Posts tonen met het label Zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zorg. Alle posts tonen

zondag 10 februari 2013

Kosten van de (toekomstige) zorg (NRC)

Rotterdam. Door onze redacteur Wim Köhler | pagina 16 - 17

[afbeelding]
De verontwaardiging over de plannen om dure medicijnen tegen de ziekten van Pompe en Fabry niet meer te vergoeden uit de basisverzekering leverde vorige week een opmerkelijke ingezonden brief op. Er is „een voordelige aanpak mogelijk”: gentherapie. „Alle kennis en instrumenten [...] zijn voorhanden”, stond in de brief van drie Rotterdamse hoogleraren.
Hoe werkt die gentherapie dan? Wanneer kunnen de eerste patiënten worden behandeld?
Gentherapie tegen de ziekte van Pompe wordt in Rotterdam ontwikkeld, binnen een groot Europees onderzoeksproject. Canadezen werken aan gentherapie tegen Fabry.
Rotterdamse muizen met de ziekte van Pompe die gentherapie kregen „hollen binnen een maand, vrijwillig, de afstand van Rotterdam naar Parijs. In een tredmolentje in hun kooi. Muizen met Pompe halen Brussel niet.” Dat zegt hoogleraar Gerard Wagemaker van het Erasmus MC, één van de ondertekenaars van de brief. Hij is aan de telefoon vanuit het Weizmann Instituut in Israël, waar hij aan het werk is tijdens een sabbatical.
Wagemaker ontwikkelde met Europese collega’s gentherapie in bloedstamcellen. Die bloedstamcellen winnen de onderzoekers uit de jonge bloedcellen die met een beenmergpunctie uit de patiënt (of, voorlopig nog: het proefdier) zijn gehaald. Gentherapie wordt dus buiten het lichaam gegeven (zie tekening). Bij gentherapie worden cellen van de patiënt samengebracht met een op vele punten kunstmatig aangepast virus. Dat dringt de cellen van de patiënt binnen en plaatst daar het ziektecorrigerende gen tussen alle andere genen van de patiënt. Het virus is zo veranderd dat het niet meer ziek maakt en zich niet meer kan vermenigvuldigen. De veranderde bloedstamcellen gaan met een infuus terug in de patiënt. Die stamcellen delen, met het nieuwe gen, en uit die cellen groeien alle benodigde bloedcellen: bloedplaatjes, rode bloedcellen en de witte bloedcellen van het afweersysteem in al hun variëteit.
Na gentherapie op bloedstamcellen komt het eiwit in het bloed terecht. Het lichaam moet een mechanisme hebben om het eiwit op de juiste plek in het lichaam af te leveren. De eiwitten (het zijn enzymen voor de stofwisseling) die bij patiënten met de ziekten van Pompe en van Fabry ontbreken of kreupel zijn, worden van nature via het bloed getransporteerd. Dat bespoedigt het ontwikkelen van succesvolle gentherapie. Het veertigtal zeldzame erfelijke ziekten met vergelijkbare enzymdefecten als Pompe en Fabry was daardoor al vroeg kandidaat voor gentherapie.
„En de meeste ervan kunnen met de door ons ontwikkelde techniek worden behandeld”, zegt Wagemaker. Hij somt op: „Gentherapie voor de ziekten van Pompe, Fabry, Hurler en Krabbe zijn zover dat over minimaal twee jaar de eerste behandeling bij patiënten mogelijk is. In Milaan en Parijs zijn al patiëntproeven voor de nauw verwante ziekten metachromatische leukodystrofie en adrenoleukodystrofie.”
Een eerste Europees experiment gebeurt, verwacht Wagemaker, bij ernstig zieke baby’s. Dat zijn de bad risk patiënten met slechte vooruitzichten. „Het is een zeldzame ziekte. Je moet het dus samen doen. Ik denk dat we met Britten en Fransen in twee jaar tijd tien patiëntjes kunnen behandelen.”
Als die proeven slagen, kan de behandeling voor meer patiënten beschikbaar komen. Het is afwachten hoe goed gentherapie nog werkt bij patiënten met een mildere vorm van de ziekte van Pompe, die al een aantal jaren ziek zijn en verslechteren.
Wagemaker: „De vraag is ook hoe je de behandeling het best en het snelst aan alle patiënten beschikbaar kan stellen: via een bedrijf of via academische centra. Voor die eerste patiëntentrial hebben we minimaal vijf miljoen euro nodig. Als je het academisch houdt heb je overheidsgeld nodig, maar de overheidssubsidie voor onderzoek loopt schrikbarend terug. Ik denk erover om een bedrijfje op de rails te zetten.”




dinsdag 29 januari 2013

De Kosten van de Zorg...

