeidsdeling. Het werd ruim een week geleden door hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging naar voren gebracht in het TV-programma 'Buitenhof'. De gemiddelde burger heeft niet de tijd, en meestal ook niet de belangstelling, die nodig is om alle wetsvoorstellen te bestuderen, te bediscussiëren en te beoordelen. Net zoals artsen zich specialiseren in medische zaken, zo specialiseren volksvertegenwoordigers zich in politieke zaken.

Dit is een zeer legitiem argument om het leeuwendeel van de politieke kwesties door een parlement te laten behandelen, hoewel je het argument ook zou kunnen omdraaien: indien alle burgers zich telkens in de rijstebrij aan wetsvoorstellen zouden moeten verdiepen zet dat misschien een rem op de hoeveelheid wet- en regelgeving.
  •  
    In ieder geval heeft het gemiddelde Tweede Kamerlid minder levenservaring dan de doorsnee kiesgerechtigde burger
Artsen en politici
Maar ook als we met het argument meegaan, blijft de vraag of dit moet betekenen dat het parlement in álle kwesties het laatste woord en de kiezer het nakijken heeft. De vergelijking met artsen is daarbij interessant. Als we iets mankeren gaan we inderdaad naar een deskundige, de arts, en we vertrouwen op zijn of haar kennis. Maar wie is nog happy met een arts die autoritair een behandeling voorschrijft? Krijgt een arts van zijn patiënt een onbeperkt mandaat? Een goede arts zal met zijn patiënt overleggen en de cruciale keuzes inzake een behandeling aan de patiënt voorleggen.

Met het argument van de arbeidsdeling hebben we stilletjes het principiële terrein al betreden. Omdat volksvertegenwoordigers zich full time op de politiek toeleggen zouden zij betere beslissingen nemen dan de burgers.

Dit aloude argument wordt echter niet alleen ontkracht door het gemiddeld steeds hogere opleidingsniveau van de burgers en hun (in de veertig jaar dat het stelselmatig wordt gemeten) toegenomen belangstelling voor de politiek. Want aan de andere kant mag in het bijzonder ten aanzien van Tweede Kamerleden inmiddels de vraag worden gesteld of zij met hun gemiddeld steeds jongere leeftijd en hogere doorlooptijd - een Kamerlid met acht jaar ervaring wordt in menig partij al als 'oud' en dus afgeschreven weggekeken - nog wel over zoveel extra kennis beschikken. In ieder geval heeft het gemiddelde Tweede Kamerlid minder levenservaring dan de doorsnee kiesgerechtigde burger.

De CDA-woordvoerster in de Eerste Kamer sprak de vrees uit dat kiezers in een referendum niet over het wetsvoorstel zelf zullen oordelen, maar 'feitelijk voor of tegen het gehele kabinetsbeleid' zouden gaan stemmen. Haar VVD-collega roemde het 'vertrouwen dat de gekozene zelf besluiten kan en durft te nemen'.

Oneigenlijk stemgedrag
Nu laten de leden van de Eerste Kamer zich gelukkig inderdaad nog geregeld leiden door hun zelfstandig oordeel, maar in de Tweede Kamer is daar door steeds strakkere fractiediscipline nog maar weinig van over. Politici van zogenaamde 'regeringspartijen' stemmen vaak hoe dan ook met alles in dat uit de koker van 'hun' kabinet komt en daartegenover verwerpen fractieleden van 'oppositiepartijen' dat allemaal, tenzij zij hun aanvoerder zich er na een koehandel aan heeft gecommitteerd. Oneigenlijk stemgedrag lijkt al met al een gevaar dat tegenwoordig meer van beroepspolitici dan van burgers is te duchten.

Een overmaat aan referenda zou kiezers algauw referendum-moe maken. Dat zou de democratie geen goed doen. Maar als een middel om af en toe in meer fundamentele kwesties - waaronder bovenal grondwetswijzigingen en verdragen met constitutionele strekking - na te gaan of de 'volksvertegenwoordiging' het volk inderdaad goed heeft vertegenwoordigd, kan een correctief referendum ons stelsel democratischer maken. Indien volksvertegenwoordigers hun werk goed doen zouden zij het referendum niet hoeven te vrezen.  

Patrick van Schie is historicus en directeur van de Teldersstichting, het onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

zondag 24 november 2013

Zo zou het moeten, maar als 'de mensen het niet willen'...dan houdt het (voorlopig) op...

NRC 24 november 2013, 14:04 Zwitsers stemmen tegen korting topinkomens Zwitserland Een huis in Zwitserland met een vlag van de voorstanders van een beperking van de topinkomens. De bevolking lijkt het plan om topbestuurders maximaal twaalf keer het minimumloon te laten verdienen echter af te wijzen in een referendum vandaag.
Foto AP / Arno Balzarini door Niels Posthumus Buitenland Kiezers in Zwitserland lijken vandaag het plan om een limiet te stellen aan topsalarissen via een referendum te hebben verworpen. Voorgesteld was om topmensen binnen het bedrijfsleven maximaal twaalf keer het minimumloon te laten verdienen. Een meerderheid van de deelnemers aan het referendum stemde echter tegen, meldt persbureau AP. De Jonge Socialisten hadden de volksraadpleging aangevraagd. In Zwitserland kan een referendum worden gehouden als een initiatiefnemer 100.000 handtekeningen verzamelt. De Jonge Socialisten vinden dat bankdirecteuren en topbestuurders van grote bedrijven buitensporig veel verdienen. Met de uitkomst van het referendum geven de Zwitsers gehoor aan het dringende advies van de regering om het voorstel van de Jonge Socialisten te verwerpen. De regering stelt dat de staat niet moet bepalen hoeveel geld iemand verdient. Bovendien waarschuwde zij dat de belastinginkomsten zouden kelderen als de topsalarissen fors zouden worden teruggebracht. 1812 keer het minimumloon Sommige topmensen in Zwitserland verdienen maar liefst ruim 200 keer het Zwitserse minimumloon. Dat minimumloon bedraagt 2200 tot 3200 euro per maand, afhankelijk van de regio waar een bedrijf is gevestigd. En dan zijn er natuurlijk ook nog echte uitschieters. De directeur van de bank Crédit Suisse heeft bijvoorbeeld een inkomen dat 1812 keer hoger is dan het minimumloon. Dit komt neer op een jaarinkomen van 72 miljoen euro. Dergelijke megasalarissen wekten de laatste tijd steeds meer ergernis in Zwitserland, zeker in combinatie met ontslagrondes binnen veel bedrijven als gevolg van de economische crisis. Maar volgens de peilingen zijn de tegenstanders van de beperking van topsalarissen bij het referendum van vandaag nadrukkelijk in de meerderheid. Zo’n 65 zou tegen de verlaging van de topsalarissen zijn, slechts 35 procent voor. De leider van de Jonge Socialisten heeft zijn nederlaag dan ook al erkend. Lees meer over: Crédit Suisse referendum topsalarissen Zwitserland

dinsdag 1 oktober 2013

Mijmeren over hoe het beter zou kunnen...

