Posts tonen met het label Economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Economie. Alle posts tonen

zaterdag 22 maart 2014

Gekkenhuis; 1M Genoeg? Nee, 546M per jaar is NIET Genoeg...

Het onderstaande artikel behoeft geen commentaar, het spreekt voldoende duidelijk over de zieke wereld van vandaag de dag! Een jaarsalaris van 546 miljoen dollar
caroline de gruyter | NRC.nl 15 maart 2014 Op YouTube staat een filmpje waarop twee teams, één in witte shirts en één in zwarte, rondspringen en ballen overgooien. De kijker moet tellen hoe vaak het witte team de bal overgooit. Het gaat snel, je moet je concentreren. Na 30 seconden stopt het filmpje en komt de vraag in beeld: ‘Did you see the moonwalking bear?’ Dan begint het filmpje opnieuw. En verdomd: een enorme zwarte beer wandelt van rechts naar links door je scherm. Helemaal gemist, daarnet. Conclusie: ‘Easy to miss something you’re not looking for.’ Dit filmpje is gebruikt door de fietserbond in Londen, om automobilisten te waarschuwen voor fietsers. Het verklaart ook waarom weinig financiële toezichthouders de kredietcrisis zagen aankomen: niet omdat ze dom waren of hun werk niet deden, maar omdat ze op andere dingen letten. De vraag is: hebben ze ervan geleerd? Kunnen ze de volgende crisis voorkomen? Waarschijnlijk niet. Zo zijn wij banken nu zó aan het reguleren, dat we nauwelijks beseffen dat veel bankwerk allang door anderen is overgenomen. Door participatiemaatschappijen bijvoorbeeld, private equity. Deze sector is nauwelijks gereguleerd. Europarlementariërs ontploften deze week, omdat banken hoge bonussen blijven uitkeren. Begrijpelijk. Maar hier is de moonwalking bear: bij private equity verdienen topmensen veel meer. Die maatschappijen maken steeds meer winst, banken steeds minder. Bij Amerikaanse banken is de ‘rentabiliteit eigen vermogen’ (wat je verdient met eigen vermogen) afgelopen jaren gezakt naar gemiddeld 8,2 procent, bij Europese tot 4,5 procent. Bij participatiemaatschappij KKR steeg ze in 2013 naar 27,4 procent. Topman Leon Black van Apollo verdiende vorig jaar 546 miljoen dollar. Vroeger kochten die maatschappijen bedrijven, die ze na sanering met winst verkochten. Tegenwoordig verstrekken ze ook krediet, zoals hypotheken, en investeren ze in infrastructuur en onroerend goed. Waarom? Omdat banken het niet meer doen. Omdat de rentes laag zijn. En omdat banken onder scherp toezicht staan en hoge buffers moeten aanhouden. Participatiemaatschappijen zijn in het gat gesprongen. Driemaal raden waar de risico’s nu zitten. Private equity gebruikt geen spaargeld van burgers, zoals banken deden, maar wel geld van pensioenfondsen en beleggingsfondsen van overheden. Dat is gevaarlijk. Hoe meer de banksector opdroogt (de topman van de Spaanse bank BBVA voorspelt dat er „weinig banken overblijven”), hoe meer geld er bij participatiemaatschappijen zit. Die moeten omzet draaien en zoeken wereldwijd ‘projecten’. Ze kopen half Ierland op. Vorig jaar stortten ze zich massaal op Vietnam. „We weten van gekkigheid niet wat we met ons geld moeten,” zei een van hen. Dit lemmingengedrag zag je tien jaar geleden bij banken. Het Amerikaanse ministerie van Financiën en de nieuwe chef van de Bank for International Settlements in Basel, de ‘bankier van de centrale banken’, hebben al gewaarschuwd. De participatiemaatschappijen trekken hun geld soms abrupt uit projecten terug. Dat leidt tot faillissementen en economische kaalslag. Vraag het Mexicaanse bouwbedrijven of banken in Kazachstan. Mondiale regelgeving is een illusie; besluiten van de G20 worden zelden uitgevoerd. Als Europa private equity wil intomen, moet het zelf actie ondernemen. De sector heeft nu registratieplicht. De Europese Commissie wil beter toezicht, maar in een verkiezingsjaar ligt wetgeving nagenoeg stil. Dit kan spectaculair misgaan. Frustrerend: zíe je die beer een keer, kun je hem nog niet tegenhouden. Wat overheden wel kunnen doen, is het beest in de gaten houden en kwetsbare stukken publiek domein en spaargeld afschermen. Dat zou al heel wat zijn, vergeleken met vorige keer.