Ik vraag me weleens af: al die horror verhalen over stijgende zorgkosten, zijn die wel terecht? Zou het niet zo kunnen zijn dat, juist door de snelle technologische ontwikkelingen in de medische wetenschap, in de toekomst de kosten van de zorg gaan dalen (zelfs onder de demografische tendens van vergrijzing)? Zaken die nog niet zolang geleden zware operaties en (vele) dagen liggen in het ziekenhuis vergden, worden nu al uitgevoerd onder plaatselijke verdoving in de polikliniek, uren later loop je zelf weer het ziekenhuis uit, en herstellen doe je thuis. Ik heb persoonlijk tenminste die ervaring al aan den lijve ondervonden: i.p.v. de tien dagen ziekenhuis die ik voor de eerste operatie zoet was (met grote gevolgen en beperkt succes), was ik voor een min of meer vergelijkbare operatie 20 jaar later, slechts enkele uren onder dak bij het ziekenhuis (zonder zware gevolgen, met veel succes, en een periode van thuis herstellen zonder veel zware mantelzorg. Natuurlijk is die ervaring niet maatgevend, maar iedereen kent dit soort voorbeelden, Daarnaast zijn er ontwikkelingen in diagnostiek; bijvoorbeeld bloedonderzoek dat binnenkort op een chip gedaan kan worden met 1 druppeltje bloed, en snel (dus goedkoop) i.p.v. met vele buizen bloed en langdurig laboratoriumonderzoek (dus duur). Het is maar een gedachte, maar waarom zou het zich niet zo gaan ontwikkelen?

Dan is er nog dat andere pad van besparen op de zorgkosten: efficiency, doelmatigheid vergroten, en corruptie verminderen. Youp van 't Hek bespreekt de recente 'affaire' in NRC..:

Oorsmeergate

[afbeelding]

| pagina 32


Meer dan duizend euro rekende een Zeeuwse dokter voor het uitlepelen van een likje oorsmeer en de verzekering betaalde het probleemloos. Grappig? Heel grappig.
Die dokter skiet op dit moment van een Zwitserse alp en als hij zijn ogen heel even dichtdoet ziet hij een bruine piste. Een oorsmeerbruine piste waar hij joelend met zijn gezin vanaf roetsjt. Hij denkt ook nog even aan zijn collega de radioloog die jaarlijks duizenden volstrekt overbodige röntgenfotootjes schiet en met een half oog bekijkt. Hij belt vanaf het zonovergoten terras van een lunchtent met een bevriende fysiotherapeut die wekelijks tientallen luie, ongetrainde lijven staat te kneden en hij sms’t met de oh zo kundige psychotherapeut, die moe en murw naar het oeverloze echtscheidingsgekakel van eenzame aandachtsorgels moet luisteren. En dat doen deze medici allemaal om te kunnen hockeyen en golfen.
Gezondheidszorg. De apotheker weet ondertussen hoeveel pillen er wel verkocht en niet geslikt worden, zoals de ziekenhuisdirectie weet hoeveel mensen eigenlijk overbodig in hun bedden liggen. De gezondheidszorg. Duizenden consultants geven adviezen tegen een uurtarief waar Wesley Sneijder jaloers op is. Adviezen aan interim-managers die ook van hun santé niet afweten en die belangrijke seminars voor medisch specialisten organiseren op Bali. Seminars die grotendeels betaald worden door de farmaceuten en waar ik als cabaretier een paar mopjes mag komen tappen omdat de boog niet de hele dag gespannen kan zijn. Ik mag de dames en heren gerust op de hak nemen. Graag zelfs. Hou ons de lachspiegel maar voor. De conclusie van het congresje moet zijn dat fouten zoals die bij Jansen Steur zijn gemaakt in de toekomst voorkomen moeten worden. Die conclusie ligt voor aanvang van het congres al vast. Dat weten de consultants, de medisch specialisten, de interim-managers, de farmaceuten, de cabaretier en ook de paar hoge ambtenaren van het ministerie die meegereisd zijn. Iedereen is na afloop van het congresje blij dat alle neuzen weer dezelfde kant op staan. En iedereen was ook tevreden over de golfbaan met 18 holes op Bali. Die gaf een heerlijk stukje ontspanning. Op het congresje is het woord crisis een kleine twaalfhonderd keer gevallen. Een deskundige van de verzekering waarschuwt dat men er rekening mee moet houden dat een lepeltje oorsmeer in de toekomst nog maar driehonderd euro zal opbrengen. De dokters kennen de truc dat je er dan gewoon twee extra handelingen bij verzint. Uiteraard zwijgen ze hier over. Ze zijn niet gek! Een wattentip kost nog geen eurocent.
Naast het luxueuze Balinese hotel waarin de medisch specialisten congresseren is een sloppenwijk. Daarin staat een wattentipfabriek waar duizenden kinderen voor twee dollar per week plukjes watten op plastic stokjes draaien. Een van de artsen vertelt later thuis dat al die arme Balinese kinderen veel gelukkiger kijken dan die verwende krengen bij hem op de hockeyclub, waar bij jeugdfeesten professionele bokito’s moeten worden ingehuurd omdat de kakkerskinderen elkaar anders op Turnhoutse wijze afslachten. Of is het op Eindhovense wijze?
De interim-managers, de consultants, de medisch-specialisten, de pillenboeren, de verzekeraars, de ambtenaren en de cabaretier nemen hartelijk afscheid van elkaar op Schiphol, waar het ondanks de crisis loeidruk en overvol is. Het congres viel expres niet in een weekend omdat er dan gegolft moet worden. En gehockeyd natuurlijk.
„Stil zitten als je geschoren wordt”, lacht de radioloog naar de Zeeuwse KNO-arts, die blij is dat hij weer thuis is.
Op de terugweg in de trein lezen ze allemaal de verklaring van de directie van de Rabobank dat ze daar al die jaren echt niks geweten hebben van het dopinggebruik van de wielrenners. Ook nooit iets vermoed? Echt niet? Echt niet! Anders hadden ze wel ingegrepen.
En ze denken nog een keer aan de cabaretier, die de vrome kardinaal Simonis citeerde. De oude kardinaal die live op de televisie over het massale kindermisbruik van zijn priesters zei: „Wir haben es nicht gewusst! Dat zei hij met een geile glimlach die toen een hele prettige erectie verraadde.


