Vandaag zag ik een stukje NOVA (van gisteren), de uitzending kwam uit het Limburgse Bolwerk Maastricht, waar een (zij het ietwat dissidente) CDA Burgemeester (Gert Leers) gedwongen was geworden (door o.a. de PvdA!?) het veld te ruimen. Nu is Maastricht (lijkt mij) een CDA Bolwerk, en op de radio hoorde ik al diverse berichten dat er in de komende Gemeenteraadsverkiezingen "afgerekend zou gaan worden" met juist die PvdA.
Maar dit stukje gaat over de totaal verziekte verhouding tussen CDA en PvdA, één die al van oudsher niet soepeltjes loopt! Dat is vervelend, want omdat het CDA al meer dan een eeuw (in het begin nog middels haar voorlopers KVP, ARP en CHU) de ultieme middenpartij is, betekent dit dat deze partij meestal kiest voor de derde traditionele kracht in het midden, de VVD. Door die constellatie is Nederlands dus een door en door rechts land, ook al brult rechts nog zo hard dat dit niet het geval is, "de Linkse 'Kerk' is immers debet aan alles wat er ooit fout is gegaan in ons land!"
Guusje ter Horst zei deze week in VN dat "het CDA vaak gewoon niet luistert", ik interpreteer dat als 'als het haar goed uitkomt'... In NOVA werd haar stelling duidelijker bewezen dan ook maar mogelijk is. Naast elkaar zaten gebroederlijk de twee Limburgse ex-Kabinet Balkenende IV collega's Eurlings en Timmermans. Clairy Polak vroeg wat zij van het vertrek van Leers vonden. Eurlings zei dat hij het jammer vond dat er zo hard was afgerekend met Leers, implicerend dat dit dus aan de PvdA lag. Daarop gaf Timmermans aan dat het volgens hem "een zaak van de Gemeenteraad van Maastricht was, en dat de regering zich daar dus niet mee moest bemoeien". Waarop de zaak alweer op scherp stond en er flinke frictie ontstond. Volkomen duidelijk was dat Eurlings geen seconde van plan was geweest om in te gaan op wat Timmermans precies zei, en gewoon wilde scoren tegen de PvdA.
En zo is het vaak geweest, zo is het nu, en zo zal het altijd gaan; in ieder geval voor een lange tijd. Het is dus volkomen naïef van de PvdA, lees Wouter Bos, om te denken dat het er (voor hem) ooit nog in zit te regeren met het CDA. Hij zal dus moeten kiezen voor een Linkse Regering en het aan de kiezer over moeten laten of die zo'n Linkse Coalitie een kans wil gunnen. Vier jaar geleden maakte hij al de fout deze keuze niet te willen maken, m.i. zou hij dan nu al vier jaar MP van een redelijk succesvol kabinet zijn geweest (Bos I)! Ik ben echter bang dat hij ook deze keer niet volmondig voor zo'n keuze zal gaan... Wat een perspectief: géén JSF, beperking van de hypotheekrente-aftrek, een bonus-belasting, de AOW blijft (waar het een verplichting door te werken betreft) op 65, enz, enz....
zondag 28 februari 2010
dinsdag 9 juni 2009
Vouchers (kladversie)!!!!
In toenemende mate zijn mensen ontevreden over de politiek en de overheid. Onder andere het aspect belasting betalen (altijd teveel) en 'geld over de balk gooien' (dit gebeurt in de ogen van velen te vaak) spelen daarbij een rol. Ik ben niet tegen belasting betalen, als we veel van de overheid verwachten dan heeft dat z'n prijs. Dus voor 'een Goede Overheid' zou ik veel (belasting betalen) over hebben. Maar ook ik vind dat de Nederlandse Overheid niet goed (genoeg) functioneert.
Zo zie (ook/zelfs) ik wel dat de besteding van het beschikbare geld nogal eens beter kan, EN met meer inspraak van de burger.
Ik zou graag op één punt een geheel andere systematiek zien ontstaan: de overheid speelt een belangrijke rol bij het creëren van infrastructuur op allerlei gebied. Een burger, of zelfs een grotere groep burgers zijn vaak niet in staat om zelf benodigde infrastructuur tot stand te brengen, en te exploiteren. Daarvoor hebben we dus de overheid. Een probleem daarbij is dat de overheid dan gelijk veel te veel macht heeft in het tot stand brengen, en verdelen van die infrastructuur; dit heeft tot gevolg dat lang niet altijd de juiste IS tot stand komt, en dat bij de verdeling ook overheidsmacht vaak niet goed wordt gebruikt (o.a. ter eer en meerdere glorie van....).
Je ziet dit soort mechanismen vooral vaak in de subsidiesfeer, en dan bijvoorbeeld in de Sport, Cultuur, inrichting van de leefomgeving, Welzijn, etc.
Laten we nu eens drie velden als voorbeeld bekijken; de Sport, Cultuur en Welzijn.
Sport
Er is maar weinig Sport waarbij de overheid niet op één of andere wijze een flinke vinger in de pap van de financiering heeft, al zijn er wel uitzonderingen. Zo speelt de geschiedenis van de Sport in kwestie een flinke rol. Nemen we Tennis; dit is een sport die van oudsher beoefend wordt door het meer welgestelde deel van de bevolking, hebben veel clubs al lang hun (eigen) accommodaties (in eigendom) en is het kader al sinds mensenheugenis tenminste voor een deel geprofessionaliseerd (bijvoorbeeld de Tennisleraar). In maak me dan ook weinig zorgen over de toekomst van het Tennis; die lijkt mij wel goed zitten.
Maar dit gaat niet op voor vele andere sporten. Zelfs in het almachtige Voetbal vallen regelmatig clubs om, of moeten zij gedwongen fuseren/verhuizen. Maar ook het voetbal is sterk, diep geworteld, en de accommodaties zijn in grote getale in beheer van clubs, die er ook extra eigen inkomsten uit kunnen halen. Al wil dat allemaal niet zeggen dat de overheid (bijvoorbeeld als eigenaar/verhuurder) hier niet al een bepaalde rol heeft en (mede) de financiële context bepaalt.. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de ijzersterk georganiseerde hockeysport.
Maar bijvoorbeeld voor de zaalsporten die op, veelal gemeentelijke, sporthallen zijn aangewezen ligt dat allemaal wel even anders: het merendeel van de traditionele zaalsporten bestaat voor een aanzienlijk deel uit zieltogende verenigingen die de grootste moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, zowel financieel als kadertechnisch. In die situaties is het 'armoe troef', en de perspectieven zijn er dan ook niet florissant in tijden van aanstaande grote bezuinigingen, zeker omdat de landelijke overheid een aanzienlijk deel van haar bezuinigingen afwentelt op de gemeentelijke en provinciale overheden.
Ook de subsidiëring van het benodigde kader is nog altijd zeer mager, en ook dit probleem kan worden ingevuld door middel van vouchers.
Cultuur
Als we het op bovenstaande wijze bekijken is er nauwelijks verschil tussen de Sport en de Cultuursector; slechts de waarde van de vouchers, en de etikettering van die vouchers is waarschijnlijk anders. Zeker nu Flutte-1 rancuneus en rigoureus het mes zet in de cultuursector, zou een vouchersysteem een oplossing kunnen zijn die bezuinigen moeilijker (want direct bij de gebruikers), maar ook meer passend kunnen zijn (want meer markteffecten in het hele systeem).
Welzijn
Zal ik hier nu uitgebreid bespreken, maar ook hier speelt het punt van collectieve voorzieningen en infrastructuur, een een flinke post benodigde arbeidskracht; dus ook hier moet met een vouchersysteem gewerkt kunnen worden met veel positieve effecten.
Mijn voorgestelde systeem: werk met vouchers. Iedere burger krijgt voor zijn deel van gebruik van infrastructuur en publieke inzet van betaalde arbeid vouchers. Door deze bij elkaar te leggen kunnen groepen aanspraken maken op een deel van de infrastructuur.
Niet gebruikte vouchers kunnen geruild en/of verhandeld worden, zodat burgers waarde terug zien voor door henzelf niet, maar door anderen wel gewenst gebruik!
Zo zie (ook/zelfs) ik wel dat de besteding van het beschikbare geld nogal eens beter kan, EN met meer inspraak van de burger.
