zondag 19 februari 2012
Waarom links geen vuist kan maken (RD, 17-feb-2012)
Zoals (bij lezers) bekend, op deze weblog bepleit ik 'Linkse Samenwerking', iets wat we in Nederland nauwelijks (misschien wel nooit) gezien hebben. Waarom niet? Dat is het ongelofelijke: iedere keer weer zien waartoe 'rechts' in staat is, en toch is de angst om samen te werken onder 'Links' blijkbaar groter dan die om te moeten samenwerken met andere linkse partijen; een, als je het mij vraagt BELACHELIJKE angst! Iedere PvdA'er die te maken heeft gehad met een coalitie CDA/PvdA die zou toch moeten weten wat er dan gebeurt?!? Iedere PvdA'er, D66'er en GL'er weet toch waar de VVD voor staat als ze niet ingetoomd wordt door andere partijen!?! Zou samenwerking binnen Links nu echt zoveel vervelender kunnen zijn, zoveel verkeerd uit kunnen pakken dat je daar bang voor zou moeten zijn?
Spekman en Cohen hebben het nu geformuleerd: de vijand? Dat is het kabinet dat er nu zit (Flutte-1, AD)!
Daar hebben ze helemaal gelijk in! En Pechtold en Sap mogen dan nog geen ervaring hebben in het samenwerken met CDA, maar het zijn geen domme mensen; dan zouden ze toch moeten zien wat voor een partij dat is? Pechtold loopt lang genoeg mee om te weten wat er gebeurt als D66, als kleinere partner, met (oa.) de VVD gaat regeren; D66 wordt dan tot de wortel terug gesnoeid bij volgende verkiezingen!
Dus wat houdt ze tegen? Roemer maakt van zijn hart ook geen moordkuil: "hij is voor Linkse samenwerking!"
Hieronder een artikel uit het Reformatorisch Dagblad. Ik ben het er geheel mee eens, op een punt na: ik denk dat er, bij echte eendrachtige samenwerking, waarbij eigenheid van de partijen en in principe handhaven van eigen programma's, er wel degelijk perspectief is op het binnenhalen van die laatste zetels die Links aan een meerderheid zouden moeten helpen. De voorkeur voor Rechts bij een kleine meerderheid van de kiezers zou best eens reëel kunnen zijn en redelijk vast verankerd; maar kleine verschuivingen van het rechtse blok naar links zijn m.i. zeker mogelijk. En als het nu niet het geval is, met zo'n rabiate club aan de macht, met een CDA dat door en door verrot is, en met een PVV die begint af te kalven en wellicht op instorten staat, ja dan mag je aan de toekomst gaan twijfelen...het is 'nu of nooit!'.
Waarom links geen vuist kan maken (Reformatorisch Dagblad, 17-feb-2012, door Addy de Jong)
De (Linkse) Oppositieleiders (zonder CU)
Je zou zeggen: het bestrijden van deze regering is voor de linkse partijen een eitje. Om te beginnen heb je te maken met het conservatiefste kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog. Je kunt er dus zonder scrupules op inhakken. In de tweede plaats ziet dit kabinet zich geplaatst voor een enorme bezuinigingstaak, waardoor het Malieveld af en toe volstroomt. Die mensen heb je dus achter je. In de derde plaats heeft dit kabinet in de Tweede Kamer een krappe en in de Eerste Kamer helemaal geen meerderheid. Je hoeft er dus maar tegen te blazen en het valt om.
Als dat geen perspectieven biedt! Het is, zou je zeggen, een féést voor de linkse oppositie. Geef ze van katoen, jongens! Proletariërs aller linkse partijen, verenigt u!
Maar juist dát, een eenparig onder vuur nemen van het kabinet, ontbreekt. Ja, zo af en toe roept er eens iemand iets. In de PvdA, de SP of GroenLinks. „We moeten meer samenwerken, jongens.” En soms wordt er een gezamenlijk pamflet gepresenteerd. Waarvan vervolgens nooit meer iets vernomen wordt.
Maar met een effectieve linkse samenwerking vlot het totaal niet. Waarom en waardoor eigenlijk niet? Minimaal drie factoren spelen een rol.
1. Ideologische strijd.
De linkse partijen zijn qua koers en denkbeelden hopeloos verdeeld. Aan de ene kant staan GroenLinks en D66 (die zichzelf overigens een middenpartij noemt). Ze gaan er prat op dat ze hervormingsgezinde partijen zijn en de arbeidsmarkt willen vernieuwen. Ze zijn grosso modo libertair denkend en staan positief tegenover Europese eenwording en de multiculturele samenleving. Aan de andere kant staat de SP, die volgens de andere twee behoudzuchtig en star is, eenzijdig redeneert vanuit werknemersbelangen en die sceptisch staat tegenover Europa. Deze twee uitersten willen zo min mogelijk met elkaar geassocieerd worden. En daar tussenin staat dan de PvdA, een partij die, zeker onder Cohen, de grootste moeite heeft om te kiezen tussen de twee alternatieven.
2. Leiderschapsprobleem
Links heeft momenteel een groot probleem met leiderschap. De SP mag dan, na de onfortuinlijke periode onder Kant, onder Roemer de weg naar boven hebben teruggevonden, bij GroenLinks en de PvdA is het op het punt van leiderschap nog kommer en kwel. Zeg ”Sap”, en je zegt tevens ”Kunduz”, ”stekkerdoos” en ”plaatsvervangende schaamte”. Zeg Cohen, en behalve ”moedig voortploeteren” borrelen ook de woorden ”aarzelen” en ”gebrek aan visie” automatisch bij je op.
Voor linkse samenwerking zijn krachtige leiders nodig die precies weten wat ze willen en die juist daardoor over hun eigen schaduw heen durven springen.
3. Groeigrens
Links heeft bovendien het probleem dat de groeimogelijkheden beperkt zijn. De politicoloog Daalder heeft ooit gewezen op de wetmatigheid dat, hoe groot electorale verschuivingen in Nederland soms ook zijn, de krachtsverhouding tussen het linker- en het rechterblok altijd nagenoeg gelijk blijft: rechts net iets groter dan links. Dat betekent dat partijen zoals PvdA, GL en SP alleen maar kunnen groeien als ze bij elkaar kiezers wegkapen; een activiteit waarmee ze dan ook gewoonlijk druk doende zijn.
Maar zelfs al zouden alle genoemde belemmeringen worden opgeheven en al zou links zich in de Kamer vanaf nu hecht aaneensluiten, dan nog zou het uiterst moeilijk zijn om de regeringscoalitie werkelijk te beschadigen. Over oppositie voeren wordt gauw te makkelijk gedacht. In de dagelijkse Haagse werkelijkheid is het echter het moeilijkste vak dat er bestaat.
Per definitie is de oppositie namelijk in de minderheid. Dat is zelfs in de huidige gedoogconstructie nog het geval. Dat betekent dat je als gezamenlijke oppositie alleen iets kunt bereiken als je een van de coalitiepartners meekrijgt en dus verdeeldheid weet te zaaien in het coalitiekamp.
Dat is uitmate lastig. Zelfs het allereerste stapje, een debat initiëren over een precair onderwerp, wordt de oppositie vaak niet gegund. En hoe kun je dan een vuist maken?
Daarom rest links momenteel weinig anders dan lijdzaam afwachten tot de huidige coalitie wellicht spontaan uiteenvalt. Maar daar ziet het op dit moment bepaald nog niet naar uit.
zaterdag 29 oktober 2011
Bolkenstein is het zelfs met mij eens! 1 Miljoen is genoeg... (DePers 12 okt 2011)
Als (fucking) Bolkenstein het met je (als linkse jongen) eens is en dat van de daken tettert, dan moet je idee wel erg goed zijn... Dit blijkt het geval; "Meer dan 1 Miljoen verdienen? Onzin!" Hij vindt zichzelf ook een gematigd mens, nou ja; misschien in vergelijking met zijn eigen (voormalige) pupillen Hischi Ali en Wilders misschien(!?), maar dat terzijde. I.i.g. lijkt de tijd rijp voor mijn idee "1 miljoen is genoeg voor iedereen!
Het interview:
Ik ben een gematigd mens
Als Nederland ooit één intellectueel in de politiek had, bent u dat.
Tekst Peter Wierenga Foto Klaas Jan van der Weij
#Intellectuelen Frits Bolkestein neemt een paar eeuwen ideologische politiek op de korrel. En voelt sympathie voor de SP: ‘De beloningen zijn uit de hand gelopen.’
‘P ‘Port in een sherryglas, ik hoop dat u me dat niet kwalijk neemt.’ Frits Bolkestein serveert de interviewer zelf, in zijn werkkamer aan de Amstel. Achtenzeventig jaar is de oud-politicus, die wat breekbaarder oogt, maar nog dagelijks het half uur naar zijn werk wandelt. ‘En als ik tijd heb, zoals eergisteren, dan zwem ik dertig baantjes.’
Onlangs verscheen zijn magnum opus De Intellectuele Verleiding, over de ‘kwalijke invloed’ van intellectuelen’op de politiek. Bolkestein begint in de achttiende eeuw, bij de drie stromingen classicisme, Romantiek en Verlichting, om van daaruit het ontstaan van nationaal-socialisme, fascisme en communisme te verklaren.
Maar ook de Europese Unie, ontwikkelingshulp, multiculturalisme, ze krijgen er allemaal van langs.
Hij werkt al aan een verbeterde versie, mede om de kritiek te pareren dat hij sommige denkers slordig aanhaalt.
‘Ik neem alle kritiek serieus.’
Als Nederland ooit één intellectueel in de politiek had, bent u dat.
(Lacht:) ‘Ik heb het altijd ontkend, maar wat is een intellectueel hè. Daar begint mijn boek mee, met een definitie. En dat betekent dat alle leden van de Tweede Kamer en alle journalisten ook intellectuelen zijn, want die zijn allemaal geïnteresseerd in abstracte ideeën. Dát is het kenmerk.’
Waar zit die schadelijke invloed dan in?
‘Het kernwoord is ervaring. De hoofdstelling van mijn boek is dat als publieke intellectuelen – een anglicisme, maar u begrijpt wat ik bedoel – een goede mening willen verkondigen, dan moet die gebaseerd zijn op ervaring. Als je denkt aan de multiculturele samenleving, die was natuurlijk behept met allerlei vooropgezette ideeën die in de praktijk niet bleken te werken.’
Zoals integratie met behoud van eigen identeit?
‘Bijvoorbeeld.’
Wat u daarover zei, was achteraf
helemaal niet zo extreem. U waarschuwde voor botsingen met de principes van de rechtsstaat, zoals de gelijkheid van man en vrouw...
‘Ja, waar ging al die heisa over zou iedereen zich nu afvragen.’
Is die kwalijke invloed van intellectuelen dus verminderd?
‘Dat denk ik wel. Die eis van ervaring wordt nu veel klemmender gevoeld dan vroeger. De mens is goed, dat was de hoofdstelling van de Nederlandse politiek in de jaren zeventig en tachtig.
Nou, daar zijn we toch echt wel van teruggekomen. De huidige politiek is veel minder ideologisch dan twintig, dertig jaar geleden. Dat zie je niet alleen bij mijn partij, maar ook bij de PvdA en de SP. Men heeft meer aandacht gekregen voor de realiteit.’
U noemt zelfs de SP.
‘Ik vind dat Roemer het goed doet.
Hij neemt mensen voor zich in en hij heeft het over duidelijke problemen.
Als ik links was, als ik socialist was, stemde ik niet op Cohen maar op Roemer. Al vind ik dat hij de verkeerde oplossingen heeft.’
Wat vindt u dan zo’n reëel probleem waar de SP terecht op wijst. De bonuscultuur?
‘Daar ga ik een heel eind met ze mee.
Ik vind dat in de publieke en semipublieke sector, maar zeker ook bij ondernemingen, de beloningsstructuur uit de hand is gelopen.’
Waar komt dat door?
‘Ik denk doordat wij over de grenzen kijken en vooral naar Amerika, al geloof ik dat ook daar de verhoudingen veel extremer zijn dan vroeger. Dat waait dan over. En ik vind dat vakbondsbestuurders en mensen als Roemer echt wel gelijk hebben als ze wijzen op die extreme verschillen. Ik ben een gematigd mens en ik geloof in gematigde verhoudingen, mensen die meer dan een miljoen euro per jaar verdienen, dat vind ik onzin.’
Dus bonussen verbieden?
‘Nee. Je moet ook niet alle problemen met wetgeving te lijf gaan. Neem nu die kwestie van die jongen die in Alphen aan den Rijn mensen doodschoot.
Dat heeft ie gedaan terwijl hij geestelijk in de war was. Hij had natuurlijk nooit een vergunning mogen krijgen van de politie. Daar wordt nu een heel beleid op gebaseerd!’
Hier tussen de boekenkasten moge blijken: Bolkestein is een liefhebber van de aurea mediocritas (‘gulden middenweg’) van het classicisme. En van de Schotse Verlichting. In het verlengde van de ‘grote econoom’ Adam Smith stelt hij dat politiek meer gebaseerd moet zijn op verlicht eigenbelang.
Weg met dat van het christendom overerfde schuldgevoel – het Westen moet zelfbewuster zijn.
Waarom denkt u nou dat de liberale democratie beter is dan andere beschavingen?
‘Het criterium is heel eenvoudig, dat is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. En dan blijkt heel duidelijk dat de West-Europese beschaving superieur is aan de islamitische beschaving. Want die hebben geen boodschap aan de universele verklaring. Als je daarentegen de sharia als maatstaf neemt, is het Midden- Oosten superieur.’