NRC Achterpagina pagina 32, 26 januari 2013

Uit de Volkskrant19 jan 2013:

Zorgautoriteit onderzoekt hoge declaraties na 'oorsmeer-gate'


Door: Wilco Dekker − 19/01/13, 06:30
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) doet onderzoek naar te hoge declaraties van artsen en ziekenhuizen. Daarbij worden bijvoorbeeld hoge rekeningen ingediend bij de zorgverzekeraar voor relatief simpele behandelingen. De toezichthouder op de zorgsector krijgt signalen dat dit geregeld gebeurt.
Dat meldt de NZa in reactie op een geval in het ZorgSaam-ziekenhuis in Terneuzen, waar voor een paar minuten oorsmeer verwijderen door een KNO-arts 1066,73 euro in rekening werd gebracht. Een jaar eerder kostte dezelfde behandeling in het zelfde ziekenhuis nog 110 euro. De patiënt raakte het eigen risico kwijt en vroeg bij de zorgverzekeraar Achmea de nota op. Daaruit bleek dat dat de zogeheten DBC-code was gebruikt voor 'een microscopisch oortoilet' en het verwijderen van poliepen'. Volgens de patiënt is alleen wat oorsmeer verwijderd. Hij diende een klacht in bij de Ombudsman Zorgverzekeringen en bij de Volkskrant-rubriek Op=Op.

Upcoden
De NZa kreeg in 2011 meer signalen van dat zogeheten 'upcoden': een hogere rekening sturen dan noodzakelijk. Dat gold naast oorsmeer ook voor behandelingen voor bloedneuzen en tekenbeten. De toezichthouder vroeg de ziekenhuizen daarom in brief voor die ingrepen het veel goedkopere DBC-code voor een consult in rekening te brengen. Dan krijgt de arts 12 euro in plaats van 162 euro. Het ziekenhuis kan dan 'slechts' 205 euro in rekening, in plaats van de 850 euro die nu werd gedeclareerd bij Achmea. Het ZorgSaam-ziekenhuis liet vrijdag weten alsnog dat lage tarief te gaan hanteren. De patiënt krijgt het te veel betaalde bedrag terug, met daarbij excuses van het ziekenhuis.

De NZa gaat door het met onderzoek, omdat er nog steeds signalen binnenkomen van te hoge medische declaraties, en niet alleen voor simpele ingrepen. Dat 'upcoden' drijft de toch al stijgende zorgkosten verder op. Half december werd al bekend dat de toezichthouder onderzoek doet bij het VU Medisch Centrum in Amsterdam, na aanwijzingen dat het ziekenhuis mogelijk foutieve of onterechte declaraties heeft verstuurd. Ook gevallen als die van de oorsmeerrekening bij het ZorgSaam-ziekenhuis zullen worden bekeken. 


