Posts tonen met het label Oplossingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oplossingen. Alle posts tonen

donderdag 27 november 2014

De Goede Overheid(s Partij): Deel-1 - 'Stofzuigen tussen satellieten' - BAS DEN HOND, Trouw

Er zijn nogal wat mensen die altijd vinden dat ze teveel belasting betalen (ook al betalen ze steeds minder en/of gewoon te weinig. Telegraaf-hoof-redacteur Jules Paradijs is er zo eentje, en met zijn krant sleept hij honderdduizenden dolende, goedgelovige (in Paradijs dan, natuurlijk HATEN ze alles wat maar een zweempje Links in zich heeft), en niet al te nadenkende, beperkt opgeleide lieden in zijn kielzog van Chocolade-letters vretende 'aanhangers' met zich mee... Uitspraak van 'dikke Jules': "De overheid moet er voor zorgen dat de lantarens branden, en dat is het dan wel zo'n beetje..!" Over onbenul gesproken! In deze serie artikelen die laten zien dat de wereld steeds ingewikkelder wordt, dat mensen in die wereld een goed functionerende Overheid nodig hebben, nee; dat zelfs de meeste bedrijven die Goede Overheid NODIG hebben! Deel-1: 'Stofzuigen tussen satellieten' BAS DEN HOND, Trouw,(18/01/14) Stofzuigen tussen satellieten BAS DEN HOND − 18/01/14, 00:00 Op grote hoogten zitten elektrisch geladen deeltjes gevangen in het magnetisch veld van de aarde. Ze verstoren de elektronica van satellieten of zandstralen de zonnepanelen die ze tegenkomen. Wetenschappers werken daarom aan een ruimtebezem. BOSTON (VS) - Het klassieke voorbeeld dat economen geven om uit te leggen waarom een overheid soms best een goed idee is, is de vuurtoren. Ooit waren die van levensbelang voor de scheepvaart. Maar je kon geen bedrijf beginnen dat vuurtorens bouwde en exploiteerde: hoe had je moeten afdwingen dat een langsvarend schip, veilig dankzij die ronddraaiende lichtbundel, voor de dienst betaalde? Nu vuurtorens monumenten zijn geworden van een verleden zonder GPS, wordt het tijd voor een nieuw voorbeeld. En je hoeft niet verder te zoeken dan het GPS-systeem zelf en de problemen die deze satellieten in hun baan ondervinden door een bombardement van snel bewegende elektrisch geladen deeltjes: elektronen en protonen. Als er een manier gevonden zou kunnen worden om hun omgeving schoon te vegen, zou je daar miljoenen mee kunnen besparen. Maar ook hier is het probleem: een satelliet-eigenaar die niet voor die dienst betaalt, profiteert er evengoed van. In dit geval is er nog geen overheid wakker geworden die er geld in steekt. Maar in hoop op betere tijden wordt in laboratoria her en der in de wereld al jaren aan het idee gesleuteld. Door Reiner Friedel onder andere, van het Los Alamos National Laboratory in de VS. Hij behoort tot degenen die het idee levend houden van de 'ruimtebezem', die de stralingsgordels rond de aarde een milder klimaat moet geven. Van pool tot pool Er zijn twee van die Van Allengordels. De binnenste bevindt zich (bij de evenaar gemeten) op 1000 kilometer tot 6000 kilometer hoogte en bevat vooral zware protonen, de buitenste gaat van 13.000 tot soms wel 60.000 kilometer hoog en daar zijn het vooral elektronen die de schade veroorzaken. De elektrisch geladen deeltjes zitten op die hoogten gevangen in het magnetisch veld van de aarde. Dat veld loopt overal rond de planeet in een grote boog van pool tot pool. Deeltjes die ongeveer in de richting van het veld bewegen, merken er niet zoveel van. Deeltjes die dwars op het veld bewegen, worden er voortdurend door afgebogen, zodat ze in cirkels bewegen en niet verder komen. De meeste deeltjes hebben een richting daartussenin en doen allebei: het resultaat is een spiraalvormige beweging naar een van de magnetische polen. Daar in de buurt gekomen, wordt het magnetisch veld sterker, de spiraalbeweging strakker en de snelheid kleiner, tot ze stilstaan en daarna terugkaatsen, naar de andere pool. Tenzij ze voor die tijd een satelliet tegenkomen en daarvan de elektronica storen, of de zonnepanelen helpen zandstralen. Tot nu toe hebben de bouwers van satellieten twee opties om die schade te verkleinen: ze kunnen hun elektronica steviger uitvoeren en afschermen, wat geld kost en door het extra gewicht de lanceerkosten verhoogt. Of ze kunnen de satelliet een baan geven die misschien minder economisch is, maar de stralingsgordels grotendeels vermijdt. Helemaal lukt dat niet, omdat die gordels niet zo mooi cirkelvormig zijn als satellietbanen kunnen zijn. En sommige satellieten hebben banen nodig die verre van cirkelvormig zijn: die kunnen zowel de binnenste als de buitenste baan tegenkomen. De Van Allengordels werden in 1958 ontdekt, door de Explorer 1 en de Explorer 3, de allereerste satellieten die de VS in een baan om de aarde brachten, kort nadat de Sovjet-Unie de primeur had gehad met haar Spoetniks. Sindsdien zijn er allerlei ideeën geopperd om de schadelijke deeltjes uit te schakelen. Het meest extreme was boven de aarde een atoombom te laten ontploffen. Dat zou de atmosfeer tijdelijk zo hoog opstuwen, dat zij tot in de Van Allengordels zou reiken, daar de deeltjes in hun vaart stuiten en ze daarmee verlossen van de houdgreep van