Ik zou graag op één punt een geheel andere systematiek zien ontstaan: de overheid speelt een belangrijke rol bij het creëren van infrastructuur op allerlei gebied. Een burger, of zelfs een grotere groep burgers zijn vaak niet in staat om zelf benodigde infrastructuur tot stand te brengen, en te exploiteren. Daarvoor hebben we dus de overheid. Een probleem daarbij is dat de overheid dan gelijk veel te veel macht heeft in het tot stand brengen, en verdelen van die infrastructuur; dit heeft tot gevolg dat lang niet altijd de juiste IS tot stand komt, en dat bij de verdeling ook overheidsmacht vaak niet goed wordt gebruikt (o.a. ter eer en meerdere glorie van....).
Je ziet dit soort mechanismen vooral vaak in de subsidiesfeer, en dan bijvoorbeeld in de Sport, Cultuur, inrichting van de leefomgeving, Welzijn, etc.
Laten we nu eens drie velden als voorbeeld bekijken; de Sport, Cultuur en Welzijn.
Sport
Er is maar weinig Sport waarbij de overheid niet op één of andere wijze een flinke vinger in de pap van de financiering heeft, al zijn er wel uitzonderingen. Zo speelt de geschiedenis van de Sport in kwestie een flinke rol. Nemen we Tennis; dit is een sport die van oudsher beoefend wordt door het meer welgestelde deel van de bevolking, hebben veel clubs al lang hun (eigen) accommodaties (in eigendom) en is het kader al sinds mensenheugenis tenminste voor een deel geprofessionaliseerd (bijvoorbeeld de Tennisleraar). In maak me dan ook weinig zorgen over de toekomst van het Tennis; die lijkt mij wel goed zitten.
Maar dit gaat niet op voor vele andere sporten. Zelfs in het almachtige Voetbal vallen regelmatig clubs om, of moeten zij gedwongen fuseren/verhuizen. Maar ook het voetbal is sterk, diep geworteld, en de accommodaties zijn in grote getale in beheer van clubs, die er ook extra eigen inkomsten uit kunnen halen. Al wil dat allemaal niet zeggen dat de overheid (bijvoorbeeld als eigenaar/verhuurder) hier niet al een bepaalde rol heeft en (mede) de financiële context bepaalt.. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de ijzersterk georganiseerde hockeysport.
Maar bijvoorbeeld voor de zaalsporten die op, veelal gemeentelijke, sporthallen zijn aangewezen ligt dat allemaal wel even anders: het merendeel van de traditionele zaalsporten bestaat voor een aanzienlijk deel uit zieltogende verenigingen die de grootste moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, zowel financieel als kadertechnisch. In die situaties is het 'armoe troef', en de perspectieven zijn er dan ook niet florissant in tijden van aanstaande grote bezuinigingen, zeker omdat de landelijke overheid een aanzienlijk deel van haar bezuinigingen afwentelt op de gemeentelijke en provinciale overheden.
Ook de subsidiëring van het benodigde kader is nog altijd zeer mager, en ook dit probleem kan worden ingevuld door middel van vouchers.
Cultuur
Als we het op bovenstaande wijze bekijken is er nauwelijks verschil tussen de Sport en de Cultuursector; slechts de waarde van de vouchers, en de etikettering van die vouchers is waarschijnlijk anders. Zeker nu Flutte-1 rancuneus en rigoureus het mes zet in de cultuursector, zou een vouchersysteem een oplossing kunnen zijn die bezuinigen moeilijker (want direct bij de gebruikers), maar ook meer passend kunnen zijn (want meer markteffecten in het hele systeem).
Welzijn
Zal ik hier nu uitgebreid bespreken, maar ook hier speelt het punt van collectieve voorzieningen en infrastructuur, een een flinke post benodigde arbeidskracht; dus ook hier moet met een vouchersysteem gewerkt kunnen worden met veel positieve effecten.
Mijn voorgestelde systeem: werk met vouchers. Iedere burger krijgt voor zijn deel van gebruik van infrastructuur en publieke inzet van betaalde arbeid vouchers. Door deze bij elkaar te leggen kunnen groepen aanspraken maken op een deel van de infrastructuur.
Niet gebruikte vouchers kunnen geruild en/of verhandeld worden, zodat burgers waarde terug zien voor door henzelf niet, maar door anderen wel gewenst gebruik!
Labels:
Cultuur,
Efficiency,
Marktwerking,
Overheid,
Politiek,
Sport,
Vernieuwing Democratie,
Vouchersysteem,
Welzijn
maandag 1 juni 2009
Links en Rechts
Je hoort tegenwoordig vaak dat er geen 'Links', of 'Rechts' meer bestaan. Dat het onderscheid vervaagd is, dat er andere dimensies zijn die belangrijker zijn (zoals Conservatief en Progressief, ....
Waar is dat er veel meer fragmentatie is van vele kleine partijtjes, groepeeringen die allemaal net een beetjhe anders zijn
Maar volgens mij is de strijd tussen Links en rechts, zij het in andere gedaante (dus niet meer de socialisten tegen de Liberalen/Confessionelen), sterker en epischer is dan ooit, alleen moeten we nu denken in coalities, zeker in NL
Het lijkt alsof Rechts al weer vele jaren domineert, en steeds sterker wordt!
In NL mag af en toe de PvdA, min of meer voor spek en bonen, meedoen, maar VVD (en/of een of meer vd vele afsplitsingen van de Verenigde van elkaar Vervreemde vroegere Democraten) en CDA zijn meestal aan de macht...
Links aan de macht tijdens jaren: .... onder linge onenigheid
Paars (VVD erg belangrijk)
Waar is dat er veel meer fragmentatie is van vele kleine partijtjes, groepeeringen die allemaal net een beetjhe anders zijn
Maar volgens mij is de strijd tussen Links en rechts, zij het in andere gedaante (dus niet meer de socialisten tegen de Liberalen/Confessionelen), sterker en epischer is dan ooit, alleen moeten we nu denken in coalities, zeker in NL
Het lijkt alsof Rechts al weer vele jaren domineert, en steeds sterker wordt!
In NL mag af en toe de PvdA, min of meer voor spek en bonen, meedoen, maar VVD (en/of een of meer vd vele afsplitsingen van de Verenigde van elkaar Vervreemde vroegere Democraten) en CDA zijn meestal aan de macht...
Links aan de macht tijdens jaren: .... onder linge onenigheid
Paars (VVD erg belangrijk)
zondag 17 mei 2009
Waarom ik voor Links ben
Ik denk dat Nederland uiteindelijk veel beter af is met een linkse regering dan met een rechtse of centrum-rechtse. Een van de mensen die dat het best verwoordt is Steve Steveart. Lees een interview van hem met de Groene Amsterdammer (overigens een uitstekend blad! Probeer het eens!)
‘Volksverheffing. Absoluut’- INTERVIEW MET STEVE STEVAERT – Groene 2008
→ INTERVIEW MET STEVE STEVAERT
Ooit was Steve Stevaert leider van de Belgische socialisten. Nu, als gouverneur van Belgisch Limburg, vertelt hij over socialisme, geluk en over Vlaanderen en Wallonië.
DOOR RUUD LINSSEN
Hij was God, van België, aldus De Morgen bij de historische verkiezingsoverwinning in 2003 van zijn partij, de sp.a. Het stond in chocoladeletters op de voorpagina van de Belgische krant: ‘Steve is God’. Twee jaar later was partijleider Steve Stevaert gezien: neergang in de peilingen, de schwung eruit, en vooral: opgebrand. Gezondheidsredenen – exit. Hij werd gouverneur van Belgisch Limburg, tot de dag van vandaag. Ambtenaar boven de partijen. En terug in Hasselt, waar hij in de jaren negentig als burgemeester opzien had gebaard met de invoering van gratis openbaar vervoer. Hij zorgde überhaupt voor opzien in het christen-democratisch bastion, als eerste linkse aanvoerder van een paars stadsbestuur.
Dat gevecht met de christen-democraten, is dat bepalend geweest voor u?
Steve Stevaert: ‘Als ik al heb gevochten, dan tegen de socialisten. Altijd maar zeggen: ons doel is ons doel en het instrument kan in veranderende omstandigheden soms totaal anders zijn. Er zijn geen socialistische oplossingen, alleen maar slechte en goede oplossingen. En alle goede oplossingen zijn socialistisch. Maar ons doel moet wel duidelijk zijn. En dat is meer sociale rechtvaardigheid. Daar moet je verder niet te veel over zeveren. Dat is ons programma; dat is één zin.’
Waarom is dat belangrijk?
‘Wel, dat is een ethische kwestie. Over die ene zin kun je duizend boeken schrijven. Je wilt toch niet hebben dat je buren het slecht hebben, en je verre buren ook.’