Maar die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens namen we zelf ook niet altijd serieus.
‘Dat is waar. Wij hebben niet altijd voldaan aan onze eigen standaard.’
Na de moord op Van Gogh wilde minister Donner het verbod op godslastering nieuw leven inblazen. U vond dat onzin.
‘Ik ben tegen godslastering hoor... maar ook dat is iets wat je niet moet juridiseren.’
Sommigen willen het juist afschaffen. De VVD zou met een voorstel komen, maar is nu weer stil.
‘Laten we nou maar gewoon dat artikel daar houden en het zwijgen ertoe doen. Je hoeft niet alles op de spits te drijven.’
Ik denk dan: je buigt voor de SGP, omdat je hun steun nodig hebt.
‘Nee. We zijn zulke Prinzipienreiter in Nederland. Neem het koningshuis.
Daarover is een discussie die kant noch wal raakt. Ik heb een aantal keren met de koningin gesprekken mogen hebben, zeker tijdens de formaties van ‘94 en ‘98. Die zogenaamde macht van de koningin, die heb ik niet kunnen ontdekken.’
Die discussie is wel iets anders dan de godslastering, die aan de vrijheid van meningsuiting raakt. Als wij die kernwaarden voorhouden aan islamitische landen, moeten we daar zelf ook exacter in zijn. Of ben ik dan een Prinzipienreiter?
‘Dat bent u inderdaad. Laten we dat artikel vergeten. Het wordt toch niet toegepast.’
Terug naar de Goede Vreemdeling, het beeld dat volgens u het debat lang heeft gedomineerd. Veel zaken gaan beter, maar nu is het per definitie de Slechte Vreemdeling.
‘Dat is het oude verhaal van actie en reactie. Als de slinger die kant uitslaat (maakt een handgebaar), dan is het onvermijdelijk dat ie ook weer de andere kant uitslaat. En als we niet zo wereldvreemd waren geweest in de jaren tachtig en negentig, dan had je later misschien geen Fortuyn en geen Wilders gehad.’
Nederlanders slaan altijd door?
‘Ja. Nederland heeft een reputatie van heel sober te zijn, maar men is behoorlijk gepassioneerd in dit land.
Buitenlanders zien dat misschien niet en toch is het waar.’
Het discours gaat vaak nog over de islam, wat een ander ‘probleem’ is dan criminaliteit.
‘Dat is waar. En op dat terrein van de criminaliteit, vooral de kleine, moet er nog veel gedaan worden. Ahmed Marcouch heeft gezegd dat de Marokkaanse gemeenschap dat zelf moet aanpakken. Daar heeft hij gelijk in, maar dat gebeurt niet en ondertussen is het verdomd vervelend als een buurt wordt geplaagd door pesterijen en diefstallen enzovoort.’
Die pesterijen waren mede aanlei
ding voor u om uw uitspraak te doen over zichtbare joden – dat de komende generatie beter kan emigreren. Hoe kijkt u daarop terug?
‘Ik geloof dat mijn opmerking terecht is. Ik had niet verwacht dat het zoveel lawaai zou veroorzaken, omdat het een opmerking was in een gesprek met Manfred Gerstenfeld, maar ik heb er geen spijt van.’
Is er nog iets positiefs voortgevloeid uit dat debat?
‘Nee. Alleen al de bewaking van synagoges vind ik kwalijk.’
Vindt u dat de overheid daar wél een rol in moet spelen?
‘De overheid moet zorgdragen voor de veiligheid op straat. Het is een taak van de overheid om ervoor te zorgen dat synagoges bewaakt worden en mensen niet gemolesteerd worden.’
Zit de ideologie nu niet meer ter rechterzijde? De PVV spreekt van een tsumani van islamisering...
‘Het blijkt dat het geboortecijfer bij Nederlanders van Marokkaanse en Turkse afkomst nu lager ligt dan die van autochtonen. Dat is een buitengewoon interessante en hoopvolle ontwikkeling.’
Iemand als Anders Breivik is bang voor die ‘islamisering’. Zou Wilders – die u terecht niet verantwoordelijk houdt voor de aanslag in Noorwegen – toch niet wat voorzichtiger moeten zijn met die apocalyptische beelden?
‘Daar moet hij mee oppassen. Dat is onjuist en onverstandig, en hij moet ermee oppassen want mensen reageren op beelden. Ook politici reageren op beelden, en het beeld dat hij oproept is onjuist.’
Bolkesteins grootste zorg van nu is de eurocrisis. ‘We zitten natuurlijk in een verdomd moeilijk tijdsgewricht.’
Hij heeft soms nog eens contact met Mark Rutte. Ze spreken over van alles, maar naar eigen zeggen bemoeit hij zich niet meer met de politiek.
Hoe pakt het kabinet dit aan?
‘Dat vind ik goed. Ik zelf ben van mening dat het faillissement van Griekenland onvermijdelijk is en dat het land dan de eurozone moet verlaten.
Dit betekent weer dat we ze moeten helpen met die schuldenlast enzo.
Daar wordt zonder enige twijfel over nagedacht, maar niet officieel.’
Achter de schermen zet de regering zich daarvoor in?
‘Vast. Ik heb gezegd dat wij de Grieken moeten steunen op voorwaarde dat ze de eurozone verlaten. Dan roept iedereen ach en wee, vanwege het besmettingsgevaar, maar ik weet niet of dat nou zo groot is.’
Dat riepen de PVV en SP altijd al.
‘Ach, ook een stilstaande klok wijst twee keer per dag de juiste tijd aan.’
Hoe wilt u het liefst herinnerd worden: als Europees commissaris of als schrijver van dit boek?
‘Daar heb ik nog niet over nagedacht, het betekent dat ik moet nadenken over mijn eigen dood. Wie wil denken aan essentiële zaken: dan als vader en grootvader, als echtgenoot, binnen de familie. Daar doe je het toch voor.’
Arabische Lente
Bolkestein vindt het Westen eerder een bedreiging voor de islam dan andersom. ‘De Arabische Lente toont het failliet van Al-Qaida aan.’ Hij hoopt ook dáár op ‘ontideologisering’.
De overheid moet zorgen dat synagoges bewaakt worden. Frits Bolkestein VVD-coryfee
Frits Bolkestein Intellectueel Wilders moet oppassen, want mensen reageren op beelden.
Bij dit artikel zijn in de originele versie 2 foto's gepubliceerd.
maandag 10 oktober 2011
Echte Democratie
Dat er iets mankeert aan het functioneren van de Westerse Democratieën is inmiddels veel mensen wel duidelijk. Maar wat er gedaan moet worden om onze Democratie weer volop te laten leven, sprankelen, en bloeien, daarover hoor je maar weinig mensen iets overzichtelijks en stimulerends te berde brengen. Als discussiërend met twee van mijn beste vrienden, en het grootste deel van onze discussie ging niet eens over democratie, maar meer over het functioneren van allerlei organisatorische verbanden in het algemeen, kwamen we toch op het onderwerp; logisch, want bij heel veel discussies gaat het uiteindelijk, als het puntje bij paaltje komt, toch weer over politiek. Jam politiek met een kleine 'p', want meer valt er, tenminste van de hedendaagse politiek in Nederland, niet te maken; het is allemaal politiek met een kleine 'p'', terwijl vele onderwerpen waarbij wij de politiek nodig hebben, wel degelijk onderwerpen zijn die belangrijk zijn voor 'de mensen in het land'! Alleen zijn die 'Mensen in het Land', onze flut-premier M.R. blèrt dan 'wij gaan Nederland teruggeven aan de Hardwerkende Nederlanders!' Maar het geeft daarbij niet het minst van een definitie van welke Nederlanders daar dan Wel/Niet onder vallen, de suggestie is natuurlijk duidelijk; sinds de VVD de macht heeft gegrepen, met zegge en schrijve een halve zetel meer dan de PvdA, waarvan van meet af aan duidelijk was dat precies die partij wel de allerlaatste was waarmee M.R. wilde gaan regeren, het zijn dus de stemmers die M.R. in het zadel hebben geholpen waar hij op doelde! Dat betekent dus: in eerste instantie de VVD-stemmers, daarna die op de PVV (tenslotte VVD-light, of juist VVD-heavy; het ligt er maar aan hoe je ertegenaan kijkt), in derde instantie de stemmers op het CDA (al zijn die echt ondergeschikt, want hun partij is immers chantabel tot en met), en dan ook nog een beetje de stemmers op de SGP (want die verschaffen M.R. nog tenminste iets van een buffer in voorkomende gevallen), de rest van de stemmers? Totaal ondergeschikt; horen absoluut niet bij de hardwerkende Nederlanders van Rutte, Wilders, en...Verhagen!
Een echt Regering; eentje die direct gekozen is door de Stemmers, dat zou dus een Regering zijn waarvan de Coalitie, voorzien van Voorman en Coalitie-Programma, gekozen zou zijn door een meerderheid van de Kiezers. In Nederland ondenkbaar; wij mogen alleen maar stemmen op een partij, waarbij we bij voorbaat weten dat die partij sloten water in de wijn dient te doen bij de onderhandelingen, tenzij we natuurlijk stemmen op CDA (bijna altijd van de partij), of VVD (meestal van de partij in een Nederlandse Coalitie. Andere partijen kunnen zich voor de Verkiezingen slim profileren en positioneren, en met een beetje mazzel helpt dat in het aanschuifproces bij 'de twee die het land al een eeuw regeren', CDA en VVD. Maar voor bijvoorbeeld de PvdA loopt dit al vrijwel altijd verkeerd af; deze partij heeft er een handje van zich juist fout te profileren en positioneren, heeft zichzelf gehaat gemaakt bij die andere 'grote-2' (of wordt door hen effectief gedemoniseerd en/of vernederd, het is maar hoe je het wilt zien/er tegenaan kijkt), en alle andere partijen moeten regeringsdeelname steevast bekopen met grote electorale verliezen, zodat ze effectief 'klein gehouden worden' door CDA en VVD. De enige twee partijen waarvoor nog niet vaststaat dat het bovenstaande effectief (altijd) opgaat zijn SP en PVV. Voor deze laatste staat in ieder geval wel vast dat CDA en VVD met hen in zee zijn gegaan juist omdat ze aannemen dat ook de PVV het 'volgende keer moet bezuren'.
Hoe krijgen we nu 'Echte Democratie'; een stelsel waarbij de stemmers zich na de verkiezingen en na de formatie, nog steeds vertegenwoordigd voelen door de Regering die gevormd is, waarvoor geldt dat het beleid dat die Regering voorstaat geen koude douche is omdat de coalitie-partijen hun hardste beloften alweer voor een aanzienlijk deel door het putje hebben gespoeld, maar juist het coalitieprogramma zoals dat de kiezers van te voren is voorgespiegeld; als je voor deze Premier stemt, dan krijg je die Partijen in de Regerings-Coalitie, en ze gaan dit Programma uitvoeren! Dat zou al heel erg helpen bij het verstel van vertrouwen in de politiek, en het zou het gevoel van jezelf vertegenwoordigd voelen door de stemmers op de winnende Coalitie goed doen. Ook de stemmers op de verliezende coalities zijn erbij gebaat; ze weten namelijk direct na de beslissende stemronde dat ze verloren hebben, niet op het winnende paard gegokt hebben, en dat ze dus niet teleurgesteld hoeven te zijn in de vertegenwoordigers van hun stem, die moeten immers oppositie gaan voeren!
Een Coalitie-Verkiezing betekent wel dat we er in het vervolg waarschijnlijk vaak met een stemronde niet zijn; want het lijkt me noodzakelijk dat een Winnende Coalitie tenminste een absolute meerderheid van de Kiezers vertegenwoordigt, liefst nog wat meer. Als er in een eerste Stemming geen absolute meerderheid bestaat, dan zullen er dus opties af moeten vallen moet er tenminste een Tweede Ronde komen.
Nu nog iets over de vorm waarin deze Verkiezingen gegoten zouden moeten worden. Ik stem voor dat er meer uitdrukking wordt gegeven aan het feit dat Democratie, hoe moeilijk en moeizaam ook, uiteindelijk de beste bestuursvorm is voor een Land, een Regio, een Gemeente, wellicht zelfs een Wijk/Stadsdeel (al zijn de probeersels om dat laatste te doen natuurlijk veelal jammerlijk mislukt). We zouden dus blij moeten zijn dat we mogen stemmen! En we zouden goed voorbereid moeten gaan stemmen! Nu lijken de meeste onderzoeken uit te wijzen dat steeds meer Kiezers, steeds beter voorbereid naar de Stembus gaan, toch is het waarschijnlijk niet erg gevaarlijk om te stellen dat er ook nog steeds een aanzienlijke groep is 'die bij God niet weet' waar de Verkiezingen echt om gaan, en waar hun eigen partij tot in detail voor staat. Daar is dus nog een wereld te winnen! Vandaar dit voorstel: Verkiezingen dienen voortaan te staan voor 'het Feest van de Democratie'. Dit betekent dat alle Verkiezingen gebundeld dienen te worden, en dat er tijd voor uitgetrokken dient te worden! Daarom moeten de laatste dagen voor Verkiezingen Nationale Feestdagen worden; vrije dagen waarbij het hele dagelijkse leven in het teken komt te staan van de Verkiezingen, met op alle niveaus een veelheid aan Manifestaties, Debatten, Presentaties, etc. zodat iedereen ook echt weet waarom die Verkiezingen gaan, welke opties op tafel liggen, wat de voor s en de tegens zijn!
maandag 24 januari 2011
Vrouwen in de Politiek
Al vele jaren ben ik van mening dat er echt drastische maatregelen moeten worden genomen om vrouwen echt serieus mee te laten doen in de Nederlandse Politiek (net zoals in het bedrijfsleven, maar da's een andere discussie).
