Posts tonen met het label Extremistisch-Markt-Denken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Extremistisch-Markt-Denken. Alle posts tonen

donderdag 27 november 2014

De Goede Overheid(s Partij): Deel-1 - 'Stofzuigen tussen satellieten' - BAS DEN HOND, Trouw

Er zijn nogal wat mensen die altijd vinden dat ze teveel belasting betalen (ook al betalen ze steeds minder en/of gewoon te weinig. Telegraaf-hoof-redacteur Jules Paradijs is er zo eentje, en met zijn krant sleept hij honderdduizenden dolende, goedgelovige (in Paradijs dan, natuurlijk HATEN ze alles wat maar een zweempje Links in zich heeft), en niet al te nadenkende, beperkt opgeleide lieden in zijn kielzog van Chocolade-letters vretende 'aanhangers' met zich mee... Uitspraak van 'dikke Jules': "De overheid moet er voor zorgen dat de lantarens branden, en dat is het dan wel zo'n beetje..!" Over onbenul gesproken! In deze serie artikelen die laten zien dat de wereld steeds ingewikkelder wordt, dat mensen in die wereld een goed functionerende Overheid nodig hebben, nee; dat zelfs de meeste bedrijven die Goede Overheid NODIG hebben! Deel-1: 'Stofzuigen tussen satellieten' BAS DEN HOND, Trouw,(18/01/14) Stofzuigen tussen satellieten BAS DEN HOND − 18/01/14, 00:00 Op grote hoogten zitten elektrisch geladen deeltjes gevangen in het magnetisch veld van de aarde. Ze verstoren de elektronica van satellieten of zandstralen de zonnepanelen die ze tegenkomen. Wetenschappers werken daarom aan een ruimtebezem. BOSTON (VS) - Het klassieke voorbeeld dat economen geven om uit te leggen waarom een overheid soms best een goed idee is, is de vuurtoren. Ooit waren die van levensbelang voor de scheepvaart. Maar je kon geen bedrijf beginnen dat vuurtorens bouwde en exploiteerde: hoe had je moeten afdwingen dat een langsvarend schip, veilig dankzij die ronddraaiende lichtbundel, voor de dienst betaalde? Nu vuurtorens monumenten zijn geworden van een verleden zonder GPS, wordt het tijd voor een nieuw voorbeeld. En je hoeft niet verder te zoeken dan het GPS-systeem zelf en de problemen die deze satellieten in hun baan ondervinden door een bombardement van snel bewegende elektrisch geladen deeltjes: elektronen en protonen. Als er een manier gevonden zou kunnen worden om hun omgeving schoon te vegen, zou je daar miljoenen mee kunnen besparen. Maar ook hier is het probleem: een satelliet-eigenaar die niet voor die dienst betaalt, profiteert er evengoed van. In dit geval is er nog geen overheid wakker geworden die er geld in steekt. Maar in hoop op betere tijden wordt in laboratoria her en der in de wereld al jaren aan het idee gesleuteld. Door Reiner Friedel onder andere, van het Los Alamos National Laboratory in de VS. Hij behoort tot degenen die het idee levend houden van de 'ruimtebezem', die de stralingsgordels rond de aarde een milder klimaat moet geven. Van pool tot pool Er zijn twee van die Van Allengordels. De binnenste bevindt zich (bij de evenaar gemeten) op 1000 kilometer tot 6000 kilometer hoogte en bevat vooral zware protonen, de buitenste gaat van 13.000 tot soms wel 60.000 kilometer hoog en daar zijn het vooral elektronen die de schade veroorzaken. De elektrisch geladen deeltjes zitten op die hoogten gevangen in het magnetisch veld van de aarde. Dat veld loopt overal rond de planeet in een grote boog van pool tot pool. Deeltjes die ongeveer in de richting van het veld bewegen, merken er niet