zondag 24 november 2013

Zo zou het moeten, maar als 'de mensen het niet willen'...dan houdt het (voorlopig) op...

NRC 24 november 2013, 14:04 Zwitsers stemmen tegen korting topinkomens Zwitserland Een huis in Zwitserland met een vlag van de voorstanders van een beperking van de topinkomens. De bevolking lijkt het plan om topbestuurders maximaal twaalf keer het minimumloon te laten verdienen echter af te wijzen in een referendum vandaag.
Foto AP / Arno Balzarini door Niels Posthumus Buitenland Kiezers in Zwitserland lijken vandaag het plan om een limiet te stellen aan topsalarissen via een referendum te hebben verworpen. Voorgesteld was om topmensen binnen het bedrijfsleven maximaal twaalf keer het minimumloon te laten verdienen. Een meerderheid van de deelnemers aan het referendum stemde echter tegen, meldt persbureau AP. De Jonge Socialisten hadden de volksraadpleging aangevraagd. In Zwitserland kan een referendum worden gehouden als een initiatiefnemer 100.000 handtekeningen verzamelt. De Jonge Socialisten vinden dat bankdirecteuren en topbestuurders van grote bedrijven buitensporig veel verdienen. Met de uitkomst van het referendum geven de Zwitsers gehoor aan het dringende advies van de regering om het voorstel van de Jonge Socialisten te verwerpen. De regering stelt dat de staat niet moet bepalen hoeveel geld iemand verdient. Bovendien waarschuwde zij dat de belastinginkomsten zouden kelderen als de topsalarissen fors zouden worden teruggebracht. 1812 keer het minimumloon Sommige topmensen in Zwitserland verdienen maar liefst ruim 200 keer het Zwitserse minimumloon. Dat minimumloon bedraagt 2200 tot 3200 euro per maand, afhankelijk van de regio waar een bedrijf is gevestigd. En dan zijn er natuurlijk ook nog echte uitschieters. De directeur van de bank Crédit Suisse heeft bijvoorbeeld een inkomen dat 1812 keer hoger is dan het minimumloon. Dit komt neer op een jaarinkomen van 72 miljoen euro. Dergelijke megasalarissen wekten de laatste tijd steeds meer ergernis in Zwitserland, zeker in combinatie met ontslagrondes binnen veel bedrijven als gevolg van de economische crisis. Maar volgens de peilingen zijn de tegenstanders van de beperking van topsalarissen bij het referendum van vandaag nadrukkelijk in de meerderheid. Zo’n 65 zou tegen de verlaging van de topsalarissen zijn, slechts 35 procent voor. De leider van de Jonge Socialisten heeft zijn nederlaag dan ook al erkend. Lees meer over: Crédit Suisse referendum topsalarissen Zwitserland

dinsdag 5 februari 2013

Basis-inkomen

'Belachelijk!' dat is, nu nog meer dan een aantal jaren geleden, de eerste reactie die mensen geven wanneer je 'een Basisinkomen voor iedereen' bepleit. Toch ben ik er al vele jaren een groot voorstander van, sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat het zeer veel economische, sociale, en politieke problemen waarmee wij nu (en vaak al heel lang) mee kampen, op zou kunnen lossen.