Cosmetisch gaat het de goede kant op met het aantal vrouwen in de volksvertegenwoordiging, maar wezenlijk is deze trend niet. M.i. hebben vrouwen, en zeker jonge, intelligente vertegenwoordigsters van de meerderheid van het Nederlandse Volk, nauwelijks echt iets in de melk te brokkelen. Komt het er dan, bij hoge uitzondering, dan toch eens van; dan wordt er meestal snel en rücksichtslos met die bewuste vrouw afgerekend. Voorbeelden? Els Borst, Winnie Sorgdrager en Agnes Kant, om slechts enkele voorbeelden te noemen, maar de rij is bij grondige analyse vast vele malen langer.
Al jaren geleden bedacht ik een oplossing voor dit probleem, een paardenmiddel, ik geef het direct toe, maar m.i. wel fraaier dan een simpel quotum dat dwingend wordt opgelegd. Mijn oplossing: voor een bepaalde periode mogen vrouwelijke stemmers alleen maar op vrouwen stemmen. Mannen zouden wat mij betreft zelf mogen kiezen of ze op een man, dan wel een vrouw willen stemmen, maar als men daar problemen mee heeft is het ook goed mannen dan maar ook te beperken tot mannen. Ik schat dat een jaar of 10 genoeg moet zijn om de bordjes structureel in evenwicht te krijgen. Wat gaat er dan namelijk gebeuren? Iedere partij, behalve de SGP (die dan gehalveerd wordt tot 1 zetel; een goede zaak!), valt dan direct uiteen in twee vleugels; de mannen en de vrouwen. Vrouwen hoeven niet langer naar de pijpen te dansen van de mannen die in de meeste partijen toch de dienst uitmaken, of ze nu hoog op de lijst staan of niet. Daardoor zal een ander soort vrouwen omhoog bubbelen; geen excuustruzen meer, geen manwijven (verkapte mannen), en ook geen gezellige tantes meer...al die types worden 'echt', of ze vallen buiten de boot en worden vervangen door vrouwen die het niet primair goed doen onder hun mannelijke 'collega's', maar vrouwen die zichzelf in een onderlinge strijd juist voor vrouwen de beste zullen moeten betonen! Dat is mijn simpele oplossing; ik ben ervan overtuigd dat Nederland na een jaar of 10 onherkenbaar veranderd zal zijn!
In het onderstaande artikel, een coverstory van de Groene Amsterdammer, wordt nog eens aangetoond hoe nodig zo'n drastische ingreep wel niet is.
De helft van de wereld is van mij! Vrouwen ontbreken in de top
Is er toch een quotum nodig om te komen tot een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen in de top? Een rondgang langs vijf vrouwen uit de hoogste regionen. 'Show your balls man, geen slappe knieën.'
ANNEKE GROEN
'EEN QUOTUM is een paardenmiddel. Maar er is geen andere oplossing.' Dat is de conclusie van vier vrouwen, allen al dan niet vrijwillig opgestapt uit de top van een multinational. En ook: 'Het laatste stuk ligt bij onszelf. We moeten leren vechten. Leren om eerlijk tegen onszelf te zeggen: ik wil op die plek komen en wat betekent dat dan.'
Volgens de Female Board Index van de Erasmus Universiteit hebben slechts 39 van de 99 beursgenoteerde bedrijven in Nederland een vrouw in de top. Het grootste deel van hen heeft een buitenlandse nationaliteit. Onder de 749 bestuurders en commissarissen zijn 61 vrouwen, 8,1 procent. In 2010 gingen bijna alle nieuwe benoemingen naar een man. Wie als vrouw wél de top bereikt, is meestal ook snel weer weg.
Het debat is de vraag voorbij of diversiteit aan de top wenselijk is; aan de meerwaarde van vrouwen wordt niet getwijfeld. Er zijn -voldoende vrouwen, maar er gebeurt de -laatste vijf jaar niets meer. 'Ik heb gekozen voor -kwaliteit en ervaring', was het antwoord van premier Rutte op de verontwaardigde reacties op het aantal van drie vrouwen in zijn kabinet. Een -staatssecretaris voor Emancipatiezaken is er al lang niet meer, laat staan een minister. Het onderwerp is van de politieke agenda -verdwenen. Het zou wel loslopen, het gaat goed met de positie van vrouwen. Niets is minder waar.
Judith G. (53) zat hoog in het management van een beursgenoteerde onderneming en stapte op omdat ze de strijd met haar baas beu was. Na een jaar van bezinning is ze nu heel tevreden als consultant in een klein bedrijf. 'Ik werk net zo hard als vroeger', vertelt ze, 'maar ik bepaal hier mijn eigen cultuur.' Haar visie op zichzelf en het onderwerp vat ze kort samen: 'Dit is het laatste hoofdstuk. Het ligt bij ons.'
Ze is niet gekomen waar ze wilde komen, maar ze voelt zich nu opgelucht. 'Ik ben heel blij dat ik er niet meer zit', zegt ze. 'Dat kan ik nu zeggen, maar mijn aspiraties waren anders. Ik was ook erg bekend en in the picture, dat is allemaal weggevallen, alleen je heel nabije kring blijft over. Nooit had ik tijd voor vrienden en familie, maar gelukkig zijn ze altijd bij me gebleven. Die tachtig uur per week moet je anders leren invullen. Als je echt zeilt op het feit dat je iemand was binnen een organisatie heb je het moeilijk als dat weg is. Dat geldt ook voor mannen. Maar ik wil niet meer terug naar die brij om me heen, waar iedereen een mening over je heeft, onder je en boven je, heel benauwend.'
Na haar studie economie begon ze bij het bedrijf, 28 jaar geleden. Alleen maar mannen om zich heen, die niet gewend waren aan vrouwelijke collega's. Haar laatste opdracht was het opzetten van een dochterbedrijf. 'Ik heb drie jaar onder een baas gehangen waar ik voortdurend strijd mee voerde. En ik ben niet van de strijd. Ik leverde heel veel in, ook op mijn gezondheid. De essentie is een simpele: hij zat er voor zichzelf, om te blijven zitten en politiek te kijken hoe hij zich zo zeker mogelijk kon neerzetten en ik zat er om een organisatie van de grond te krijgen en dat op een goede manier met mijn mensen te doen.
Ik dacht dat het hele bedrijf dat wilde. Ik moest risico's nemen en hij vroeg zich voortdurend af of hij daar wel verantwoordelijkheid voor kon nemen. Een leuke vent, maar ik vond hem disloyaal. Je kiest geen strijd, zei ik hem, je bukt. En je staat niet achter me. Uiteindelijk moest ik weg en hij zit er nog. En steun van mijn collega's kreeg ik niet, want die moesten verder met hun baas.'
Ze zegt het zonder bitterheid, ze vindt achteraf dat ze er veel van heeft geleerd: 'Als ik nu ergens mee zit, denk ik eerst rustig na en kijk wat mijn speelveld is. Wie zit er naast me, boven me, onder me. Waarom lukt dit niet? Waar liggen de verschillende belangen? Wie moet ik van tevoren even bellen om mee te krijgen? Ik vraag me nu af wat goed is voor het bedrijf, maar ook wat goed is voor mij en probeer dan toch mijn zin door te drijven. Mannen hebben dat extra instinct van nature. Het is ook niet zo dat vrouwen per se een andere kijk op zaken hebben. Maar mannen hebben een ander vervolg in hun hoofd.'
Doordenderen, dat doen de meeste vrouwen, zegt ze. 'We leveren goed werk af, vaak beter en serieuzer dan mannen, we gaan veel -dieper. Maar dat is niet het spel dat door -mannen gespeeld wordt. Op het moment dat ik een stap hoger wilde, had ik mijn gedrag -moeten -veranderen. Ik heb altijd doorgezet, maar had nog nooit hoeven vechten in een kleine groep mannen die allemaal dezelfde functie wilden als ik. We doen dit samen, dacht ik. Nee, dat is niet zo. Hoe kan ik loyaliteit verwachten van iemand die dezelfde baan wil als ik? Een man vertelde mij het volgende: er zijn twee banen te -vergeven voor tien mensen. We zitten met elkaar om tafel. Er zitten twee vrouwen bij. Eerst met z'n achten tegen die twee: die zijn zo van tafel, want vrouwen kunnen niet -vechten. Er zitten ook drie nerds bij. Die willen alleen maar hun werk doen en zitten niet in het hoofd van de bazen. En dan begint het gevecht. Niet omdat we die mensen niet mogen, het is gewoon elimineren en je eigen kansen -verhogen. Vrouwen hebben dat voorbeeld nog niet gehad. Wij zijn bezig geweest ons neer te zetten in een mannenwereld met het kunstje dat wij geleerd hebben en dat in onze genen zit: goed werk afleveren, people manager zijn, we worden erom geroemd. Maar wij moeten ook iets van mannen overnemen. We moeten snappen hoe dat gevecht werkt. De vrouwen die het tot nu toe hebben gered hebben daarover nagedacht.'
In eerste instantie wilde Judith G. weer een fulltime baan en raadpleegde een -headhunter. Die gaf haar inzicht in een ander gebrek. -'Vrouwen kunnen niet opscheppen en niet liegen over zichzelf. Vertellen wel dat ze directeur zijn, maar niet hoeveel mensen ze onder zich hebben. Laat staan over hoeveel geld ze gaan.' Lachend: 'Ik had miljarden onder me hangen. Vond dat totaal niet interessant. Onder zijn invloed vertelde ik dat bij sollicitaties. Dan zie je hoe zo'n gesprek kantelt. Opeens werd ik voor vol aangezien.'
CATY ASSCHER (64, getrouwd, drie kinderen) traint de top van bedrijven en organisaties. Volgens haar zijn loyaliteit aan het team en loyaliteit aan de voorzitter van de raad van bestuur de belangrijkste elementen in de top. 'Als daar iets misgaat, raakt dat zijn reputatie en die van het bedrijf. Als het écht gaat om de top, gaan er mechanieken spelen in de mannengroep die vrouwen onvoldoende en vaak te laat in de gaten hebben.
Wat die mechanieken zijn? Vrouwen vertelden me dat ze op het moment van fusie of verandering veel te netjes waren gebleven. In de formele circuits vond uitstekend overleg plaats, maar van tevoren informeel peilen, overleggen en stutten voor hun eigen positie deden zij niet. In de top gaat het erom of je wordt opgenomen in de netwerken - dat geldt ook voor mannen - en of je erin slaagt loyaliteit op te bouwen. Zeker in tijden van economische crisis valt men weer terug op het vertrouwde patroon. Iets anders is dat het altijd in de mannelijke soort heeft gezeten om naar buiten toe te vechten, met het risico dat je mensen verliest. Dat is vrouwen niet eigen.'
In de laag nét onder de top signaleert Asscher vaak voorbeelden van totale miscommunicatie: 'Een voorzitter van een raad van bestuur organiseerde lunchbijeenkomsten om zijn strategie toe te lichten. Een vrouw die hij met veel vertrouwen op een hoge positie had neergezet vroeg hem en plein public of hij rekening had gehouden met de negatieve consequenties van zijn strategische keuzes. Hij was daar zeer door geraakt. Daarover wilde hij best met haar praten, maar níet en plein public. Zij vond: het is een open dialoog en hield geen rekening met zijn status en het beïnvloedende aspect van haar eigen positie. Hij verwachtte van haar dat zij ter plekke mee zou helpen en enthousiasmeren. Dit kom ik heel vaak tegen, op alle plekken in de maatschappij. Als je zoiets doet en die laatste stap wil maken word je niet gekozen.'
JACQUELINE RIJSDIJK (54, getrouwd, drie dochters) zit na een leven hard werken ineens thuis, zelf opgestapt, na een jaar, als lid van de hoofddirectie van verzekeringsgroep ASR Nederland. Er was, na 28 jaar De Nederlandsche Bank, waar ze eindigde als divisiedirecteur betalingsverkeer, aan haar getrokken om bij asr te komen en een veranderingsstrategie in te zetten. Achteraf haalt ze de uitspraak van een goede vriend aan: als je wordt binnen-gehaald om te veranderen is dat het enige wat je niet moet doen. Dat kunnen ze blijkbaar niet zelf en daar halen ze dan iemand van buiten bij. Ze oogt nu zeer ontspannen en uitgerust. 'Ik geniet met volle teugen van deze fase', vertelt ze. 'Maar ik ben ook wel boos geweest. Ik had kunnen blijven, welke functie ik ook maar wilde hebben, maar ik heb dat niet gedaan omdat ik teleurgesteld was in het tempo van verandering en het feit dat de daad niet bij het woord werd gevoegd.'
De raad van bestuur moest worden ingekrompen van zes naar vier personen. Jacqueline Rijsdijk verwachtte dat zij daar bij zou zijn: 'Ik heb niet op tijd ingezien dat ik zachter moest lopen. In een toespraak tot het middenkader, waarin ik aankondigde dat we over twee weken echt zouden beginnen, zag ik de ene helft enthousiast naar voren buigen; de andere helft leunde achterover en dacht: we zullen wel eens zien of dat gebeurt...'