Je kunt ook zeggen, zoals rechts regelmatig doet: die buren moeten het vooral zelf oplossen.
‘Zelfs als ik rechts zou zijn, dan zou ik links zijn. Want solidariteit is een welbegrepen vorm van eigenbelang; ik krab jouw rug en jij de mijne. Dat is toch makkelijker dan het zelf doen. Wat niet wil zeggen dat je naar een knuffelsocialisme moet gaan. Mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid, daar neem ik niets van af. Maar als je kunt geven, in de wetenschap dat je krijgt als je nodig hebt – dat is een fantastisch idee. Terwijl je al veel hebt gekregen. We leven in sociaal-democratische omstandigheden: je hebt naar school kunnen gaan, je hebt al gekregen doordat je op deze plek geboren bent. Geef dan iets terug. Het is toch veel mooier om te geven dan om te krijgen.’
Stevaert, populist uit overtuiging, toont zich aan het volk als een simpel mens dat niet veel begrijpt van wat andere politici in België uitvreten. Helemaal uit de lucht gegrepen is dat niet: op zijn vijftiende verruilde hij school voor werk. Maar het is vooral gehaaide retoriek. Bij een voorstel van de liberalen om de snelheidslimiet op te voeren naar 220 kilometer, enkele jaren geleden, antwoordde Stevaert in het parlement: ‘Mijn vader heeft twee auto’s nodig om zo hard te rijden.’
In het machtsspel komt hij met oplossingen en visies die vaak afwijken van die van anderen in de politiek. Hij is een geharnast man, die het spel speelt met zo’n drie scenario’s in zijn hoofd – per dossier. Zoals hij tegen ons vertelt: ‘Met alle respect voor de dammers, maar politiek is schaken.’
Hij is nu tweeënhalf jaar gouverneur van zijn geboortestreek. ‘Intussen is de werkloosheid – dat is de verdienste van velen – met veertig procent gezakt. En de laatste drie maanden is er ook een drastische daling van de werkloosheid onder allochtone jongeren. Dat geeft me vitaminen, van die dingen.’
Als je hem aan de lange tafel in zijn kamer in het provinciehuis ziet zitten – subtiele krijtstreep – is het niet moeilijk de ondernemer te herkennen. In de jaren tachtig bouwde hij een groot aantal horeca-etablissementen op. Zijn ongevraagde commentaar: ‘Dat ik een goede ondernemer ben, hoeft niet te betekenen dat ik sympathiseer met het systeem.’
Eenmaal gouverneur-af hoopt Stevaert carrière te maken in de sociale economie: ‘In de harde sectoren: banken, verzekeringen, gas, elektriciteit. Er moeten spelers op de markt komen die te vertrouwen zijn, die zeer efficiënt zijn. Die zeggen: bij ons hoeft ge de kleine letterkes niet lezen.’
Hij is nu al voorzitter van de bestuursraad van een verzekeringsmaatschappij; het jaarsalaris van dertigduizend euro geeft hij aan een goed doel. ‘Ik ben gratis. Als ik morgen stop als gouverneur stijgt mijn inkomen direct. Ik heb een aantal functies die meer opbrengen dan mijn huidige salaris. Nu is het wettelijk verplicht om het geld af te staan, eerst deed ik het vrijwillig. Waarom? Dan amputeer je niemand. Dan kun je zelfs de zitpenningen voor de anderen verhogen, het gaat niet over jezelf. Dan heb je ongelooflijk veel te zeggen. Wie kan je nog aanvallen als je gratis werkt.’
Hij is een meester in het in glasheldere logica vertalen van zijn opvattingen. De neergang van de sp.a in België is volgens critici begonnen toen de socialisten het migrantenstemrecht invoerden. Maar toenmalig partijleider Stevaert zegt: ‘Dat heeft veel stemmen gekost, maar dat is iets heel anders dan de neergang van de partij. Hadden we dat niet gedaan, dan was de neergang begonnen omdat we van onze lijn waren afgeweken.’
Niet zo lang geleden deed Stevaert een oproep aan de mensen om weer naar de kerk te gaan. Zonder overigens zelf in de rij aan te sluiten – hij is vrijzinnig. ‘Kijk, die pastoor zegt dat mensen lief voor elkaar moeten zijn, wat is daar mis mee? Daarna kunnen ze nog wat drinken in het volkshuis. Als politicus kun je dan een verhaal van het sociaal weefsel vertellen. Dan ben je de samenleving aan het vormgeven, en ik geloof in de maakbaarheid van de samenleving.’
Redeneringen als deze, zelfverzekerd en flirtend met het boerenverstand, zijn handelsmerk van Stevaert. Het maakt hem een opmerkelijke verschijning in de West-Europese politiek, waar niet weinig linkse leiders worstelen met hun zelfbeeld. Reken maar dat hij vanuit de Nederlandse zusterpartij wordt gebeld voor advies. Hij geeft het toe, al noemt hij geen namen.
Over Joop den Uyl: ‘Wat ik mij herinner van hem, is dat een partijleider de boel bij elkaar moet houden. Dat is misschien wel de belangrijkste zin die hij heeft uitgesproken. Het is heel makkelijk om mensen eraf te knippen, om te zeggen: uw ideeën zijn reactionair, u hoort hier niet thuis. Het tweede wat ik van hem heb onthouden: kijk bij elke maatregel: hoe komen de zwaksten daar uit. Maar neem niet alleen maatregelen voor de zwaksten want dan ga je dood. Je moet het doen voor alle gewone mensen.’
Gevraagd naar een analyse van de huidige pvda begint hij een betoog, maar breekt het af: ‘Ik rij met de handrem op, dat voelt ge wel. Ik ga geen bevriende mogendheid aanvallen, we moeten nog veel samenwerken.’ Het meest openhartige wat hij er uiteindelijk over zegt: ‘Ik heb ooit tijdens een meeting in Maastricht, met Wim Kok, geroepen: stem saai, stem Partij van de Arbeid. Ik kreeg applaus uit de zaal. Geen avonturen met de Partij van de Arbeid; zij zijn anders, zij zijn anders.’
Als Stevaert kritiek of hoon over zich heen krijgt, doet hij geen stap achteruit. Desnoods kaatst hij nog een extra argument terug. Sneuvelt hij, dan is het ook goed. Dit maakt hem ongrijpbaar voor druk van buiten. Bij een landelijke crisis in de jaren negentig belde partijleider Louis Tobback naar huize Stevaert om een nieuwe socialistische minister te werven. De toen nog lokale politicus werd verordonneerd naar Brussel te komen. Die weigerde want ’s middags moest een vriend begraven worden. Tobback antwoordde, volgens Stevaert: ‘Godverdomme, zijt ge nog wijs jong?’ Aan het eind van de middag zat Tobback in Hasselt, de volgende dag Stevaert in de regering. Omdat hij kennelijk nodig was, niet omdat hij zo graag wilde. ‘Je moet onthecht zijn. Ik heb nooit gevraagd om vice-premier of partijleider te worden.’
En toch werden het uitputtende jaren, met name de twee jaar als partijleider. Alles in de greep willen houden, en dan ook werkelijk alles. ‘Ik heb heel het land afgedweild, elke uithoek, soms voor zes mannen babbelen. Dat was een model dat werkte, maar dat was niet goed voor de betrokkene, die ging daar dood aan.’
Waarom kon u het niet tot de essentie beperken?
‘Omdat alles met alles samenhangt, dat schijnt marxistisch te zijn. Als een lokale partijgenoot die hard werkt een bal houdt – we hebben hier een vermoeiende cultuur van bals – dan moet je daar naartoe om een schouderklopke te geven. Dat doen we veel te weinig in het socialisme. Je krijgt daar geen sleutelbeenbreuk van hoor, bovendien is dat gratis en die ander vindt dat heel interessant. En als iemand slecht bezig is, ga je daar ook naartoe, dan heb je daarna de autoriteit om te zeggen: je moet dat toch anders doen. In de politiek kun je je geluk niet bepalen, de hemel kan elke dag op je hoofd neerstorten. Het ongeluk kun je wel bepalen. Door niet na te denken.’
U hecht sterk aan loyaliteit.
‘Naar het idee toe ja. Allee, anders gaat het natuurlijk niet. Je moet daar heel breed in zijn, je moet er niet van uitgaan dat je zelf de wijsheid in pacht hebt. Andere meningen kunnen heel interessant zijn, mits het doel is: meer sociale rechtvaardigheid.’
