Posts tonen met het label Marktwerking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marktwerking. Alle posts tonen

zaterdag 22 maart 2014

Gekkenhuis; 1M Genoeg? Nee, 546M per jaar is NIET Genoeg...

Het onderstaande artikel behoeft geen commentaar, het spreekt voldoende duidelijk over de zieke wereld van vandaag de dag! Een jaarsalaris van 546 miljoen dollar
caroline de gruyter | NRC.nl 15 maart 2014 Op YouTube staat een filmpje waarop twee teams, één in witte shirts en één in zwarte, rondspringen en ballen overgooien. De kijker moet tellen hoe vaak het witte team de bal overgooit. Het gaat snel, je moet je concentreren. Na 30 seconden stopt het filmpje en komt de vraag in beeld: ‘Did you see the moonwalking bear?’ Dan begint het filmpje opnieuw. En verdomd: een enorme zwarte beer wandelt van rechts naar links door je scherm. Helemaal gemist, daarnet. Conclusie: ‘Easy to miss something you’re not looking for.’ Dit filmpje is gebruikt door de fietserbond in Londen, om automobilisten te waarschuwen voor fietsers. Het verklaart ook waarom weinig financiële toezichthouders de kredietcrisis zagen aankomen: niet omdat ze dom waren of hun werk niet deden, maar omdat ze op andere dingen letten. De vraag is: hebben ze ervan geleerd? Kunnen ze de volgende crisis voorkomen? Waarschijnlijk niet. Zo zijn wij banken nu zó aan het reguleren, dat we nauwelijks beseffen dat veel bankwerk allang door anderen is overgenomen. Door participatiemaatschappijen bijvoorbeeld, private equity. Deze sector is nauwelijks gereguleerd. Europarlementariërs ontploften deze week, omdat banken hoge bonussen blijven uitkeren. Begrijpelijk. Maar hier is de moonwalking bear: bij private equity verdienen topmensen veel meer. Die maatschappijen maken steeds meer winst, banken steeds minder. Bij Amerikaanse banken is de ‘rentabiliteit eigen vermogen’ (wat je verdient met eigen vermogen) afgelopen jaren gezakt naar gemiddeld 8,2 procent, bij Europese tot 4,5 procent. Bij participatiemaatschappij KKR steeg ze in 2013 naar 27,4 procent. Topman Leon Black van Apollo verdiende vorig jaar 546 miljoen dollar. Vroeger kochten die maatschappijen bedrijven, die ze na sanering met winst verkochten. Tegenwoordig verstrekken ze ook krediet, zoals hypotheken, en investeren ze in infrastructuur en onroerend goed. Waarom? Omdat banken het niet meer doen. Omdat de rentes laag zijn. En omdat banken onder scherp toezicht staan en hoge buffers moeten aanhouden. Participatiemaatschappijen zijn in het gat gesprongen. Driemaal raden waar de risico’s nu zitten. Private equity gebruikt geen spaargeld van burgers, zoals banken deden, maar wel geld van pensioenfondsen en beleggingsfondsen van overheden. Dat is gevaarlijk. Hoe meer de banksector opdroogt (de topman van de Spaanse bank BBVA voorspelt dat er „weinig banken overblijven”), hoe meer geld er bij participatiemaatschappijen zit. Die moeten omzet draaien en zoeken wereldwijd ‘projecten’. Ze kopen half Ierland op. Vorig jaar stortten ze zich massaal op Vietnam. „We weten van gekkigheid niet wat we met ons geld moeten,” zei een van hen. Dit lemmingengedrag zag je tien jaar geleden bij banken. Het Amerikaanse ministerie van Financiën en de nieuwe chef van de Bank for International Settlements in Basel, de ‘bankier van de centrale banken’, hebben al gewaarschuwd. De participatiemaatschappijen trekken hun geld soms abrupt uit projecten terug. Dat leidt tot faillissementen en economische kaalslag. Vraag het Mexicaanse bouwbedrijven of banken in Kazachstan. Mondiale regelgeving is een illusie; besluiten van de G20 worden zelden uitgevoerd. Als Europa private equity wil intomen, moet het zelf actie ondernemen. De sector heeft nu registratieplicht. De Europese Commissie wil beter toezicht, maar in een verkiezingsjaar ligt wetgeving nagenoeg stil. Dit kan spectaculair misgaan. Frustrerend: zíe je die beer een keer, kun je hem nog niet tegenhouden. Wat overheden wel kunnen doen, is het beest in de gaten houden en kwetsbare stukken publiek domein en spaargeld afschermen. Dat zou al heel wat zijn, vergeleken met vorige keer.