zoveel van. Deeltjes die dwars op het veld bewegen, worden er voortdurend door afgebogen, zodat ze in cirkels bewegen en niet verder komen. De meeste deeltjes hebben een richting daartussenin en doen allebei: het resultaat is een spiraalvormige beweging naar een van de magnetische polen. Daar in de buurt gekomen, wordt het magnetisch veld sterker, de spiraalbeweging strakker en de snelheid kleiner, tot ze stilstaan en daarna terugkaatsen, naar de andere pool. Tenzij ze voor die tijd een satelliet tegenkomen en daarvan de elektronica storen, of de zonnepanelen helpen zandstralen. Tot nu toe hebben de bouwers van satellieten twee opties om die schade te verkleinen: ze kunnen hun elektronica steviger uitvoeren en afschermen, wat geld kost en door het extra gewicht de lanceerkosten verhoogt. Of ze kunnen de satelliet een baan geven die misschien minder economisch is, maar de stralingsgordels grotendeels vermijdt. Helemaal lukt dat niet, omdat die gordels niet zo mooi cirkelvormig zijn als satellietbanen kunnen zijn. En sommige satellieten hebben banen nodig die verre van cirkelvormig zijn: die kunnen zowel de binnenste als de buitenste baan tegenkomen. De Van Allengordels werden in 1958 ontdekt, door de Explorer 1 en de Explorer 3, de allereerste satellieten die de VS in een baan om de aarde brachten, kort nadat de Sovjet-Unie de primeur had gehad met haar Spoetniks. Sindsdien zijn er allerlei ideeën geopperd om de schadelijke deeltjes uit te schakelen. Het meest extreme was boven de aarde een atoombom te laten ontploffen. Dat zou de atmosfeer tijdelijk zo hoog opstuwen, dat zij tot in de Van Allengordels zou reiken, daar de deeltjes in hun vaart stuiten en ze daarmee verlossen van de houdgreep van het magnetisch veld. De meest veelbelovende methode maakt ook gebruik van de atmosfeer, maar dan wat subtieler. Bij het heen en weer kaatsen langs het magnetisch veld van de aarde, komen sommige deeltjes zo dicht bij de polen dat ze in de buitenste lagen van de atmosfeer komen en op luchtmoleculen kunnen botsen. Motregen van deeltjes En dat proces kun je bevorderen, hebben Friedel en zijn collega's berekend. Als je een satelliet lanceert die radiogolven uitzendt van de goede frequentie, de frequentie waarmee een elektron of proton spiraliseert, dan kan die spiraalbeweging zo worden veranderd dat het deeltje dichter bij de aarde komt voor het terugkaatst en een grotere kans heeft om een luchtmolecuul te raken. Op die manier zal uit de stralingsgordels een gestage motregen van deeltjes vallen. Dat dit kan werken, is geen vraag. Tussen de twee Van Allengordels zit een laag boven de aarde waar niets aan de hand is. Die is door de natuur schoongeveegd, doordat allerlei processen, waaronder bliksemflitsen op aarde, zorgen voor een voortdurende bestraling met radiogolven die de goede golflengte hebben om op die hoogte de deeltjes te laten verdwijnen. Nadere berekeningen, onlangs nog door Maria de Soria-Santa Cruz van het Massachusetts Institute of Technology in het tijdschrift Geophysical Research Letters, wijzen uit dat die methode grote problemen kent als het om de protonen van de binnenste stralingsgordel gaat. Die zijn zwaar, dus heb je een radiozender met flink vermogen nodig om hun beweging te beïnvloeden. Maar door hun grote massa spiraliseren ze ook langzaam. De opdracht is dus om sterke radiogolven uit te zenden met een frequentie van slechts 4 KHz en dus