Om lekken naar de media op te sporen dropte Stevaert bij partijgenoten een vertrouwelijk verhaal, met steeds afwijkende details. Als het dan in de media terechtkwam, stond de vingerafdruk van de bron in het verhaal. ‘Ik vergaderde altijd bilateraal, met de telefoon. Als je een grote strategische vergadering houdt met meer dan vijf mensen in een kamer, dan ben je slecht bezig hè. Dat moet bilateraal. Maar dat is zeer arbeidsintensief, je belt iedereen af.’
Men zegt dat u autoritair bent.
‘Nee. Maar afspraak is afspraak. Als er eenmaal een standpunt ingenomen is, dan moet ik dat bewaken. Als er geen nieuwe elementen zijn, dan blijven we bij dat standpunt. Ongelooflijk vaak heb ik een standpunt ingenomen dat het mijne niet was, maar ik was er wel de meest loyale verdediger van. Tot in mijn graf.
Sommigen hebben een eigenaardig beeld van democratie. Je hebt in een politieke partij twee soorten mensen. Zij die betalen om lid te zijn, en zij die betaald zijn om hun politieke werk. Daarin moet je een onderscheid maken. De leden mogen alles zeggen, die zijn heilig voor me. Degenen in functie zijn absoluut niet heilig, die zitten er dankzij de leden en de kiezers en moeten zich gedragen. Waar ik autoritair in ben, is over luiheid. Dat is ontoelaatbaar; als je door de democratie betaald wordt om het socialistische idee uit te dragen, dat je dan tot tien uur in je bed ligt.’
Als u wat luier was geweest, had u het langer volgehouden.
‘Ja dat is waar. Maar als ge meedoet aan Parijs-Roubaix, moet ge u doodrijden.’
Vanuit Belgisch Limburg heeft Stevaert moeten toezien hoe zijn partij bij de verkiezingen vorig jaar naar een historisch dieptepunt afgleed. ‘Dan sterft ge.’ Daar bovenop valt zijn land meer en meer uit elkaar in twee delen.
Hoe kijkt u er tegenaan dat het rijke Vlaanderen steeds meer afstand neemt van het armere Wallonië?
‘Het volgende is bijzonder moeilijk uit te leggen aan een bepaalde culturele bovenklasse: ik ben om dezelfde reden Vlaming als ik socialist ben. Laten we het bestuur zo kort mogelijk bij de mensen brengen en tegelijk solidair zijn met Wallonië. Aan de ene kant dus zo veel mogelijk bestuur naar de regio, dan krijg je meer democratie. Anders ontstaat vervreemding; het communisme zorgt daarvoor, net als de ultrakapitalisten. Ze trekken alles naar boven, weg van de mensen; socialisten zijn de echte democraten.
Aan de andere kant moeten we natuurlijk ook internationalisten zijn. En dat doe je niet door geld weg te halen bij Wallonië. Dat staat weer haaks op het socialisme. Een gouverneur moet voor alle mensen in zijn provincie opkomen, maar hij moet wel over zijn grenzen heen kijken. Anders sluit hij zich op. Zo ook een Vlaamse verantwoordelijke. Maar bij ons is dit verhaal nu aan het verzuren, van de ene tegen de andere, en dat is een slecht verhaal.’
Wat was uw grootste fout als partijleider?
‘Te veel zelf doen. Een goed systeem, maar niet vol te houden en daardoor een slecht systeem. Tweede fout. Intellectuelen te veel jennen. Het was soms te kort door de bocht. Je had oprechte intellectuelen, die heel verstandig waren, met het hart op de goede plaats, die niet neerkeken op de bevolking, maar niet zo handig uit hun woorden kwamen. Die kont ge dan tussen zes plankskes steken. Dat was niet netjes.
En inhoudelijk zou ik dingen anders doen. Als ik nu in de politiek zou zitten, dan zou ik duizend miljoen keer meer inzetten op het immateriële. Wil je het bruto nationaal geluk van de mensen laten stijgen, dan moet je met cultuur bezig zijn. We moeten opletten dat socialisme niet verwordt tot materialisme. Dat is een heel groot gevaar. Ik heb niets tegen biefstuksocialisme, ik verdedig het. Iemand die te weinig heeft, dat is ontoelaatbaar. Maar we moeten opletten dat we geen materialistische machine van mensen maken: altijd meer en meer. We moeten zorgen dat iedereen genoeg heeft. Dat kan alleen met een immaterieel offensief. Moest ik het kunnen overdoen, dan zou ik daar meer op inzetten.’
U heeft erover nagedacht: bij een terugkeer in de politiek zou u zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Opmerkelijk.
‘Dat is naar het verleden gekeken, als ik het over moest doen. En de toekomst bewijst dat het nodig is. Ik geef een voorbeeld, materieel en immaterieel tegelijk. Mijn vriendenkring en mijn familie, dat zijn werkmensen. Die kopen in hun leven drie, vier, vijf salons. Dan ziet ge in het dorp mensen die één salon kopen, een heel chique, die een heel leven meegaat. Die hebben minder uitgegeven dan mijn familie, en nochtans hebben zij een mooie salon en mijn familie niet. Ik wil mijn familie niet kwetsen, maar begrijpt ge wat ik wil zeggen? Dat heeft met cultuur te maken. Dezelfde euro voor iemand die cultuur heeft meegekregen is meer waard dan voor iemand die dat niet heeft. De cultuur wapent ons tegen een overdreven consumentisme, wapent ons tegen reclame. Volksverheffing, om het met een schoon woord af te sluiten.’
Eerherstel voor dat oude woord?
‘Absoluut.’
© RUUD LINSSEN / De Groene Amsterdammer
‘Volksverheffing. Absoluut’- INTERVIEW MET STEVE STEVAERT – Groene 2008
→ INTERVIEW MET STEVE STEVAERT
Ooit was Steve Stevaert leider van de Belgische socialisten. Nu, als gouverneur van Belgisch Limburg, vertelt hij over socialisme, geluk en over Vlaanderen en Wallonië.
DOOR RUUD LINSSEN
Hij was God, van België, aldus De Morgen bij de historische verkiezingsoverwinning in 2003 van zijn partij, de sp.a. Het stond in chocoladeletters op de voorpagina van de Belgische krant: ‘Steve is God’. Twee jaar later was partijleider Steve Stevaert gezien: neergang in de peilingen, de schwung eruit, en vooral: opgebrand. Gezondheidsredenen – exit. Hij werd gouverneur van Belgisch Limburg, tot de dag van vandaag. Ambtenaar boven de partijen. En terug in Hasselt, waar hij in de jaren negentig als burgemeester opzien had gebaard met de invoering van gratis openbaar vervoer. Hij zorgde überhaupt voor opzien in het christen-democratisch bastion, als eerste linkse aanvoerder van een paars stadsbestuur.
Dat gevecht met de christen-democraten, is dat bepalend geweest voor u?
Steve Stevaert: ‘Als ik al heb gevochten, dan tegen de socialisten. Altijd maar zeggen: ons doel is ons doel en het instrument kan in veranderende omstandigheden soms totaal anders zijn. Er zijn geen socialistische oplossingen, alleen maar slechte en goede oplossingen. En alle goede oplossingen zijn socialistisch. Maar ons doel moet wel duidelijk zijn. En dat is meer sociale rechtvaardigheid. Daar moet je verder niet te veel over zeveren. Dat is ons programma; dat is één zin.’
Waarom is dat belangrijk?
‘Wel, dat is een ethische kwestie. Over die ene zin kun je duizend boeken schrijven. Je wilt toch niet hebben dat je buren het slecht hebben, en je verre buren ook.’
Je kunt ook zeggen, zoals rechts regelmatig doet: die buren moeten het vooral zelf oplossen.
‘Zelfs als ik rechts zou zijn, dan zou ik links zijn. Want solidariteit is een welbegrepen vorm van eigenbelang; ik krab jouw rug en jij de mijne. Dat is toch makkelijker dan het zelf doen. Wat niet wil zeggen dat je naar een knuffelsocialisme moet gaan. Mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid, daar neem ik niets van af. Maar als je kunt geven, in de wetenschap dat je krijgt als je nodig hebt – dat is een fantastisch idee. Terwijl je al veel hebt gekregen. We leven in sociaal-democratische omstandigheden: je hebt naar school kunnen gaan, je hebt al gekregen doordat je op deze plek geboren bent. Geef dan iets terug. Het is toch veel mooier om te geven dan om te krijgen.’