Ze vindt het een ongelooflijk ingewikkeld onderwerp, het verschil tussen mannen en vrouwen. 'Alles wat erover gezegd wordt, is waar. Over het algemeen zijn vrouwen meer controlfreak, meer op de inhoud, we benoemen dingen die mannen niet willen benoemen. We zijn directer, vinden de relatie belangrijk en we zijn niet one of the boys. En als ze dat niet gewend zijn is het erg moeilijk voor mannen om er een vrouw bij te halen. Nog een punt: ze vergelijken je met hun eigen vrouw, wat niet te vergelijken is. Ik kan goed met mannen opschieten en heb me altijd zeer gewaardeerd gevoeld, één met de groep, dacht dat we -maatjes waren. Maar toen puntje bij paaltje kwam, telde dat voor de voorzitter niet. We waren met vijf voor drie plekken. Hij koos voor drie mannen. Met als argument dat hij toch iemand wilde die het verzekeringswezen beter kende. Omgekeerd zou ik het nooit gedaan hebben. Ik had die verandering doorgezet. Show your balls man, geen slappe knieën. Niet vier dezelfde mannen. Tegenspraak organiseren.
Als je een positie wil, moet je dat niet te duidelijk zeggen. Dan denkt iemand dat je op zijn stoel uit bent. Ik heb achteraf ook wel gehoord dat ik te duidelijk in mijn standpunt ben geweest en langer m'n mond had moeten houden. Dat zal ik de volgende keer anders doen. Of dit een man met hetzelfde gedrag ook was gebeurd, weet ik niet. Misschien is het moeilijker te accepteren voor mannen dat een vrouw dit gedrag vertoont. Toch was het een schok toen ik wegging. Vooral de vrouwen vonden het verschrikkelijk.'
Rijsdijk weet nog niet wat ze gaat doen. Ze heeft talloze nevenfuncties en vermaakt zich uitstekend. En de strijd geeft ze niet op. 'Wij moeten doorgaan. Voor onze dochters. Die hebben het nog niet door. Die denken dat ze er met hard werken wel komen.'
PAMELA BOUMEESTER (52, getrouwd, vier kinderen) is in de Volkskrant-top-tweehonderd van de invloedrijkste Nederlanders gestegen van 166 naar 52 en wordt geclassificeerd als multicommissaris. Een jaar geleden besloot ze op te stappen bij NS Poort, waar ze directeur was. Hoewel haar inkomen flink is gedaald verdient ze met al haar verschillende functies en commissariaten genoeg om een 'aangenaam, gevarieerd en leuk leven te leiden'. Bij NS Poort had ze in drie jaar tijd twee bedrijven geïntegreerd; daarna wilde ze 'een stap zetten op de verticale as, of een internationale klus'. Beide zaten er niet in, 'om redenen die je natuurlijk niet allemaal kent. Dan blijf ik niet. Ik wil iets doen waar ik waarde aan kan toevoegen.'
In het mannenbedrijf NS, waar ze sinds 1988 werkte, benoemde ze zo veel mogelijk vrouwen. 'Wie zoekt die vindt, van uitstekende kwaliteit', zegt ze. 'Vrouwen hebben gebrek aan rol-modellen. Nu wordt het jammer gevonden dat ik niet meer op een toonaangevende plek zit. Maar dat heb ik jaren gedaan, I paid my due.' Ze twijfelt ook over opnieuw een topfunctie: 'Ineens houdt het werk op. De eerste neiging is om weer over zo'n baan te denken. Banen genoeg. Maar kan ik echt verschil maken?'
Bij NS verrichtte ze baanbrekend werk door een andere stijl van leidinggeven. 'Van patriar-chaal naar gelijkwaardig. Dat was men niet gewend. Als je diversiteit insluit in je bestuursstijl creëer je rijkdom. Te eenvormige groepen vormen met elkaar een uitvergroting van stereo-typen. Het is ook een kwestie van identificatie en voorbeeld. Als een team bestaat uit min of meer hetzelfde type van hetzelfde geslacht geef je als bedrijf de boodschap af dat dat de eigenschappen zijn waarmee je in het leidinggevende team kunt komen.'
Haar belangrijkste boodschap is humor, openlijke zelfrelativering en eigen initiatief. 'Dat moet je leren', zegt ze. 'Niet zielig doen als iets niet lukt. Dan moet je iets anders bedenken. Dat mannen mij er niet buitenhouden, komt omdat ik zelf het initiatief neem. Ik ervaar dan geen weerstand. Nog even bellen: wat vind jij? Mannen doen dat onderling ook. Zullen we het anders doen? Het onderwerp op een andere manier op de agenda zetten? Het is ook een beetje de lol van het spel. Valse bescheidenheid, daar ben ik niet van. Maar zo worden vrouwen gemiddeld genomen niet gesocialiseerd.'
ALEXANDRA SCHAAPVELD (52) heeft een rouwproces doorgemaakt. Ze was 25 jaar Directeur Generaal bij ABN Amro; kwam na de verkoop in de top van de Royal Bank of Scotland en werd daar totaal onverwacht van de ene op de andere dag ontslagen. 'Ik weet nu wat het is om er uitgezet te worden. Als je vader van drie kinderen bent en je werk altijd goed gedaan hebt. Ik kom er met mijn capaciteiten en talloze goed betaalde nevenfuncties best doorheen, maar voor zo iemand ligt dat anders.'
Schaapveld heeft zelf vier kinderen. Ook toen ze directeur-generaal was, werd door bepaalde mannen steevast bezorgd gevraagd hoe het de kinderen ging. 'Op een dag was ik het zat. "Ze hebben me zoveel troubles gegeven dat ik ze weggegeven heb", zei ik. Nooit meer naar gevraagd. Aan de andere kant: bij een meerdaagse vergadering kondigde een man de avond tevoren aan dat hij eerder wegging. Later hoorde ik dat z'n dochter moest optreden met haar viool. Mijn eerste opmerking de volgende dag was: hoe was de uitvoering? Natuurlijk kun je het over je kinderen hebben. Maar niet in die veroordelende zin.'
'Diversiteit is nog steeds een probleem, omdat te weinig bestuurders begrijpen waarom het nodig is', zegt ze. 'Ze praten erover, tekenen een charter, maar doen vervolgens niets. De stijl verandert met meerdere vrouwen in een team. Het wordt menselijker. Capaciteiten die mannen ook hebben, maar minder makkelijk opbrengen als ze onder elkaar zijn.'
Ze heeft haar weg naar de top nooit als strijd, maar eerder als uitdaging ervaren: 'Je komt verder door loyaliteit en netwerken.' Ze is niet het type van Queen Bee (ik heb het gered, dus anderen moeten dat ook maar zelf doen), heeft vanuit haar managementspositie mannen gedwongen vrouwen te benoemen, maar is tegelijkertijd oog blijven houden voor de extra barrières voor vrouwen. 'Manage your own career - ik zie dat heel weinig vrouwen doen. Ze blijven lang voor een baas werken, is die ineens weg, blijkt dat niemand háár kent. Zorg dat je een keer per week iets buiten de deur doet dat niets met het bedrijf te maken heeft. Ik golf tegenwoordig. Ik ben verbaasd hoeveel mannen er met die tassen rondlopen. Deed ik zelf vroeger nooit!
En vrouwen zijn buitengewoon kritisch over elkaar. Ze fakkelen alle andere vrouwen af. Dat is absoluut dramatisch. Mannen doen dat al over vrouwen, dat moeten we niet ook nog eens over onszelf gaan doen. Je moet zeggen: ze zit er in ieder geval. Dat positivisme moeten we onder elkaar kweken en onderhouden. Het andere is: je komt soms in situaties die erg moeilijk zijn. Blijf zitten. Don't give up. Van buiten kun je niets veranderen, van binnen wel.'
Ze wordt veel benaderd voor topfuncties, maar aarzelt. 'Alleen als ik het leuk vind. Niet meer voor de bühne. En ook niet omdat het zo belangrijk is dat het een vrouw wordt.'
ALLE geïnterviewde vrouwen zijn zonder meer voor een wettelijk quotum van veertig procent en hebben daar weinig woorden voor nodig. Alexandra Schaapveld: 'Vijf jaar geleden dacht ik nog, het komt wel. Maar we staan al vijf jaar stil, er gebeurt niets, dus het moet verplicht worden.' Jacqueline Rijsdijk: 'Lang geaarzeld, maar ik ben vóór. Verandering bewerkstellig je pas met dertig, veertig procent.' Caty Asscher: 'Je hebt massa nodig, in je eentje kun je de strijd niet winnen. In onzekere tijden valt men terug op oude zekerheden, dus op mannen.' Pamela Boumeester: 'In weerwil van mezelf heb ik het quotummanifest getekend. Het doel heiligt de middelen. Dan maar een paardenmiddel, desnoods tijdelijk.' Judith G., fel: 'Wij zijn de helft van de populatie, de helft van de wereld is van mij! Waarom moet ik vertellen dat ik beter ben dan een man? Sodemieter op zeg, is het allemaal voor jullie dan? Mannen nemen alle beslissingen en sluiten de andere helft uit.'
Quotum
Hoewel zestig procent van alle afgestudeerden in heel Europa vrouw is, heeft slechts één op de tien beursgenoteerde ondernemingen een vrouw in de raad van bestuur en is slechts drie procent voorzitter. In 2002 was het percentage vrouwelijke bestuurders in Noorwegen nog zeven. Ansgar Gabrielsen, toenmalig minister van -Economische Zaken, was het zat dat het old boys network de dienst bleef uitmaken en kondigde op eigen houtje een quotum aan. Een storm van kritiek volgde, maar in 2004 nam het parlement een wet aan die in 2008 tot een verplicht quotum van veertig procent vrouwelijke bestuurders bij beursgenoteerde bedrijven zou moeten leiden. IJsland nam een vergelijkbare wet aan, Frankrijk overweegt er een en Spanje heeft streefcijfers voor 2015. In Nederland nam de Tweede Kamer in 2009 een voorstel aan voor dertig procent -vrouwen in de top van grote bedrijven. Houden bedrijven zich hier niet aan, dan komt er een -quotum. Het wetsvoorstel ligt nog bij de Eerste Kamer.
Viviane Reding, vice-voorzitter van de Europese Commissie en commissaris Justitie, Grondrechten en Burgerschap, gaat in maart van dit jaar met alle ceo's van grote bedrijven aan tafel: als er geen vooruitgang komt, zullen we quota moeten opleggen, zegt ze. Haar doel is dertig procent in 2015 en veertig in 2020. 'Dat geeft ook een sterk signaal naar andere vrouwen om te laten zien dat ze het kunnen.'
Eurocommissaris Neelie Kroes noemde zichzelf in een uitzending over leiderschap een voorbeeld van een excuustruus: 'Barroso had publiekelijk gezegd dat hij dertig procent vrouwen wilde. Anders was ik er niet gekomen in 2004. Ik heb altijd gedacht: mouwen opstropen, dan kom je er wel. Maar zonder quotum redden we het niet. Mannen pikken het niet als een vrouw te hard optreedt, maar als ze te zacht is accepteren ze haar niet als leider. Vrouwen hebben minder behoefte hun ego uitgebreid te etaleren. Uiteindelijk duurt een vergadering in gemengd gezelschap korter en gaat méér over de inhoud.'
Diversiteit
Volgens Robert Swaak (50, getrouwd, vier kinderen) van PwC Nederland (accountants, belastingadviseurs en consultants) is men in Nederland nooit serieus met diversiteit bezig geweest: 'De schooltijden hier zijn archaïsch en de kinderopvang is provisorisch, uitzonderingen daargelaten.' In het buitenland was hij jarenlang gewend te werken met vrouwelijke klanten en collega's. Terug in Nederland en eenmaal bestuurlijk actief binnen PwC merkte hij dat hij bijna geen vrouwen om zich heen had. Hij vertelt: 'We zijn destijds een groot onderzoek gestart binnen PwC en kwamen er achter dat vrouwen onverhoopt en onverklaarbaar tussen vier en zes jaar afhaakten. Honderden vrouwen. Steeds weer: fantastische vrouw, maar ze wil weg. Verwarring en verbazing. Het bleek bijvoorbeeld dat vrouwen weer teruggezet werden op hun potential rating als ze terugkwamen van zwangerschapsverlof. De carrière van mannen liep sneller en bonussen waren vaker in hun voordeel. Ook hier hetzelfde verhaal. Als je een tijdje wegbent, kun je geen fulltime bonus krijgen. Hoezo niet?
Nog iets: een vrouw die na twaalf jaar een negatief beoordelingsgesprek krijgt met de boodschap dat ze over zes weken nog een tweede kans krijgt, trekt haar conclusies en is weg. Kom zeg, heb je over zes weken ineens een ander oordeel? Als ik hier al twaalf jaar werk weet je hoe ik ben. Een man pikt het signaal op en springt nog eens een keer door die hoepel.'
Het onderzoek mondde uit in een diversiteitsprogramma dat door de hele organisatie loopt. 'Het is een taai en langdurig proces', licht Swaak toe. 'Het begint bij de partners. Heb ik alle partners mee? Nee, ik denk het niet. Maar de organisatie wordt sindsdien ook beoordeeld op diversiteit. Cijfers waaruit blijkt dat vrouwen achterblijven, moeten worden uitgelegd en als ze het dan nog niet begrijpen werkt het door in de beoordeling. Mannen moeten het doen, want die zitten op de cruciale plekken. Een aantal bedoelt het goed, maar heeft geen affiniteit met het onderwerp. Dat heeft niets met leeftijd te maken. Mannen die hier al heel lang zitten, doen hun uiterste best en mannen die nog maar een jaar partner zijn, gedragen zich of ze nog nooit een vrouw gezien hebben. Daarom hebben we een bewustwordingsprogramma voor partners geïntroduceerd.