een golflengte van een kleine honderd kilometer. Dat lijkt praktisch niet uitvoerbaar. Maar voor de elektronen in de buitenste stralingsgordel lijkt het wel goed te doen. En het is de investering waard, zegt Friedel. Als je alleen al kijkt naar de verzameling GPS-satellieten die om de aarde draait: de vervangingskosten daarvan bedragen zo'n 3,75 miljard euro. Ze zijn ontworpen om het 15 jaar in de ruimte uit te houden. Als een ruimtebezem die periode met 2 jaar kan rekken, heb je dus al een slordige 500 miljoen euro verdiend. Ongeveer dat kost het, schat hij, om een ruimtebezem te bouwen en te lanceren. De besparing voor alle andere satellieten die daarboven voortaan minder door energierijke elektronen worden geteisterd, krijg je dan cadeau. Ruimtelijke kernproef En als dat al geen argument genoeg is, wil Friedel, werkzaam op het laboratorium waar de Amerikaanse atoombom werd ontwikkeld, er ook nog wel het argument van de nationale veiligheid tegenaan gooien. Want het is niet alleen de natuur die kan zorgen voor elektrisch geladen deeltjes rond de aarde. In 1962 vond een beruchte Amerikaanse kernproef in de atmosfeer plaats, Starfish. Die zorgde voor een derde Van Allengordel van elektronen. De helft van de weinige satellieten die toen in een baan om de aarde draaiden, gaf de geest. Dat waren er nog niet zoveel - maar zo'n ontploffing nu, per ongeluk of als onderdeel van een oorlog of aanslag, zou een onafzienbare economische schade opleveren. Niet alleen zouden vele satellieten bezwijken, maar het zou jaren duren voor de reserve-exemplaren veilig konden worden gelanceerd. Als verzekering daartegen zou je dus een ruimtebezem op post moeten hebben. Het zou een verzekering zijn die de aardbewoners niets kost, omdat hij zich bij het uitblijven van zo'n kernramp bezig kan houden met het schoonvegen van de natuurlijke stralingsgordels, en zichzelf zo ruim terugverdient. Betalen gaan we er natuurlijk voor op de enige manier die economen voor zo'n openbare dienst kunnen bedenken: met een ruimtebelasting. Het geheim van de Van Allengordels Hoewel ze al 55 jaar geleden ontdekt werden, bewaren de Van Allengordels nog steeds het geheim van de oorsprong van die snelle protonen en elektronen. Dat deeltjes gevangen worden in het magnetisch veld van de aarde wordt goed begrepen, maar hun energie is bijna onmogelijk groot: ze bewegen soms met wel 99 procent van de lichtsnelheid, de keiharde maximumsnelheid in deze wereld. Waarnemingen door de Van Allen Probes, twee satellieten die momenteel de stralingsgordels doorkruisen, hebben een tipje van de sluier opgelicht. Ze worden ingezet om op hetzelfde moment de straling op twee plaatsen in een gordel te meten. Op 9 oktober zagen ze een aanzienlijke toename van het aantal elektronen met hoge energie in de buitenste gordel. En dat gebeurde niet overal in de gordel, maar op een heel specifieke hoogte. Daarmee was de theorie weerlegd dat de elektronen overal in de gordel op dezelfde manier worden versneld, door een algemeen verspreid magnetisch effect. Kennelijk ontstaat er op sommige momenten een 'versneller' op die specifieke hoogte, een proces dat radiogolven voortbrengt van precies de goede frequentie om de elektronen op te jagen. Die radiogolven worden weer voortgebracht door de beweging van andere geladen deeltjes in het magnetisch veld van de aarde. Maar hoe dat proces precies verloopt, moet nog worden uitgezocht.