het magnetisch veld. De meest veelbelovende methode maakt ook gebruik van de atmosfeer, maar dan wat subtieler. Bij het heen en weer kaatsen langs het magnetisch veld van de aarde, komen sommige deeltjes zo dicht bij de polen dat ze in de buitenste lagen van de atmosfeer komen en op luchtmoleculen kunnen botsen. Motregen van deeltjes En dat proces kun je bevorderen, hebben Friedel en zijn collega's berekend. Als je een satelliet lanceert die radiogolven uitzendt van de goede frequentie, de frequentie waarmee een elektron of proton spiraliseert, dan kan die spiraalbeweging zo worden veranderd dat het deeltje dichter bij de aarde komt voor het terugkaatst en een grotere kans heeft om een luchtmolecuul te raken. Op die manier zal uit de stralingsgordels een gestage motregen van deeltjes vallen. Dat dit kan werken, is geen vraag. Tussen de twee Van Allengordels zit een laag boven de aarde waar niets aan de hand is. Die is door de natuur schoongeveegd, doordat allerlei processen, waaronder bliksemflitsen op aarde, zorgen voor een voortdurende bestraling met radiogolven die de goede golflengte hebben om op die hoogte de deeltjes te laten verdwijnen. Nadere berekeningen, onlangs nog door Maria de Soria-Santa Cruz van het Massachusetts Institute of Technology in het tijdschrift Geophysical Research Letters, wijzen uit dat die methode grote problemen kent als het om de protonen van de binnenste stralingsgordel gaat. Die zijn zwaar, dus heb je een radiozender met flink vermogen nodig om hun beweging te beïnvloeden. Maar door hun grote massa spiraliseren ze ook langzaam. De opdracht is dus om sterke radiogolven uit te zenden met een frequentie van slechts 4 KHz en dus een golflengte van een kleine honderd kilometer. Dat lijkt praktisch niet uitvoerbaar. Maar voor de elektronen in de buitenste stralingsgordel lijkt het wel goed te doen. En het is de investering waard, zegt Friedel. Als je alleen al kijkt naar de verzameling GPS-satellieten die om de aarde draait: de vervangingskosten daarvan bedragen zo'n 3,75 miljard euro. Ze zijn ontworpen om het 15 jaar in de ruimte uit te houden. Als een ruimtebezem die periode met 2 jaar kan rekken, heb je dus al een slordige 500 miljoen euro verdiend. Ongeveer dat kost het, schat hij, om een ruimtebezem te bouwen en te lanceren. De besparing voor alle andere satellieten die daarboven voortaan minder door energierijke elektronen worden geteisterd, krijg je dan cadeau. Ruimtelijke kernproef En als dat al geen argument genoeg is, wil Friedel, werkzaam op het laboratorium waar de Amerikaanse atoombom werd ontwikkeld, er ook nog wel het argument van de nationale veiligheid tegenaan gooien. Want het is niet alleen de natuur die kan zorgen voor elektrisch geladen deeltjes rond de aarde. In 1962 vond een beruchte Amerikaanse kernproef in de atmosfeer plaats, Starfish. Die zorgde voor een derde Van Allengordel van elektronen. De helft van de weinige satellieten die toen in een baan om de aarde draaiden, gaf de geest. Dat waren er nog niet zoveel - maar zo'n ontploffing nu, per ongeluk of als onderdeel van een oorlog of aanslag, zou een onafzienbare economische schade opleveren. Niet alleen zouden vele satellieten bezwijken, maar het zou jaren duren voor de reserve-exemplaren veilig konden worden gelanceerd. Als verzekering daartegen zou je dus een ruimtebezem op post moeten hebben. Het zou een verzekering zijn die de aardbewoners niets kost, omdat hij zich bij het uitblijven van zo'n kernramp bezig kan houden met het schoonvegen van de natuurlijke stralingsgordels, en zichzelf zo ruim terugverdient. Betalen gaan we er natuurlijk voor op de enige manier die economen voor zo'n openbare dienst kunnen bedenken: met een ruimtebelasting. Het geheim van de Van Allengordels Hoewel ze al 55 jaar geleden ontdekt werden, bewaren de Van Allengordels nog steeds het geheim van de oorsprong van die snelle protonen en elektronen. Dat deeltjes gevangen worden in het magnetisch veld van de aarde wordt goed begrepen, maar hun energie is bijna onmogelijk groot: ze bewegen soms met wel 99 procent van de lichtsnelheid, de keiharde maximumsnelheid in deze wereld. Waarnemingen door de Van Allen Probes, twee satellieten die momenteel de stralingsgordels doorkruisen, hebben een tipje van de sluier opgelicht. Ze worden ingezet om op hetzelfde moment de straling op twee plaatsen in een gordel te meten. Op 9 oktober zagen ze een aanzienlijke toename van het aantal elektronen met hoge energie in de buitenste gordel. En dat gebeurde niet overal in de gordel, maar op een heel specifieke hoogte. Daarmee was de theorie weerlegd dat de elektronen overal in de gordel op dezelfde manier worden versneld, door een algemeen verspreid magnetisch effect. Kennelijk ontstaat er op sommige momenten een 'versneller' op die specifieke hoogte, een proces dat radiogolven voortbrengt van precies de goede frequentie om de elektronen op te jagen. Die radiogolven worden weer voortgebracht door de beweging van andere geladen deeltjes in het magnetisch veld van de aarde. Maar hoe dat proces precies verloopt, moet nog worden uitgezocht.