woensdag 2 juni 2010

Zucht naar Efficiency; de Nederlandse Ziekte

Het is weer Verkiezingstijd, dus buitelen de politici weer over elkaar heen met hun, al dan niet gefundeerde, plannen en plannetjes. Deze keer zou er monstreus bezuinigd moeten gaan worden, althans dat wil een aanzienlijk deel van hen ons doen geloven. Dus is er een wedstrijd ver-pissen ontstaan over wie er het meest en het meest ingrijpend zou kunnen bezuinigen.

Met name rechts is daar natuurlijk kampioen in; zowel CDA als VVD beloven ons gigantische ingrepen, waar schijnlijk begrijpen nog maar weinigen van ons (ik ook niet hoor!) hoe diep hun plannen wel niet zullen snijden in allerlei essentiële zaken die ons allen aangaan.

Er is ook een type bezuiniging dat veel kiezers erg aanspreekt: bezuinigen op de overheid, dat betekent eigenlijk 'bezuinigen op AMBTENAREN!' Dat soort kretelogie doet het bij veel mensen erg goed, dus wordt het, bij wijze van remedie voor alles, eigenlijk iedere verkiezingscampagne wel weer opgedist door één of meerdere partijen. En vooral door 'daadkrachtige' partijen als VVD en CDA...

Nu ben ik de eerste om er mee in te stemmen dat het allemaal wel wat beter kan bij veel overheidsinstellingen. En beter betekent meestal ook goedkoper. Maar daarvoor is wel wat nodig: precies weten wat je wilt, dit vertalen in heldere richtlijnen, en goed management om het dan vervolgens allemaal in praktijk te brengen. En daar schort het, juist vooral bij CDA en VVD(!), nogal eens aan. Als dat niet het geval zou zijn was het allemaal allang gerealiseerd natuurlijk, want juist deze twee partijen zijn al meer dan een eeuw constant aan de macht.

Het is ze dus tot nu toe niet gelukt. Waarom? Omdat het vaak al in de fase van jholle verkiezingsrethoriek blijft steken: minder bestuurslagen, minder ministeries, met de kaasschaaf bezuinigen, en soms zelfs regelrecht tegenstrijdige opdrachten voor de uitvoerenden. Een mooi voorbeeld was VVD minister van Binnenlandse zaken die met de ene hand het aantal rijksambtenaren flink moest terugbrengen en de loonkosten per ambtenaar moest verlagen en aan de andere kant meer beleid moest realiseren. Dat bleek tegenstrijdig, en dus verklaarde hij, in een interview natuurlijk - en dus niet in de regering, danwel het parlement -, 'in een spagaat te zitten'. Dit is een eufimisme voor 'een onmogelijk taak'. Hij was tenminste nog ergens (even) eerlijk. Meestal wordt het probleem gewoon op het volgende bordje gelegd: door privatisering op de ToDo-lijstjes van de directies van (ineens) particuliere, of tenminste verzelfstandigde 'bedrijven' (die dat vaak natuurlijk helemaal nog niet zijn; je maakt van een overheidsorgaan niet zomaar een competatief markt-bedrijf). Of op het bord van (semi-)overheidsmanagers die ook vaak voor een onmogelijke taak worden gesteld. U snapt: tegenover zo'n klus dient natuurlijk compensatie te staan, die is vaak snel gevonden...veelal in absurd hoge salarissen. Dit soort situaties trekt dan natuurlijk ook nog eens niet het juiste slag mensen aan (n.l. de niet integere, dan wel opportunistische soort), en daarmee zijn dan weer veel schandalen van de afgelopen jaren in de kiem verklaard.

Efficiency is dus vaak het mooi woord voor een stoplap; er wordt wel over gepraat en mee geschermd, maar op zijn best is het windowdressing. Op zijn slechts betekent het dat de uitvoerenden op de werkvloer, en daarmee bedoel ik het onderste echalon, die het gelag betalen; namelijk door harder te moeten werken voor op z'n best hetzelfde, maar vaak zelfs voor minder geld.