zaterdag 22 maart 2014

Gekkenhuis; 1M Genoeg? Nee, 546M per jaar is NIET Genoeg...

Het onderstaande artikel behoeft geen commentaar, het spreekt voldoende duidelijk over de zieke wereld van vandaag de dag! Een jaarsalaris van 546 miljoen dollar
caroline de gruyter | NRC.nl 15 maart 2014 Op YouTube staat een filmpje waarop twee teams, één in witte shirts en één in zwarte, rondspringen en ballen overgooien. De kijker moet tellen hoe vaak het witte team de bal overgooit. Het gaat snel, je moet je concentreren. Na 30 seconden stopt het filmpje en komt de vraag in beeld: ‘Did you see the moonwalking bear?’ Dan begint het filmpje opnieuw. En verdomd: een enorme zwarte beer wandelt van rechts naar links door je scherm. Helemaal gemist, daarnet. Conclusie: ‘Easy to miss something you’re not looking for.’ Dit filmpje is gebruikt door de fietserbond in Londen, om automobilisten te waarschuwen voor fietsers. Het verklaart ook waarom weinig financiële toezichthouders de kredietcrisis zagen aankomen: niet omdat ze dom waren of hun werk niet deden, maar omdat ze op andere dingen letten. De vraag is: hebben ze ervan geleerd? Kunnen ze de volgende crisis voorkomen? Waarschijnlijk niet. Zo zijn wij banken nu zó aan het reguleren, dat we nauwelijks beseffen dat veel bankwerk allang door anderen is overgenomen. Door participatiemaatschappijen bijvoorbeeld, private equity. Deze sector is nauwelijks gereguleerd. Europarlementariërs ontploften deze week, omdat banken hoge bonussen blijven uitkeren. Begrijpelijk. Maar hier is de moonwalking bear: bij private equity verdienen topmensen veel meer. Die maatschappijen maken steeds meer winst, banken steeds minder. Bij Amerikaanse banken is de ‘rentabiliteit eigen vermogen’ (wat je verdient met eigen vermogen) afgelopen jaren gezakt naar gemiddeld 8,2 procent, bij Europese tot 4,5 procent. Bij participatiemaatschappij KKR steeg ze in 2013 naar 27,4 procent. Topman Leon Black van Apollo verdiende vorig jaar 546 miljoen dollar. Vroeger kochten die maatschappijen bedrijven, die ze na sanering met winst verkochten. Tegenwoordig verstrekken ze ook krediet, zoals hypotheken, en investeren ze in infrastructuur en onroerend goed. Waarom? Omdat banken het niet meer doen. Omdat de rentes laag zijn. En omdat banken onder scherp toezicht staan en hoge buffers moeten aanhouden. Participatiemaatschappijen zijn in het gat gesprongen. Driemaal raden waar de risico’s nu zitten. Private equity gebruikt geen spaargeld van burgers, zoals banken deden, maar wel geld van pensioenfondsen en beleggingsfondsen van overheden. Dat is gevaarlijk. Hoe meer de banksector opdroogt (de topman van de Spaanse bank BBVA voorspelt dat er „weinig banken overblijven”), hoe meer geld er bij participatiemaatschappijen zit. Die moeten omzet draaien en zoeken wereldwijd ‘projecten’. Ze kopen half Ierland op. Vorig jaar stortten ze zich massaal op Vietnam. „We weten van gekkigheid niet wat we met ons geld moeten,” zei een van hen. Dit lemmingengedrag zag je tien jaar geleden bij banken. Het Amerikaanse ministerie van Financiën en de nieuwe chef van de Bank for International Settlements in Basel, de ‘bankier van de centrale banken’, hebben al gewaarschuwd. De participatiemaatschappijen trekken hun geld soms abrupt uit projecten terug. Dat leidt tot faillissementen en economische kaalslag. Vraag het Mexicaanse bouwbedrijven of banken in Kazachstan. Mondiale regelgeving is een illusie; besluiten van de G20 worden zelden uitgevoerd. Als Europa private equity wil intomen, moet het zelf actie ondernemen. De sector heeft nu registratieplicht. De Europese Commissie wil beter toezicht, maar in een verkiezingsjaar ligt wetgeving nagenoeg stil. Dit kan spectaculair misgaan. Frustrerend: zíe je die beer een keer, kun je hem nog niet tegenhouden. Wat overheden wel kunnen doen, is het beest in de gaten houden en kwetsbare stukken publiek domein en spaargeld afschermen. Dat zou al heel wat zijn, vergeleken met vorige keer.

zondag 25 april 2010

Uit Trouw (3-4-2010): Waar is de solidariteit?

Toch niet de eerste, meest linkse, krant waar het gaat om sociaal beleid, zeg maar 'tegen CDA en VVD'; ik heb het over dagblad Trouw. Maar op 3-4-2010 stonden er onderstaande vier verhalen in die allemaal vallen onder de vlag 'Waar is de solidariteit?'. Goede vraag, vandaag de dag! Want de solidariteit is ver te zoeken, steeds verder dus; bijna buiten Nederland heb je nog een kansje zou ik zeggen...