Bovendien: het systeem bestaat en werkt, volgens mijn laatste informatie, ook nog eens heel goed; in Nieuw-Zeeland kennen ze namelijk zo'n systeem. Daarover een andere keer wellicht meer.

Nu eerst een interview met iemand die er ook voor is (uit NRC, 2012):

Het ‘goede leven’ in plaats van groei



Edward Skidelsky, door Alex MacNaughton gefotografeerd in de tuin van Saxon Lodge, het huis van zijn vader. De fotograaf: „Nu je het zegt, deze foto lijkt heel erg op de coverfoto van het Supertramp-album Crisis? What crisis uit 1975.”
Door onze redacteur Cees Banning | pagina 2 - 3
Het lijkt op een pleidooi uit andere tijden: we moeten minder gaan werken, minder consumeren en iedereen heeft recht op een basisinkomen. Omdat het ‘goede leven’ belangrijk is. De Britse economisch filosoof Edward Skidelsky weet dat veel mensen zullen denken dat hij op een andere planeet leeft. Maar met zijn boodschap wil hij het perspectief voor de lange termijn schetsen. „Deze recessie is een wake up call”, zegt Skidelsky.
De financiële crisis van 2008 illustreert volgens hem een institutioneel, een moreel en intellectueel falen. „Banken waren casino’s en het overheidsbeleid was eendimensionaal gericht op de heilige drie-eenheid: groei, groei, groei. En wat heeft het ons gebracht?” Skidelsky neemt de tijd om zelf het antwoord te geven. „De armen werden armen, de rijken werden rijker. En we bevinden ons in een crisis waarvan het einde nog niet in zicht is.”
De les van de huidige recessie? Never waste a good crisis, citeert Skidelsky de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Milton Friedman. „Economie moet weer een morele wetenschap worden”, zegt Skidelsky. „Politici moeten het ‘goede leven’ als basis voor het beleid, niet economische groei.”
Edward Skidelsky schreef samen met zijn vader Robert Skidelsky How Much is Enough. The Love of Money, and the Case for the Good Life. De eerste druk verscheen dit jaar en het boek is in 16 talen vertaald, waaronder het Chinees, Portugees, Japans, Duits, Servisch, Turks – begin volgend jaar verschijnt een Nederlandse vertaling.
Het boek leidt tot heftige reacties. Rechtse opiniemakers vinden het pleidooi voor het goede leven „utopisch gezwam”, hun linkse opponenten spreken van een „lonkend perspectief”. De aartsbisschop van Canterbury Rowan Williams gebruikt het boek tijdens zijn diensten om te waarschuwen voor de excessen van het hedendaagse kapitalisme – „de giftige hebzucht” en „de roofbouw op grondstoffen”.
Edward Skidelsky logeert in het huis van zijn ouders – Saxon Lodge, een gerestaureerd huis uit de 18de eeuw in Seaford, aan de zuidkust van Engeland. Vanuit de tuin is de zee te zien en te ruiken, meeuwen cirkelen om het woonhuis van zijn ouders. Skidelsky doceert aan de University of Exeter, zo’n 250 kilometer ten westen van Seaford. „Het is traditie om hier Kerst te vieren”, vertelt Skidelsky.
How Much is Enough is geïnspireerd op een essay van John Maynard Keynes – niet verwonderlijk gezien de preoccupatie van Robert Skidelsky voor de Engelse econoom. De emeritus-hoogleraar schreef in drie kloeke delen een uitputtende biografie van Keynes (1883-1946). Vader en zoon zijn fan van Keynes, maar sceptisch over de Keynesiaanse politiek. „Die bestaat eigenlijk niet”, vindt Edward. „Iedereen moddert maar wat aan met verwijzing naar Keynes.” Uit het blote hoofd citeert hij een van de beroemdste passages uit Keynes’ General Theory: „‘Mensen uit de praktijk die denken dat ze onafhankelijk van welke intellectuele invloed dan ook zijn, zijn normaal gesproken slechts slaven van een of andere dode econoom.’ En soms is dat Keynes.”