zondag 24 november 2013

Zo zou het moeten, maar als 'de mensen het niet willen'...dan houdt het (voorlopig) op...

NRC 24 november 2013, 14:04 Zwitsers stemmen tegen korting topinkomens Zwitserland Een huis in Zwitserland met een vlag van de voorstanders van een beperking van de topinkomens. De bevolking lijkt het plan om topbestuurders maximaal twaalf keer het minimumloon te laten verdienen echter af te wijzen in een referendum vandaag.
Foto AP / Arno Balzarini door Niels Posthumus Buitenland Kiezers in Zwitserland lijken vandaag het plan om een limiet te stellen aan topsalarissen via een referendum te hebben verworpen. Voorgesteld was om topmensen binnen het bedrijfsleven maximaal twaalf keer het minimumloon te laten verdienen. Een meerderheid van de deelnemers aan het referendum stemde echter tegen, meldt persbureau AP. De Jonge Socialisten hadden de volksraadpleging aangevraagd. In Zwitserland kan een referendum worden gehouden als een initiatiefnemer 100.000 handtekeningen verzamelt. De Jonge Socialisten vinden dat bankdirecteuren en topbestuurders van grote bedrijven buitensporig veel verdienen. Met de uitkomst van het referendum geven de Zwitsers gehoor aan het dringende advies van de regering om het voorstel van de Jonge Socialisten te verwerpen. De regering stelt dat de staat niet moet bepalen hoeveel geld iemand verdient. Bovendien waarschuwde zij dat de belastinginkomsten zouden kelderen als de topsalarissen fors zouden worden teruggebracht. 1812 keer het minimumloon Sommige topmensen in Zwitserland verdienen maar liefst ruim 200 keer het Zwitserse minimumloon. Dat minimumloon bedraagt 2200 tot 3200 euro per maand, afhankelijk van de regio waar een bedrijf is gevestigd. En dan zijn er natuurlijk ook nog echte uitschieters. De directeur van de bank Crédit Suisse heeft bijvoorbeeld een inkomen dat 1812 keer hoger is dan het minimumloon. Dit komt neer op een jaarinkomen van 72 miljoen euro. Dergelijke megasalarissen wekten de laatste tijd steeds meer ergernis in Zwitserland, zeker in combinatie met ontslagrondes binnen veel bedrijven als gevolg van de economische crisis. Maar volgens de peilingen zijn de tegenstanders van de beperking van topsalarissen bij het referendum van vandaag nadrukkelijk in de meerderheid. Zo’n 65 zou tegen de verlaging van de topsalarissen zijn, slechts 35 procent voor. De leider van de Jonge Socialisten heeft zijn nederlaag dan ook al erkend. Lees meer over: Crédit Suisse referendum topsalarissen Zwitserland