De schoonmakers gaven met hun maandenlange staking recent al blijk van het feit dat zij bij die betreurenswaardige groep behoren. Ze 'wonnen'...nou ja, eigenlijk natuurlijk niet; want winnen is niet voor zwaar en vies werk, zonder reiskostenvergoeding, zegge en schrijve 2 dubbeltjes per uur meer gaan verdienen!

Een ander mooi voorbeeld is de post-branche. Ook deze moest, zo'n 25 jaar geleden in de vaart der (wereldwijde) markte te worden opgestuwd. En nu beginnen wij zo langzamerhand de echte daadwerkelijke realisatie daarvan te zien. Veel postbodes raken (op termijn) hun baan kwijt, of zien onder ogen dat ze hetzelfde werk misschien wel voor minder salaris zullen moeten gaan doen. Op z'n best houden ze hetzelfde salaris voor harder werken. Maar de echt betreurenswaardige werkers in die branche daarover hoor je weinig; dat zijn de mensen die, vaak voor karig stukloon, voor andere werkgevers dan TNT Post hun post in brievenbussen stoppen, of aan de deur aanbieden. Het zijn de werkers (ik schijf bewust niet werknemers!) van bedrijven als Postselect en Sand. Zij werken veelal zonder fatsoenlijk contract, en al helemaal niet met een minimum aan zekerheid, en niet zelden onder het wettelijk minimumloon. Maar dan is het tenminste wel efficient, zullen sommigen zeggen, dat soort mensen, in die omstandigheden, wil natuurlijk wel (zo) hard (mogelijk) werken!?

Welnee, dat is het eerste wat duidelijk is: HET IS HELEMAAL NIET EFFICIENT! Want wat is de uitkomst? Dat er drie of meer dagen per week, op de meeste plaatsen, twee of drie(!) postbodes langs de deuren gaan, dat de post in drie verschillende batches wordt verwerkt en bezorgd...

Niemaand maakt mij wijs dat dat efficienter is dan wanneer het (Staatsbedrijf der Ptt), wat betreft post verwerking al vele jaren de witte raaf der wereldwijde postbedrijven wat betreft efficiency, de post had blijven bezorgen onder een (beperkt) monopolie dit minder efficient zou zijn geweest dan wat zich nu dag in , dag uit afspeelt op de nederlandse starten en pleinen.


post

zondag 25 april 2010

Uit Trouw (3-4-2010): Waar is de solidariteit?

Toch niet de eerste, meest linkse, krant waar het gaat om sociaal beleid, zeg maar 'tegen CDA en VVD'; ik heb het over dagblad Trouw. Maar op 3-4-2010 stonden er onderstaande vier verhalen in die allemaal vallen onder de vlag 'Waar is de solidariteit?'. Goede vraag, vandaag de dag! Want de solidariteit is ver te zoeken, steeds verder dus; bijna buiten Nederland heb je nog een kansje zou ik zeggen...

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen sociale, solidaire mensen meer zijn in ons land; die zijn er volgens mij nog steeds genoeg, alleen hoor je weinig van en over hen. In deze verhalen klinkt 'de solidaire toon' nog wèl door!
De vier verhalen gaan o.a. over solidariteit met: wao'ers, kwetsbare leerlingen in het onderwijs, en over zorg. Verder een stuk over de zin/onzin was draconische bezuinigingen.


3-4-2010
Waar is de solidariteit?

Wie betaalt de prijs voor de miljardenbezuinigingen? En blijft de solidariteit in de samenleving overeind? Drie deskundigen over de voorstellen die de Haagse ambtenaren donderdag deden. De zwakkere leerlingen krijgen klappen, stelt de onderwijskundige. De gezondheidseconoom is tevreden. „Meebetalen aan je huisarts schaadt de solidariteit volstrekt niet.”