Oorsmeergate (2); Op = op

19-1-2013 | de Volkskrant
Massaal reageerde u op het verhaal van Jan Adriaans in Op=Op van twee weken geleden. Hij trok aan de bel omdat een paar minuten oorsmeer verwijderen door een KNO-arts in het ZorgSaam Ziekenhuis in Terneuzen een rekening opleverde van 1.066,73 euro. Een absurd hoge nota, want een jaar eerder, in 2010, kostte dezelfde behandeling bij hetzelfde ziekenhuis nog 110,84 euro. Toch werd de rekening gewoon vergoed door zorgverzekeraar Achmea. Die was er niet bij in het ziekenhuis en noteerde alleen de zogeheten DBC-code: microscopisch oortoilet en poliepen verwijderen.

Zo kostte een beetje oorsmeer de samenleving ruim duizend euro, wat een geheel nieuwe blik geeft op de snel stijgende zorgkosten.
Waarom niet gewoon naar de huisarts?

Allereerst wilde u vooral weten waarom Adriaans niet gewoon naar de huisarts ging voor zijn probleempje. Ik doe het voor 8,67 euro, schreef Pieter van Stempvoort, een van de huisartsen die reageerde op ’oorsmeergate’.

Vroeger deed de huisarts het ook, meldt Adriaans, maar er kwamen irritaties waardoor het probleem steeds frequenter voorkwam. Het bezoek aan de KNO-arts had dus een medische reden.

En nog iets: het is eigenlijk mevrouw Adriaans. Maar ze heeft haar man gevraagd werk te maken van de zaak. Want ze is, net als haar echtgenoot, ’best nijdig’, vooral omdat het ziekenhuis blijft volhouden dat in die paar minuten een microscopisch oortoilet is gemaakt en poliepen zijn verwijderd. ’Ik weet niet wat een oortoilet is’, zegt Adriaans. ’Maar poliepen zijn zeker niet verwijderd.’

Duur? Het ging om allebei de oren!

Verder kreeg Op=Op van u diverse soortgelijke ervaringen. Nico Brand uit Geldermalsen bijvoorbeeld zag op het vergoedingenoverzicht van zijn verzekeraar VGZ dat het ziekenhuis in Utrecht 951,94 euro had gerekend voor een gesprek met de arts en oorsmeer verwijderen, samen hooguit 20 minuten. Het kostte hem, net als mevrouw Adriaans, het restant van zijn eigen risico. De Op=Op-lezer overweegt nu alsnog naar de Ombudsman Zorgverzekeringen te stappen, waar de klacht van het echtpaar Adriaans al ligt.

Jikke Visser uit Nieuw Vennep moest jaren geleden al eens duizend gulden betalen. Alles was dubbel in rekening gebracht, bleek toen ze het na veel moeite had uitgezocht. ’Maar het ging ook om twee oren’, verklaarde het ziekenhuis toen.

De Nederlandse Zorgautoriteit kent (NZa) kent de verhalen. Er wordt vaker geklaagd over torenhoge rekeningen. Voor oorsmeer, maar ook voor het behandelen van een adertje na een bloedneus en voor het behandelen van een tekenbeet. De NZa vroeg ziekenhuizen en zorgverzekeraars daarop in een brief zulke simpele behandelingen als consult te rekenen en ze niet te voorzien van een veel duurdere DBC-code. ’Upcoding’, heet dat in jargon.

Aan ZorgSaam was die oproep blijkbaar niet besteed, want in plaats van het consulttarief van 110,84 euro werd bij mevrouw Adriaans dus 1.066,73 gerekend.

Maar zie: het ziekenhuis in Terneuzen meldde vrijdagmiddag aan Op=Op alsnog dat lagere tarief te gaan rekenen, na de zaak nog eens bekeken te hebben. Mevrouw Adriaans krijgt het teveel betaalde geld terug, en excuses.

Dure rekening krijgt nog een staartje...

Is de kous daarmee af? Niet helemaal. Zorgverzekeraar Achmea, die de rekening vergoedde, wil nog steeds weten wat er is gebeurd. Verder doet de Zorgautoriteit een groot onderzoek naar ’upcoding’ . Ook de Ombudsman Zorgverzekeringen kijkt nog naar ’oorsmeergate’, door de klacht van Adriaans. Op=Op houdt u op de hoogte.

Bijdragen Wilco Dekker Ook een onbegrijpelijke rekening? Mail naar op=op@volkskrant.nl
Ooronderzoek door een huisarts.Foto ANP

zondag 25 april 2010

Uit Trouw (3-4-2010): Waar is de solidariteit?