...uit onderstaande column van Rob Schouten blijkt dat meer mensen de politiek van vandaag-de-dag met stijgende verbazing en/of afkeer bezien, en nadenken over oplossingen om het beter te laten gaan. Deze column stelt een wel heel erg originele vernieuwende optie voor, gebaseerd op een wel heel erg treurige conclusie... Soort zoekt soort Rob Schouten, Trouw 27/09/13 De term 'politiek dier' zegt genoeg; de politiek is een dierentuin, een menagerie. Ik ben beslist geen politiek dier in strikte zin, ik volg niet voortdurend wat er allemaal in Den Haag gebeurt en vaak weet ik niet eens tussen welke kwaden en goeden ik moet kiezen. Soms voel ik me zelfs geen echte democraat, en woelen er in mij boze verlangens naar een ouderwetse meritocratie en ook heb ik wel eens gedachten gewijd aan het nut van een moreel censuskiesrecht. Tussen ondemocraten bestaan trouwens grote verschillen. Grote denkers als Plato en Nietzsche waren helemaal geen democraat, maar dictators als Loekasjenko en Mugabe zijn het ook niet. Toch is de parlementaire democratie in elk geval voor de kijker de beste politieke staatsvorm - of je moet dol zijn op militaire parades en gesloten bolwerken natuurlijk. Je kunt mij geen groter plezier doen dan met parlementaire enquêtes en algemene beschouwingen. Dan is de dierentuin volop in beweging. Ik heb ooit tijdens een vakantie in Afrika naar een drinkplaats in een wildpark zitten kijken. Er kwam van alles en nog wat lebberen (leeuwen, neushoorns, giraffen), iedereen kende zijn plaats of werd erop gewezen. De olifanten duwden een opdringerige neushoorn opzij, zebra's en wrattenzwijntjes kwamen niet kijken als er ook leeuwen waren. Ik heb me wel eens geprobeerd voor te stellen hoe het zou zijn als de leden van de Tweede Kamer, anders dan hun dierlijke instinct ze ingeeft, niet per partij maar op alfabet geordend zouden zitten. Geert Wilders tussen Steven Weyenberg van D66 en Jan de Wit van de SP in, Emile Roemer ingeklemd tussen Jeroen Recourt van de PvdA en Michel Rog van het CDA. Of afwisselend mannen en vrouwen, als bij een tafelschikking (gaat helaas niet, er zijn 61 vrouwen en 89 mannen). Of leden die te veel met elkaar zitten te praten uit elkaar halen en elders neerzetten, zoals ons dat vroeger in de schoolklas overkwam. Ongemakkelijk, geen geestverwanten om je heen die je juichend inhalen als je iets moois gezegd hebt, geen gefluister achter je hand met je buurman als je tegenstander iets venijnigs zegt. Ieder voor zich. Wel met een partijprogramma op zak maar zonder elkaars hand vast te houden. Het zou de geest van de Tweede Kamer totaal veranderen, het zou veel meer een echte afspiegeling van de samenleving worden, een heuse democratie. Ik leef ook naast mensen die ik niet zelf gekozen heb. Soms zit er een reuze-exemplaar of een sublieme schoonheid bij, maar er zijn er ook die onaangenaam rieken of mij veel te veel praten. Maar nee, zodra ze de kans krijgen gaan mensen soort bij soort zitten en koesteren zich aan elkaars gelijkgestemde warmte. Na afloop van zijn sermoen waarin Geert Wilders Alexander Pechtold voor 'miezerig mannetje' had uitgekreten, ging hij tevreden glimlachend zitten, de held van zijn vrienden, waarvan Pechtold het morele gehalte zojuist in twijfel had getrokken. En Pechtold werd vol begrip opgevangen door zijn democratische soortgenoten. Gettovorming en sektarisme, dat is het eigenlijk. Wat ik al zei: net dieren.

zaterdag 29 oktober 2011

Bolkenstein is het zelfs met mij eens! 1 Miljoen is genoeg... (DePers 12 okt 2011)