Jeroen den Blijker
Gezondheidszorg is nu eenmaal niet gratis

Fijn dat we in Nederland zo’n goed ambtenarenapparaat hebben, zegt gezondheidseconoom Marcel Canoy. „De werkgroep heeft goed doordachte adviezen uitgebracht over de zorg.” Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie aan de universiteit van Tilburg en werkzaam bij adviesbureau Ecorys, kan zich daarom niet vinden in de kritiek op het plan om bijvoorbeeld het eigen risico in de zorgverzekering voor volwassenen van 165 naar 775 euro op te krikken. Of voor ieder bezoek aan de huisarts een eigen bijdrage in rekening te brengen van 5 euro Canoy: „Zo wordt de consument geprikkeld om erbij stil te staan dat zorg niet gratis is. Dat is nu wel het idee omdat de verzekeraar toch wel betaalt.”   
Dat deze maatregelen vooral een drempel zijn, gelooft hij niet. „Het eigen risico is in Nederland heel laag; in de Oeso-landen ligt het gemiddeld op vijfhonderd euro. In andere Europese landen kreperen de mensen toch ook niet op straat?” De helft van de mensen die naar de huisarts gaat mankteer bovendien niets, citeert Canoy een onderzoek van zijn Rotterdamse collega Johan Mackenbach. „En vijf euro is echt geen probleem, ook niet voor de lage inkomens”, meent Canoy. „In België is het heel normaal dat je direct afrekent bij de huisarts. Waarom zou dat hier niet kunnen?” 
Ook de hervormingsvoorstellen voor de AWBZ juicht Canoy toe. „De AWBZ is al lang niet meer waarvoor zij ooit bedoeld was, namelijk langdurige, onverzekerde zorg die niet gericht is op genezing.”
De AWBZ kent eigenlijk dezelfde handicap als ooit de WAO, meent de econoom. „Te breed gedefinieerd en te zwak getoetst. Dan lopen de kosten almaar op.” Zo kwamen onder de AWBZ onbedoeld allerlei kostbare voorzieningen, bijvoorbeeld op terrein van welzijn en huisvesting. Minder recht en meer eigen bijdragen, voor bijvoorbeeld wonen in een verzorgingshuis, is dan onvermijdelijk. De commissie wil verder de AWBZ-zorg van de sterk groeiende groep mensen met een laag IQ beperken. Het vereiste IQ zou naar beneden moeten, van 85 naar het internationaal aanvaarde 70. Een deel van deze mensen zou dan moeten aankloppen bij jeugdzorg, sociale werkvoorziening of speciaal onderwijs. Canoy: „Dat lijkt op het verschuiven van posten, maar is het niet. Deze instellingen zijn in de regel beter toegerust om hier kostenefficiënt mee om te gaan.” Hij betwijfelt wel of het politiek haalbaar is verzekeraars en gemeenten meer AWBZ-taken voor hun rekening te laten nemen, zoals gesuggereerd.
Dat de ambtenaren de solidariteit om zeep helpen, vindt Canoy onzin. „Een hoger eigen risico en eigen bijdragen staan helemaal niet op gespannen voet met solidariteit. Ik zeg altijd maar zo – in overdrachtelijke zin: „Ik ben liever solidair met mijn rechterbuurvrouw die chronisch ziek is dan met mijn linkerbuurman die geld verspilt omdat hij twee keer in de week onnodig naar de arts gaat.” En voor kwetsbare groepen zoals chronisch zieken is altijd wel een regeling te treffen, meent Canoy. „Al moet je dan accepteren dat de besparing lager is. Uiteindelijk is de keuze aan de politiek.”