Stevaert, populist uit overtuiging, toont zich aan het volk als een simpel mens dat niet veel begrijpt van wat andere politici in België uitvreten. Helemaal uit de lucht gegrepen is dat niet: op zijn vijftiende verruilde hij school voor werk. Maar het is vooral gehaaide retoriek. Bij een voorstel van de liberalen om de snelheidslimiet op te voeren naar 220 kilometer, enkele jaren geleden, antwoordde Stevaert in het parlement: ‘Mijn vader heeft twee auto’s nodig om zo hard te rijden.’
In het machtsspel komt hij met oplossingen en visies die vaak afwijken van die van anderen in de politiek. Hij is een geharnast man, die het spel speelt met zo’n drie scenario’s in zijn hoofd – per dossier. Zoals hij tegen ons vertelt: ‘Met alle respect voor de dammers, maar politiek is schaken.’
Hij is nu tweeënhalf jaar gouverneur van zijn geboortestreek. ‘Intussen is de werkloosheid – dat is de verdienste van velen – met veertig procent gezakt. En de laatste drie maanden is er ook een drastische daling van de werkloosheid onder allochtone jongeren. Dat geeft me vitaminen, van die dingen.’
Als je hem aan de lange tafel in zijn kamer in het provinciehuis ziet zitten – subtiele krijtstreep – is het niet moeilijk de ondernemer te herkennen. In de jaren tachtig bouwde hij een groot aantal horeca-etablissementen op. Zijn ongevraagde commentaar: ‘Dat ik een goede ondernemer ben, hoeft niet te betekenen dat ik sympathiseer met het systeem.’
Eenmaal gouverneur-af hoopt Stevaert carrière te maken in de sociale economie: ‘In de harde sectoren: banken, verzekeringen, gas, elektriciteit. Er moeten spelers op de markt komen die te vertrouwen zijn, die zeer efficiënt zijn. Die zeggen: bij ons hoeft ge de kleine letterkes niet lezen.’
Hij is nu al voorzitter van de bestuursraad van een verzekeringsmaatschappij; het jaarsalaris van dertigduizend euro geeft hij aan een goed doel. ‘Ik ben gratis. Als ik morgen stop als gouverneur stijgt mijn inkomen direct. Ik heb een aantal functies die meer opbrengen dan mijn huidige salaris. Nu is het wettelijk verplicht om het geld af te staan, eerst deed ik het vrijwillig. Waarom? Dan amputeer je niemand. Dan kun je zelfs de zitpenningen voor de anderen verhogen, het gaat niet over jezelf. Dan heb je ongelooflijk veel te zeggen. Wie kan je nog aanvallen als je gratis werkt.’
Hij is een meester in het in glasheldere logica vertalen van zijn opvattingen. De neergang van de sp.a in België is volgens critici begonnen toen de socialisten het migrantenstemrecht invoerden. Maar toenmalig partijleider Stevaert zegt: ‘Dat heeft veel stemmen gekost, maar dat is iets heel anders dan de neergang van de partij. Hadden we dat niet gedaan, dan was de neergang begonnen omdat we van onze lijn waren afgeweken.’
Niet zo lang geleden deed Stevaert een oproep aan de mensen om weer naar de kerk te gaan. Zonder overigens zelf in de rij aan te sluiten – hij is vrijzinnig. ‘Kijk, die pastoor zegt dat mensen lief voor elkaar moeten zijn, wat is daar mis mee? Daarna kunnen ze nog wat drinken in het volkshuis. Als politicus kun je dan een verhaal van het sociaal weefsel vertellen. Dan ben je de samenleving aan het vormgeven, en ik geloof in de maakbaarheid van de samenleving.’
Redeneringen als deze, zelfverzekerd en flirtend met het boerenverstand, zijn handelsmerk van Stevaert. Het maakt hem een opmerkelijke verschijning in de West-Europese politiek, waar niet weinig linkse leiders worstelen met hun zelfbeeld. Reken maar dat hij vanuit de Nederlandse zusterpartij wordt gebeld voor advies. Hij geeft het toe, al noemt hij geen namen.
Over Joop den Uyl: ‘Wat ik mij herinner van hem, is dat een partijleider de boel bij elkaar moet houden. Dat is misschien wel de belangrijkste zin die hij heeft uitgesproken. Het is heel makkelijk om mensen eraf te knippen, om te zeggen: uw ideeën zijn reactionair, u hoort hier niet thuis. Het tweede wat ik van hem heb onthouden: kijk bij elke maatregel: hoe komen de zwaksten daar uit. Maar neem niet alleen maatregelen voor de zwaksten want dan ga je dood. Je moet het doen voor alle gewone mensen.’
Gevraagd naar een analyse van de huidige pvda begint hij een betoog, maar breekt het af: ‘Ik rij met de handrem op, dat voelt ge wel. Ik ga geen bevriende mogendheid aanvallen, we moeten nog veel samenwerken.’ Het meest openhartige wat hij er uiteindelijk over zegt: ‘Ik heb ooit tijdens een meeting in Maastricht, met Wim Kok, geroepen: stem saai, stem Partij van de Arbeid. Ik kreeg applaus uit de zaal. Geen avonturen met de Partij van de Arbeid; zij zijn anders, zij zijn anders.’
Als Stevaert kritiek of hoon over zich heen krijgt, doet hij geen stap achteruit. Desnoods kaatst hij nog een extra argument terug. Sneuvelt hij, dan is het ook goed. Dit maakt hem ongrijpbaar voor druk van buiten. Bij een landelijke crisis in de jaren negentig belde partijleider Louis Tobback naar huize Stevaert om een nieuwe socialistische minister te werven. De toen nog lokale politicus werd verordonneerd naar Brussel te komen. Die weigerde want ’s middags moest een vriend begraven worden. Tobback antwoordde, volgens Stevaert: ‘Godverdomme, zijt ge nog wijs jong?’ Aan het eind van de middag zat Tobback in Hasselt, de volgende dag Stevaert in de regering. Omdat hij kennelijk nodig was, niet omdat hij zo graag wilde. ‘Je moet onthecht zijn. Ik heb nooit gevraagd om vice-premier of partijleider te worden.’
En toch werden het uitputtende jaren, met name de twee jaar als partijleider. Alles in de greep willen houden, en dan ook werkelijk alles. ‘Ik heb heel het land afgedweild, elke uithoek, soms voor zes mannen babbelen. Dat was een model dat werkte, maar dat was niet goed voor de betrokkene, die ging daar dood aan.’
Waarom kon u het niet tot de essentie beperken?
‘Omdat alles met alles samenhangt, dat schijnt marxistisch te zijn. Als een lokale partijgenoot die hard werkt een bal houdt – we hebben hier een vermoeiende cultuur van bals – dan moet je daar naartoe om een schouderklopke te geven. Dat doen we veel te weinig in het socialisme. Je krijgt daar geen sleutelbeenbreuk van hoor, bovendien is dat gratis en die ander vindt dat heel interessant. En als iemand slecht bezig is, ga je daar ook naartoe, dan heb je daarna de autoriteit om te zeggen: je moet dat toch anders doen. In de politiek kun je je geluk niet bepalen, de hemel kan elke dag op je hoofd neerstorten. Het ongeluk kun je wel bepalen. Door niet na te denken.’
U hecht sterk aan loyaliteit.
‘Naar het idee toe ja. Allee, anders gaat het natuurlijk niet. Je moet daar heel breed in zijn, je moet er niet van uitgaan dat je zelf de wijsheid in pacht hebt. Andere meningen kunnen heel interessant zijn, mits het doel is: meer sociale rechtvaardigheid.’
Om lekken naar de media op te sporen dropte Stevaert bij partijgenoten een vertrouwelijk verhaal, met steeds afwijkende details. Als het dan in de media terechtkwam, stond de vingerafdruk van de bron in het verhaal. ‘Ik vergaderde altijd bilateraal, met de telefoon. Als je een grote strategische vergadering houdt met meer dan vijf mensen in een kamer, dan ben je slecht bezig hè. Dat moet bilateraal. Maar dat is zeer arbeidsintensief, je belt iedereen af.’
Men zegt dat u autoritair bent.
‘Nee. Maar afspraak is afspraak. Als er eenmaal een standpunt ingenomen is, dan moet ik dat bewaken. Als er geen nieuwe elementen zijn, dan blijven we bij dat standpunt. Ongelooflijk vaak heb ik een standpunt ingenomen dat het mijne niet was, maar ik was er wel de meest loyale verdediger van. Tot in mijn graf.