Als (fucking) Bolkenstein het met je (als linkse jongen) eens is en dat van de daken tettert, dan moet je idee wel erg goed zijn... Dit blijkt het geval; "Meer dan 1 Miljoen verdienen? Onzin!" Hij vindt zichzelf ook een gematigd mens, nou ja; misschien in vergelijking met zijn eigen (voormalige) pupillen Hischi Ali en Wilders misschien(!?), maar dat terzijde. I.i.g. lijkt de tijd rijp voor mijn idee "1 miljoen is genoeg voor iedereen! Het interview:
Ik ben een gematigd mens Als Nederland ooit één intellectueel in de politiek had, bent u dat. Tekst Peter Wierenga Foto Klaas Jan van der Weij #Intellectuelen Frits Bolkestein neemt een paar eeuwen ideologische politiek op de korrel. En voelt sympathie voor de SP: ‘De beloningen zijn uit de hand gelopen.’ ‘P ‘Port in een sherryglas, ik hoop dat u me dat niet kwalijk neemt.’ Frits Bolkestein serveert de interviewer zelf, in zijn werkkamer aan de Amstel. Achtenzeventig jaar is de oud-politicus, die wat breekbaarder oogt, maar nog dagelijks het half uur naar zijn werk wandelt. ‘En als ik tijd heb, zoals eergisteren, dan zwem ik dertig baantjes.’ Onlangs verscheen zijn magnum opus De Intellectuele Verleiding, over de ‘kwalijke invloed’ van intellectuelen’op de politiek. Bolkestein begint in de achttiende eeuw, bij de drie stromingen classicisme, Romantiek en Verlichting, om van daaruit het ontstaan van nationaal-socialisme, fascisme en communisme te verklaren. Maar ook de Europese Unie, ontwikkelingshulp, multiculturalisme, ze krijgen er allemaal van langs. Hij werkt al aan een verbeterde versie, mede om de kritiek te pareren dat hij sommige denkers slordig aanhaalt. ‘Ik neem alle kritiek serieus.’ Als Nederland ooit één intellectueel in de politiek had, bent u dat. (Lacht:) ‘Ik heb het altijd ontkend, maar wat is een intellectueel hè. Daar begint mijn boek mee, met een definitie. En dat betekent dat alle leden van de Tweede Kamer en alle journalisten ook intellectuelen zijn, want die zijn allemaal geïnteresseerd in abstracte ideeën. Dát is het kenmerk.’ Waar zit die schadelijke invloed dan in? ‘Het kernwoord is ervaring. De hoofdstelling van mijn boek is dat als publieke intellectuelen – een anglicisme, maar u begrijpt wat ik bedoel – een goede mening willen verkondigen, dan moet die gebaseerd zijn op ervaring. Als je denkt aan de multiculturele samenleving, die was natuurlijk behept met allerlei vooropgezette ideeën die in de praktijk niet bleken te werken.’ Zoals integratie met behoud van eigen identeit? ‘Bijvoorbeeld.’ Wat u daarover zei, was achteraf helemaal niet zo extreem. U waarschuwde voor botsingen met de principes van de rechtsstaat, zoals de gelijkheid van man en vrouw... ‘Ja, waar ging al die heisa over zou iedereen zich nu afvragen.’ Is die kwalijke invloed van intellectuelen dus verminderd? ‘Dat denk ik wel. Die eis van ervaring wordt nu veel klemmender gevoeld dan vroeger. De mens is goed, dat was de hoofdstelling van de Nederlandse politiek in de jaren zeventig en tachtig. Nou, daar zijn we toch echt wel van teruggekomen. De huidige politiek is veel minder ideologisch dan twintig, dertig jaar geleden. Dat zie je niet alleen bij mijn partij, maar ook bij de PvdA en de SP. Men heeft meer aandacht gekregen voor de realiteit.’ U noemt zelfs de SP. ‘Ik vind dat Roemer het goed doet. Hij neemt mensen voor zich in en hij heeft het over duidelijke problemen. Als ik links was, als ik socialist was, stemde ik niet op Cohen maar op Roemer. Al vind ik dat hij de verkeerde oplossingen heeft.’ Wat vindt u dan zo’n reëel probleem waar de SP terecht op wijst. De bonuscultuur? ‘Daar ga ik een heel eind met ze mee. Ik vind dat in de publieke en semipublieke sector, maar zeker ook bij ondernemingen, de beloningsstructuur uit de hand is gelopen.’ Waar komt dat door? ‘Ik denk doordat wij over de grenzen kijken en vooral naar Amerika, al geloof ik dat ook daar de verhoudingen veel extremer zijn dan vroeger. Dat waait dan over. En ik vind dat vakbondsbestuurders en mensen als Roemer echt wel gelijk hebben als ze wijzen op die extreme verschillen. Ik ben een gematigd mens en ik geloof in gematigde verhoudingen, mensen die meer dan een miljoen euro per jaar verdienen, dat vind ik onzin.’ Dus bonussen verbieden? ‘Nee. Je moet ook niet alle problemen met wetgeving te lijf gaan. Neem nu die kwestie van die jongen die in Alphen aan den Rijn mensen doodschoot. Dat heeft ie gedaan terwijl hij geestelijk in de war was. Hij had natuurlijk nooit een vergunning mogen krijgen van de politie. Daar wordt nu een heel beleid op gebaseerd!’ Hier tussen de boekenkasten moge blijken: Bolkestein is een liefhebber van de aurea mediocritas (‘gulden middenweg’) van het classicisme. En van de Schotse Verlichting. In het verlengde van de ‘grote econoom’ Adam Smith stelt hij dat politiek meer gebaseerd moet zijn op verlicht eigenbelang. Weg met dat van het christendom overerfde schuldgevoel – het Westen moet zelfbewuster zijn. Waarom denkt u nou dat de liberale democratie beter is dan andere beschavingen? ‘Het criterium is heel eenvoudig, dat is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. En dan blijkt heel duidelijk dat de West-Europese beschaving superieur is aan de islamitische beschaving. Want die hebben geen boodschap aan de universele verklaring. Als je daarentegen de sharia als maatstaf neemt, is het Midden- Oosten superieur.’ Maar die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens namen we zelf ook niet altijd serieus. ‘Dat is waar. Wij hebben niet altijd voldaan aan onze eigen standaard.’ Na de moord op Van Gogh wilde minister Donner het verbod op godslastering nieuw leven inblazen. U vond dat onzin. ‘Ik ben tegen godslastering hoor... maar ook dat is iets wat je niet moet juridiseren.’ Sommigen willen het juist afschaffen. De VVD zou met een voorstel komen, maar is nu weer stil. ‘Laten we nou maar gewoon dat artikel daar houden en het zwijgen ertoe doen. Je hoeft niet alles op de spits te drijven.’ Ik denk dan: je buigt voor de SGP, omdat je hun steun nodig hebt. ‘Nee. We zijn zulke Prinzipienreiter in Nederland. Neem het koningshuis. Daarover is een discussie die kant noch wal raakt. Ik heb een aantal keren met de koningin gesprekken mogen hebben, zeker tijdens de formaties van ‘94 en ‘98. Die zogenaamde macht van de koningin, die heb ik niet kunnen ontdekken.’ Die discussie is wel iets anders dan de godslastering, die aan de vrijheid van meningsuiting raakt. Als wij die kernwaarden voorhouden aan islamitische landen, moeten we daar zelf ook exacter in zijn. Of ben ik dan een Prinzipienreiter? ‘Dat bent u inderdaad. Laten we dat artikel vergeten. Het wordt toch niet toegepast.’ Terug naar de Goede Vreemdeling, het beeld dat volgens u het debat lang heeft gedomineerd. Veel zaken gaan beter, maar nu is het per definitie de Slechte Vreemdeling. ‘Dat is het oude verhaal van actie en reactie. Als de slinger die kant uitslaat (maakt een handgebaar), dan is het onvermijdelijk dat ie ook weer de andere kant uitslaat. En als we niet zo wereldvreemd waren geweest in de jaren tachtig en negentig, dan had je later misschien geen Fortuyn en geen Wilders gehad.’ Nederlanders slaan altijd door? ‘Ja. Nederland heeft een reputatie van heel sober te zijn, maar men is behoorlijk gepassioneerd in dit land. Buitenlanders zien dat misschien niet en toch is het waar.’ Het discours gaat vaak nog over de islam, wat een ander ‘probleem’ is dan criminaliteit. ‘Dat is waar. En op dat terrein van de criminaliteit, vooral de kleine, moet er nog veel gedaan worden. Ahmed Marcouch heeft gezegd dat de Marokkaanse gemeenschap dat zelf moet aanpakken. Daar heeft hij gelijk in, maar dat gebeurt niet en ondertussen is het verdomd vervelend als een buurt wordt geplaagd door pesterijen en diefstallen enzovoort.’ Die pesterijen waren mede aanlei ding voor u om uw uitspraak te doen over zichtbare joden – dat de komende generatie beter kan emigreren. Hoe kijkt u daarop terug? ‘Ik geloof dat mijn opmerking terecht is. Ik had niet verwacht dat het zoveel lawaai zou veroorzaken, omdat het een opmerking was in een gesprek met Manfred Gerstenfeld, maar ik heb er geen spijt van.’ Is er nog iets positiefs voortgevloeid uit dat debat? ‘Nee. Alleen al de bewaking van synagoges vind ik kwalijk.’ Vindt u dat de overheid daar wél een rol in moet spelen? ‘De overheid moet zorgdragen voor de veiligheid op straat. Het is een taak van de overheid om ervoor te zorgen dat synagoges bewaakt worden en mensen niet gemolesteerd worden.’ Zit de ideologie nu niet meer ter rechterzijde? De PVV spreekt van een tsumani van islamisering... ‘Het blijkt dat het geboortecijfer bij Nederlanders van Marokkaanse en Turkse afkomst nu lager ligt dan die van autochtonen. Dat is een buitengewoon interessante en hoopvolle ontwikkeling.’ Iemand als Anders Breivik is bang voor die ‘islamisering’. Zou Wilders – die u terecht niet verantwoordelijk houdt voor de aanslag in Noorwegen – toch niet wat voorzichtiger moeten zijn met die apocalyptische beelden? ‘Daar moet hij mee oppassen. Dat is onjuist en onverstandig, en hij moet ermee oppassen want mensen reageren op beelden. Ook politici reageren op beelden, en het beeld dat hij oproept is onjuist.’ Bolkesteins grootste zorg van nu is de eurocrisis. ‘We zitten natuurlijk in een verdomd moeilijk tijdsgewricht.’ Hij heeft soms nog eens contact met Mark Rutte. Ze spreken over van alles, maar naar eigen zeggen bemoeit hij zich niet meer met de politiek. Hoe pakt het kabinet dit aan? ‘Dat vind ik goed. Ik zelf ben van mening dat het faillissement van Griekenland onvermijdelijk is en dat het land dan de eurozone moet verlaten. Dit betekent weer dat we ze moeten helpen met die schuldenlast enzo. Daar wordt zonder enige twijfel over nagedacht, maar niet officieel.’ Achter de schermen zet de regering zich daarvoor in? ‘Vast. Ik heb gezegd dat wij de Grieken moeten steunen op voorwaarde dat ze de eurozone verlaten. Dan roept iedereen ach en wee, vanwege het besmettingsgevaar, maar ik weet niet of dat nou zo groot is.’ Dat riepen de PVV en SP altijd al. ‘Ach, ook een stilstaande klok wijst twee keer per dag de juiste tijd aan.’ Hoe wilt u het liefst herinnerd worden: als Europees commissaris of als schrijver van dit boek? ‘Daar heb ik nog niet over nagedacht, het betekent dat ik moet nadenken over mijn eigen dood. Wie wil denken aan essentiële zaken: dan als vader en grootvader, als echtgenoot, binnen de familie. Daar doe je het toch voor.’ Arabische Lente Bolkestein vindt het Westen eerder een bedreiging voor de islam dan andersom. ‘De Arabische Lente toont het failliet van Al-Qaida aan.’ Hij hoopt ook dáár op ‘ontideologisering’. De overheid moet zorgen dat synagoges bewaakt worden. Frits Bolkestein VVD-coryfee Frits Bolkestein Intellectueel Wilders moet oppassen, want mensen reageren op beelden. Bij dit artikel zijn in de originele versie 2 foto's gepubliceerd.

maandag 24 januari 2011

Vrouwen in de Politiek

Al vele jaren ben ik van mening dat er echt drastische maatregelen moeten worden genomen om vrouwen echt serieus mee te laten doen in de Nederlandse Politiek (net zoals in het bedrijfsleven, maar da's een andere discussie).