Hanne Obbink
Kwetsbaarste leerlingen betalen de prijs

„Het kan”, zegt Wim Meijnen, emeritus hoogleraar onderwijskunde, over veel bezuinigingsvoorstellen van de ambtelijke werkgroep. Een jaar korter in het middelbaar beroepsonderwijs, minder vakken op havo en vwo, minder uren les? „Het kan, zeker. Maar van veel maatregelen zijn de consequenties volstrekt niet te overzien.”
Wie betaalt de prijs? Bij een aantal maatregelen zijn dat vooral de kwetsbaarste groepen, vreest Meijnen. „De werkgroep vindt dat veel mbo-opleidingen wel een jaar korter kunnen. Maar met name op de lagere niveaus heb je te maken met jongeren die niet minder, maar juist méér onderwijstijd nodig hebben. Op die niveaus wordt nu veel aandacht besteed aan socialisatie, aan het leren zich staande te houden in de samenleving. Dat kost tijd. Van de werkgroep mag dat wel wat minder. Maar deze jongeren hebben die aandacht voor socialisatie wel nodig.”
Tegelijkertijd wil de werkgroep minder geld steken in het voorkomen van voortijdige schooluitval. „Daarvoor worden de scholen zelf verantwoordelijk, zegt ze. Maar hoe? Nu al is de vraag vaak: hoe houden we deze jongeren op school, hoe voorkom je dat ze op straat gaan rondhangen? Ik voorzie dat de problemen met dit soort jongeren enorm zullen toenemen,”
Iets soortgelijks geldt ook voor het voortgezet onderwijs. Daar hoeft van de werkgroep straks niet langer 1.000 uur les per jaar gegeven te worden, zoals nu, maar slechts 850. „Op havo en vwo kan dat misschien, daar kan je de leerlingen meer thuis laten werken. Maar in het vmbo kun je niet meer zelfwerkzaamheid van leerlingen vragen. Veel vmbo’ers leren alleen onder toezicht; huiswerk wordt gewoon niet gemaakt.”
Een andere maatregel waarvan heel duidelijk is wie daarvan te lijden heeft, is het sluiten van kleine basisscholen. „Er wordt gesproken van 1.200 kleine scholen, een zesde van het totaal. Dat betekent een geweldige kaalslag in dorpen op het platteland; buiten de Randstad zullen ouders hun kind van heinde en verre naar school moeten brengen.”
Er is eigenlijk maar één bezuinigingsmaatregel waarvoor Meijnen niet op voorhand beducht is: het terugdraaien van de klassenverkleining. Vanaf halverwege de jaren negentig heeft de overheid honderden miljoenen per jaar gestoken in het kleiner maken van de klassen op de basisschool. „Maar daarvan is nooit bewezen dat het onderwijs er beter van wordt.”
Toch heeft ook deze bezuiniging haar prijs. „Als er iets is waarop leerkrachten prijs stellen, zijn het kleinere klassen. Draai je die klassenverkleining terug, dan kun je dus veel verzet verwachten. De prestaties van leerlingen zullen er waarschijnlijk niet onder lijden, maar het heeft wel invloed op de arbeidsomstandigheden. Het aanzien van het beroep zal enorm dalen.”


Wybo Algra
Echt onzinnig: 29 miljard euro per jaar bezuinigen


Harrie Verbon zegt het gedecideerd: „Nee.” Nee, de Tilburgse econoom zag geen spat nieuws in al die mogelijkheden die al die ambtenaren aandroegen om financieel schoon schip te maken. „Hoger collegegeld in het hoger onderwijs, het minimumloon omlaag, daar hoef je toch geen half jaar over na te denken?”
Of neem die voorstellen om provincies en waterschappen te schrappen. „We hebben al heel vaak pogingen gedaan om het openbaar bestuur beter te organiseren. Het punt is dat we gewoon niet zo goed weten wat het beste is. Centraal, decentraal of iets er tussenin. Daar kijken we voortdurend anders tegenaan.”
Nee, vat hij nog maar eens samen, niets nieuws. Zo erg is dat trouwens niet. Want wat Verbon betreft, hoeven we het niet moeilijker te maken dan het is. Zo ziet hij persoonlijk helemaal niet de noodzaak om uiteindelijk 29 miljard euro per jaar te bezuinigen. ’Echt onzinnig’, noemt hij dat zelfs. „Het Centraal Planbureau gaat er dan bijvoorbeeld van uit dat de AOW mee stijgt met de inkomens. Maar dat is de afgelopen dertig jaar helemaal niet gebeurd.”
Niet dat er helemaal niets moet gebeuren. Zo lopen, als we niet oppassen, de zorgkosten gierend uit de hand. „Vroeger kregen de zorginstellingen een vast budget. We hadden toen wachtlijsten, maar financieel wisten we waar we aan toe waren. Nu hebben we marktwerking, maar dat hebben we niet consequent doorgevoerd. Zo krijgen zorgverzekeraars nog steeds geld van de overheid als ze meer uitgeven dan verwacht. Daar moeten we echt iets aan doen. De ambtenaren zoeken de oplossing voor de stijgende zorgkosten in een hoge eigen bijdrage, maar dat vind ik niet sterk. Volgens mij zijn doktoren ook vrij bepalend. Als alle specialisten in loondienst komen, is ook een deel van de kostenexplosie onder controle.”
Voor de zorg moet dus echt een oplossing komen, stelt Verbon. Zou het CPB daarnaast uitgaan van een geringere stijging van de AOW-uitkering, dan is wat hem betreft het probleem al voor een belangrijk deel opgelost: met per jaar een miljard of 15 bezuinigen zijn we er voorlopig dan wel. En die 15 miljard, daar is makkelijk aan te komen. Het hoeft bovendien niet op stel en sprong, als het maar structureel is.
Hij somt op: de hypotheekrenteaftrek. De ambtenaren dragen allerlei varianten aan, maar Verbon is niet voor halve maatregelen. We moeten er op termijn gewoon helemaal vanaf. Dat levert al 11 miljard per jaar op: nog 4 miljard te gaan. Vervolgens de vennootschapsbelasting: die kan makkelijk omhoog. Daarvoor boekt Verbon 2,5 miljard in. „We hebben de belasting op winst in Nederland sterk verlaagd om te kunnen concurreren met het buitenland”, verklaart hij. „Maar dat is doorgeschoten. We zijn een belastinghaven geworden, en dat moeten we niet willen.”
Dan het toptarief voor de inkomstenbelasting. Dat mag van Verbon ook omhoog: nog eens een half tot een heel miljard in de knip. En tenslotte verdere fiscalisering van de AOW, waardoor ouderen meer gaan meebetalen: nog eens ruim een miljard in de knip. „Dan zitten we al over die 15 miljard heen.”