dinsdag 1 oktober 2013

Mijmeren over hoe het beter zou kunnen...

...uit onderstaande column van Rob Schouten blijkt dat meer mensen de politiek van vandaag-de-dag met stijgende verbazing en/of afkeer bezien, en nadenken over oplossingen om het beter te laten gaan. Deze column stelt een wel heel erg originele vernieuwende optie voor, gebaseerd op een wel heel erg treurige conclusie... Soort zoekt soort Rob Schouten, Trouw 27/09/13 De term 'politiek dier' zegt genoeg; de politiek is een dierentuin, een menagerie. Ik ben beslist geen politiek dier in strikte zin, ik volg niet voortdurend wat er allemaal in Den Haag gebeurt en vaak weet ik niet eens tussen welke kwaden en goeden ik moet kiezen. Soms voel ik me zelfs geen echte democraat, en woelen er in mij boze verlangens naar een ouderwetse meritocratie en ook heb ik wel eens gedachten gewijd aan het nut van een moreel censuskiesrecht. Tussen ondemocraten bestaan trouwens grote verschillen. Grote denkers als Plato en Nietzsche waren helemaal geen democraat, maar dictators als Loekasjenko en Mugabe zijn het ook niet. Toch is de parlementaire democratie in elk geval voor de kijker de beste politieke staatsvorm - of je moet dol zijn op militaire parades en gesloten bolwerken natuurlijk. Je kunt mij geen groter plezier doen dan met parlementaire enquêtes en algemene beschouwingen. Dan is de dierentuin volop in beweging. Ik heb ooit tijdens een vakantie in Afrika naar een drinkplaats in een wildpark zitten kijken. Er kwam van alles en nog wat lebberen (leeuwen, neushoorns, giraffen), iedereen kende zijn plaats of werd erop gewezen. De olifanten duwden een opdringerige neushoorn opzij, zebra's en wrattenzwijntjes kwamen niet kijken als er ook leeuwen waren. Ik heb me wel eens geprobeerd voor te stellen hoe het zou zijn als de leden van de Tweede Kamer, anders dan hun dierlijke instinct ze ingeeft, niet per partij maar op alfabet geordend zouden zitten. Geert Wilders tussen Steven Weyenberg van D66 en Jan de Wit van de SP in, Emile Roemer ingeklemd tussen Jeroen Recourt van de PvdA en Michel Rog van het CDA. Of afwisselend mannen en vrouwen, als bij een tafelschikking (gaat helaas niet, er zijn 61 vrouwen en 89 mannen). Of leden die te veel met elkaar zitten te praten uit elkaar halen en elders neerzetten, zoals ons dat vroeger in de schoolklas overkwam. Ongemakkelijk, geen geestverwanten om je heen die je juichend inhalen als je iets moois gezegd hebt, geen gefluister achter je hand met je buurman als je tegenstander iets venijnigs zegt. Ieder voor zich. Wel met een partijprogramma op zak maar zonder elkaars hand vast te houden. Het zou de geest van de Tweede Kamer totaal veranderen, het zou veel meer een echte afspiegeling van de samenleving worden, een heuse democratie. Ik leef ook naast mensen die ik niet zelf gekozen heb. Soms zit er een reuze-exemplaar of een sublieme schoonheid bij, maar er zijn er ook die onaangenaam rieken of mij veel te veel praten. Maar nee, zodra ze de kans krijgen gaan mensen soort bij soort zitten en koesteren zich aan elkaars gelijkgestemde warmte. Na afloop van zijn sermoen waarin Geert Wilders Alexander Pechtold voor 'miezerig mannetje' had uitgekreten, ging hij tevreden glimlachend zitten, de held van zijn vrienden, waarvan Pechtold het morele gehalte zojuist in twijfel had getrokken. En Pechtold werd vol begrip opgevangen door zijn democratische soortgenoten. Gettovorming en sektarisme, dat is het eigenlijk. Wat ik al zei: net dieren.