Economie is volgens Skidelsky een technische wetenschap geworden – als een beleidsopvatting niet in een model past, klopt het niet. „Economie zou ethische doelen moeten nastreven, en dat is de reden waarom Keynes ons zo aanspreekt.”
In 1930 schreef ‘de grote meester’ een essay, Economic Possibilities for our Grandchildren. Keynes voorspelde dat in honderd jaar het inkomen per hoofd van de bevolking gestaag zou groeien. In 2030 zou niemand meer dan drie uur per dag hoeven te werken om te voorzien in zijn levensbehoeften. Machines nemen het werk over. Het ‘economisch probleem’ is opgelost en de mens kan zich overgeven aan het ‘goede leven’. Leisure is niet niets doen, maar het gaat om zelfontplooiing, zorg voor naasten, en andere zaken die de kwaliteit van het leven bevorderen.
Wat betreft de voorspelling van de inkomensgroei was Keynes „redelijk adequaat”, zegt Skidelsky, maar wat betreft de werkweek zit hij er volledig naast. „Keynes hield rekening met een werkweek van 20 uur in 2010, terwijl die in Westerse landen gemiddeld rond de 40 uur lag.”
Waar ging het mis?
„Keynes dacht in kwantiteiten. Je kunt maar een beperkte hoeveelheid voedsel eten, je kunt maar een paar schoenen dragen, je kunt maar in één huis wonen. Mensen kunnen verzadigd raken. Keynes had geen oog voor de continue verbetering van producten, die een stimulans is voor een steeds stijgende consumptie. Je ziet het aan een product als de iPad. Steeds wordt het apparaat verbeterd, en dat creëert steeds een nieuwe vraag. Je moet dus werken, een inkomen genereren, om steeds aan de vraag te kunnen voldoen.
„Keynes onderschatte ook de rat race – hebben we veel, willen we nog meer. Behoeften zijn relatief, niet absoluut. Het gras is bij de buurman altijd groener. Hoe rijker we worden, des te meer we onze relatieve armoede ervaren.
„En Keynes had geen oog voor het effect van reclame. Reclame creëert behoefte. Door reclame is het ‘goede leven’ gelijk aan consumeren. Je moet hard werken om te consumeren. Hard werken is stoer. De kunst om jezelf te vermaken in je vrije tijd is – ik chargeer – verdwenen.”
Uw boek zou beter zijn ontvangen als de westerse wereld zich niet in een recessie bevond.
„Dat is waar, maar wij willen een langetermijnperspectief schetsen. De crisis illustreert het failliet van het systeem. De afgelopen twintig jaar is de inkomensongelijkheid in de westerse wereld sterk gegroeid – en obsceen. We leven in een overspannen maatschappij. We putten onze natuurlijke hulpbronnen uit. We moeten onze levensstijl aanpassen.”
In uw boek noemt u de uitputting van natuurlijke grondstoffen niet als argument voor een gematigde groei.
„Dat hebben we bewust gedaan. Technologische innovaties leidt tot een ander, efficiënter gebruik van grondstoffen. We kiezen voor een morele invalshoek als motivatie voor ons pleidooi, niet voor een ‘grenzen aan de groei’ benadering.”
Voor de korte termijn is economische groei gewenst om uit de misère te komen?
„We moeten uit de huidige economische crisis groeien. Maar groei is niet meer dan een medicijn – Prozac, om de patiënt weer even op de been te helpen. Daarna wordt het tijd om de wereld van het geld fundamenteel aan te passen aan de reële wereld. Winst moet weer een middel worden, niet een doel. Economische groei is niet het belangrijkste.”
Wat is de rol van de staat?
„De staat moet de condities creëren voor een goed leven. Als, met een verwijzing naar Keynes, individuen bij het najagen van het eigenbelang tegelijkertijd het algemeen belang zouden dienen, dan kan de politicus naar huis. Zo is het niet, en elk tijdperk moet zijn eigen agenda opstellen. Die zou nu moeten zijn: het goede leven.”