Laura van Baars
Is een WAO'er wel een reddingsboei waard - per saldo reïntegratie

Alle hens aan dek, maar de werkloze arbeidsongeschikte mag onder in het scheepsruim blijven zitten. We komen niet meer bij hem kijken als het schip vergaat. Want die lanterfantende WAO’er, die hadden we stiekem toch al afgeschreven. Ook als we straks weer aanspoelen, hebben we er eigenlijk niets meer aan. Hem een reddingsboei toewerpen, is verspilde moeite. En vooral verspild geld.
Het is een beetje een kille redenering, om werkloze WAO’ers niet langer te helpen bij het vinden van een baan omdat het te weinig oplevert. Het rijk wil 127 miljoen euro bezuinigen op deze dienst van het UWV. Alleen WAO’ers die zelf komen aanzetten met een vacature waarop zij kans denken te maken, kunnen nog op hulp rekenen.
Nu moeten ze het op eigen kracht doen. Hoe erg is dat? Een aantal WAO’ers zal blij zijn niet langer in de nek gehijgd te worden door jobcoaches. Niet voor niets is vaak geklaagd over de onzorgvuldige manier waarop zij door UWV-artsen herkeurd werden. Ineens moesten zij op zoek naar een baan, terwijl zij zich daar niet altijd toe in staat voelden. Al te veel consideratie toonde het UWV niet: arbeidsongeschikten kregen vaker het stempel van profiteurs en zelfs fraudeurs. ’Werk, werk, werk’ en ’Alle hens aan dek’ (u kent ze wel, die politieke slogans) golden altijd ook voor hen. Met de toekomstige krapte op de arbeidsmarkt kon niemand daar gemist worden.
En het ging tot aan de crisis ook best goed met die bemiddeling van herkeurde WAO’ers. Van de mensen die dit in 2005 ondergingen, had 60 procent na drieënhalf jaar nog een baan. Van de groep uit 2006 was tweeënhalf jaar na de herkeuring nog 65 procent aan de slag. WAO’ers zijn dankzij hun eerder opgedane werkervaring soms beter inzetbaar dan mensen met een bijstandsuitkering. Toch krijgen de bijstandsklanten nu nog steeds hulp, en laten we de werkloze WAO’er in de kou staan. Wat de WAO’er overkomt, is iets dat wij in Nederland, waar al sinds Paars I in 1994 de ’meedoen’-gedachte rondwaart, asociaal zouden noemen. Reïntegratie-activiteiten geven ritme, en het gevoel dat er nog iemand op je zit te wachten. Zij geven structuur aan een mensenleven, en aan dat van zijn naasten. Wie zich verveelt en vereenzaamt, zal eerder verslaafd raken of schulden maken. Hij doet doorgaans een groter beroep op de gezondheidszorg. Ofwel, de sociale kosten op andere terreinen dan de reïntegratie nemen toe.
Behalve dat het afschrijven van mensen uiteindelijk nooit een succesvolle bezuiniging kan opleveren, stelt het ons ook voor praktische problemen in de toekomst. Want de babyboomers blijven natuurlijk wel gewoon met pensioen gaan. De krapte op de arbeidsmarkt zwelt verder aan, al lijkt die momenteel nog niet zo nijpend. Maar als we in onze reddingsboeien aanspoelen bij betere tijden, is het schip met werkloze WAO’ers wel vergaan.

dinsdag 2 maart 2010

Klink: "Ik lieg niet...!"