dinsdag 5 februari 2013

Basis-inkomen

'Belachelijk!' dat is, nu nog meer dan een aantal jaren geleden, de eerste reactie die mensen geven wanneer je 'een Basisinkomen voor iedereen' bepleit. Toch ben ik er al vele jaren een groot voorstander van, sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat het zeer veel economische, sociale, en politieke problemen waarmee wij nu (en vaak al heel lang) mee kampen, op zou kunnen lossen.

Bovendien: het systeem bestaat en werkt, volgens mijn laatste informatie, ook nog eens heel goed; in Nieuw-Zeeland kennen ze namelijk zo'n systeem. Daarover een andere keer wellicht meer.

Nu eerst een interview met iemand die er ook voor is (uit NRC, 2012):

Het ‘goede leven’ in plaats van groei



Edward Skidelsky, door Alex MacNaughton gefotografeerd in de tuin van Saxon Lodge, het huis van zijn vader. De fotograaf: „Nu je het zegt, deze foto lijkt heel erg op de coverfoto van het Supertramp-album Crisis? What crisis uit 1975.”
Door onze redacteur Cees Banning | pagina 2 - 3
Het lijkt op een pleidooi uit andere tijden: we moeten minder gaan werken, minder consumeren en iedereen heeft recht op een basisinkomen. Omdat het ‘goede leven’ belangrijk is. De Britse economisch filosoof Edward Skidelsky weet dat veel mensen zullen denken dat hij op een andere planeet leeft. Maar met zijn boodschap wil hij het perspectief voor de lange termijn schetsen. „Deze recessie is een wake up call”, zegt Skidelsky.
De financiële crisis van 2008 illustreert volgens hem een institutioneel, een moreel en intellectueel falen. „Banken waren casino’s en het overheidsbeleid was eendimensionaal gericht op de heilige drie-eenheid: groei, groei, groei. En wat heeft het ons gebracht?” Skidelsky neemt de tijd om zelf het antwoord te geven. „De armen werden armen, de rijken werden rijker. En we bevinden ons in een crisis waarvan het einde nog niet in zicht is.”
De les van de huidige recessie? Never waste a good crisis, citeert Skidelsky de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Milton Friedman. „Economie moet weer een morele wetenschap worden”, zegt Skidelsky. „Politici moeten het ‘goede leven’ als basis voor het beleid, niet economische groei.”
Edward Skidelsky schreef samen met zijn vader Robert Skidelsky How Much is Enough. The Love of Money, and the Case for the Good Life. De eerste druk verscheen dit jaar en het boek is in 16 talen vertaald, waaronder het Chinees, Portugees, Japans, Duits, Servisch, Turks – begin volgend jaar verschijnt een Nederlandse vertaling.
Het boek leidt tot heftige reacties. Rechtse opiniemakers vinden het pleidooi voor het goede leven „utopisch gezwam”, hun linkse opponenten spreken van een „lonkend perspectief”. De aartsbisschop van Canterbury Rowan Williams gebruikt het boek tijdens zijn diensten om te waarschuwen voor de excessen van het hedendaagse kapitalisme – „de giftige hebzucht” en „de roofbouw op grondstoffen”.
Edward Skidelsky logeert in het huis van zijn ouders – Saxon Lodge, een gerestaureerd huis uit de 18de eeuw in Seaford, aan de zuidkust van Engeland. Vanuit de tuin is de zee te zien en te ruiken, meeuwen cirkelen om het woonhuis van zijn ouders. Skidelsky doceert aan de University of Exeter, zo’n 250 kilometer ten westen van Seaford. „Het is traditie om hier Kerst te vieren”, vertelt Skidelsky.
How Much is Enough is geïnspireerd op een essay van John Maynard Keynes – niet verwonderlijk gezien de preoccupatie van Robert Skidelsky voor de Engelse econoom. De emeritus-hoogleraar schreef in drie kloeke delen een uitputtende biografie van Keynes (1883-1946). Vader en zoon zijn fan van Keynes, maar sceptisch over de Keynesiaanse politiek. „Die bestaat eigenlijk niet”, vindt Edward. „Iedereen moddert maar wat aan met verwijzing naar Keynes.” Uit het blote hoofd citeert hij een van de beroemdste passages uit Keynes’ General Theory: „‘Mensen uit de praktijk die denken dat ze onafhankelijk van welke intellectuele invloed dan ook zijn, zijn normaal gesproken slechts slaven van een of andere dode econoom.’ En soms is dat Keynes.”