Sommigen hebben een eigenaardig beeld van democratie. Je hebt in een politieke partij twee soorten mensen. Zij die betalen om lid te zijn, en zij die betaald zijn om hun politieke werk. Daarin moet je een onderscheid maken. De leden mogen alles zeggen, die zijn heilig voor me. Degenen in functie zijn absoluut niet heilig, die zitten er dankzij de leden en de kiezers en moeten zich gedragen. Waar ik autoritair in ben, is over luiheid. Dat is ontoelaatbaar; als je door de democratie betaald wordt om het socialistische idee uit te dragen, dat je dan tot tien uur in je bed ligt.’
Als u wat luier was geweest, had u het langer volgehouden.
‘Ja dat is waar. Maar als ge meedoet aan Parijs-Roubaix, moet ge u doodrijden.’
Vanuit Belgisch Limburg heeft Stevaert moeten toezien hoe zijn partij bij de verkiezingen vorig jaar naar een historisch dieptepunt afgleed. ‘Dan sterft ge.’ Daar bovenop valt zijn land meer en meer uit elkaar in twee delen.
Hoe kijkt u er tegenaan dat het rijke Vlaanderen steeds meer afstand neemt van het armere Wallonië?
‘Het volgende is bijzonder moeilijk uit te leggen aan een bepaalde culturele bovenklasse: ik ben om dezelfde reden Vlaming als ik socialist ben. Laten we het bestuur zo kort mogelijk bij de mensen brengen en tegelijk solidair zijn met Wallonië. Aan de ene kant dus zo veel mogelijk bestuur naar de regio, dan krijg je meer democratie. Anders ontstaat vervreemding; het communisme zorgt daarvoor, net als de ultrakapitalisten. Ze trekken alles naar boven, weg van de mensen; socialisten zijn de echte democraten.
Aan de andere kant moeten we natuurlijk ook internationalisten zijn. En dat doe je niet door geld weg te halen bij Wallonië. Dat staat weer haaks op het socialisme. Een gouverneur moet voor alle mensen in zijn provincie opkomen, maar hij moet wel over zijn grenzen heen kijken. Anders sluit hij zich op. Zo ook een Vlaamse verantwoordelijke. Maar bij ons is dit verhaal nu aan het verzuren, van de ene tegen de andere, en dat is een slecht verhaal.’
Wat was uw grootste fout als partijleider?
‘Te veel zelf doen. Een goed systeem, maar niet vol te houden en daardoor een slecht systeem. Tweede fout. Intellectuelen te veel jennen. Het was soms te kort door de bocht. Je had oprechte intellectuelen, die heel verstandig waren, met het hart op de goede plaats, die niet neerkeken op de bevolking, maar niet zo handig uit hun woorden kwamen. Die kont ge dan tussen zes plankskes steken. Dat was niet netjes.
En inhoudelijk zou ik dingen anders doen. Als ik nu in de politiek zou zitten, dan zou ik duizend miljoen keer meer inzetten op het immateriële. Wil je het bruto nationaal geluk van de mensen laten stijgen, dan moet je met cultuur bezig zijn. We moeten opletten dat socialisme niet verwordt tot materialisme. Dat is een heel groot gevaar. Ik heb niets tegen biefstuksocialisme, ik verdedig het. Iemand die te weinig heeft, dat is ontoelaatbaar. Maar we moeten opletten dat we geen materialistische machine van mensen maken: altijd meer en meer. We moeten zorgen dat iedereen genoeg heeft. Dat kan alleen met een immaterieel offensief. Moest ik het kunnen overdoen, dan zou ik daar meer op inzetten.’
U heeft erover nagedacht: bij een terugkeer in de politiek zou u zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Opmerkelijk.
‘Dat is naar het verleden gekeken, als ik het over moest doen. En de toekomst bewijst dat het nodig is. Ik geef een voorbeeld, materieel en immaterieel tegelijk. Mijn vriendenkring en mijn familie, dat zijn werkmensen. Die kopen in hun leven drie, vier, vijf salons. Dan ziet ge in het dorp mensen die één salon kopen, een heel chique, die een heel leven meegaat. Die hebben minder uitgegeven dan mijn familie, en nochtans hebben zij een mooie salon en mijn familie niet. Ik wil mijn familie niet kwetsen, maar begrijpt ge wat ik wil zeggen? Dat heeft met cultuur te maken. Dezelfde euro voor iemand die cultuur heeft meegekregen is meer waard dan voor iemand die dat niet heeft. De cultuur wapent ons tegen een overdreven consumentisme, wapent ons tegen reclame. Volksverheffing, om het met een schoon woord af te sluiten.’
Eerherstel voor dat oude woord?
‘Absoluut.’
© RUUD LINSSEN / De Groene Amsterdammer
dinsdag 17 februari 2009
Belasting Betalen wordt weer Leuk(er)
De neo-conservatieve decennia lijken dan met het verdwijnen in de vergetelheid van George W. Bush ten einde gekomen, Rechts(e mensen zijn)/is daar nog niet helemaal achter geloven wij. Immers het item 'Belasting Betalen', en dan met name het verlagen van de belastingtarieven worden door hen nog steeds gezien als pannacee voor alle (economische) kwalen. Dit terwijl toch duidelijk is dat belastingen verlagen voor de rijken de zaak vooral in de soep laat koken en zeker geen oplossingen biedt voor een betere en rechtvaardigere samenleving. Toch zit er wel een sprakje realiteit in de argumenten die Rechts in het algemeen aanvoert tegen hoge belastingtarieven (voor de rijken); het gaat dan om het feit dat de Politiek/Overheid er niet altijd blijk van geven dat (hogere) belastinginkomsten altijd voor de juiste zaken gebruikt worden, c.q. dat zij er lang niet altijd in slagen het geld op de juiste manier bij de juiste mensen terecht te laten komen.
Zoals we al eerder schreven: 1.000.000 Euro aan looninkomen is meer dan genoeg voor iedereen. We moeten dus een systematiek bedenken waarbij het meerdere geheel wordt wegbelast, maar dan wel op een manier dat het geld dat wegbelast wordt op de goede manier ten goede komt aan de juiste zaken en de juiste mensen. Maar hoe bepalen wij, wij allemaal dus - of wel 'iedereen', wat de juiste zaken zijn en wat de juiste manier is? Dit kunnen we, volgens ons, op de volgende wijze bereiken:
-er komt een 100% tarief op het bedrag dat in loondienst wordt verdiend en boven het miljoen Euro uitstijgt
-het door dit tarief als belasting te innen bedrag verwijnt echter niet op 'de Grote Hoop' van de Belastingdienst, maar wordt overgemaakt (via de Belastingdienst) naar één of meerdere zaken, te kiezen door de betaler van deze Superbelasting van 100% boven het Miljoen aan loon
-er wordt een speciaal soort Goede Doelen gedefinieerd
-deze Goede Doelen worden door middel van publieke controle erkend en er zal altijd publiek toezicht omheen worden georganiseerd; dat wil zeggen dat alleen Goede Doelen Organisaties die door de stemmers zijn erkend (dit zou bijvoorbeeld door een Goedkeuren Referendum kunnen geschieden) voor dit doel goedgekeurd zullen zijn
-ook de bestedingen en het functioneren van deze Goedgekeurde Goede Doelen Organisaties zullen voordurend onder strenge controle van de stemmers blijven. Bijvoorbeeld ieder jaar zal een vertegenwoordiging van de stemmers, geassisteerd door deskundigen zoals accountants, de status van een Goedgekeurd Goed Doel her te dienen bevestigen. Blijft deze herbestiging uit dan komt een goed doel niet meer in aanmerking als Goedgekeurde Bestemming van de
-de 'Meer dan 1 Miljoen' verdienende belastingbetaler is degene die uitmaakt naar welke Goedgekeurde Goede Doelen zijn surplus aan looninkomsten moet worden overgemaakt door de Belastingdienst.
Wat bereiken wij met deze Superbelasting?
1. dat, hoogst waarschijnlijk, salarissen van meer dan 1 Miljoen Euro weinig meer voor zullen komen; het heeft immers veel minder dan nu zin om steeds maar meer te willen verdienen.
2. dat waar het nog steeds voorkomt dat meer dan 1 Miljoen Euro als de juiste beloning voor een medewerker wordt gezien, deze de 'vreugde' zal hebben te bepalen aan welke Goede Doelen Organisatie hij of zij schenkt via de Belastingdienst. Hiermee zal een Goed Gevoel ontstaan en de zekerheid dat de 'zuurverdiende Euro's' niet in een zwart gat verdwijnen, maar dat dit geld goed besteed zal worden aan een Goede Zaak, dit naar oordeel van de betaler.