Als iemand zegt "Ik lieg niet...!", of "Jij zegt dat ik lieg, maar dat is niet zo!", dan gaan bij mij tegenwoordig de eerste seinen op rood, vooral als het een politicus is die dat zegt; meestal betekent dit dat er, op z'n minst, wel iets aan de hand is met de 'waarheid' die dan net over tafel is gegaan. Zojuist zei minister Klink dus bij NOVA in het debat: "Ik lieg niet...!". Hij zei het met de zelfvoldane glimlach die de (weinige) mensen die deze bewindsman weleens in actie hebben gezien, dat zijn er niet zoveel omdat hij de schijnwerpers lijkt te mijden, hij is in ieder ieder geval niet veel 'live' te zien. Maar dat betekent niet dat hij weinig zelfvertrouwen heeft, integendeel hij acteert vaak alsof hij de wijsheid in pacht heeft. Hij is dan ook een van de ideologen achter Balkenende, en had een flinke vinger in de pap bij de agenda volgens welke wij de laatste 7 jaar, door vriend Balkenende dus, bestuurd zijn. In mijn ogen is hij echt een van de 'kwade geniussen' achter het beleid van de laatste jaren; dus achter de WAO-herkeuringen, de marktwerking in de zorg, de volkshuisvesting, de energiemarkt, de aanpassing van de AOW-leeftijd, het uitkleden van de thuiszorg, ..., ach waar eigenlijk niet. Die succesvolle marktwerking dus die uiteindelijk in zijn ultieme vorm de topsalarissen, de bonussen (ook/juist) voor falende topmensen, uiteindelijk de financiële crisis waar we nu inzitten dus, een van de architecten achter al die heilzame ontwikkelingen dus... Maar goed deze CDA-ideoloog is dus drie jaar geleden, omdat Balkenende zijn vrienden ("de beste mensen" dus), "op de beste plekken" wilde hebben, minister werd, en wel van VWS waar de gezondheidszorg onder valt. Dan hebben we het dus over de marktwerking in de zorg, en daar ging het bij NOVA over. Hij zei: "het werkt, gisteren zijn de resultaten binnen gekomen! Ik lieg niet..."

Nu ben ik zelf ook al een beetje met Klink's grote project in aanraking gekomen: het afknijpen van de zorg, direct, of indirect via de marktwerking tussen Zorgkosten-Verzekeraars, waar er inmiddels nog maar drie van over schijnen te zijn die samen het overgrote deel van 'de markt' in handen hebben. Is dat een gezonde markt? Drie verzekeraars? Dan gebeurt er wat ik aan den lijve ondervonden heb: ineens valt een behandelaar waar ik, met toestemming van de verzekeraar zelf, al drie jaar naar volle tevredenheid onder behandeling ben, niet langer onder de 'erkende behandelaars' en worden mijn nota's 'dus niet meer vergoed'. Inmiddels hoor ik dezelfde verhalen ook meer en meer van anderen; het grote uitknijpen van de Zorg, onder leiding van Klink, is dus begonnen. Eerst trof dat alleen bejaarden in verzorgingstehuizen of met thuiszorg, nu gaat dit op voor meer en meer mensen. Straks voor eenieder die niet een dikke vette portefeuille heeft en benodigde hulp gewoon zelf kan betalen. "Het werkt! Ik lieg niet...!", was getekend, Minister Klink.

dinsdag 9 juni 2009

Vouchers (kladversie)!!!!

In toenemende mate zijn mensen ontevreden over de politiek en de overheid. Onder andere het aspect belasting betalen (altijd teveel) en 'geld over de balk gooien' (dit gebeurt in de ogen van velen te vaak) spelen daarbij een rol. Ik ben niet tegen belasting betalen, als we veel van de overheid verwachten dan heeft dat z'n prijs. Dus voor 'een Goede Overheid' zou ik veel (belasting betalen) over hebben. Maar ook ik vind dat de Nederlandse Overheid niet goed (genoeg) functioneert.
Zo zie (ook/zelfs) ik wel dat de besteding van het beschikbare geld nogal eens beter kan, EN met meer inspraak van de burger.