Toch niet de eerste, meest linkse, krant waar het gaat om sociaal beleid, zeg maar 'tegen CDA en VVD'; ik heb het over dagblad Trouw. Maar op 3-4-2010 stonden er onderstaande vier verhalen in die allemaal vallen onder de vlag 'Waar is de solidariteit?'. Goede vraag, vandaag de dag! Want de solidariteit is ver te zoeken, steeds verder dus; bijna buiten Nederland heb je nog een kansje zou ik zeggen...

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen sociale, solidaire mensen meer zijn in ons land; die zijn er volgens mij nog steeds genoeg, alleen hoor je weinig van en over hen. In deze verhalen klinkt 'de solidaire toon' nog wèl door!
De vier verhalen gaan o.a. over solidariteit met: wao'ers, kwetsbare leerlingen in het onderwijs, en over zorg. Verder een stuk over de zin/onzin was draconische bezuinigingen.


3-4-2010
Waar is de solidariteit?

Wie betaalt de prijs voor de miljardenbezuinigingen? En blijft de solidariteit in de samenleving overeind? Drie deskundigen over de voorstellen die de Haagse ambtenaren donderdag deden. De zwakkere leerlingen krijgen klappen, stelt de onderwijskundige. De gezondheidseconoom is tevreden. „Meebetalen aan je huisarts schaadt de solidariteit volstrekt niet.”


Jeroen den Blijker
Gezondheidszorg is nu eenmaal niet gratis

Fijn dat we in Nederland zo’n goed ambtenarenapparaat hebben, zegt gezondheidseconoom Marcel Canoy. „De werkgroep heeft goed doordachte adviezen uitgebracht over de zorg.” Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie aan de universiteit van Tilburg en werkzaam bij adviesbureau Ecorys, kan zich daarom niet vinden in de kritiek op het plan om bijvoorbeeld het eigen risico in de zorgverzekering voor volwassenen van 165 naar 775 euro op te krikken. Of voor ieder bezoek aan de huisarts een eigen bijdrage in rekening te brengen van 5 euro Canoy: „Zo wordt de consument geprikkeld om erbij stil te staan dat zorg niet gratis is. Dat is nu wel het idee omdat de verzekeraar toch wel betaalt.”   
Dat deze maatregelen vooral een drempel zijn, gelooft hij niet. „Het eigen risico is in Nederland heel laag; in de Oeso-landen ligt het gemiddeld op vijfhonderd euro. In andere Europese landen kreperen de mensen toch ook niet op straat?” De helft van de mensen die naar de huisarts gaat mankteer bovendien niets, citeert Canoy een onderzoek van zijn Rotterdamse collega Johan Mackenbach. „En vijf euro is echt geen probleem, ook niet voor de lage inkomens”, meent Canoy. „In België is het heel normaal dat je direct afrekent bij de huisarts. Waarom zou dat hier niet kunnen?” 
Ook de hervormingsvoorstellen voor de AWBZ juicht Canoy toe. „De AWBZ is al lang niet meer waarvoor zij ooit bedoeld was, namelijk langdurige, onverzekerde zorg die niet gericht is op genezing.”
De AWBZ kent eigenlijk dezelfde handicap als ooit de WAO, meent de econoom. „Te breed gedefinieerd en te zwak getoetst. Dan lopen de kosten almaar op.” Zo kwamen onder de AWBZ onbedoeld allerlei kostbare voorzieningen, bijvoorbeeld op terrein van welzijn en huisvesting. Minder recht en meer eigen bijdragen, voor bijvoorbeeld wonen in een verzorgingshuis, is dan onvermijdelijk. De commissie wil verder de AWBZ-zorg van de sterk groeiende groep mensen met een laag IQ beperken. Het vereiste IQ zou naar beneden moeten, van 85 naar het internationaal aanvaarde 70. Een deel van deze mensen zou dan moeten aankloppen bij jeugdzorg, sociale werkvoorziening of speciaal onderwijs. Canoy: „Dat lijkt op het verschuiven van posten, maar is het niet. Deze instellingen zijn in de regel beter toegerust om hier kostenefficiënt mee om te gaan.” Hij betwijfelt wel of het politiek haalbaar is verzekeraars en gemeenten meer AWBZ-taken voor hun rekening te laten nemen, zoals gesuggereerd.
Dat de ambtenaren de solidariteit om zeep helpen, vindt Canoy onzin. „Een hoger eigen risico en eigen bijdragen staan helemaal niet op gespannen voet met solidariteit. Ik zeg altijd maar zo – in overdrachtelijke zin: „Ik ben liever solidair met mijn rechterbuurvrouw die chronisch ziek is dan met mijn linkerbuurman die geld verspilt omdat hij twee keer in de week onnodig naar de arts gaat.” En voor kwetsbare groepen zoals chronisch zieken is altijd wel een regeling te treffen, meent Canoy. „Al moet je dan accepteren dat de besparing lager is. Uiteindelijk is de keuze aan de politiek.”