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen sociale, solidaire mensen meer zijn in ons land; die zijn er volgens mij nog steeds genoeg, alleen hoor je weinig van en over hen. In deze verhalen klinkt 'de solidaire toon' nog wèl door!
De vier verhalen gaan o.a. over solidariteit met: wao'ers, kwetsbare leerlingen in het onderwijs, en over zorg. Verder een stuk over de zin/onzin was draconische bezuinigingen.


3-4-2010
Waar is de solidariteit?

Wie betaalt de prijs voor de miljardenbezuinigingen? En blijft de solidariteit in de samenleving overeind? Drie deskundigen over de voorstellen die de Haagse ambtenaren donderdag deden. De zwakkere leerlingen krijgen klappen, stelt de onderwijskundige. De gezondheidseconoom is tevreden. „Meebetalen aan je huisarts schaadt de solidariteit volstrekt niet.”


Jeroen den Blijker
Gezondheidszorg is nu eenmaal niet gratis

Fijn dat we in Nederland zo’n goed ambtenarenapparaat hebben, zegt gezondheidseconoom Marcel Canoy. „De werkgroep heeft goed doordachte adviezen uitgebracht over de zorg.” Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie aan de universiteit van Tilburg en werkzaam bij adviesbureau Ecorys, kan zich daarom niet vinden in de kritiek op het plan om bijvoorbeeld het eigen risico in de zorgverzekering voor volwassenen van 165 naar 775 euro op te krikken. Of voor ieder bezoek aan de huisarts een eigen bijdrage in rekening te brengen van 5 euro Canoy: „Zo wordt de consument geprikkeld om erbij stil te staan dat zorg niet gratis is. Dat is nu wel het idee omdat de verzekeraar toch wel betaalt.”   
Dat deze maatregelen vooral een drempel zijn, gelooft hij niet. „Het eigen risico is in Nederland heel laag; in de Oeso-landen ligt het gemiddeld op vijfhonderd euro. In andere Europese landen kreperen de mensen toch ook niet op straat?” De helft van de mensen die naar de huisarts gaat mankteer bovendien niets, citeert Canoy een onderzoek van zijn Rotterdamse collega Johan Mackenbach. „En vijf euro is echt geen probleem, ook niet voor de lage inkomens”, meent Canoy. „In België is het heel normaal dat je direct afrekent bij de huisarts. Waarom zou dat hier niet kunnen?” 
Ook de hervormingsvoorstellen voor de AWBZ juicht Canoy toe. „De AWBZ is al lang niet meer waarvoor zij ooit bedoeld was, namelijk langdurige, onverzekerde zorg die niet gericht is op genezing.”
De AWBZ kent eigenlijk dezelfde handicap als ooit de WAO, meent de econoom. „Te breed gedefinieerd en te zwak getoetst. Dan lopen de kosten almaar op.” Zo kwamen onder de AWBZ onbedoeld allerlei kostbare voorzieningen, bijvoorbeeld op terrein van welzijn en huisvesting. Minder recht en meer eigen bijdragen, voor bijvoorbeeld wonen in een verzorgingshuis, is dan onvermijdelijk. De commissie wil verder de AWBZ-zorg van de sterk groeiende groep mensen met een laag IQ beperken. Het vereiste IQ zou naar beneden moeten, van 85 naar het internationaal aanvaarde 70. Een deel van deze mensen zou dan moeten aankloppen bij jeugdzorg, sociale werkvoorziening of speciaal onderwijs. Canoy: „Dat lijkt op het verschuiven van posten, maar is het niet. Deze instellingen zijn in de regel beter toegerust om hier kostenefficiënt mee om te gaan.” Hij betwijfelt wel of het politiek haalbaar is verzekeraars en gemeenten meer AWBZ-taken voor hun rekening te laten nemen, zoals gesuggereerd.
Dat de ambtenaren de solidariteit om zeep helpen, vindt Canoy onzin. „Een hoger eigen risico en eigen bijdragen staan helemaal niet op gespannen voet met solidariteit. Ik zeg altijd maar zo – in overdrachtelijke zin: „Ik ben liever solidair met mijn rechterbuurvrouw die chronisch ziek is dan met mijn linkerbuurman die geld verspilt omdat hij twee keer in de week onnodig naar de arts gaat.” En voor kwetsbare groepen zoals chronisch zieken is altijd wel een regeling te treffen, meent Canoy. „Al moet je dan accepteren dat de besparing lager is. Uiteindelijk is de keuze aan de politiek.”