Ik zou graag op één punt een geheel andere systematiek zien ontstaan: de overheid speelt een belangrijke rol bij het creëren van infrastructuur op allerlei gebied. Een burger, of zelfs een grotere groep burgers zijn vaak niet in staat om zelf benodigde infrastructuur tot stand te brengen, en te exploiteren. Daarvoor hebben we dus de overheid. Een probleem daarbij is dat de overheid dan gelijk veel te veel macht heeft in het tot stand brengen, en verdelen van die infrastructuur; dit heeft tot gevolg dat lang niet altijd de juiste IS tot stand komt, en dat bij de verdeling ook overheidsmacht vaak niet goed wordt gebruikt (o.a. ter eer en meerdere glorie van....).

Je ziet dit soort mechanismen vooral vaak in de subsidiesfeer, en dan bijvoorbeeld in de Sport, Cultuur, inrichting van de leefomgeving, Welzijn, etc.

Laten we nu eens drie velden als voorbeeld bekijken; de Sport, Cultuur en Welzijn.

Sport

Er is maar weinig Sport waarbij de overheid niet op één of andere wijze een flinke vinger in de pap van de financiering heeft, al zijn er wel uitzonderingen. Zo speelt de geschiedenis van de Sport in kwestie een flinke rol. Nemen we Tennis; dit is een sport die van oudsher beoefend wordt door het meer welgestelde deel van de bevolking, hebben veel clubs al lang hun (eigen) accommodaties (in eigendom) en is het kader al sinds mensenheugenis tenminste voor een deel geprofessionaliseerd (bijvoorbeeld de Tennisleraar). In maak me dan ook weinig zorgen over de toekomst van het Tennis; die lijkt mij wel goed zitten.

Maar dit gaat niet op voor vele andere sporten. Zelfs in het almachtige Voetbal vallen regelmatig clubs om, of moeten zij gedwongen fuseren/verhuizen. Maar ook het voetbal is sterk, diep geworteld, en de accommodaties zijn in grote getale in beheer van clubs, die er ook extra eigen inkomsten uit kunnen halen. Al wil dat allemaal niet zeggen dat de overheid (bijvoorbeeld als eigenaar/verhuurder) hier niet al een bepaalde rol heeft en (mede) de financiële context bepaalt.. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de ijzersterk georganiseerde hockeysport.

Maar bijvoorbeeld voor de zaalsporten die op, veelal gemeentelijke, sporthallen zijn aangewezen ligt dat allemaal wel even anders: het merendeel van de traditionele zaalsporten bestaat voor een aanzienlijk deel uit zieltogende verenigingen die de grootste moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, zowel financieel als kadertechnisch. In die situaties is het 'armoe troef', en de perspectieven zijn er dan ook niet florissant in tijden van aanstaande grote bezuinigingen, zeker omdat de landelijke overheid een aanzienlijk deel van haar bezuinigingen afwentelt op de gemeentelijke en provinciale overheden.
Ook de subsidiëring van het benodigde kader is nog altijd zeer mager, en ook dit probleem kan worden ingevuld door middel van vouchers.

Cultuur

Als we het op bovenstaande wijze bekijken is er nauwelijks verschil tussen de Sport en de Cultuursector; slechts de waarde van de vouchers, en de etikettering van die vouchers is waarschijnlijk anders. Zeker nu Flutte-1 rancuneus en rigoureus het mes zet in de cultuursector, zou een vouchersysteem een oplossing kunnen zijn die bezuinigen moeilijker (want direct bij de gebruikers), maar ook meer passend kunnen zijn (want meer markteffecten in het hele systeem).

Welzijn

Zal ik hier nu uitgebreid bespreken, maar ook hier speelt het punt van collectieve voorzieningen en infrastructuur, een een flinke post benodigde arbeidskracht; dus ook hier moet met een vouchersysteem gewerkt kunnen worden met veel positieve effecten.

Mijn voorgestelde systeem: werk met vouchers. Iedere burger krijgt voor zijn deel van gebruik van infrastructuur en publieke inzet van betaalde arbeid vouchers. Door deze bij elkaar te leggen kunnen groepen aanspraken maken op een deel van de infrastructuur.
Niet gebruikte vouchers kunnen geruild en/of verhandeld worden, zodat burgers waarde terug zien voor door henzelf niet, maar door anderen wel gewenst gebruik!