Hanne Obbink
Kwetsbaarste leerlingen betalen de prijs

„Het kan”, zegt Wim Meijnen, emeritus hoogleraar onderwijskunde, over veel bezuinigingsvoorstellen van de ambtelijke werkgroep. Een jaar korter in het middelbaar beroepsonderwijs, minder vakken op havo en vwo, minder uren les? „Het kan, zeker. Maar van veel maatregelen zijn de consequenties volstrekt niet te overzien.”
Wie betaalt de prijs? Bij een aantal maatregelen zijn dat vooral de kwetsbaarste groepen, vreest Meijnen. „De werkgroep vindt dat veel mbo-opleidingen wel een jaar korter kunnen. Maar met name op de lagere niveaus heb je te maken met jongeren die niet minder, maar juist méér onderwijstijd nodig hebben. Op die niveaus wordt nu veel aandacht besteed aan socialisatie, aan het leren zich staande te houden in de samenleving. Dat kost tijd. Van de werkgroep mag dat wel wat minder. Maar deze jongeren hebben die aandacht voor socialisatie wel nodig.”
Tegelijkertijd wil de werkgroep minder geld steken in het voorkomen van voortijdige schooluitval. „Daarvoor worden de scholen zelf verantwoordelijk, zegt ze. Maar hoe? Nu al is de vraag vaak: hoe houden we deze jongeren op school, hoe voorkom je dat ze op straat gaan rondhangen? Ik voorzie dat de problemen met dit soort jongeren enorm zullen toenemen,”
Iets soortgelijks geldt ook voor het voortgezet onderwijs. Daar hoeft van de werkgroep straks niet langer 1.000 uur les per jaar gegeven te worden, zoals nu, maar slechts 850. „Op havo en vwo kan dat misschien, daar kan je de leerlingen meer thuis laten werken. Maar in het vmbo kun je niet meer zelfwerkzaamheid van leerlingen vragen. Veel vmbo’ers leren alleen onder toezicht; huiswerk wordt gewoon niet gemaakt.”
Een andere maatregel waarvan heel duidelijk is wie daarvan te lijden heeft, is het sluiten van kleine basisscholen. „Er wordt gesproken van 1.200 kleine scholen, een zesde van het totaal. Dat betekent een geweldige kaalslag in dorpen op het platteland; buiten de Randstad zullen ouders hun kind van heinde en verre naar school moeten brengen.”
Er is eigenlijk maar één bezuinigingsmaatregel waarvoor Meijnen niet op voorhand beducht is: het terugdraaien van de klassenverkleining. Vanaf halverwege de jaren negentig heeft de overheid honderden miljoenen per jaar gestoken in het kleiner maken van de klassen op de basisschool. „Maar daarvan is nooit bewezen dat het onderwijs er beter van wordt.”
Toch heeft ook deze bezuiniging haar prijs. „Als er iets is waarop leerkrachten prijs stellen, zijn het kleinere klassen. Draai je die klassenverkleining terug, dan kun je dus veel verzet verwachten. De prestaties van leerlingen zullen er waarschijnlijk niet onder lijden, maar het heeft wel invloed op de arbeidsomstandigheden. Het aanzien van het beroep zal enorm dalen.”