Cosmetisch gaat het de goede kant op met het aantal vrouwen in de volksvertegenwoordiging, maar wezenlijk is deze trend niet. M.i. hebben vrouwen, en zeker jonge, intelligente vertegenwoordigsters van de meerderheid van het Nederlandse Volk, nauwelijks echt iets in de melk te brokkelen. Komt het er dan, bij hoge uitzondering, dan toch eens van; dan wordt er meestal snel en rücksichtslos met die bewuste vrouw afgerekend. Voorbeelden? Els Borst, Winnie Sorgdrager en Agnes Kant, om slechts enkele voorbeelden te noemen, maar de rij is bij grondige analyse vast vele malen langer.

Al jaren geleden bedacht ik een oplossing voor dit probleem, een paardenmiddel, ik geef het direct toe, maar m.i. wel fraaier dan een simpel quotum dat dwingend wordt opgelegd. Mijn oplossing: voor een bepaalde periode mogen vrouwelijke stemmers alleen maar op vrouwen stemmen. Mannen zouden wat mij betreft zelf mogen kiezen of ze op een man, dan wel een vrouw willen stemmen, maar als men daar problemen mee heeft is het ook goed mannen dan maar ook te beperken tot mannen. Ik schat dat een jaar of 10 genoeg moet zijn om de bordjes structureel in evenwicht te krijgen. Wat gaat er dan namelijk gebeuren? Iedere partij, behalve de SGP (die dan gehalveerd wordt tot 1 zetel; een goede zaak!), valt dan direct uiteen in twee vleugels; de mannen en de vrouwen. Vrouwen hoeven niet langer naar de pijpen te dansen van de mannen die in de meeste partijen toch de dienst uitmaken, of ze nu hoog op de lijst staan of niet. Daardoor zal een ander soort vrouwen omhoog bubbelen; geen excuustruzen meer, geen manwijven (verkapte mannen), en ook geen gezellige tantes meer...al die types worden 'echt', of ze vallen buiten de boot en worden vervangen door vrouwen die het niet primair goed doen onder hun mannelijke 'collega's', maar vrouwen die zichzelf in een onderlinge strijd juist voor vrouwen de beste zullen moeten betonen! Dat is mijn simpele oplossing; ik ben ervan overtuigd dat Nederland na een jaar of 10 onherkenbaar veranderd zal zijn!

In het onderstaande artikel, een coverstory van de Groene Amsterdammer, wordt nog eens aangetoond hoe nodig zo'n drastische ingreep wel niet is.



De helft van de wereld is van mij! Vrouwen ontbreken in de top

Is er toch een quotum nodig om te komen tot een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen in de top? Een rondgang langs vijf vrouwen uit de hoogste regionen. 'Show your balls man, geen slappe knieën.'
ANNEKE GROEN


'EEN QUOTUM is een paardenmiddel. Maar er is geen andere oplossing.' Dat is de conclusie van vier vrouwen, allen al dan niet vrijwillig opgestapt uit de top van een multinational. En ook: 'Het laatste stuk ligt bij onszelf. We moeten leren vechten. Leren om eerlijk tegen onszelf te zeggen: ik wil op die plek komen en wat betekent dat dan.'
Volgens de Female Board Index van de Erasmus Universiteit hebben slechts 39 van de 99 beursgenoteerde bedrijven in Nederland een vrouw in de top. Het grootste deel van hen heeft een buitenlandse nationaliteit. Onder de 749 bestuurders en commissarissen zijn 61 vrouwen, 8,1 procent. In 2010 gingen bijna alle nieuwe benoemingen naar een man. Wie als vrouw wél de top bereikt, is meestal ook snel weer weg.
Het debat is de vraag voorbij of diversiteit aan de top wenselijk is; aan de meerwaarde van vrouwen wordt niet getwijfeld. Er zijn -voldoende vrouwen, maar er gebeurt de -laatste vijf jaar niets meer. 'Ik heb gekozen voor -kwaliteit en ervaring', was het antwoord van premier Rutte op de verontwaardigde reacties op het aantal van drie vrouwen in zijn kabinet. Een -staatssecretaris voor Emancipatiezaken is er al lang niet meer, laat staan een minister. Het onderwerp is van de politieke agenda -verdwenen. Het zou wel loslopen, het gaat goed met de positie van vrouwen. Niets is minder waar.
Judith G. (53) zat hoog in het management van een beursgenoteerde onderneming en stapte op omdat ze de strijd met haar baas beu was. Na een jaar van bezinning is ze nu heel tevreden als consultant in een klein bedrijf. 'Ik werk net zo hard als vroeger', vertelt ze, 'maar ik bepaal hier mijn eigen cultuur.' Haar visie op zichzelf en het onderwerp vat ze kort samen: 'Dit is het laatste hoofdstuk. Het ligt bij ons.'
Ze is niet gekomen waar ze wilde komen, maar ze voelt zich nu opgelucht. 'Ik ben heel blij dat ik er niet meer zit', zegt ze. 'Dat kan ik nu zeggen, maar mijn aspiraties waren anders. Ik was ook erg bekend en in the picture, dat is allemaal weggevallen, alleen je heel nabije kring blijft over. Nooit had ik tijd voor vrienden en familie, maar gelukkig zijn ze altijd bij me gebleven. Die tachtig uur per week moet je anders leren invullen. Als je echt zeilt op het feit dat je iemand was binnen een organisatie heb je het moeilijk als dat weg is. Dat geldt ook voor mannen. Maar ik wil niet meer terug naar die brij om me heen, waar iedereen een mening over je heeft, onder je en boven je, heel benauwend.'
Na haar studie economie begon ze bij het bedrijf, 28 jaar geleden. Alleen maar mannen om zich heen, die niet gewend waren aan vrouwelijke collega's. Haar laatste opdracht was het opzetten van een dochterbedrijf. 'Ik heb drie jaar onder een baas gehangen waar ik voortdurend strijd mee voerde. En ik ben niet van de strijd. Ik leverde heel veel in, ook op mijn gezondheid. De essentie is een simpele: hij zat er voor zichzelf, om te blijven zitten en politiek te kijken hoe hij zich zo zeker mogelijk kon neerzetten en ik zat er om een organisatie van de grond te krijgen en dat op een goede manier met mijn mensen te doen.
Ik dacht dat het hele bedrijf dat wilde. Ik moest risico's nemen en hij vroeg zich voortdurend af of hij daar wel verantwoordelijkheid voor kon nemen. Een leuke vent, maar ik vond hem disloyaal. Je kiest geen strijd, zei ik hem, je bukt. En je staat niet achter me. Uiteindelijk moest ik weg en hij zit er nog. En steun van mijn collega's kreeg ik niet, want die moesten verder met hun baas.'
Ze zegt het zonder bitterheid, ze vindt achteraf dat ze er veel van heeft geleerd: 'Als ik nu ergens mee zit, denk ik eerst rustig na en kijk wat mijn speelveld is. Wie zit er naast me, boven me, onder me. Waarom lukt dit niet? Waar liggen de verschillende belangen? Wie moet ik van tevoren even bellen om mee te krijgen? Ik vraag me nu af wat goed is voor het bedrijf, maar ook wat goed is voor mij en probeer dan toch mijn zin door te drijven. Mannen hebben dat extra instinct van nature. Het is ook niet zo dat vrouwen per se een andere kijk op zaken hebben. Maar mannen hebben een ander vervolg in hun hoofd.'
Doordenderen, dat doen de meeste vrouwen, zegt ze. 'We leveren goed werk af, vaak beter en serieuzer dan mannen, we gaan veel -dieper. Maar dat is niet het spel dat door -mannen gespeeld wordt. Op het moment dat ik een stap hoger wilde, had ik mijn gedrag -moeten -veranderen. Ik heb altijd doorgezet, maar had nog nooit hoeven vechten in een kleine groep mannen die allemaal dezelfde functie wilden als ik. We doen dit samen, dacht ik. Nee, dat is niet zo. Hoe kan ik loyaliteit verwachten van iemand die dezelfde baan wil als ik? Een man vertelde mij het volgende: er zijn twee banen te -vergeven voor tien mensen. We zitten met elkaar om tafel. Er zitten twee vrouwen bij. Eerst met z'n achten tegen die twee: die zijn zo van tafel, want vrouwen kunnen niet -vechten. Er zitten ook drie nerds bij. Die willen alleen maar hun werk doen en zitten niet in het hoofd van de bazen. En dan begint het gevecht. Niet omdat we die mensen niet mogen, het is gewoon elimineren en je eigen kansen -verhogen. Vrouwen hebben dat voorbeeld nog niet gehad. Wij zijn bezig geweest ons neer te zetten in een mannenwereld met het kunstje dat wij geleerd hebben en dat in onze genen zit: goed werk afleveren, people manager zijn, we worden erom geroemd. Maar wij moeten ook iets van mannen overnemen. We moeten snappen hoe dat gevecht werkt. De vrouwen die het tot nu toe hebben gered hebben daarover nagedacht.'
In eerste instantie wilde Judith G. weer een fulltime baan en raadpleegde een -headhunter. Die gaf haar inzicht in een ander gebrek. -'Vrouwen kunnen niet opscheppen en niet liegen over zichzelf. Vertellen wel dat ze directeur zijn, maar niet hoeveel mensen ze onder zich hebben. Laat staan over hoeveel geld ze gaan.' Lachend: 'Ik had miljarden onder me hangen. Vond dat totaal niet interessant. Onder zijn invloed vertelde ik dat bij sollicitaties. Dan zie je hoe zo'n gesprek kantelt. Opeens werd ik voor vol aangezien.'
CATY ASSCHER (64, getrouwd, drie kinderen) traint de top van bedrijven en organisaties. Volgens haar zijn loyaliteit aan het team en loyaliteit aan de voorzitter van de raad van bestuur de belangrijkste elementen in de top. 'Als daar iets misgaat, raakt dat zijn reputatie en die van het bedrijf. Als het écht gaat om de top, gaan er mechanieken spelen in de mannengroep die vrouwen onvoldoende en vaak te laat in de gaten hebben.
Wat die mechanieken zijn? Vrouwen vertelden me dat ze op het moment van fusie of verandering veel te netjes waren gebleven. In de formele circuits vond uitstekend overleg plaats, maar van tevoren informeel peilen, overleggen en stutten voor hun eigen positie deden zij niet. In de top gaat het erom of je wordt opgenomen in de netwerken - dat geldt ook voor mannen - en of je erin slaagt loyaliteit op te bouwen. Zeker in tijden van economische crisis valt men weer terug op het vertrouwde patroon. Iets anders is dat het altijd in de mannelijke soort heeft gezeten om naar buiten toe te vechten, met het risico dat je mensen verliest. Dat is vrouwen niet eigen.'
In de laag nét onder de top signaleert Asscher vaak voorbeelden van totale miscommunicatie: 'Een voorzitter van een raad van bestuur organiseerde lunchbijeenkomsten om zijn strategie toe te lichten. Een vrouw die hij met veel vertrouwen op een hoge positie had neergezet vroeg hem en plein public of hij rekening had gehouden met de negatieve consequenties van zijn strategische keuzes. Hij was daar zeer door geraakt. Daarover wilde hij best met haar praten, maar níet en plein public. Zij vond: het is een open dialoog en hield geen rekening met zijn status en het beïnvloedende aspect van haar eigen positie. Hij verwachtte van haar dat zij ter plekke mee zou helpen en enthousiasmeren. Dit kom ik heel vaak tegen, op alle plekken in de maatschappij. Als je zoiets doet en die laatste stap wil maken word je niet gekozen.'