In het begin hebben we ook wel in allerlei gremia vrouwen neergezet en geïntroduceerd in het teken van diversiteit. De token woman. Dat werkte niet. Daar hoeven we niet mee te praten, want die zit er toch maar voor de diversiteit. Ook merkten we dat vrouwen nog harder naar elkaar zijn dan naar mannen. Ze maken elkaar soms af, al dan niet op het werk.
Het diversiteitsprogramma loopt nog maar kort, waardoor we nog relatief weinig midden-kader hebben. Nu drukken we soms een benoeming door. Positieve discriminatie? Die is al honderd jaar de andere kant uit gegaan, zeg ik dan. Een man slaat zichzelf op de borst met allerlei gemeenplaatsen. Een vrouw doet dat niet omdat ze het niet nodig vindt zichzelf nog eens te bewijzen. Betekent dat dan dat ze inherent minder is? Maar zodra ze vertelt dat ze een deal gemaakt heeft van een paar ton is iedereen aangesloten.
Er is nu een aantal vrouwelijke partners die businessunits leiden. En in twee van de drie boards zit een vrouw. Nog géén vrouw in de raad van bestuur. Langzamerhand begint de invloed in de organisatie groter te worden. Vrouwen zijn heel goed in staat processen te benoemen, zonder daar een waardeoordeel overheen te gooien. Mannen onderling zitten toch een beetje naar elkaar te kijken. Bij een complexe probleemstelling is de oplossing altijd beter als de groep heterogener is. Ook de besluitvorming. Dat is wetenschappelijk aangetoond.'
Swaak is faliekant tegen een quotum in zijn bedrijf. 'In Noorwegen werkte dat omdat vrouwen van meet af aan hebben meegedaan en er een laag vrouwelijke managers was die niet verder kwamen. Wij hadden hier helemaal geen vrouwen op dat niveau. Als er voldoende vrouwen zijn moet je dat op een gegeven moment actief gaan benoemen, dan worden vrouwen ook gedragen. Anders is het quotum een soundbite.'
Cosmetisch gaat het de goede kant op met het aantal vrouwen in de volksvertegenwoordiging, maar wezenlijk is deze trend niet. M.i. hebben vrouwen, en zeker jonge, intelligente vertegenwoordigsters van de meerderheid van het Nederlandse Volk, nauwelijks echt iets in de melk te brokkelen. Komt het er dan, bij hoge uitzondering, dan toch eens van; dan wordt er meestal snel en rücksichtslos met die bewuste vrouw afgerekend. Voorbeelden? Els Borst, Winnie Sorgdrager en Agnes Kant, om slechts enkele voorbeelden te noemen, maar de rij is bij grondige analyse vast vele malen langer.
Al jaren geleden bedacht ik een oplossing voor dit probleem, een paardenmiddel, ik geef het direct toe, maar m.i. wel fraaier dan een simpel quotum dat dwingend wordt opgelegd. Mijn oplossing: voor een bepaalde periode mogen vrouwelijke stemmers alleen maar op vrouwen stemmen. Mannen zouden wat mij betreft zelf mogen kiezen of ze op een man, dan wel een vrouw willen stemmen, maar als men daar problemen mee heeft is het ook goed mannen dan maar ook te beperken tot mannen. Ik schat dat een jaar of 10 genoeg moet zijn om de bordjes structureel in evenwicht te krijgen. Wat gaat er dan namelijk gebeuren? Iedere partij, behalve de SGP (die dan gehalveerd wordt tot 1 zetel; een goede zaak!), valt dan direct uiteen in twee vleugels; de mannen en de vrouwen. Vrouwen hoeven niet langer naar de pijpen te dansen van de mannen die in de meeste partijen toch de dienst uitmaken, of ze nu hoog op de lijst staan of niet. Daardoor zal een ander soort vrouwen omhoog bubbelen; geen excuustruzen meer, geen manwijven (verkapte mannen), en ook geen gezellige tantes meer...al die types worden 'echt', of ze vallen buiten de boot en worden vervangen door vrouwen die het niet primair goed doen onder hun mannelijke 'collega's', maar vrouwen die zichzelf in een onderlinge strijd juist voor vrouwen de beste zullen moeten betonen! Dat is mijn simpele oplossing; ik ben ervan overtuigd dat Nederland na een jaar of 10 onherkenbaar veranderd zal zijn!
In het onderstaande artikel, een coverstory van de Groene Amsterdammer, wordt nog eens aangetoond hoe nodig zo'n drastische ingreep wel niet is.
De helft van de wereld is van mij! Vrouwen ontbreken in de top
Is er toch een quotum nodig om te komen tot een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen in de top? Een rondgang langs vijf vrouwen uit de hoogste regionen. 'Show your balls man, geen slappe knieën.'
ANNEKE GROEN
'EEN QUOTUM is een paardenmiddel. Maar er is geen andere oplossing.' Dat is de conclusie van vier vrouwen, allen al dan niet vrijwillig opgestapt uit de top van een multinational. En ook: 'Het laatste stuk ligt bij onszelf. We moeten leren vechten. Leren om eerlijk tegen onszelf te zeggen: ik wil op die plek komen en wat betekent dat dan.'
Volgens de Female Board Index van de Erasmus Universiteit hebben slechts 39 van de 99 beursgenoteerde bedrijven in Nederland een vrouw in de top. Het grootste deel van hen heeft een buitenlandse nationaliteit. Onder de 749 bestuurders en commissarissen zijn 61 vrouwen, 8,1 procent. In 2010 gingen bijna alle nieuwe benoemingen naar een man. Wie als vrouw wél de top bereikt, is meestal ook snel weer weg.
Het debat is de vraag voorbij of diversiteit aan de top wenselijk is; aan de meerwaarde van vrouwen wordt niet getwijfeld. Er zijn -voldoende vrouwen, maar er gebeurt de -laatste vijf jaar niets meer. 'Ik heb gekozen voor -kwaliteit en ervaring', was het antwoord van premier Rutte op de verontwaardigde reacties op het aantal van drie vrouwen in zijn kabinet. Een -staatssecretaris voor Emancipatiezaken is er al lang niet meer, laat staan een minister. Het onderwerp is van de politieke agenda -verdwenen. Het zou wel loslopen, het gaat goed met de positie van vrouwen. Niets is minder waar.
Judith G. (53) zat hoog in het management van een beursgenoteerde onderneming en stapte op omdat ze de strijd met haar baas beu was. Na een jaar van bezinning is ze nu heel tevreden als consultant in een klein bedrijf. 'Ik werk net zo hard als vroeger', vertelt ze, 'maar ik bepaal hier mijn eigen cultuur.' Haar visie op zichzelf en het onderwerp vat ze kort samen: 'Dit is het laatste hoofdstuk. Het ligt bij ons.'
Ze is niet gekomen waar ze wilde komen, maar ze voelt zich nu opgelucht. 'Ik ben heel blij dat ik er niet meer zit', zegt ze. 'Dat kan ik nu zeggen, maar mijn aspiraties waren anders. Ik was ook erg bekend en in the picture, dat is allemaal weggevallen, alleen je heel nabije kring blijft over. Nooit had ik tijd voor vrienden en familie, maar gelukkig zijn ze altijd bij me gebleven. Die tachtig uur per week moet je anders leren invullen. Als je echt zeilt op het feit dat je iemand was binnen een organisatie heb je het moeilijk als dat weg is. Dat geldt ook voor mannen. Maar ik wil niet meer terug naar die brij om me heen, waar iedereen een mening over je heeft, onder je en boven je, heel benauwend.'
Na haar studie economie begon ze bij het bedrijf, 28 jaar geleden. Alleen maar mannen om zich heen, die niet gewend waren aan vrouwelijke collega's. Haar laatste opdracht was het opzetten van een dochterbedrijf. 'Ik heb drie jaar onder een baas gehangen waar ik voortdurend strijd mee voerde. En ik ben niet van de strijd. Ik leverde heel veel in, ook op mijn gezondheid. De essentie is een simpele: hij zat er voor zichzelf, om te blijven zitten en politiek te kijken hoe hij zich zo zeker mogelijk kon neerzetten en ik zat er om een organisatie van de grond te krijgen en dat op een goede manier met mijn mensen te doen.
Ik dacht dat het hele bedrijf dat wilde. Ik moest risico's nemen en hij vroeg zich voortdurend af of hij daar wel verantwoordelijkheid voor kon nemen. Een leuke vent, maar ik vond hem disloyaal. Je kiest geen strijd, zei ik hem, je bukt. En je staat niet achter me. Uiteindelijk moest ik weg en hij zit er nog. En steun van mijn collega's kreeg ik niet, want die moesten verder met hun baas.'
Ze zegt het zonder bitterheid, ze vindt achteraf dat ze er veel van heeft geleerd: 'Als ik nu ergens mee zit, denk ik eerst rustig na en kijk wat mijn speelveld is. Wie zit er naast me, boven me, onder me. Waarom lukt dit niet? Waar liggen de verschillende belangen? Wie moet ik van tevoren even bellen om mee te krijgen? Ik vraag me nu af wat goed is voor het bedrijf, maar ook wat goed is voor mij en probeer dan toch mijn zin door te drijven. Mannen hebben dat extra instinct van nature. Het is ook niet zo dat vrouwen per se een andere kijk op zaken hebben. Maar mannen hebben een ander vervolg in hun hoofd.'
Doordenderen, dat doen de meeste vrouwen, zegt ze. 'We leveren goed werk af, vaak beter en serieuzer dan mannen, we gaan veel -dieper. Maar dat is niet het spel dat door -mannen gespeeld wordt. Op het moment dat ik een stap hoger wilde, had ik mijn gedrag -moeten -veranderen. Ik heb altijd doorgezet, maar had nog nooit hoeven vechten in een kleine groep mannen die allemaal dezelfde functie wilden als ik. We doen dit samen, dacht ik. Nee, dat is niet zo. Hoe kan ik loyaliteit verwachten van iemand die dezelfde baan wil als ik? Een man vertelde mij het volgende: er zijn twee banen te -vergeven voor tien mensen. We zitten met elkaar om tafel. Er zitten twee vrouwen bij. Eerst met z'n achten tegen die twee: die zijn zo van tafel, want vrouwen kunnen niet -vechten. Er zitten ook drie nerds bij. Die willen alleen maar hun werk doen en zitten niet in het hoofd van de bazen. En dan begint het gevecht. Niet omdat we die mensen niet mogen, het is gewoon elimineren en je eigen kansen -verhogen. Vrouwen hebben dat voorbeeld nog niet gehad. Wij zijn bezig geweest ons neer te zetten in een mannenwereld met het kunstje dat wij geleerd hebben en dat in onze genen zit: goed werk afleveren, people manager zijn, we worden erom geroemd. Maar wij moeten ook iets van mannen overnemen. We moeten snappen hoe dat gevecht werkt. De vrouwen die het tot nu toe hebben gered hebben daarover nagedacht.'
In eerste instantie wilde Judith G. weer een fulltime baan en raadpleegde een -headhunter. Die gaf haar inzicht in een ander gebrek. -'Vrouwen kunnen niet opscheppen en niet liegen over zichzelf. Vertellen wel dat ze directeur zijn, maar niet hoeveel mensen ze onder zich hebben. Laat staan over hoeveel geld ze gaan.' Lachend: 'Ik had miljarden onder me hangen. Vond dat totaal niet interessant. Onder zijn invloed vertelde ik dat bij sollicitaties. Dan zie je hoe zo'n gesprek kantelt. Opeens werd ik voor vol aangezien.'
CATY ASSCHER (64, getrouwd, drie kinderen) traint de top van bedrijven en organisaties. Volgens haar zijn loyaliteit aan het team en loyaliteit aan de voorzitter van de raad van bestuur de belangrijkste elementen in de top. 'Als daar iets misgaat, raakt dat zijn reputatie en die van het bedrijf. Als het écht gaat om de top, gaan er mechanieken spelen in de mannengroep die vrouwen onvoldoende en vaak te laat in de gaten hebben.
Wat die mechanieken zijn? Vrouwen vertelden me dat ze op het moment van fusie of verandering veel te netjes waren gebleven. In de formele circuits vond uitstekend overleg plaats, maar van tevoren informeel peilen, overleggen en stutten voor hun eigen positie deden zij niet. In de top gaat het erom of je wordt opgenomen in de netwerken - dat geldt ook voor mannen - en of je erin slaagt loyaliteit op te bouwen. Zeker in tijden van economische crisis valt men weer terug op het vertrouwde patroon. Iets anders is dat het altijd in de mannelijke soort heeft gezeten om naar buiten toe te vechten, met het risico dat je mensen verliest. Dat is vrouwen niet eigen.'
In de laag nét onder de top signaleert Asscher vaak voorbeelden van totale miscommunicatie: 'Een voorzitter van een raad van bestuur organiseerde lunchbijeenkomsten om zijn strategie toe te lichten. Een vrouw die hij met veel vertrouwen op een hoge positie had neergezet vroeg hem en plein public of hij rekening had gehouden met de negatieve consequenties van zijn strategische keuzes. Hij was daar zeer door geraakt. Daarover wilde hij best met haar praten, maar níet en plein public. Zij vond: het is een open dialoog en hield geen rekening met zijn status en het beïnvloedende aspect van haar eigen positie. Hij verwachtte van haar dat zij ter plekke mee zou helpen en enthousiasmeren. Dit kom ik heel vaak tegen, op alle plekken in de maatschappij. Als je zoiets doet en die laatste stap wil maken word je niet gekozen.'