Wybo Algra
Echt onzinnig: 29 miljard euro per jaar bezuinigen


Harrie Verbon zegt het gedecideerd: „Nee.” Nee, de Tilburgse econoom zag geen spat nieuws in al die mogelijkheden die al die ambtenaren aandroegen om financieel schoon schip te maken. „Hoger collegegeld in het hoger onderwijs, het minimumloon omlaag, daar hoef je toch geen half jaar over na te denken?”
Of neem die voorstellen om provincies en waterschappen te schrappen. „We hebben al heel vaak pogingen gedaan om het openbaar bestuur beter te organiseren. Het punt is dat we gewoon niet zo goed weten wat het beste is. Centraal, decentraal of iets er tussenin. Daar kijken we voortdurend anders tegenaan.”
Nee, vat hij nog maar eens samen, niets nieuws. Zo erg is dat trouwens niet. Want wat Verbon betreft, hoeven we het niet moeilijker te maken dan het is. Zo ziet hij persoonlijk helemaal niet de noodzaak om uiteindelijk 29 miljard euro per jaar te bezuinigen. ’Echt onzinnig’, noemt hij dat zelfs. „Het Centraal Planbureau gaat er dan bijvoorbeeld van uit dat de AOW mee stijgt met de inkomens. Maar dat is de afgelopen dertig jaar helemaal niet gebeurd.”
Niet dat er helemaal niets moet gebeuren. Zo lopen, als we niet oppassen, de zorgkosten gierend uit de hand. „Vroeger kregen de zorginstellingen een vast budget. We hadden toen wachtlijsten, maar financieel wisten we waar we aan toe waren. Nu hebben we marktwerking, maar dat hebben we niet consequent doorgevoerd. Zo krijgen zorgverzekeraars nog steeds geld van de overheid als ze meer uitgeven dan verwacht. Daar moeten we echt iets aan doen. De ambtenaren zoeken de oplossing voor de stijgende zorgkosten in een hoge eigen bijdrage, maar dat vind ik niet sterk. Volgens mij zijn doktoren ook vrij bepalend. Als alle specialisten in loondienst komen, is ook een deel van de kostenexplosie onder controle.”
Voor de zorg moet dus echt een oplossing komen, stelt Verbon. Zou het CPB daarnaast uitgaan van een geringere stijging van de AOW-uitkering, dan is wat hem betreft het probleem al voor een belangrijk deel opgelost: met per jaar een miljard of 15 bezuinigen zijn we er voorlopig dan wel. En die 15 miljard, daar is makkelijk aan te komen. Het hoeft bovendien niet op stel en sprong, als het maar structureel is.
Hij somt op: de hypotheekrenteaftrek. De ambtenaren dragen allerlei varianten aan, maar Verbon is niet voor halve maatregelen. We moeten er op termijn gewoon helemaal vanaf. Dat levert al 11 miljard per jaar op: nog 4 miljard te gaan. Vervolgens de vennootschapsbelasting: die kan makkelijk omhoog. Daarvoor boekt Verbon 2,5 miljard in. „We hebben de belasting op winst in Nederland sterk verlaagd om te kunnen concurreren met het buitenland”, verklaart hij. „Maar dat is doorgeschoten. We zijn een belastinghaven geworden, en dat moeten we niet willen.”
Dan het toptarief voor de inkomstenbelasting. Dat mag van Verbon ook omhoog: nog eens een half tot een heel miljard in de knip. En tenslotte verdere fiscalisering van de AOW, waardoor ouderen meer gaan meebetalen: nog eens ruim een miljard in de knip. „Dan zitten we al over die 15 miljard heen.”


Laura van Baars
Is een WAO'er wel een reddingsboei waard - per saldo reïntegratie

Alle hens aan dek, maar de werkloze arbeidsongeschikte mag onder in het scheepsruim blijven zitten. We komen niet meer bij hem kijken als het schip vergaat. Want die lanterfantende WAO’er, die hadden we stiekem toch al afgeschreven. Ook als we straks weer aanspoelen, hebben we er eigenlijk niets meer aan. Hem een reddingsboei toewerpen, is verspilde moeite. En vooral verspild geld.
Het is een beetje een kille redenering, om werkloze WAO’ers niet langer te helpen bij het vinden van een baan omdat het te weinig oplevert. Het rijk wil 127 miljoen euro bezuinigen op deze dienst van het UWV. Alleen WAO’ers die zelf komen aanzetten met een vacature waarop zij kans denken te maken, kunnen nog op hulp rekenen.
Nu moeten ze het op eigen kracht doen. Hoe erg is dat? Een aantal WAO’ers zal blij zijn niet langer in de nek gehijgd te worden door jobcoaches. Niet voor niets is vaak geklaagd over de onzorgvuldige manier waarop zij door UWV-artsen herkeurd werden. Ineens moesten zij op zoek naar een baan, terwijl zij zich daar niet altijd toe in staat voelden. Al te veel consideratie toonde het UWV niet: arbeidsongeschikten kregen vaker het stempel van profiteurs en zelfs fraudeurs. ’Werk, werk, werk’ en ’Alle hens aan dek’ (u kent ze wel, die politieke slogans) golden altijd ook voor hen. Met de toekomstige krapte op de arbeidsmarkt kon niemand daar gemist worden.
En het ging tot aan de crisis ook best goed met die bemiddeling van herkeurde WAO’ers. Van de mensen die dit in 2005 ondergingen, had 60 procent na drieënhalf jaar nog een baan. Van de groep uit 2006 was tweeënhalf jaar na de herkeuring nog 65 procent aan de slag. WAO’ers zijn dankzij hun eerder opgedane werkervaring soms beter inzetbaar dan mensen met een bijstandsuitkering. Toch krijgen de bijstandsklanten nu nog steeds hulp, en laten we de werkloze WAO’er in de kou staan. Wat de WAO’er overkomt, is iets dat wij in Nederland, waar al sinds Paars I in 1994 de ’meedoen’-gedachte rondwaart, asociaal zouden noemen. Reïntegratie-activiteiten geven ritme, en het gevoel dat er nog iemand op je zit te wachten. Zij geven structuur aan een mensenleven, en aan dat van zijn naasten. Wie zich verveelt en vereenzaamt, zal eerder verslaafd raken of schulden maken. Hij doet doorgaans een groter beroep op de gezondheidszorg. Ofwel, de sociale kosten op andere terreinen dan de reïntegratie nemen toe.
Behalve dat het afschrijven van mensen uiteindelijk nooit een succesvolle bezuiniging kan opleveren, stelt het ons ook voor praktische problemen in de toekomst. Want de babyboomers blijven natuurlijk wel gewoon met pensioen gaan. De krapte op de arbeidsmarkt zwelt verder aan, al lijkt die momenteel nog niet zo nijpend. Maar als we in onze reddingsboeien aanspoelen bij betere tijden, is het schip met werkloze WAO’ers wel vergaan.