JACQUELINE RIJSDIJK (54, getrouwd, drie dochters) zit na een leven hard werken ineens thuis, zelf opgestapt, na een jaar, als lid van de hoofddirectie van verzekeringsgroep ASR Nederland. Er was, na 28 jaar De Nederlandsche Bank, waar ze eindigde als divisiedirecteur betalingsverkeer, aan haar getrokken om bij asr te komen en een veranderingsstrategie in te zetten. Achteraf haalt ze de uitspraak van een goede vriend aan: als je wordt binnen-gehaald om te veranderen is dat het enige wat je niet moet doen. Dat kunnen ze blijkbaar niet zelf en daar halen ze dan iemand van buiten bij. Ze oogt nu zeer ontspannen en uitgerust. 'Ik geniet met volle teugen van deze fase', vertelt ze. 'Maar ik ben ook wel boos geweest. Ik had kunnen blijven, welke functie ik ook maar wilde hebben, maar ik heb dat niet gedaan omdat ik teleurgesteld was in het tempo van verandering en het feit dat de daad niet bij het woord werd gevoegd.'
De raad van bestuur moest worden ingekrompen van zes naar vier personen. Jacqueline Rijsdijk verwachtte dat zij daar bij zou zijn: 'Ik heb niet op tijd ingezien dat ik zachter moest lopen. In een toespraak tot het middenkader, waarin ik aankondigde dat we over twee weken echt zouden beginnen, zag ik de ene helft enthousiast naar voren buigen; de andere helft leunde achterover en dacht: we zullen wel eens zien of dat gebeurt...'
Ze vindt het een ongelooflijk ingewikkeld onderwerp, het verschil tussen mannen en vrouwen. 'Alles wat erover gezegd wordt, is waar. Over het algemeen zijn vrouwen meer controlfreak, meer op de inhoud, we benoemen dingen die mannen niet willen benoemen. We zijn directer, vinden de relatie belangrijk en we zijn niet one of the boys. En als ze dat niet gewend zijn is het erg moeilijk voor mannen om er een vrouw bij te halen. Nog een punt: ze vergelijken je met hun eigen vrouw, wat niet te vergelijken is. Ik kan goed met mannen opschieten en heb me altijd zeer gewaardeerd gevoeld, één met de groep, dacht dat we -maatjes waren. Maar toen puntje bij paaltje kwam, telde dat voor de voorzitter niet. We waren met vijf voor drie plekken. Hij koos voor drie mannen. Met als argument dat hij toch iemand wilde die het verzekeringswezen beter kende. Omgekeerd zou ik het nooit gedaan hebben. Ik had die verandering doorgezet. Show your balls man, geen slappe knieën. Niet vier dezelfde mannen. Tegenspraak organiseren.
Als je een positie wil, moet je dat niet te duidelijk zeggen. Dan denkt iemand dat je op zijn stoel uit bent. Ik heb achteraf ook wel gehoord dat ik te duidelijk in mijn standpunt ben geweest en langer m'n mond had moeten houden. Dat zal ik de volgende keer anders doen. Of dit een man met hetzelfde gedrag ook was gebeurd, weet ik niet. Misschien is het moeilijker te accepteren voor mannen dat een vrouw dit gedrag vertoont. Toch was het een schok toen ik wegging. Vooral de vrouwen vonden het verschrikkelijk.'
Rijsdijk weet nog niet wat ze gaat doen. Ze heeft talloze nevenfuncties en vermaakt zich uitstekend. En de strijd geeft ze niet op. 'Wij moeten doorgaan. Voor onze dochters. Die hebben het nog niet door. Die denken dat ze er met hard werken wel komen.'