JACQUELINE RIJSDIJK (54, getrouwd, drie dochters) zit na een leven hard werken ineens thuis, zelf opgestapt, na een jaar, als lid van de hoofddirectie van verzekeringsgroep ASR Nederland. Er was, na 28 jaar De Nederlandsche Bank, waar ze eindigde als divisiedirecteur betalingsverkeer, aan haar getrokken om bij asr te komen en een veranderingsstrategie in te zetten. Achteraf haalt ze de uitspraak van een goede vriend aan: als je wordt binnen-gehaald om te veranderen is dat het enige wat je niet moet doen. Dat kunnen ze blijkbaar niet zelf en daar halen ze dan iemand van buiten bij. Ze oogt nu zeer ontspannen en uitgerust. 'Ik geniet met volle teugen van deze fase', vertelt ze. 'Maar ik ben ook wel boos geweest. Ik had kunnen blijven, welke functie ik ook maar wilde hebben, maar ik heb dat niet gedaan omdat ik teleurgesteld was in het tempo van verandering en het feit dat de daad niet bij het woord werd gevoegd.'
De raad van bestuur moest worden ingekrompen van zes naar vier personen. Jacqueline Rijsdijk verwachtte dat zij daar bij zou zijn: 'Ik heb niet op tijd ingezien dat ik zachter moest lopen. In een toespraak tot het middenkader, waarin ik aankondigde dat we over twee weken echt zouden beginnen, zag ik de ene helft enthousiast naar voren buigen; de andere helft leunde achterover en dacht: we zullen wel eens zien of dat gebeurt...'
Ze vindt het een ongelooflijk ingewikkeld onderwerp, het verschil tussen mannen en vrouwen. 'Alles wat erover gezegd wordt, is waar. Over het algemeen zijn vrouwen meer controlfreak, meer op de inhoud, we benoemen dingen die mannen niet willen benoemen. We zijn directer, vinden de relatie belangrijk en we zijn niet one of the boys. En als ze dat niet gewend zijn is het erg moeilijk voor mannen om er een vrouw bij te halen. Nog een punt: ze vergelijken je met hun eigen vrouw, wat niet te vergelijken is. Ik kan goed met mannen opschieten en heb me altijd zeer gewaardeerd gevoeld, één met de groep, dacht dat we -maatjes waren. Maar toen puntje bij paaltje kwam, telde dat voor de voorzitter niet. We waren met vijf voor drie plekken. Hij koos voor drie mannen. Met als argument dat hij toch iemand wilde die het verzekeringswezen beter kende. Omgekeerd zou ik het nooit gedaan hebben. Ik had die verandering doorgezet. Show your balls man, geen slappe knieën. Niet vier dezelfde mannen. Tegenspraak organiseren.
Als je een positie wil, moet je dat niet te duidelijk zeggen. Dan denkt iemand dat je op zijn stoel uit bent. Ik heb achteraf ook wel gehoord dat ik te duidelijk in mijn standpunt ben geweest en langer m'n mond had moeten houden. Dat zal ik de volgende keer anders doen. Of dit een man met hetzelfde gedrag ook was gebeurd, weet ik niet. Misschien is het moeilijker te accepteren voor mannen dat een vrouw dit gedrag vertoont. Toch was het een schok toen ik wegging. Vooral de vrouwen vonden het verschrikkelijk.'
Rijsdijk weet nog niet wat ze gaat doen. Ze heeft talloze nevenfuncties en vermaakt zich uitstekend. En de strijd geeft ze niet op. 'Wij moeten doorgaan. Voor onze dochters. Die hebben het nog niet door. Die denken dat ze er met hard werken wel komen.'
PAMELA BOUMEESTER (52, getrouwd, vier kinderen) is in de Volkskrant-top-tweehonderd van de invloedrijkste Nederlanders gestegen van 166 naar 52 en wordt geclassificeerd als multicommissaris. Een jaar geleden besloot ze op te stappen bij NS Poort, waar ze directeur was. Hoewel haar inkomen flink is gedaald verdient ze met al haar verschillende functies en commissariaten genoeg om een 'aangenaam, gevarieerd en leuk leven te leiden'. Bij NS Poort had ze in drie jaar tijd twee bedrijven geïntegreerd; daarna wilde ze 'een stap zetten op de verticale as, of een internationale klus'. Beide zaten er niet in, 'om redenen die je natuurlijk niet allemaal kent. Dan blijf ik niet. Ik wil iets doen waar ik waarde aan kan toevoegen.'
In het mannenbedrijf NS, waar ze sinds 1988 werkte, benoemde ze zo veel mogelijk vrouwen. 'Wie zoekt die vindt, van uitstekende kwaliteit', zegt ze. 'Vrouwen hebben gebrek aan rol-modellen. Nu wordt het jammer gevonden dat ik niet meer op een toonaangevende plek zit. Maar dat heb ik jaren gedaan, I paid my due.' Ze twijfelt ook over opnieuw een topfunctie: 'Ineens houdt het werk op. De eerste neiging is om weer over zo'n baan te denken. Banen genoeg. Maar kan ik echt verschil maken?'
Bij NS verrichtte ze baanbrekend werk door een andere stijl van leidinggeven. 'Van patriar-chaal naar gelijkwaardig. Dat was men niet gewend. Als je diversiteit insluit in je bestuursstijl creëer je rijkdom. Te eenvormige groepen vormen met elkaar een uitvergroting van stereo-typen. Het is ook een kwestie van identificatie en voorbeeld. Als een team bestaat uit min of meer hetzelfde type van hetzelfde geslacht geef je als bedrijf de boodschap af dat dat de eigenschappen zijn waarmee je in het leidinggevende team kunt komen.'
Haar belangrijkste boodschap is humor, openlijke zelfrelativering en eigen initiatief. 'Dat moet je leren', zegt ze. 'Niet zielig doen als iets niet lukt. Dan moet je iets anders bedenken. Dat mannen mij er niet buitenhouden, komt omdat ik zelf het initiatief neem. Ik ervaar dan geen weerstand. Nog even bellen: wat vind jij? Mannen doen dat onderling ook. Zullen we het anders doen? Het onderwerp op een andere manier op de agenda zetten? Het is ook een beetje de lol van het spel. Valse bescheidenheid, daar ben ik niet van. Maar zo worden vrouwen gemiddeld genomen niet gesocialiseerd.'
ALEXANDRA SCHAAPVELD (52) heeft een rouwproces doorgemaakt. Ze was 25 jaar Directeur Generaal bij ABN Amro; kwam na de verkoop in de top van de Royal Bank of Scotland en werd daar totaal onverwacht van de ene op de andere dag ontslagen. 'Ik weet nu wat het is om er uitgezet te worden. Als je vader van drie kinderen bent en je werk altijd goed gedaan hebt. Ik kom er met mijn capaciteiten en talloze goed betaalde nevenfuncties best doorheen, maar voor zo iemand ligt dat anders.'
Schaapveld heeft zelf vier kinderen. Ook toen ze directeur-generaal was, werd door bepaalde mannen steevast bezorgd gevraagd hoe het de kinderen ging. 'Op een dag was ik het zat. "Ze hebben me zoveel troubles gegeven dat ik ze weggegeven heb", zei ik. Nooit meer naar gevraagd. Aan de andere kant: bij een meerdaagse vergadering kondigde een man de avond tevoren aan dat hij eerder wegging. Later hoorde ik dat z'n dochter moest optreden met haar viool. Mijn eerste opmerking de volgende dag was: hoe was de uitvoering? Natuurlijk kun je het over je kinderen hebben. Maar niet in die veroordelende zin.'
'Diversiteit is nog steeds een probleem, omdat te weinig bestuurders begrijpen waarom het nodig is', zegt ze. 'Ze praten erover, tekenen een charter, maar doen vervolgens niets. De stijl verandert met meerdere vrouwen in een team. Het wordt menselijker. Capaciteiten die mannen ook hebben, maar minder makkelijk opbrengen als ze onder elkaar zijn.'
Ze heeft haar weg naar de top nooit als strijd, maar eerder als uitdaging ervaren: 'Je komt verder door loyaliteit en netwerken.' Ze is niet het type van Queen Bee (ik heb het gered, dus anderen moeten dat ook maar zelf doen), heeft vanuit haar managementspositie mannen gedwongen vrouwen te benoemen, maar is tegelijkertijd oog blijven houden voor de extra barrières voor vrouwen. 'Manage your own career - ik zie dat heel weinig vrouwen doen. Ze blijven lang voor een baas werken, is die ineens weg, blijkt dat niemand háár kent. Zorg dat je een keer per week iets buiten de deur doet dat niets met het bedrijf te maken heeft. Ik golf tegenwoordig. Ik ben verbaasd hoeveel mannen er met die tassen rondlopen. Deed ik zelf vroeger nooit!
En vrouwen zijn buitengewoon kritisch over elkaar. Ze fakkelen alle andere vrouwen af. Dat is absoluut dramatisch. Mannen doen dat al over vrouwen, dat moeten we niet ook nog eens over onszelf gaan doen. Je moet zeggen: ze zit er in ieder geval. Dat positivisme moeten we onder elkaar kweken en onderhouden. Het andere is: je komt soms in situaties die erg moeilijk zijn. Blijf zitten. Don't give up. Van buiten kun je niets veranderen, van binnen wel.'
Ze wordt veel benaderd voor topfuncties, maar aarzelt. 'Alleen als ik het leuk vind. Niet meer voor de bühne. En ook niet omdat het zo belangrijk is dat het een vrouw wordt.'
ALLE geïnterviewde vrouwen zijn zonder meer voor een wettelijk quotum van veertig procent en hebben daar weinig woorden voor nodig. Alexandra Schaapveld: 'Vijf jaar geleden dacht ik nog, het komt wel. Maar we staan al vijf jaar stil, er gebeurt niets, dus het moet verplicht worden.' Jacqueline Rijsdijk: 'Lang geaarzeld, maar ik ben vóór. Verandering bewerkstellig je pas met dertig, veertig procent.' Caty Asscher: 'Je hebt massa nodig, in je eentje kun je de strijd niet winnen. In onzekere tijden valt men terug op oude zekerheden, dus op mannen.' Pamela Boumeester: 'In weerwil van mezelf heb ik het quotummanifest getekend. Het doel heiligt de middelen. Dan maar een paardenmiddel, desnoods tijdelijk.' Judith G., fel: 'Wij zijn de helft van de populatie, de helft van de wereld is van mij! Waarom moet ik vertellen dat ik beter ben dan een man? Sodemieter op zeg, is het allemaal voor jullie dan? Mannen nemen alle beslissingen en sluiten de andere helft uit.'
Quotum
Hoewel zestig procent van alle afgestudeerden in heel Europa vrouw is, heeft slechts één op de tien beursgenoteerde ondernemingen een vrouw in de raad van bestuur en is slechts drie procent voorzitter. In 2002 was het percentage vrouwelijke bestuurders in Noorwegen nog zeven. Ansgar Gabrielsen, toenmalig minister van -Economische Zaken, was het zat dat het old boys network de dienst bleef uitmaken en kondigde op eigen houtje een quotum aan. Een storm van kritiek volgde, maar in 2004 nam het parlement een wet aan die in 2008 tot een verplicht quotum van veertig procent vrouwelijke bestuurders bij beursgenoteerde bedrijven zou moeten leiden. IJsland nam een vergelijkbare wet aan, Frankrijk overweegt er een en Spanje heeft streefcijfers voor 2015. In Nederland nam de Tweede Kamer in 2009 een voorstel aan voor dertig procent -vrouwen in de top van grote bedrijven. Houden bedrijven zich hier niet aan, dan komt er een -quotum. Het wetsvoorstel ligt nog bij de Eerste Kamer.
Viviane Reding, vice-voorzitter van de Europese Commissie en commissaris Justitie, Grondrechten en Burgerschap, gaat in maart van dit jaar met alle ceo's van grote bedrijven aan tafel: als er geen vooruitgang komt, zullen we quota moeten opleggen, zegt ze. Haar doel is dertig procent in 2015 en veertig in 2020. 'Dat geeft ook een sterk signaal naar andere vrouwen om te laten zien dat ze het kunnen.'
Eurocommissaris Neelie Kroes noemde zichzelf in een uitzending over leiderschap een voorbeeld van een excuustruus: 'Barroso had publiekelijk gezegd dat hij dertig procent vrouwen wilde. Anders was ik er niet gekomen in 2004. Ik heb altijd gedacht: mouwen opstropen, dan kom je er wel. Maar zonder quotum redden we het niet. Mannen pikken het niet als een vrouw te hard optreedt, maar als ze te zacht is accepteren ze haar niet als leider. Vrouwen hebben minder behoefte hun ego uitgebreid te etaleren. Uiteindelijk duurt een vergadering in gemengd gezelschap korter en gaat méér over de inhoud.'