dinsdag 2 maart 2010

Klink: "Ik lieg niet...!"

Als iemand zegt "Ik lieg niet...!", of "Jij zegt dat ik lieg, maar dat is niet zo!", dan gaan bij mij tegenwoordig de eerste seinen op rood, vooral als het een politicus is die dat zegt; meestal betekent dit dat er, op z'n minst, wel iets aan de hand is met de 'waarheid' die dan net over tafel is gegaan. Zojuist zei minister Klink dus bij NOVA in het debat: "Ik lieg niet...!". Hij zei het met de zelfvoldane glimlach die de (weinige) mensen die deze bewindsman weleens in actie hebben gezien, dat zijn er niet zoveel omdat hij de schijnwerpers lijkt te mijden, hij is in ieder ieder geval niet veel 'live' te zien. Maar dat betekent niet dat hij weinig zelfvertrouwen heeft, integendeel hij acteert vaak alsof hij de wijsheid in pacht heeft. Hij is dan ook een van de ideologen achter Balkenende, en had een flinke vinger in de pap bij de agenda volgens welke wij de laatste 7 jaar, door vriend Balkenende dus, bestuurd zijn. In mijn ogen is hij echt een van de 'kwade geniussen' achter het beleid van de laatste jaren; dus achter de WAO-herkeuringen, de marktwerking in de zorg, de volkshuisvesting, de energiemarkt, de aanpassing van de AOW-leeftijd, het uitkleden van de thuiszorg, ..., ach waar eigenlijk niet. Die succesvolle marktwerking dus die uiteindelijk in zijn ultieme vorm de topsalarissen, de bonussen (ook/juist) voor falende topmensen, uiteindelijk de financiële crisis waar we nu inzitten dus, een van de architecten achter al die heilzame ontwikkelingen dus... Maar goed deze CDA-ideoloog is dus drie jaar geleden, omdat Balkenende zijn vrienden ("de beste mensen" dus), "op de beste plekken" wilde hebben, minister werd, en wel van VWS waar de gezondheidszorg onder valt. Dan hebben we het dus over de marktwerking in de zorg, en daar ging het bij NOVA over. Hij zei: "het werkt, gisteren zijn de resultaten binnen gekomen! Ik lieg niet..."

Nu ben ik zelf ook al een beetje met Klink's grote project in aanraking gekomen: het afknijpen van de zorg, direct, of indirect via de marktwerking tussen Zorgkosten-Verzekeraars, waar er inmiddels nog maar drie van over schijnen te zijn die samen het overgrote deel van 'de markt' in handen hebben. Is dat een gezonde markt? Drie verzekeraars? Dan gebeurt er wat ik aan den lijve ondervonden heb: ineens valt een behandelaar waar ik, met toestemming van de verzekeraar zelf, al drie jaar naar volle tevredenheid onder behandeling ben, niet langer onder de 'erkende behandelaars' en worden mijn nota's 'dus niet meer vergoed'. Inmiddels hoor ik dezelfde verhalen ook meer en meer van anderen; het grote uitknijpen van de Zorg, onder leiding van Klink, is dus begonnen. Eerst trof dat alleen bejaarden in verzorgingstehuizen of met thuiszorg, nu gaat dit op voor meer en meer mensen. Straks voor eenieder die niet een dikke vette portefeuille heeft en benodigde hulp gewoon zelf kan betalen. "Het werkt! Ik lieg niet...!", was getekend, Minister Klink.