PAMELA BOUMEESTER (52, getrouwd, vier kinderen) is in de Volkskrant-top-tweehonderd van de invloedrijkste Nederlanders gestegen van 166 naar 52 en wordt geclassificeerd als multicommissaris. Een jaar geleden besloot ze op te stappen bij NS Poort, waar ze directeur was. Hoewel haar inkomen flink is gedaald verdient ze met al haar verschillende functies en commissariaten genoeg om een 'aangenaam, gevarieerd en leuk leven te leiden'. Bij NS Poort had ze in drie jaar tijd twee bedrijven geïntegreerd; daarna wilde ze 'een stap zetten op de verticale as, of een internationale klus'. Beide zaten er niet in, 'om redenen die je natuurlijk niet allemaal kent. Dan blijf ik niet. Ik wil iets doen waar ik waarde aan kan toevoegen.'
In het mannenbedrijf NS, waar ze sinds 1988 werkte, benoemde ze zo veel mogelijk vrouwen. 'Wie zoekt die vindt, van uitstekende kwaliteit', zegt ze. 'Vrouwen hebben gebrek aan rol-modellen. Nu wordt het jammer gevonden dat ik niet meer op een toonaangevende plek zit. Maar dat heb ik jaren gedaan, I paid my due.' Ze twijfelt ook over opnieuw een topfunctie: 'Ineens houdt het werk op. De eerste neiging is om weer over zo'n baan te denken. Banen genoeg. Maar kan ik echt verschil maken?'
Bij NS verrichtte ze baanbrekend werk door een andere stijl van leidinggeven. 'Van patriar-chaal naar gelijkwaardig. Dat was men niet gewend. Als je diversiteit insluit in je bestuursstijl creëer je rijkdom. Te eenvormige groepen vormen met elkaar een uitvergroting van stereo-typen. Het is ook een kwestie van identificatie en voorbeeld. Als een team bestaat uit min of meer hetzelfde type van hetzelfde geslacht geef je als bedrijf de boodschap af dat dat de eigenschappen zijn waarmee je in het leidinggevende team kunt komen.'
Haar belangrijkste boodschap is humor, openlijke zelfrelativering en eigen initiatief. 'Dat moet je leren', zegt ze. 'Niet zielig doen als iets niet lukt. Dan moet je iets anders bedenken. Dat mannen mij er niet buitenhouden, komt omdat ik zelf het initiatief neem. Ik ervaar dan geen weerstand. Nog even bellen: wat vind jij? Mannen doen dat onderling ook. Zullen we het anders doen? Het onderwerp op een andere manier op de agenda zetten? Het is ook een beetje de lol van het spel. Valse bescheidenheid, daar ben ik niet van. Maar zo worden vrouwen gemiddeld genomen niet gesocialiseerd.'

ALEXANDRA SCHAAPVELD (52) heeft een rouwproces doorgemaakt. Ze was 25 jaar Directeur Generaal bij ABN Amro; kwam na de verkoop in de top van de Royal Bank of Scotland en werd daar totaal onverwacht van de ene op de andere dag ontslagen. 'Ik weet nu wat het is om er uitgezet te worden. Als je vader van drie kinderen bent en je werk altijd goed gedaan hebt. Ik kom er met mijn capaciteiten en talloze goed betaalde nevenfuncties best doorheen, maar voor zo iemand ligt dat anders.'
Schaapveld heeft zelf vier kinderen. Ook toen ze directeur-generaal was, werd door bepaalde mannen steevast bezorgd gevraagd hoe het de kinderen ging. 'Op een dag was ik het zat. "Ze hebben me zoveel troubles gegeven dat ik ze weggegeven heb", zei ik. Nooit meer naar gevraagd. Aan de andere kant: bij een meerdaagse vergadering kondigde een man de avond tevoren aan dat hij eerder wegging. Later hoorde ik dat z'n dochter moest optreden met haar viool. Mijn eerste opmerking de volgende dag was: hoe was de uitvoering? Natuurlijk kun je het over je kinderen hebben. Maar niet in die veroordelende zin.'
'Diversiteit is nog steeds een probleem, omdat te weinig bestuurders begrijpen waarom het nodig is', zegt ze. 'Ze praten erover, tekenen een charter, maar doen vervolgens niets. De stijl verandert met meerdere vrouwen in een team. Het wordt menselijker. Capaciteiten die mannen ook hebben, maar minder makkelijk opbrengen als ze onder elkaar zijn.'
Ze heeft haar weg naar de top nooit als strijd, maar eerder als uitdaging ervaren: 'Je komt verder door loyaliteit en netwerken.' Ze is niet het type van Queen Bee (ik heb het gered, dus anderen moeten dat ook maar zelf doen), heeft vanuit haar managementspositie mannen gedwongen vrouwen te benoemen, maar is tegelijkertijd oog blijven houden voor de extra barrières voor vrouwen. 'Manage your own career - ik zie dat heel weinig vrouwen doen. Ze blijven lang voor een baas werken, is die ineens weg, blijkt dat niemand háár kent. Zorg dat je een keer per week iets buiten de deur doet dat niets met het bedrijf te maken heeft. Ik golf tegenwoordig. Ik ben verbaasd hoeveel mannen er met die tassen rondlopen. Deed ik zelf vroeger nooit!
En vrouwen zijn buitengewoon kritisch over elkaar. Ze fakkelen alle andere vrouwen af. Dat is absoluut dramatisch. Mannen doen dat al over vrouwen, dat moeten we niet ook nog eens over onszelf gaan doen. Je moet zeggen: ze zit er in ieder geval. Dat positivisme moeten we onder elkaar kweken en onderhouden. Het andere is: je komt soms in situaties die erg moeilijk zijn. Blijf zitten. Don't give up. Van buiten kun je niets veranderen, van binnen wel.'
Ze wordt veel benaderd voor topfuncties, maar aarzelt. 'Alleen als ik het leuk vind. Niet meer voor de bühne. En ook niet omdat het zo belangrijk is dat het een vrouw wordt.'

ALLE geïnterviewde vrouwen zijn zonder meer voor een wettelijk quotum van veertig procent en hebben daar weinig woorden voor nodig. Alexandra Schaapveld: 'Vijf jaar geleden dacht ik nog, het komt wel. Maar we staan al vijf jaar stil, er gebeurt niets, dus het moet verplicht worden.' Jacqueline Rijsdijk: 'Lang geaarzeld, maar ik ben vóór. Verandering bewerkstellig je pas met dertig, veertig procent.' Caty Asscher: 'Je hebt massa nodig, in je eentje kun je de strijd niet winnen. In onzekere tijden valt men terug op oude zekerheden, dus op mannen.' Pamela Boumeester: 'In weerwil van mezelf heb ik het quotummanifest getekend. Het doel heiligt de middelen. Dan maar een paardenmiddel, desnoods tijdelijk.' Judith G., fel: 'Wij zijn de helft van de populatie, de helft van de wereld is van mij! Waarom moet ik vertellen dat ik beter ben dan een man? Sodemieter op zeg, is het allemaal voor jullie dan? Mannen nemen alle beslissingen en sluiten de andere helft uit.'