Diversiteit
Volgens Robert Swaak (50, getrouwd, vier kinderen) van PwC Nederland (accountants, belastingadviseurs en consultants) is men in Nederland nooit serieus met diversiteit bezig geweest: 'De schooltijden hier zijn archaïsch en de kinderopvang is provisorisch, uitzonderingen daargelaten.' In het buitenland was hij jarenlang gewend te werken met vrouwelijke klanten en collega's. Terug in Nederland en eenmaal bestuurlijk actief binnen PwC merkte hij dat hij bijna geen vrouwen om zich heen had. Hij vertelt: 'We zijn destijds een groot onderzoek gestart binnen PwC en kwamen er achter dat vrouwen onverhoopt en onverklaarbaar tussen vier en zes jaar afhaakten. Honderden vrouwen. Steeds weer: fantastische vrouw, maar ze wil weg. Verwarring en verbazing. Het bleek bijvoorbeeld dat vrouwen weer teruggezet werden op hun potential rating als ze terugkwamen van zwangerschapsverlof. De carrière van mannen liep sneller en bonussen waren vaker in hun voordeel. Ook hier hetzelfde verhaal. Als je een tijdje wegbent, kun je geen fulltime bonus krijgen. Hoezo niet?
Nog iets: een vrouw die na twaalf jaar een negatief beoordelingsgesprek krijgt met de boodschap dat ze over zes weken nog een tweede kans krijgt, trekt haar conclusies en is weg. Kom zeg, heb je over zes weken ineens een ander oordeel? Als ik hier al twaalf jaar werk weet je hoe ik ben. Een man pikt het signaal op en springt nog eens een keer door die hoepel.'
Het onderzoek mondde uit in een diversiteitsprogramma dat door de hele organisatie loopt. 'Het is een taai en langdurig proces', licht Swaak toe. 'Het begint bij de partners. Heb ik alle partners mee? Nee, ik denk het niet. Maar de organisatie wordt sindsdien ook beoordeeld op diversiteit. Cijfers waaruit blijkt dat vrouwen achterblijven, moeten worden uitgelegd en als ze het dan nog niet begrijpen werkt het door in de beoordeling. Mannen moeten het doen, want die zitten op de cruciale plekken. Een aantal bedoelt het goed, maar heeft geen affiniteit met het onderwerp. Dat heeft niets met leeftijd te maken. Mannen die hier al heel lang zitten, doen hun uiterste best en mannen die nog maar een jaar partner zijn, gedragen zich of ze nog nooit een vrouw gezien hebben. Daarom hebben we een bewustwordingsprogramma voor partners geïntroduceerd.
In het begin hebben we ook wel in allerlei gremia vrouwen neergezet en geïntroduceerd in het teken van diversiteit. De token woman. Dat werkte niet. Daar hoeven we niet mee te praten, want die zit er toch maar voor de diversiteit. Ook merkten we dat vrouwen nog harder naar elkaar zijn dan naar mannen. Ze maken elkaar soms af, al dan niet op het werk.
Het diversiteitsprogramma loopt nog maar kort, waardoor we nog relatief weinig midden-kader hebben. Nu drukken we soms een benoeming door. Positieve discriminatie? Die is al honderd jaar de andere kant uit gegaan, zeg ik dan. Een man slaat zichzelf op de borst met allerlei gemeenplaatsen. Een vrouw doet dat niet omdat ze het niet nodig vindt zichzelf nog eens te bewijzen. Betekent dat dan dat ze inherent minder is? Maar zodra ze vertelt dat ze een deal gemaakt heeft van een paar ton is iedereen aangesloten.
Er is nu een aantal vrouwelijke partners die businessunits leiden. En in twee van de drie boards zit een vrouw. Nog géén vrouw in de raad van bestuur. Langzamerhand begint de invloed in de organisatie groter te worden. Vrouwen zijn heel goed in staat processen te benoemen, zonder daar een waardeoordeel overheen te gooien. Mannen onderling zitten toch een beetje naar elkaar te kijken. Bij een complexe probleemstelling is de oplossing altijd beter als de groep heterogener is. Ook de besluitvorming. Dat is wetenschappelijk aangetoond.'
Swaak is faliekant tegen een quotum in zijn bedrijf. 'In Noorwegen werkte dat omdat vrouwen van meet af aan hebben meegedaan en er een laag vrouwelijke managers was die niet verder kwamen. Wij hadden hier helemaal geen vrouwen op dat niveau. Als er voldoende vrouwen zijn moet je dat op een gegeven moment actief gaan benoemen, dan worden vrouwen ook gedragen. Anders is het quotum een soundbite.'
Labels:
Cultuur,
Politiek,
Vernieuwing Democratie,
Vrouwen
maandag 10 januari 2011
Ikke, ikke, ikke, en de Rest kan st....! (klad)
"Ikke, ikke, ikke, en de Rest kan stikken!", dat lijkt het credo te zijn van onze nieuwe regering; vrijwel ieder bericht dat de leden van het kabinet uitzenden heeft die explicite boodschap, en anders is deze wel de ondertoon ervan.
de rechtse ziel
Klap op de vuurpijl: ontwikkelings-hulp en samenwerking: weg ermee! Alleen als we er zelf direct eigenbelang bij hebben wil staatssecretaris Knaben nog 'hulp' geven. Sorry, maar dat is geen hulp, dat is handel! Zelfs met de allerarmsten in de wereld zijn we niet solidair meer (hoort u het woord solidair uberhaupt nog wel eens? Ik kan het me niet heugen, het woord lijkt wel gewist uit de NLDse vocabulaire...
de ziekenhuizen: iedereen was het er de laatste jaren toch wel over eens dat al op korte termijn tekorten dreigen aan agenten, werkers in de zorg, en leraren en onderwijzers; een demografisch fenomeen.
Dus wat doet de coalitie/overheid:
-we ontslaan 3000 agenten en nemen ze vv, met dan ineens 1/6 van hen in de rol van animalcop, weer aan; we presenteren dat vv als 3000 man extra. Volgens mij betekent het: 3000 mensen die worden gekwetst (hoeveel verlies levert dat de samenleving op?), en effectief minimaal 500 man sterkte eraf...
-op de budgetten van de ziekenhuizen wordt zo gekort dat daar vele banen verloren gaan. Zelfde verschijnsel.
-in het onderwijs gaat het helemaal op vele fronten mis; een gevolg van idiote marktwerking (welke partijen hingen die ook alweer aan?), en schaalvergroting onder het mom van verhogen van de efficiency (idem...).
Cultuur is overbodige luxe,
idem voor natuur
de rechtse ziel
Klap op de vuurpijl: ontwikkelings-hulp en samenwerking: weg ermee! Alleen als we er zelf direct eigenbelang bij hebben wil staatssecretaris Knaben nog 'hulp' geven. Sorry, maar dat is geen hulp, dat is handel! Zelfs met de allerarmsten in de wereld zijn we niet solidair meer (hoort u het woord solidair uberhaupt nog wel eens? Ik kan het me niet heugen, het woord lijkt wel gewist uit de NLDse vocabulaire...
de ziekenhuizen: iedereen was het er de laatste jaren toch wel over eens dat al op korte termijn tekorten dreigen aan agenten, werkers in de zorg, en leraren en onderwijzers; een demografisch fenomeen.
Dus wat doet de coalitie/overheid:
-we ontslaan 3000 agenten en nemen ze vv, met dan ineens 1/6 van hen in de rol van animalcop, weer aan; we presenteren dat vv als 3000 man extra. Volgens mij betekent het: 3000 mensen die worden gekwetst (hoeveel verlies levert dat de samenleving op?), en effectief minimaal 500 man sterkte eraf...
-op de budgetten van de ziekenhuizen wordt zo gekort dat daar vele banen verloren gaan. Zelfde verschijnsel.
-in het onderwijs gaat het helemaal op vele fronten mis; een gevolg van idiote marktwerking (welke partijen hingen die ook alweer aan?), en schaalvergroting onder het mom van verhogen van de efficiency (idem...).
Cultuur is overbodige luxe,
idem voor natuur
vrijdag 4 juni 2010
Privacy in Gevaar
In een commentaar in de Groene Amsterdammer schrijft MARGREET FOGTELOO over weer een geval van oprekken van de wet door het kabinet Balkenende. Volgens de wet niet toegestaan, en nadat het uitkwam de neiging om dan de wet maar aan te passen, in tegenstelling tot het (juridisch) aanpakken van de verantwoordelijken voor deze wetsovertreding. We zitten op een hellend vlak en het gaat steeds verder.
DE POLITIEKORPSEN van Rotterdam-Rijnmond en IJsselland zijn tegen de lamp gelopen wegens een wetsovertreding. Uit een rapport van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), dat vorige week verscheen, bleek dat zij de kentekengegevens van álle automobilisten die rondom Rotterdam langs camera's rijden tien tot meer dagen bewaren. De data zijn voor de politie lekker handig om vanachter het bureau uit te vlooien of iemand strafbare feiten heeft begaan. Zo niet, dan moet ze de gegevens vernietigen. Dat gebeurt niet, en is dus onrechtmatig.
Het registreren van kentekengegevens is in heel Duitsland een paar jaar geleden op initiatief van burgers via de rechter tegengehouden, omdat dit volgsysteem op zich al de privacy van burgers aantast. In Nederland daarentegen ondervindt de overheid vanuit de samenleving weinig weerstand tegen het observeren van bewegingen in de publieke ruimte en het vastleggen van allerlei privacygevoelige gegevens. Is dat omdat we, anders dan onze buren, een groot vertrouwen in de overheid koesteren?
Dat vertrouwen blijkt anders wel moeiteloos al twee jaar door de politie te zijn geschonden. En erger nog, het 'vergrijp' wordt vervolgens zonder schroom gesteund door de ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Ter Horst (Binnenlandse Zaken). Zij stellen naar aanleiding van het rapport van het CBP in één adem voor om de wet dan maar aan te passen aan de prakrijk: ze kondigden een wetswijziging aan om de geregistreerde kentekengegevens tien dagen of veel langer door heel Nederland te kunnen bewaren. Niet de politie wordt op de vingers getikt, maar de ministers grijpen hun kans om wéér een digitaal systeem van burgerdata in te voeren.
De politie in Rotterdam motiveerde zichzelf naar aanleiding van het onderzoek schouderophalend met het argument dat 'het bewaren van alle kentekens leidt tot succes, zoals aanhoudingen in moordzaken'. Kunnen zij hun 'succes' inderdaad aantonen met arrestaties van moordenaars?
Dezelfde rechtvaardiging hanteert de overheid. Om grote vissen te vangen zet je een breed elektronisch sleepnet in. Alle burgers worden daarin meegesleept want het zou best kunnen dat blijkt 'dat iemand strafbare feiten heeft begaan'. Een gewelddadige crimineel, een politieke extremist, iemand met een openstaande boete of iemand met een onkreukbaar burgerbestaan zitten gelijkelijk in de netten gevangen.
Als je niks op je kerfstok hebt, merk je daar inderdaad niks van. Wat er met al die dossiers gebeurt, weet je ook niet. Maar wel wordt steeds duidelijker dat de eerder geopperde vrees voor databuilding terecht was. Het verzamelen en scannen van gegevens geldt niet alleen voor gerichte profielen op basis van risicoanalyses, zoals het invoeren van systemen altijd politiek wordt verkocht. Het treft iedereen en de vastlegging werkt bovendien door naar 'later', naar de toekomst. Iedereen is volgens de overheid in potentie verdacht - een attitude die niet getuigt van vertrouwen in de burgers. Criminelen weten overigens altijd de mazen van het net te vinden.
door MARGREET FOGTELOO
Uit de Groene Amsterdammer (4 februari 2010) -meer Groene-
-meer lezen over privacy-schending door de overheid?-
DE POLITIEKORPSEN van Rotterdam-Rijnmond en IJsselland zijn tegen de lamp gelopen wegens een wetsovertreding. Uit een rapport van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), dat vorige week verscheen, bleek dat zij de kentekengegevens van álle automobilisten die rondom Rotterdam langs camera's rijden tien tot meer dagen bewaren. De data zijn voor de politie lekker handig om vanachter het bureau uit te vlooien of iemand strafbare feiten heeft begaan. Zo niet, dan moet ze de gegevens vernietigen. Dat gebeurt niet, en is dus onrechtmatig.
Het registreren van kentekengegevens is in heel Duitsland een paar jaar geleden op initiatief van burgers via de rechter tegengehouden, omdat dit volgsysteem op zich al de privacy van burgers aantast. In Nederland daarentegen ondervindt de overheid vanuit de samenleving weinig weerstand tegen het observeren van bewegingen in de publieke ruimte en het vastleggen van allerlei privacygevoelige gegevens. Is dat omdat we, anders dan onze buren, een groot vertrouwen in de overheid koesteren?
Dat vertrouwen blijkt anders wel moeiteloos al twee jaar door de politie te zijn geschonden. En erger nog, het 'vergrijp' wordt vervolgens zonder schroom gesteund door de ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Ter Horst (Binnenlandse Zaken). Zij stellen naar aanleiding van het rapport van het CBP in één adem voor om de wet dan maar aan te passen aan de prakrijk: ze kondigden een wetswijziging aan om de geregistreerde kentekengegevens tien dagen of veel langer door heel Nederland te kunnen bewaren. Niet de politie wordt op de vingers getikt, maar de ministers grijpen hun kans om wéér een digitaal systeem van burgerdata in te voeren.
De politie in Rotterdam motiveerde zichzelf naar aanleiding van het onderzoek schouderophalend met het argument dat 'het bewaren van alle kentekens leidt tot succes, zoals aanhoudingen in moordzaken'. Kunnen zij hun 'succes' inderdaad aantonen met arrestaties van moordenaars?