Hanne Obbink
Kwetsbaarste leerlingen betalen de prijs

„Het kan”, zegt Wim Meijnen, emeritus hoogleraar onderwijskunde, over veel bezuinigingsvoorstellen van de ambtelijke werkgroep. Een jaar korter in het middelbaar beroepsonderwijs, minder vakken op havo en vwo, minder uren les? „Het kan, zeker. Maar van veel maatregelen zijn de consequenties volstrekt niet te overzien.”
Wie betaalt de prijs? Bij een aantal maatregelen zijn dat vooral de kwetsbaarste groepen, vreest Meijnen. „De werkgroep vindt dat veel mbo-opleidingen wel een jaar korter kunnen. Maar met name op de lagere niveaus heb je te maken met jongeren die niet minder, maar juist méér onderwijstijd nodig hebben. Op die niveaus wordt nu veel aandacht besteed aan socialisatie, aan het leren zich staande te houden in de samenleving. Dat kost tijd. Van de werkgroep mag dat wel wat minder. Maar deze jongeren hebben die aandacht voor socialisatie wel nodig.”
Tegelijkertijd wil de werkgroep minder geld steken in het voorkomen van voortijdige schooluitval. „Daarvoor worden de scholen zelf verantwoordelijk, zegt ze. Maar hoe? Nu al is de vraag vaak: hoe houden we deze jongeren op school, hoe voorkom je dat ze op straat gaan rondhangen? Ik voorzie dat de problemen met dit soort jongeren enorm zullen toenemen,”
Iets soortgelijks geldt ook voor het voortgezet onderwijs. Daar hoeft van de werkgroep straks niet langer 1.000 uur les per jaar gegeven te worden, zoals nu, maar slechts 850. „Op havo en vwo kan dat misschien, daar kan je de leerlingen meer thuis laten werken. Maar in het vmbo kun je niet meer zelfwerkzaamheid van leerlingen vragen. Veel vmbo’ers leren alleen onder toezicht; huiswerk wordt gewoon niet gemaakt.”
Een andere maatregel waarvan heel duidelijk is wie daarvan te lijden heeft, is het sluiten van kleine basisscholen. „Er wordt gesproken van 1.200 kleine scholen, een zesde van het totaal. Dat betekent een geweldige kaalslag in dorpen op het platteland; buiten de Randstad zullen ouders hun kind van heinde en verre naar school moeten brengen.”
Er is eigenlijk maar één bezuinigingsmaatregel waarvoor Meijnen niet op voorhand beducht is: het terugdraaien van de klassenverkleining. Vanaf halverwege de jaren negentig heeft de overheid honderden miljoenen per jaar gestoken in het kleiner maken van de klassen op de basisschool. „Maar daarvan is nooit bewezen dat het onderwijs er beter van wordt.”
Toch heeft ook deze bezuiniging haar prijs. „Als er iets is waarop leerkrachten prijs stellen, zijn het kleinere klassen. Draai je die klassenverkleining terug, dan kun je dus veel verzet verwachten. De prestaties van leerlingen zullen er waarschijnlijk niet onder lijden, maar het heeft wel invloed op de arbeidsomstandigheden. Het aanzien van het beroep zal enorm dalen.”