Quotum
Hoewel zestig procent van alle afgestudeerden in heel Europa vrouw is, heeft slechts één op de tien beursgenoteerde ondernemingen een vrouw in de raad van bestuur en is slechts drie procent voorzitter. In 2002 was het percentage vrouwelijke bestuurders in Noorwegen nog zeven. Ansgar Gabrielsen, toenmalig minister van -Economische Zaken, was het zat dat het old boys network de dienst bleef uitmaken en kondigde op eigen houtje een quotum aan. Een storm van kritiek volgde, maar in 2004 nam het parlement een wet aan die in 2008 tot een verplicht quotum van veertig procent vrouwelijke bestuurders bij beursgenoteerde bedrijven zou moeten leiden. IJsland nam een vergelijkbare wet aan, Frankrijk overweegt er een en Spanje heeft streefcijfers voor 2015. In Nederland nam de Tweede Kamer in 2009 een voorstel aan voor dertig procent -vrouwen in de top van grote bedrijven. Houden bedrijven zich hier niet aan, dan komt er een -quotum. Het wetsvoorstel ligt nog bij de Eerste Kamer.
Viviane Reding, vice-voorzitter van de Europese Commissie en commissaris Justitie, Grondrechten en Burgerschap, gaat in maart van dit jaar met alle ceo's van grote bedrijven aan tafel: als er geen vooruitgang komt, zullen we quota moeten opleggen, zegt ze. Haar doel is dertig procent in 2015 en veertig in 2020. 'Dat geeft ook een sterk signaal naar andere vrouwen om te laten zien dat ze het kunnen.'
Eurocommissaris Neelie Kroes noemde zichzelf in een uitzending over leiderschap een voorbeeld van een excuustruus: 'Barroso had publiekelijk gezegd dat hij dertig procent vrouwen wilde. Anders was ik er niet gekomen in 2004. Ik heb altijd gedacht: mouwen opstropen, dan kom je er wel. Maar zonder quotum redden we het niet. Mannen pikken het niet als een vrouw te hard optreedt, maar als ze te zacht is accepteren ze haar niet als leider. Vrouwen hebben minder behoefte hun ego uitgebreid te etaleren. Uiteindelijk duurt een vergadering in gemengd gezelschap korter en gaat méér over de inhoud.'


Diversiteit

Volgens Robert Swaak (50, getrouwd, vier kinderen) van PwC Nederland (accountants, belastingadviseurs en consultants) is men in Nederland nooit serieus met diversiteit bezig geweest: 'De schooltijden hier zijn archaïsch en de kinderopvang is provisorisch, uitzonderingen daargelaten.' In het buitenland was hij jarenlang gewend te werken met vrouwelijke klanten en collega's. Terug in Nederland en eenmaal bestuurlijk actief binnen PwC merkte hij dat hij bijna geen vrouwen om zich heen had. Hij vertelt: 'We zijn destijds een groot onderzoek gestart binnen PwC en kwamen er achter dat vrouwen onverhoopt en onverklaarbaar tussen vier en zes jaar afhaakten. Honderden vrouwen. Steeds weer: fantastische vrouw, maar ze wil weg. Verwarring en verbazing. Het bleek bijvoorbeeld dat vrouwen weer teruggezet werden op hun potential rating als ze terugkwamen van zwangerschapsverlof. De carrière van mannen liep sneller en bonussen waren vaker in hun voordeel. Ook hier hetzelfde verhaal. Als je een tijdje wegbent, kun je geen fulltime bonus krijgen. Hoezo niet?
Nog iets: een vrouw die na twaalf jaar een negatief beoordelingsgesprek krijgt met de boodschap dat ze over zes weken nog een tweede kans krijgt, trekt haar conclusies en is weg. Kom zeg, heb je over zes weken ineens een ander oordeel? Als ik hier al twaalf jaar werk weet je hoe ik ben. Een man pikt het signaal op en springt nog eens een keer door die hoepel.'
Het onderzoek mondde uit in een diversiteitsprogramma dat door de hele organisatie loopt. 'Het is een taai en langdurig proces', licht Swaak toe. 'Het begint bij de partners. Heb ik alle partners mee? Nee, ik denk het niet. Maar de organisatie wordt sindsdien ook beoordeeld op diversiteit. Cijfers waaruit blijkt dat vrouwen achterblijven, moeten worden uitgelegd en als ze het dan nog niet begrijpen werkt het door in de beoordeling. Mannen moeten het doen, want die zitten op de cruciale plekken. Een aantal bedoelt het goed, maar heeft geen affiniteit met het onderwerp. Dat heeft niets met leeftijd te maken. Mannen die hier al heel lang zitten, doen hun uiterste best en mannen die nog maar een jaar partner zijn, gedragen zich of ze nog nooit een vrouw gezien hebben. Daarom hebben we een bewustwordingsprogramma voor partners geïntroduceerd.
In het begin hebben we ook wel in allerlei gremia vrouwen neergezet en geïntroduceerd in het teken van diversiteit. De token woman. Dat werkte niet. Daar hoeven we niet mee te praten, want die zit er toch maar voor de diversiteit. Ook merkten we dat vrouwen nog harder naar elkaar zijn dan naar mannen. Ze maken elkaar soms af, al dan niet op het werk.
Het diversiteitsprogramma loopt nog maar kort, waardoor we nog relatief weinig midden-kader hebben. Nu drukken we soms een benoeming door. Positieve discriminatie? Die is al honderd jaar de andere kant uit gegaan, zeg ik dan. Een man slaat zichzelf op de borst met allerlei gemeenplaatsen. Een vrouw doet dat niet omdat ze het niet nodig vindt zichzelf nog eens te bewijzen. Betekent dat dan dat ze inherent minder is? Maar zodra ze vertelt dat ze een deal gemaakt heeft van een paar ton is iedereen aangesloten.
Er is nu een aantal vrouwelijke partners die businessunits leiden. En in twee van de drie boards zit een vrouw. Nog géén vrouw in de raad van bestuur. Langzamerhand begint de invloed in de organisatie groter te worden. Vrouwen zijn heel goed in staat processen te benoemen, zonder daar een waardeoordeel overheen te gooien. Mannen onderling zitten toch een beetje naar elkaar te kijken. Bij een complexe probleemstelling is de oplossing altijd beter als de groep heterogener is. Ook de besluitvorming. Dat is wetenschappelijk aangetoond.'
Swaak is faliekant tegen een quotum in zijn bedrijf. 'In Noorwegen werkte dat omdat vrouwen van meet af aan hebben meegedaan en er een laag vrouwelijke managers was die niet verder kwamen. Wij hadden hier helemaal geen vrouwen op dat niveau. Als er voldoende vrouwen zijn moet je dat op een gegeven moment actief gaan benoemen, dan worden vrouwen ook gedragen. Anders is het quotum een soundbite.
'

vrijdag 9 april 2010

Burger-Inspectie-Commissies

De Overheid (Bestuur, Volksvertegenwoordiging en Ambtenaren) zijn er voor de Samenleving en (dus) voor de Burgers; zo is het bedoeld, en echt niet andersom! Toch weet iedereen die zijn ogen en verstand een beetje de kost geeft dat het heel vaak wel lijkt alsof het andersom is...

Hoe zou je dat nu kunnen veranderen op een relatief snelle, eenvoudige manier?

Ik denk door het instellen van Burger-Inspectie-Commissies (BIC), die de mogelijkheid hebben om direct onderzoek te doen naar de werking van een Overheids-onderdeel. Vergelijk het met het Burger-Initiatief dat nu ook (tenminste op papier) al bestaat. Daar heb je een bepaald aantal hantekeningen nodig om iets te agenderen in de Tweede Kamer (en misschien ook in Europa?). Mijn idee is om een zelfde mechanisme te creëren om een groep burgers, geassisteerd door enkele professionals, een kort onderzoek te laten verrichten binnen een Overheids-Onderdeel/-Orgaan. Het moet dan gaan om een duidelijk omschreven probleem, bijvoorbeeld: "Waarom moet het zolang duren voordat handeling-X door de Overheid wordt afgehandeld?", of: "Waarom gaat actie-Y zo vaak mis?". Een BIC heeft het recht mensen binnen het betreffende Overheids-onderdeel te horen, zich voor te laten lichten over de processen, etc, etc. Als alle informatie (binnen een relatief beperkte periode) boven tafel is kan de BIC een aanbeveling schrijven aan het orgaan dan erover gaat, bijvoorbeeld de Tweede Kamer, de Regering, Provinciale Staten, etc. met aanbevelingen hoe e.e.a. kan worden verbeterd. Van deze aanbeveling dient dan verplicht werk te worden gemaakt. Het gaat hier dus niet om politieke keuzes, maar om de uitvoering van processen binnen de Overheid. Om fouten eruit te halen en nodeloze belemmeringen; opdat wij allen een Betere Overheid krijgen!

vrijdag 19 maart 2010

No More 'Four More Years'

Ik plaatste het net op mijn andere weblog, en ik kan 'het er niet meer mee eens zijn!'
De boodschap van Willem Breedveld van Trouw, aan Balkenende: het is een slechte zaak dat een MP denkt op te kunnen gaan voor een een succesvolle nieuwe termijn na al twee termijnen in duur (dus zo'n 8 jaar), en dus al helemaal als je in 7 jaar 4 1/2'e regering onder jouw signatuur doorheen hebt gejaagd...