3. er zullen beduidend minder mensen zijn met een dermate hoog inkomen dat men 'van gekkigheid niet weet waaraan al dat geld moet worden uitgegeven'
4. door minder scheve verhoudingen tussen de 'haves' en de 'have-nots' zal een meer ontspannen samenleving ontstaan, een groter gevoel van rechtvaardigheids beleving
5. mensen zullen minder gekke sprongen gaan maken om een Superbeloning in de wacht te slepen, en aan de andere kant van het inkomenssprectrum zullen mensen minder geneigd zijn ook 'gekke dingen' te gaan doen om 'ook nog een beetje mee te kunnen doen', dan wel denken dat 'het allemaal toch geen zin heeft'/'het opgeven mee te kunnen doen'
Kortom Iedereen wordt er Beter van als de welvaart op deze manier wat beter wordt herverdeeld!
Zoals we al eerder schreven: 1.000.000 Euro aan looninkomen is meer dan genoeg voor iedereen. We moeten dus een systematiek bedenken waarbij het meerdere geheel wordt wegbelast, maar dan wel op een manier dat het geld dat wegbelast wordt op de goede manier ten goede komt aan de juiste zaken en de juiste mensen. Maar hoe bepalen wij, wij allemaal dus - of wel 'iedereen', wat de juiste zaken zijn en wat de juiste manier is? Dit kunnen we, volgens ons, op de volgende wijze bereiken:
-er komt een 100% tarief op het bedrag dat in loondienst wordt verdiend en boven het miljoen Euro uitstijgt
-het door dit tarief als belasting te innen bedrag verwijnt echter niet op 'de Grote Hoop' van de Belastingdienst, maar wordt overgemaakt (via de Belastingdienst) naar één of meerdere zaken, te kiezen door de betaler van deze Superbelasting van 100% boven het Miljoen aan loon
-er wordt een speciaal soort Goede Doelen gedefinieerd
-deze Goede Doelen worden door middel van publieke controle erkend en er zal altijd publiek toezicht omheen worden georganiseerd; dat wil zeggen dat alleen Goede Doelen Organisaties die door de stemmers zijn erkend (dit zou bijvoorbeeld door een Goedkeuren Referendum kunnen geschieden) voor dit doel goedgekeurd zullen zijn
-ook de bestedingen en het functioneren van deze Goedgekeurde Goede Doelen Organisaties zullen voordurend onder strenge controle van de stemmers blijven. Bijvoorbeeld ieder jaar zal een vertegenwoordiging van de stemmers, geassisteerd door deskundigen zoals accountants, de status van een Goedgekeurd Goed Doel her te dienen bevestigen. Blijft deze herbestiging uit dan komt een goed doel niet meer in aanmerking als Goedgekeurde Bestemming van de
-de 'Meer dan 1 Miljoen' verdienende belastingbetaler is degene die uitmaakt naar welke Goedgekeurde Goede Doelen zijn surplus aan looninkomsten moet worden overgemaakt door de Belastingdienst.
Wat bereiken wij met deze Superbelasting?
1. dat, hoogst waarschijnlijk, salarissen van meer dan 1 Miljoen Euro weinig meer voor zullen komen; het heeft immers veel minder dan nu zin om steeds maar meer te willen verdienen.
2. dat waar het nog steeds voorkomt dat meer dan 1 Miljoen Euro als de juiste beloning voor een medewerker wordt gezien, deze de 'vreugde' zal hebben te bepalen aan welke Goede Doelen Organisatie hij of zij schenkt via de Belastingdienst. Hiermee zal een Goed Gevoel ontstaan en de zekerheid dat de 'zuurverdiende Euro's' niet in een zwart gat verdwijnen, maar dat dit geld goed besteed zal worden aan een Goede Zaak, dit naar oordeel van de betaler.
3. er zullen beduidend minder mensen zijn met een dermate hoog inkomen dat men 'van gekkigheid niet weet waaraan al dat geld moet worden uitgegeven'
4. door minder scheve verhoudingen tussen de 'haves' en de 'have-nots' zal een meer ontspannen samenleving ontstaan, een groter gevoel van rechtvaardigheids beleving
5. mensen zullen minder gekke sprongen gaan maken om een Superbeloning in de wacht te slepen, en aan de andere kant van het inkomenssprectrum zullen mensen minder geneigd zijn ook 'gekke dingen' te gaan doen om 'ook nog een beetje mee te kunnen doen', dan wel denken dat 'het allemaal toch geen zin heeft'/'het opgeven mee te kunnen doen'
Kortom Iedereen wordt er Beter van als de welvaart op deze manier wat beter wordt herverdeeld!
woensdag 11 februari 2009
Een Goede Overheid
In onze vorige posting schreven wij al: een Goede Overheid is onontbeerlijk voor een goed functionerende samenleving en democratie. Dit lijkt een open deur, maar dan zouden we er niet expliciet over hoeven te schrijven. Dat doen wij toch, en dat betekent dat wij van mening zijn dat ONZE OVERHEID dan wellicht in relatieve zin, vergeleken met veel buitenlanden, goed functioneert, maar dat wij tevens van mening zijn dat zij niet GOED GENOEG FUNCTIONEERT voor onze democratie, voor het welzijn van veel burgers die in min of meerdere mate vaan haar afhankelijk zijn, voor het optimaal funtioneren van onze ambtenaren, voor (een noodzakelijke) verbetering van onze economie, voor het optimaal functioneren van essentiele sectoren als Onderwijs, Zorg, etc. ......
Onze vierde stelling is dus:
De steun van 1 Miljoen mensen is genoeg voor het vernieuwen van onze Overheden en, uiteindelijk, een Goede Overheid (of ten minste een veel beter functionerende Overheid)!
Hoe denken wij deze verbetering te realiseren? Door het op gang brengen van een continu proces van evaluatie, detecteren van weeffouten, het in gang zetten van verbeteringen op die gedetecteerde fouten, het ruimte geven aan goede ideeen van zowel binnen als buiten de Overheid; kortom door een continu proces van verbetering in gang te zetten. Gebeurt dit op dit moment dan niet? Wellicht wel, maar er gebeurt in ieder geval veel te weinig en het gaat veel te langzaam; de Overheid (op alle niveaus) is veel te gesloten, bestaat uit teveel eilanden, is teveel gericht op het beschermen van eigen posities en belangen, en hier en daar zelfs regelrecht corrupt! Iedereen kent, of heeft zelfs zelf ervaren dat er op grote schaal absurde, bizarre en heel foute dingen gebeuren tussen Burgers en Overheden. Overigens ligt dat niet alleen aan de Overheden, maar zeker ook aan o.a. de Politiek.
'De Burger' dient veel meer mogelijkheden te krijgen het functioneren van Overheden van dichtbij te onderzoeken, misstanden aan de kaak te stellen, voorstellen voor verbetering aan te dragen, en .... Een van de concepten die wij hiervoor willen ontwikkelen is 'de Burger-Inspectie-Commissie' (Copyright AD) met verregaande bevoegdheden. Hierover later meer.
Onze vierde stelling is dus:
De steun van 1 Miljoen mensen is genoeg voor het vernieuwen van onze Overheden en, uiteindelijk, een Goede Overheid (of ten minste een veel beter functionerende Overheid)!
Hoe denken wij deze verbetering te realiseren? Door het op gang brengen van een continu proces van evaluatie, detecteren van weeffouten, het in gang zetten van verbeteringen op die gedetecteerde fouten, het ruimte geven aan goede ideeen van zowel binnen als buiten de Overheid; kortom door een continu proces van verbetering in gang te zetten. Gebeurt dit op dit moment dan niet? Wellicht wel, maar er gebeurt in ieder geval veel te weinig en het gaat veel te langzaam; de Overheid (op alle niveaus) is veel te gesloten, bestaat uit teveel eilanden, is teveel gericht op het beschermen van eigen posities en belangen, en hier en daar zelfs regelrecht corrupt! Iedereen kent, of heeft zelfs zelf ervaren dat er op grote schaal absurde, bizarre en heel foute dingen gebeuren tussen Burgers en Overheden. Overigens ligt dat niet alleen aan de Overheden, maar zeker ook aan o.a. de Politiek.