Economie is volgens Skidelsky een technische wetenschap geworden – als een beleidsopvatting niet in een model past, klopt het niet. „Economie zou ethische doelen moeten nastreven, en dat is de reden waarom Keynes ons zo aanspreekt.”
In 1930 schreef ‘de grote meester’ een essay, Economic Possibilities for our Grandchildren. Keynes voorspelde dat in honderd jaar het inkomen per hoofd van de bevolking gestaag zou groeien. In 2030 zou niemand meer dan drie uur per dag hoeven te werken om te voorzien in zijn levensbehoeften. Machines nemen het werk over. Het ‘economisch probleem’ is opgelost en de mens kan zich overgeven aan het ‘goede leven’. Leisure is niet niets doen, maar het gaat om zelfontplooiing, zorg voor naasten, en andere zaken die de kwaliteit van het leven bevorderen.
Wat betreft de voorspelling van de inkomensgroei was Keynes „redelijk adequaat”, zegt Skidelsky, maar wat betreft de werkweek zit hij er volledig naast. „Keynes hield rekening met een werkweek van 20 uur in 2010, terwijl die in Westerse landen gemiddeld rond de 40 uur lag.”
Waar ging het mis?
„Keynes dacht in kwantiteiten. Je kunt maar een beperkte hoeveelheid voedsel eten, je kunt maar een paar schoenen dragen, je kunt maar in één huis wonen. Mensen kunnen verzadigd raken. Keynes had geen oog voor de continue verbetering van producten, die een stimulans is voor een steeds stijgende consumptie. Je ziet het aan een product als de iPad. Steeds wordt het apparaat verbeterd, en dat creëert steeds een nieuwe vraag. Je moet dus werken, een inkomen genereren, om steeds aan de vraag te kunnen voldoen.
„Keynes onderschatte ook de rat race – hebben we veel, willen we nog meer. Behoeften zijn relatief, niet absoluut. Het gras is bij de buurman altijd groener. Hoe rijker we worden, des te meer we onze relatieve armoede ervaren.
„En Keynes had geen oog voor het effect van reclame. Reclame creëert behoefte. Door reclame is het ‘goede leven’ gelijk aan consumeren. Je moet hard werken om te consumeren. Hard werken is stoer. De kunst om jezelf te vermaken in je vrije tijd is – ik chargeer – verdwenen.”
Uw boek zou beter zijn ontvangen als de westerse wereld zich niet in een recessie bevond.
„Dat is waar, maar wij willen een langetermijnperspectief schetsen. De crisis illustreert het failliet van het systeem. De afgelopen twintig jaar is de inkomensongelijkheid in de westerse wereld sterk gegroeid – en obsceen. We leven in een overspannen maatschappij. We putten onze natuurlijke hulpbronnen uit. We moeten onze levensstijl aanpassen.”
In uw boek noemt u de uitputting van natuurlijke grondstoffen niet als argument voor een gematigde groei.
„Dat hebben we bewust gedaan. Technologische innovaties leidt tot een ander, efficiënter gebruik van grondstoffen. We kiezen voor een morele invalshoek als motivatie voor ons pleidooi, niet voor een ‘grenzen aan de groei’ benadering.”
Voor de korte termijn is economische groei gewenst om uit de misère te komen?
„We moeten uit de huidige economische crisis groeien. Maar groei is niet meer dan een medicijn – Prozac, om de patiënt weer even op de been te helpen. Daarna wordt het tijd om de wereld van het geld fundamenteel aan te passen aan de reële wereld. Winst moet weer een middel worden, niet een doel. Economische groei is niet het belangrijkste.”
Wat is de rol van de staat?