Wybo Algra
Echt onzinnig: 29 miljard euro per jaar bezuinigen


Harrie Verbon zegt het gedecideerd: „Nee.” Nee, de Tilburgse econoom zag geen spat nieuws in al die mogelijkheden die al die ambtenaren aandroegen om financieel schoon schip te maken. „Hoger collegegeld in het hoger onderwijs, het minimumloon omlaag, daar hoef je toch geen half jaar over na te denken?”
Of neem die voorstellen om provincies en waterschappen te schrappen. „We hebben al heel vaak pogingen gedaan om het openbaar bestuur beter te organiseren. Het punt is dat we gewoon niet zo goed weten wat het beste is. Centraal, decentraal of iets er tussenin. Daar kijken we voortdurend anders tegenaan.”
Nee, vat hij nog maar eens samen, niets nieuws. Zo erg is dat trouwens niet. Want wat Verbon betreft, hoeven we het niet moeilijker te maken dan het is. Zo ziet hij persoonlijk helemaal niet de noodzaak om uiteindelijk 29 miljard euro per jaar te bezuinigen. ’Echt onzinnig’, noemt hij dat zelfs. „Het Centraal Planbureau gaat er dan bijvoorbeeld van uit dat de AOW mee stijgt met de inkomens. Maar dat is de afgelopen dertig jaar helemaal niet gebeurd.”
Niet dat er helemaal niets moet gebeuren. Zo lopen, als we niet oppassen, de zorgkosten gierend uit de hand. „Vroeger kregen de zorginstellingen een vast budget. We hadden toen wachtlijsten, maar financieel wisten we waar we aan toe waren. Nu hebben we marktwerking, maar dat hebben we niet consequent doorgevoerd. Zo krijgen zorgverzekeraars nog steeds geld van de overheid als ze meer uitgeven dan verwacht. Daar moeten we echt iets aan doen. De ambtenaren zoeken de oplossing voor de stijgende zorgkosten in een hoge eigen bijdrage, maar dat vind ik niet sterk. Volgens mij zijn doktoren ook vrij bepalend. Als alle specialisten in loondienst komen, is ook een deel van de kostenexplosie onder controle.”
Voor de zorg moet dus echt een oplossing komen, stelt Verbon. Zou het CPB daarnaast uitgaan van een geringere stijging van de AOW-uitkering, dan is wat hem betreft het probleem al voor een belangrijk deel opgelost: met per jaar een miljard of 15 bezuinigen zijn we er voorlopig dan wel. En die 15 miljard, daar is makkelijk aan te komen. Het hoeft bovendien niet op stel en sprong, als het maar structureel is.
Hij somt op: de hypotheekrenteaftrek. De ambtenaren dragen allerlei varianten aan, maar Verbon is niet voor halve maatregelen. We moeten er op termijn gewoon helemaal vanaf. Dat levert al 11 miljard per jaar op: nog 4 miljard te gaan. Vervolgens de vennootschapsbelasting: die kan makkelijk omhoog. Daarvoor boekt Verbon 2,5 miljard in. „We hebben de belasting op winst in Nederland sterk verlaagd om te kunnen concurreren met het buitenland”, verklaart hij. „Maar dat is doorgeschoten. We zijn een belastinghaven geworden, en dat moeten we niet willen.”
Dan het toptarief voor de inkomstenbelasting. Dat mag van Verbon ook omhoog: nog eens een half tot een heel miljard in de knip. En tenslotte verdere fiscalisering van de AOW, waardoor ouderen meer gaan meebetalen: nog eens ruim een miljard in de knip. „Dan zitten we al over die 15 miljard heen.”


Laura van Baars
Is een WAO'er wel een reddingsboei waard - per saldo reïntegratie