En dat betekent concreet?
„De staat moet inzetten op volledige werkgelegenheid. Niet een 40-urige werkweek, maar geleidelijk het aantal uren terugbrengen. En de staat moet de burgers voorzien van een basisinkomen, waardoor de keuze tussen werken en niet-werken makkelijker kan worden gemaakt.”
Dat klinkt als een ego uit het verleden. Thomas Moore pleitte in 1517 al voor zo’n inkomen. In de jaren zeventig zag ‘links’ in Nederland het als een middel voor de herverdeling van de arbeidstijd. ‘Rechts’ zag het als een middel om mensen te prikkelen de handen uit de mouwen steken.
„Wij grijpen terug naar oude ideeën, want door het beleid van Ronald Reagan in de Verenigde Staten en Margaret Thatcher in Groot-Brittannië en hun heilig geloof in de werking van het vrije marktmechanisme zijn we ver teruggeworpen in het denken.”
Een basisinkomen voor iedereen, hoe wilt u dat financieren?
„We hebben voor Groot-Brittannië een berekening gemaakt waarbij mensen een inkomen van 5.000 pond (6.200 euro, red.) krijgen. Dit kan gefinancierd worden door een belasting te heffen op financiële transacties, de Tobintaks.”
En hoe wilt u de consumptie beteugelen?
„De overheid zou de druk op consumeren kunnen verminderen door advertenties aan banden te leggen. En de burgers erop wijzen wat de gevolgen zijn van hun ongeremde consumptie voor bijvoorbeeld hun eigen gezondheid en het milieu.”
„En we pleiten voor een verschuiving van de belastingheffing van arbeid naar consumptie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een progressieve consumptiebelasting die kan oplopen tot 75 procent.”
How Much is Enough is geschreven voor de rijke geïndustrialiseerde wereld.
„Het gaat om de keuzes die een land maakt. Steeds meer werken, of genieten van het goede leven. Landen als China streven naar een levensstandaard die wij al hebben. Wij moeten niet de concurrentie met China aangaan, want op veel terreinen kunnen ze goedkoper produceren. Het Westen moet zijn eigen unieke eigenschappen verder ontwikkelen. Een groter deel van het wereldinkomen zal in de opkomende landen worden verdiend, maar dat betekent niet dat wij in het Westen geen andere keus kunnen maken hoe we met die welvaart omgaan en ons leven indelen.”
En wanneer zal de Partij voor het Goede Leven worden opgericht?
„Onze voorstellen zijn politiek erg aantrekkelijk. Vraag je aan mensen in wat voor samenleving ze zouden willen leven dan kiezen ze voor een samenleving waar mensen minder werken, harmonieus met elkaar omgaan en een eerlijke inkomensverdeling. Maar het is niet een keuze die mensen individueel kunnen maken. Het is een besluit op politiek niveau en een besluit dat door de komende generaties genomen zal worden.”
Het onderwijs gaat daarbij dus een belangrijke rol spelen?
„Zeker. Nu is het onderwijs te veel gericht op geld verdienen en carrière maken. Maar er is meer in het leven. Hoe ga je om met vrije tijd? Wat kun je betekenen voor de samenleving? Genoeg is genoeg. We moeten de tredmolen van de ongebreidelde consumptiedrift stoppen.”

Economisch filosoof

Edward Skidelsky (1973) doceert filosofie aan de University of Exeter. Hij studeerde filosofie en theologie aan de University of Oxford. Hij is de zoon van Robert Skidelsky (1939). Oud-hoogleraar aan de University of Warwick, eerst in Internationele Betrekkingen, later in Politieke Economie. Sinds 1991 is Robert Skidelsky lid van het Britse Hogerhuis.