„De staat moet de condities creëren voor een goed leven. Als, met een verwijzing naar Keynes, individuen bij het najagen van het eigenbelang tegelijkertijd het algemeen belang zouden dienen, dan kan de politicus naar huis. Zo is het niet, en elk tijdperk moet zijn eigen agenda opstellen. Die zou nu moeten zijn: het goede leven.”
En dat betekent concreet?
„De staat moet inzetten op volledige werkgelegenheid. Niet een 40-urige werkweek, maar geleidelijk het aantal uren terugbrengen. En de staat moet de burgers voorzien van een basisinkomen, waardoor de keuze tussen werken en niet-werken makkelijker kan worden gemaakt.”
Dat klinkt als een ego uit het verleden. Thomas Moore pleitte in 1517 al voor zo’n inkomen. In de jaren zeventig zag ‘links’ in Nederland het als een middel voor de herverdeling van de arbeidstijd. ‘Rechts’ zag het als een middel om mensen te prikkelen de handen uit de mouwen steken.
„Wij grijpen terug naar oude ideeën, want door het beleid van Ronald Reagan in de Verenigde Staten en Margaret Thatcher in Groot-Brittannië en hun heilig geloof in de werking van het vrije marktmechanisme zijn we ver teruggeworpen in het denken.”
Een basisinkomen voor iedereen, hoe wilt u dat financieren?
„We hebben voor Groot-Brittannië een berekening gemaakt waarbij mensen een inkomen van 5.000 pond (6.200 euro, red.) krijgen. Dit kan gefinancierd worden door een belasting te heffen op financiële transacties, de Tobintaks.”
En hoe wilt u de consumptie beteugelen?
„De overheid zou de druk op consumeren kunnen verminderen door advertenties aan banden te leggen. En de burgers erop wijzen wat de gevolgen zijn van hun ongeremde consumptie voor bijvoorbeeld hun eigen gezondheid en het milieu.”
„En we pleiten voor een verschuiving van de belastingheffing van arbeid naar consumptie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een progressieve consumptiebelasting die kan oplopen tot 75 procent.”
How Much is Enough is geschreven voor de rijke geïndustrialiseerde wereld.
„Het gaat om de keuzes die een land maakt. Steeds meer werken, of genieten van het goede leven. Landen als China streven naar een levensstandaard die wij al hebben. Wij moeten niet de concurrentie met China aangaan, want op veel terreinen kunnen ze goedkoper produceren. Het Westen moet zijn eigen unieke eigenschappen verder ontwikkelen. Een groter deel van het wereldinkomen zal in de opkomende landen worden verdiend, maar dat betekent niet dat wij in het Westen geen andere keus kunnen maken hoe we met die welvaart omgaan en ons leven indelen.”
En wanneer zal de Partij voor het Goede Leven worden opgericht?
„Onze voorstellen zijn politiek erg aantrekkelijk. Vraag je aan mensen in wat voor samenleving ze zouden willen leven dan kiezen ze voor een samenleving waar mensen minder werken, harmonieus met elkaar omgaan en een eerlijke inkomensverdeling. Maar het is niet een keuze die mensen individueel kunnen maken. Het is een besluit op politiek niveau en een besluit dat door de komende generaties genomen zal worden.”
Het onderwijs gaat daarbij dus een belangrijke rol spelen?
„Zeker. Nu is het onderwijs te veel gericht op geld verdienen en carrière maken. Maar er is meer in het leven. Hoe ga je om met vrije tijd? Wat kun je betekenen voor de samenleving? Genoeg is genoeg. We moeten de tredmolen van de ongebreidelde consumptiedrift stoppen.”

Economisch filosoof

Edward Skidelsky (1973) doceert filosofie aan de University of Exeter. Hij studeerde filosofie en theologie aan de University of Oxford. Hij is de zoon van Robert Skidelsky (1939). Oud-hoogleraar aan de University of Warwick, eerst in Internationele Betrekkingen, later in Politieke Economie. Sinds 1991 is Robert Skidelsky lid van het Britse Hogerhuis.