Alle hens aan dek, maar de werkloze arbeidsongeschikte mag onder in het scheepsruim blijven zitten. We komen niet meer bij hem kijken als het schip vergaat. Want die lanterfantende WAO’er, die hadden we stiekem toch al afgeschreven. Ook als we straks weer aanspoelen, hebben we er eigenlijk niets meer aan. Hem een reddingsboei toewerpen, is verspilde moeite. En vooral verspild geld.
Het is een beetje een kille redenering, om werkloze WAO’ers niet langer te helpen bij het vinden van een baan omdat het te weinig oplevert. Het rijk wil 127 miljoen euro bezuinigen op deze dienst van het UWV. Alleen WAO’ers die zelf komen aanzetten met een vacature waarop zij kans denken te maken, kunnen nog op hulp rekenen.
Nu moeten ze het op eigen kracht doen. Hoe erg is dat? Een aantal WAO’ers zal blij zijn niet langer in de nek gehijgd te worden door jobcoaches. Niet voor niets is vaak geklaagd over de onzorgvuldige manier waarop zij door UWV-artsen herkeurd werden. Ineens moesten zij op zoek naar een baan, terwijl zij zich daar niet altijd toe in staat voelden. Al te veel consideratie toonde het UWV niet: arbeidsongeschikten kregen vaker het stempel van profiteurs en zelfs fraudeurs. ’Werk, werk, werk’ en ’Alle hens aan dek’ (u kent ze wel, die politieke slogans) golden altijd ook voor hen. Met de toekomstige krapte op de arbeidsmarkt kon niemand daar gemist worden.
En het ging tot aan de crisis ook best goed met die bemiddeling van herkeurde WAO’ers. Van de mensen die dit in 2005 ondergingen, had 60 procent na drieënhalf jaar nog een baan. Van de groep uit 2006 was tweeënhalf jaar na de herkeuring nog 65 procent aan de slag. WAO’ers zijn dankzij hun eerder opgedane werkervaring soms beter inzetbaar dan mensen met een bijstandsuitkering. Toch krijgen de bijstandsklanten nu nog steeds hulp, en laten we de werkloze WAO’er in de kou staan. Wat de WAO’er overkomt, is iets dat wij in Nederland, waar al sinds Paars I in 1994 de ’meedoen’-gedachte rondwaart, asociaal zouden noemen. Reïntegratie-activiteiten geven ritme, en het gevoel dat er nog iemand op je zit te wachten. Zij geven structuur aan een mensenleven, en aan dat van zijn naasten. Wie zich verveelt en vereenzaamt, zal eerder verslaafd raken of schulden maken. Hij doet doorgaans een groter beroep op de gezondheidszorg. Ofwel, de sociale kosten op andere terreinen dan de reïntegratie nemen toe.
Behalve dat het afschrijven van mensen uiteindelijk nooit een succesvolle bezuiniging kan opleveren, stelt het ons ook voor praktische problemen in de toekomst. Want de babyboomers blijven natuurlijk wel gewoon met pensioen gaan. De krapte op de arbeidsmarkt zwelt verder aan, al lijkt die momenteel nog niet zo nijpend. Maar als we in onze reddingsboeien aanspoelen bij betere tijden, is het schip met werkloze WAO’ers wel vergaan.

vrijdag 19 maart 2010

Gaat het er toch van komen...?

Ik ben ooit met deze serie begonnen omdat ik het huidige politieke spel 'in de poep zag draaien', en dacht "er moet iets nieuws komen, EN het moet over Links". De PvdA was toen nog de grootste (misschien) en had dus de sleutel in handen, maar Wouter Bos wilde expliciet zijn opties (zoals 'met het CDA') open houden; misschien was hij toen ook nog wel veel 'Rechtser' alsnu, en is hij dus inderdaad weer een beetje naar Links gezwabberd. Maar in ieder geval heeft hij, al dan niet samen met Cohen, voor een veel linksere koers gekozen en schreeuwt Job Cohen dat inmiddels ook van de daken. Er is dus weer een sprankje hoop, in ieder geval voor mij - en met mij voor velen -, dat het (natuurlijk na een aantal zeer tumultueuze maanden die ongetwijfeld in ons vooruitschiet liggen! Op naar de (door mij al jaren gepropageerde) eerste, 'echte' Nederlandse Linkse coalitie allertijden. Het zal 'Rechts' een gruwel zijn, er zal ongetwijfeld worden geroepen dat het land dan zeker financieel in de afgrond loopt, maar (al even ongetwijfeld) zal, net zoals onder de (in Amerika) al even 'Linkse' Bill Clinton zullen dan hier, onder MP Job Cohen - en in een coalitie met tenminste PvdA, SP, Groen Links, CU en (hopelijk) D66, en (misschien) PvdD, alle financiële problemen (die natuurlijk niet gering zijn en dus ook niet in heel korte tijd) als sneeuw voor de zon verdwijnen. Maar het gaat dan wel om heel veel sneeuw, opgebouwd in een barre winter, van 'Zeven Lange Jaren Balkenende' en daarvoor nog van 'meerdere jaren meer Zalm-filosofie'.