Dezelfde rechtvaardiging hanteert de overheid. Om grote vissen te vangen zet je een breed elektronisch sleepnet in. Alle burgers worden daarin meegesleept want het zou best kunnen dat blijkt 'dat iemand strafbare feiten heeft begaan'. Een gewelddadige crimineel, een politieke extremist, iemand met een openstaande boete of iemand met een onkreukbaar burgerbestaan zitten gelijkelijk in de netten gevangen.
Als je niks op je kerfstok hebt, merk je daar inderdaad niks van. Wat er met al die dossiers gebeurt, weet je ook niet. Maar wel wordt steeds duidelijker dat de eerder geopperde vrees voor databuilding terecht was. Het verzamelen en scannen van gegevens geldt niet alleen voor gerichte profielen op basis van risicoanalyses, zoals het invoeren van systemen altijd politiek wordt verkocht. Het treft iedereen en de vastlegging werkt bovendien door naar 'later', naar de toekomst. Iedereen is volgens de overheid in potentie verdacht - een attitude die niet getuigt van vertrouwen in de burgers. Criminelen weten overigens altijd de mazen van het net te vinden.
door MARGREET FOGTELOO
Uit de Groene Amsterdammer (4 februari 2010) -meer Groene-
-meer lezen over privacy-schending door de overheid?-
Labels:
Ambtenaren,
Nederlandse Ziekte,
Overheid,
Politiek
woensdag 2 juni 2010
Zucht naar Efficiency; de Nederlandse Ziekte
Het is weer Verkiezingstijd, dus buitelen de politici weer over elkaar heen met hun, al dan niet gefundeerde, plannen en plannetjes. Deze keer zou er monstreus bezuinigd moeten gaan worden, althans dat wil een aanzienlijk deel van hen ons doen geloven. Dus is er een wedstrijd ver-pissen ontstaan over wie er het meest en het meest ingrijpend zou kunnen bezuinigen.
Met name rechts is daar natuurlijk kampioen in; zowel CDA als VVD beloven ons gigantische ingrepen, waar schijnlijk begrijpen nog maar weinigen van ons (ik ook niet hoor!) hoe diep hun plannen wel niet zullen snijden in allerlei essentiële zaken die ons allen aangaan.
Er is ook een type bezuiniging dat veel kiezers erg aanspreekt: bezuinigen op de overheid, dat betekent eigenlijk 'bezuinigen op AMBTENAREN!' Dat soort kretelogie doet het bij veel mensen erg goed, dus wordt het, bij wijze van remedie voor alles, eigenlijk iedere verkiezingscampagne wel weer opgedist door één of meerdere partijen. En vooral door 'daadkrachtige' partijen als VVD en CDA...
Nu ben ik de eerste om er mee in te stemmen dat het allemaal wel wat beter kan bij veel overheidsinstellingen. En beter betekent meestal ook goedkoper. Maar daarvoor is wel wat nodig: precies weten wat je wilt, dit vertalen in heldere richtlijnen, en goed management om het dan vervolgens allemaal in praktijk te brengen. En daar schort het, juist vooral bij CDA en VVD(!), nogal eens aan. Als dat niet het geval zou zijn was het allemaal allang gerealiseerd natuurlijk, want juist deze twee partijen zijn al meer dan een eeuw constant aan de macht.
Het is ze dus tot nu toe niet gelukt. Waarom? Omdat het vaak al in de fase van jholle verkiezingsrethoriek blijft steken: minder bestuurslagen, minder ministeries, met de kaasschaaf bezuinigen, en soms zelfs regelrecht tegenstrijdige opdrachten voor de uitvoerenden. Een mooi voorbeeld was VVD minister van Binnenlandse zaken die met de ene hand het aantal rijksambtenaren flink moest terugbrengen en de loonkosten per ambtenaar moest verlagen en aan de andere kant meer beleid moest realiseren. Dat bleek tegenstrijdig, en dus verklaarde hij, in een interview natuurlijk - en dus niet in de regering, danwel het parlement -, 'in een spagaat te zitten'. Dit is een eufimisme voor 'een onmogelijk taak'. Hij was tenminste nog ergens (even) eerlijk. Meestal wordt het probleem gewoon op het volgende bordje gelegd: door privatisering op de ToDo-lijstjes van de directies van (ineens) particuliere, of tenminste verzelfstandigde 'bedrijven' (die dat vaak natuurlijk helemaal nog niet zijn; je maakt van een overheidsorgaan niet zomaar een competatief markt-bedrijf). Of op het bord van (semi-)overheidsmanagers die ook vaak voor een onmogelijke taak worden gesteld. U snapt: tegenover zo'n klus dient natuurlijk compensatie te staan, die is vaak snel gevonden...veelal in absurd hoge salarissen. Dit soort situaties trekt dan natuurlijk ook nog eens niet het juiste slag mensen aan (n.l. de niet integere, dan wel opportunistische soort), en daarmee zijn dan weer veel schandalen van de afgelopen jaren in de kiem verklaard.
Efficiency is dus vaak het mooi woord voor een stoplap; er wordt wel over gepraat en mee geschermd, maar op zijn best is het windowdressing. Op zijn slechts betekent het dat de uitvoerenden op de werkvloer, en daarmee bedoel ik het onderste echalon, die het gelag betalen; namelijk door harder te moeten werken voor op z'n best hetzelfde, maar vaak zelfs voor minder geld.
De schoonmakers gaven met hun maandenlange staking recent al blijk van het feit dat zij bij die betreurenswaardige groep behoren. Ze 'wonnen'...nou ja, eigenlijk natuurlijk niet; want winnen is niet voor zwaar en vies werk, zonder reiskostenvergoeding, zegge en schrijve 2 dubbeltjes per uur meer gaan verdienen!
Een ander mooi voorbeeld is de post-branche. Ook deze moest, zo'n 25 jaar geleden in de vaart der (wereldwijde) markte te worden opgestuwd. En nu beginnen wij zo langzamerhand de echte daadwerkelijke realisatie daarvan te zien. Veel postbodes raken (op termijn) hun baan kwijt, of zien onder ogen dat ze hetzelfde werk misschien wel voor minder salaris zullen moeten gaan doen. Op z'n best houden ze hetzelfde salaris voor harder werken. Maar de echt betreurenswaardige werkers in die branche daarover hoor je weinig; dat zijn de mensen die, vaak voor karig stukloon, voor andere werkgevers dan TNT Post hun post in brievenbussen stoppen, of aan de deur aanbieden. Het zijn de werkers (ik schijf bewust niet werknemers!) van bedrijven als Postselect en Sand. Zij werken veelal zonder fatsoenlijk contract, en al helemaal niet met een minimum aan zekerheid, en niet zelden onder het wettelijk minimumloon. Maar dan is het tenminste wel efficient, zullen sommigen zeggen, dat soort mensen, in die omstandigheden, wil natuurlijk wel (zo) hard (mogelijk) werken!?
Welnee, dat is het eerste wat duidelijk is: HET IS HELEMAAL NIET EFFICIENT! Want wat is de uitkomst? Dat er drie of meer dagen per week, op de meeste plaatsen, twee of drie(!) postbodes langs de deuren gaan, dat de post in drie verschillende batches wordt verwerkt en bezorgd...
Niemaand maakt mij wijs dat dat efficienter is dan wanneer het (Staatsbedrijf der Ptt), wat betreft post verwerking al vele jaren de witte raaf der wereldwijde postbedrijven wat betreft efficiency, de post had blijven bezorgen onder een (beperkt) monopolie dit minder efficient zou zijn geweest dan wat zich nu dag in , dag uit afspeelt op de nederlandse starten en pleinen.
post
Met name rechts is daar natuurlijk kampioen in; zowel CDA als VVD beloven ons gigantische ingrepen, waar schijnlijk begrijpen nog maar weinigen van ons (ik ook niet hoor!) hoe diep hun plannen wel niet zullen snijden in allerlei essentiële zaken die ons allen aangaan.
Er is ook een type bezuiniging dat veel kiezers erg aanspreekt: bezuinigen op de overheid, dat betekent eigenlijk 'bezuinigen op AMBTENAREN!' Dat soort kretelogie doet het bij veel mensen erg goed, dus wordt het, bij wijze van remedie voor alles, eigenlijk iedere verkiezingscampagne wel weer opgedist door één of meerdere partijen. En vooral door 'daadkrachtige' partijen als VVD en CDA...
Nu ben ik de eerste om er mee in te stemmen dat het allemaal wel wat beter kan bij veel overheidsinstellingen. En beter betekent meestal ook goedkoper. Maar daarvoor is wel wat nodig: precies weten wat je wilt, dit vertalen in heldere richtlijnen, en goed management om het dan vervolgens allemaal in praktijk te brengen. En daar schort het, juist vooral bij CDA en VVD(!), nogal eens aan. Als dat niet het geval zou zijn was het allemaal allang gerealiseerd natuurlijk, want juist deze twee partijen zijn al meer dan een eeuw constant aan de macht.
Het is ze dus tot nu toe niet gelukt. Waarom? Omdat het vaak al in de fase van jholle verkiezingsrethoriek blijft steken: minder bestuurslagen, minder ministeries, met de kaasschaaf bezuinigen, en soms zelfs regelrecht tegenstrijdige opdrachten voor de uitvoerenden. Een mooi voorbeeld was VVD minister van Binnenlandse zaken die met de ene hand het aantal rijksambtenaren flink moest terugbrengen en de loonkosten per ambtenaar moest verlagen en aan de andere kant meer beleid moest realiseren. Dat bleek tegenstrijdig, en dus verklaarde hij, in een interview natuurlijk - en dus niet in de regering, danwel het parlement -, 'in een spagaat te zitten'. Dit is een eufimisme voor 'een onmogelijk taak'. Hij was tenminste nog ergens (even) eerlijk. Meestal wordt het probleem gewoon op het volgende bordje gelegd: door privatisering op de ToDo-lijstjes van de directies van (ineens) particuliere, of tenminste verzelfstandigde 'bedrijven' (die dat vaak natuurlijk helemaal nog niet zijn; je maakt van een overheidsorgaan niet zomaar een competatief markt-bedrijf). Of op het bord van (semi-)overheidsmanagers die ook vaak voor een onmogelijke taak worden gesteld. U snapt: tegenover zo'n klus dient natuurlijk compensatie te staan, die is vaak snel gevonden...veelal in absurd hoge salarissen. Dit soort situaties trekt dan natuurlijk ook nog eens niet het juiste slag mensen aan (n.l. de niet integere, dan wel opportunistische soort), en daarmee zijn dan weer veel schandalen van de afgelopen jaren in de kiem verklaard.
Efficiency is dus vaak het mooi woord voor een stoplap; er wordt wel over gepraat en mee geschermd, maar op zijn best is het windowdressing. Op zijn slechts betekent het dat de uitvoerenden op de werkvloer, en daarmee bedoel ik het onderste echalon, die het gelag betalen; namelijk door harder te moeten werken voor op z'n best hetzelfde, maar vaak zelfs voor minder geld.
De schoonmakers gaven met hun maandenlange staking recent al blijk van het feit dat zij bij die betreurenswaardige groep behoren. Ze 'wonnen'...nou ja, eigenlijk natuurlijk niet; want winnen is niet voor zwaar en vies werk, zonder reiskostenvergoeding, zegge en schrijve 2 dubbeltjes per uur meer gaan verdienen!
Een ander mooi voorbeeld is de post-branche. Ook deze moest, zo'n 25 jaar geleden in de vaart der (wereldwijde) markte te worden opgestuwd. En nu beginnen wij zo langzamerhand de echte daadwerkelijke realisatie daarvan te zien. Veel postbodes raken (op termijn) hun baan kwijt, of zien onder ogen dat ze hetzelfde werk misschien wel voor minder salaris zullen moeten gaan doen. Op z'n best houden ze hetzelfde salaris voor harder werken. Maar de echt betreurenswaardige werkers in die branche daarover hoor je weinig; dat zijn de mensen die, vaak voor karig stukloon, voor andere werkgevers dan TNT Post hun post in brievenbussen stoppen, of aan de deur aanbieden. Het zijn de werkers (ik schijf bewust niet werknemers!) van bedrijven als Postselect en Sand. Zij werken veelal zonder fatsoenlijk contract, en al helemaal niet met een minimum aan zekerheid, en niet zelden onder het wettelijk minimumloon. Maar dan is het tenminste wel efficient, zullen sommigen zeggen, dat soort mensen, in die omstandigheden, wil natuurlijk wel (zo) hard (mogelijk) werken!?
Welnee, dat is het eerste wat duidelijk is: HET IS HELEMAAL NIET EFFICIENT! Want wat is de uitkomst? Dat er drie of meer dagen per week, op de meeste plaatsen, twee of drie(!) postbodes langs de deuren gaan, dat de post in drie verschillende batches wordt verwerkt en bezorgd...
Niemaand maakt mij wijs dat dat efficienter is dan wanneer het (Staatsbedrijf der Ptt), wat betreft post verwerking al vele jaren de witte raaf der wereldwijde postbedrijven wat betreft efficiency, de post had blijven bezorgen onder een (beperkt) monopolie dit minder efficient zou zijn geweest dan wat zich nu dag in , dag uit afspeelt op de nederlandse starten en pleinen.
post
Labels:
Ambtenaren,
Efficiency,
Marktwerking,
Nederlandse Ziekte,
Overheid,
Post
Abonneren op:
Posts (Atom)