Breedveld gaat nog verder een geeft voorbeelden van andere fatale (derde) termijnen teveel; bijvoorbeeld Blair en Lubbers.

Maar eigenlijk zou ik willen pleiten voor een nog verdergaande inperking van 'Regeringsleiders op herhaling', zelfs voor Amerika (waar dit (zie Breedveld) 'bij Grondwet is geregeld'), zou het een goede zaak zijn deze wet aan te scherpen...

Mijn voorstel is:
1) Regeringsleiders dienen gekozen te worden (dus: programma, coalitie en MP/President!), dit is in verschillende vorm in AMerika en Groot Brittanië al het geval!
2) Een Regeringsleider dient beperkt te worden in, de wellicht 'natuurlijke drang', aan te willen blijven in het hoogste ambt. Maximaal twee keer een regering van 'jouw signatuur', wellicht drie...
3) Maar so-wie-so NIET 'Back-to-Back'; er zal dus altijd een regering tussen moeten zitten die geleid wordt door iemand anders, al dan niet van andere textuur. Pas na minimaal één opvolger een regering heeft geleid, en met een minimaal tussenpoos van minimaal vier jaar kan je 'het nog een s proberen', en opgaan voor je 'Tweede, of Derde, Termijn'!
Ik zie het volgende voordeel: een regeringsleider kan niet vastroesten op het pluche, krijgt in een vervolg niet te maken met een 'al zittende' kring van 'naar de mond praters om hem heen. Alles wordt dus iedere keer opgeschud, en de 'Nieuwe Leider' zal moeten reflekteren op zichzelf, zichzelf opnieuw uit moeten vinden, enneiuwe mensen om zich heen moeten benoemen.
Het allerbelangerijkst: de kiezer heeft ook de tijd om te reflekteren! Na een periode waarin het stof neergedaald is wordt veel beter zichtbaar of iemand/een coalitie het goed heeft gedaan of misschien toch niet, er speelt geen dwang, drang of manipulatie onder tijdsdruk plaats. En er zullen altijd potentiële opvolgers van diverse snit in de coulisen klaar dienen te staan die maar beter goede plannen kunnen hebben, de contacten meet potentiële coalitiepartners moeten onderhouden worden, en dat lijkt mij juist voor onze situatie een uiterst goede zaak!

dinsdag 9 juni 2009

Vouchers (kladversie)!!!!

In toenemende mate zijn mensen ontevreden over de politiek en de overheid. Onder andere het aspect belasting betalen (altijd teveel) en 'geld over de balk gooien' (dit gebeurt in de ogen van velen te vaak) spelen daarbij een rol. Ik ben niet tegen belasting betalen, als we veel van de overheid verwachten dan heeft dat z'n prijs. Dus voor 'een Goede Overheid' zou ik veel (belasting betalen) over hebben. Maar ook ik vind dat de Nederlandse Overheid niet goed (genoeg) functioneert.
Zo zie (ook/zelfs) ik wel dat de besteding van het beschikbare geld nogal eens beter kan, EN met meer inspraak van de burger.

Ik zou graag op één punt een geheel andere systematiek zien ontstaan: de overheid speelt een belangrijke rol bij het creëren van infrastructuur op allerlei gebied. Een burger, of zelfs een grotere groep burgers zijn vaak niet in staat om zelf benodigde infrastructuur tot stand te brengen, en te exploiteren. Daarvoor hebben we dus de overheid. Een probleem daarbij is dat de overheid dan gelijk veel te veel macht heeft in het tot stand brengen, en verdelen van die infrastructuur; dit heeft tot gevolg dat lang niet altijd de juiste IS tot stand komt, en dat bij de verdeling ook overheidsmacht vaak niet goed wordt gebruikt (o.a. ter eer en meerdere glorie van....).

Je ziet dit soort mechanismen vooral vaak in de subsidiesfeer, en dan bijvoorbeeld in de Sport, Cultuur, inrichting van de leefomgeving, Welzijn, etc.

Laten we nu eens drie velden als voorbeeld bekijken; de Sport, Cultuur en Welzijn.

Sport

Er is maar weinig Sport waarbij de overheid niet op één of andere wijze een flinke vinger in de pap van de financiering heeft, al zijn er wel uitzonderingen. Zo speelt de geschiedenis van de Sport in kwestie een flinke rol. Nemen we Tennis; dit is een sport die van oudsher beoefend wordt door het meer welgestelde deel van de bevolking, hebben veel clubs al lang hun (eigen) accommodaties (in eigendom) en is het kader al sinds mensenheugenis tenminste voor een deel geprofessionaliseerd (bijvoorbeeld de Tennisleraar). In maak me dan ook weinig zorgen over de toekomst van het Tennis; die lijkt mij wel goed zitten.

Maar dit gaat niet op voor vele andere sporten. Zelfs in het almachtige Voetbal vallen regelmatig clubs om, of moeten zij gedwongen fuseren/verhuizen. Maar ook het voetbal is sterk, diep geworteld, en de accommodaties zijn in grote getale in beheer van clubs, die er ook extra eigen inkomsten uit kunnen halen. Al wil dat allemaal niet zeggen dat de overheid (bijvoorbeeld als eigenaar/verhuurder) hier niet al een bepaalde rol heeft en (mede) de financiële context bepaalt.. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de ijzersterk georganiseerde hockeysport.

Maar bijvoorbeeld voor de zaalsporten die op, veelal gemeentelijke, sporthallen zijn aangewezen ligt dat allemaal wel even anders: het merendeel van de traditionele zaalsporten bestaat voor een aanzienlijk deel uit zieltogende verenigingen die de grootste moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, zowel financieel als kadertechnisch. In die situaties is het 'armoe troef', en de perspectieven zijn er dan ook niet florissant in tijden van aanstaande grote bezuinigingen, zeker omdat de landelijke overheid een aanzienlijk deel van haar bezuinigingen afwentelt op de gemeentelijke en provinciale overheden.
Ook de subsidiëring van het benodigde kader is nog altijd zeer mager, en ook dit probleem kan worden ingevuld door middel van vouchers.

Cultuur

Als we het op bovenstaande wijze bekijken is er nauwelijks verschil tussen de Sport en de Cultuursector; slechts de waarde van de vouchers, en de etikettering van die vouchers is waarschijnlijk anders. Zeker nu Flutte-1 rancuneus en rigoureus het mes zet in de cultuursector, zou een vouchersysteem een oplossing kunnen zijn die bezuinigen moeilijker (want direct bij de gebruikers), maar ook meer passend kunnen zijn (want meer markteffecten in het hele systeem).

Welzijn

Zal ik hier nu uitgebreid bespreken, maar ook hier speelt het punt van collectieve voorzieningen en infrastructuur, een een flinke post benodigde arbeidskracht; dus ook hier moet met een vouchersysteem gewerkt kunnen worden met veel positieve effecten.

Mijn voorgestelde systeem: werk met vouchers. Iedere burger krijgt voor zijn deel van gebruik van infrastructuur en publieke inzet van betaalde arbeid vouchers. Door deze bij elkaar te leggen kunnen groepen aanspraken maken op een deel van de infrastructuur.
Niet gebruikte vouchers kunnen geruild en/of verhandeld worden, zodat burgers waarde terug zien voor door henzelf niet, maar door anderen wel gewenst gebruik!