'De Burger' dient veel meer mogelijkheden te krijgen het functioneren van Overheden van dichtbij te onderzoeken, misstanden aan de kaak te stellen, voorstellen voor verbetering aan te dragen, en .... Een van de concepten die wij hiervoor willen ontwikkelen is 'de Burger-Inspectie-Commissie' (Copyright AD) met verregaande bevoegdheden. Hierover later meer.
donderdag 22 januari 2009
Een miljoen is genoeg voor iedereen!
Een Miljoen = 1.000.000
Een Miljoen Mensen = 1.000.000 mensen; genoeg om in Nederland dingen te veranderen. Het doel van deze Blog is om samen met, uiteindelijk, 1 Miljoen Mensen Nederland te veranderen in een Beter Nederland; een Democratischer Nederland, een Eerlijker Nederland, een Schoner Nederland, een Socialer Nederland, een vriendelijker Nederland, een opener Nederland, een Gastvrijer Nederland, .....
Dus onze eerste stelling is:
1 Miljoen Nederlanders kunnen het verschil maken voor een Beter Nederland voor Iedereen!
Een Miljoen is genoeg voor Iedereen!
Een Miljoen Euro = € 1.000.000,-; dat is een heleboel geld...
€ 1.000.000,- / 365 dagen = € 2.740,- per dag.
€ 1.000.000,- / 225 dagen = € 4.444,- per dag, uitgaande van 225 werkdagen/jaar.
€ 1.000.000,- / 8 werkuren per dag = € 342,- per gewerkt uur.
Zouden zulke bedragen niet volstaan om uiterst riant van te kunnen leven? Wij denken van wel!
Dus 1.000.000 is het maximum dat iemand mag verdienen in loondienst, want voor 'echte' ondernemers (dat betekent dus o.a. dat er gewerkt wordt voor eigen risico) 'verdienen' het geld echt; dat wil zeggen dat ze het niet 'krijgen' voor de gewerkte tijd en de kwaliteit van hun werk, zoals wel geldt voor heel veel 'andere' mensen (de grote meerderheid van de Nederlanders). Voor ondernemers en zelfstandigen geldt bovendien dat zij heel vaak anderen 'aan het werk' zetten; zij zijn dus een bron van werk voor de grote meerderheid van de mensen. Daarom mogen voor deze mensen andere normen gelden. Hierop komen wij later terug.
Dus onze tweede stelling is:
1 Miljoen Euro aan inkomen per jaar is genoeg voor Iedereen!
Een Miljoen is genoeg voor Iedereen!
Niet alle Rechtse Mensen zijn slechte mensen, integendeel; ook veel Rechtse Mensen zijn in de grond van hun hart (ook) Goede Mensen. Maar Rechtse Mensen houden er wel heel vaak conservatieve denkbeelden op na, zij willen geen/niet (te veel) verandering, vaak geloven zij dat de overheid een probleem is, van een grote(re) rol van de overheid verwachten ze weinig heil. Daarnaast lijkt het wel alsof (veel/een groot deel van de) Rechtse Mensen ineens andere mensen worden wanneer het gaat om consequent stemmen betreffende (hun eigen) geldzaken t.o.v. die van anderen en betreffende (hun eigen) rechten en vrijheden t.o.v. die van anderen. Wij denken dat we het wat betreft onze doelstellingen en idealen (waarschijnlijk) niet van Rechtse mensen moet komen, maar van Linkse Mensen, van progressieve mensen, van sociale mensen die niet alleen sociaal zijn en denken, maar dat denken en zijn ook consequent doortrekken naar hun stemgedrag. Zijn Linkse Mensen dat altijd Goede Mensen? Nee, natuurlijk niet: er zijn ook slechte, ondemocratische, oneerlijke, vervuilende, a-sociale, onvriendelijke, gesloten of ongastvrije Linkse Mensen. Maar wij denken dat er genoeg Linkse Mensen zijn die Goede Mensen zijn EN die hun denken ook consequent omzetten is 'Goed' stemgedrag. Wij denken ook dat dat er minstens 1.000.000 zijn! Daarom geldt:
Dus onze derde stelling is:
1 Miljoen Linkse Nederlanders kunnen politiek het verschil maken voor een Beter Nederland!
Een Miljoen is genoeg voor Iedereen!
Waarom één miljoen? Omdat het een mooi rond getal is, omdat het zowel als bedrag als in aantal een mooie grens aangeeft. De grens moet ergens getrokken worden en wij trekken hem bij één miljoen. Maar meer dan een miljoen mensen is natuurlijk ook goed, alleen stellen wij 1 Miljoen als kritische grens voor wat wij willen.
AD
Een Miljoen Mensen = 1.000.000 mensen; genoeg om in Nederland dingen te veranderen. Het doel van deze Blog is om samen met, uiteindelijk, 1 Miljoen Mensen Nederland te veranderen in een Beter Nederland; een Democratischer Nederland, een Eerlijker Nederland, een Schoner Nederland, een Socialer Nederland, een vriendelijker Nederland, een opener Nederland, een Gastvrijer Nederland, .....
Dus onze eerste stelling is:
1 Miljoen Nederlanders kunnen het verschil maken voor een Beter Nederland voor Iedereen!
Een Miljoen is genoeg voor Iedereen!
Een Miljoen Euro = € 1.000.000,-; dat is een heleboel geld...
€ 1.000.000,- / 365 dagen = € 2.740,- per dag.
€ 1.000.000,- / 225 dagen = € 4.444,- per dag, uitgaande van 225 werkdagen/jaar.
€ 1.000.000,- / 8 werkuren per dag = € 342,- per gewerkt uur.
Zouden zulke bedragen niet volstaan om uiterst riant van te kunnen leven? Wij denken van wel!
Dus 1.000.000 is het maximum dat iemand mag verdienen in loondienst, want voor 'echte' ondernemers (dat betekent dus o.a. dat er gewerkt wordt voor eigen risico) 'verdienen' het geld echt; dat wil zeggen dat ze het niet 'krijgen' voor de gewerkte tijd en de kwaliteit van hun werk, zoals wel geldt voor heel veel 'andere' mensen (de grote meerderheid van de Nederlanders). Voor ondernemers en zelfstandigen geldt bovendien dat zij heel vaak anderen 'aan het werk' zetten; zij zijn dus een bron van werk voor de grote meerderheid van de mensen. Daarom mogen voor deze mensen andere normen gelden. Hierop komen wij later terug.
Dus onze tweede stelling is:
1 Miljoen Euro aan inkomen per jaar is genoeg voor Iedereen!
Een Miljoen is genoeg voor Iedereen!
Niet alle Rechtse Mensen zijn slechte mensen, integendeel; ook veel Rechtse Mensen zijn in de grond van hun hart (ook) Goede Mensen. Maar Rechtse Mensen houden er wel heel vaak conservatieve denkbeelden op na, zij willen geen/niet (te veel) verandering, vaak geloven zij dat de overheid een probleem is, van een grote(re) rol van de overheid verwachten ze weinig heil. Daarnaast lijkt het wel alsof (veel/een groot deel van de) Rechtse Mensen ineens andere mensen worden wanneer het gaat om consequent stemmen betreffende (hun eigen) geldzaken t.o.v. die van anderen en betreffende (hun eigen) rechten en vrijheden t.o.v. die van anderen. Wij denken dat we het wat betreft onze doelstellingen en idealen (waarschijnlijk) niet van Rechtse mensen moet komen, maar van Linkse Mensen, van progressieve mensen, van sociale mensen die niet alleen sociaal zijn en denken, maar dat denken en zijn ook consequent doortrekken naar hun stemgedrag. Zijn Linkse Mensen dat altijd Goede Mensen? Nee, natuurlijk niet: er zijn ook slechte, ondemocratische, oneerlijke, vervuilende, a-sociale, onvriendelijke, gesloten of ongastvrije Linkse Mensen. Maar wij denken dat er genoeg Linkse Mensen zijn die Goede Mensen zijn EN die hun denken ook consequent omzetten is 'Goed' stemgedrag. Wij denken ook dat dat er minstens 1.000.000 zijn! Daarom geldt:
Dus onze derde stelling is:
1 Miljoen Linkse Nederlanders kunnen politiek het verschil maken voor een Beter Nederland!
Een Miljoen is genoeg voor Iedereen!
Waarom één miljoen? Omdat het een mooi rond getal is, omdat het zowel als bedrag als in aantal een mooie grens aangeeft. De grens moet ergens getrokken worden en wij trekken hem bij één miljoen. Maar meer dan een miljoen mensen is natuurlijk ook goed, alleen stellen wij 1 Miljoen als kritische grens voor wat wij willen.
AD
Abonneren op:
Posts (Atom)